Er bestaan in de kunstbeschouwing verschrikkelijke uitdrukkingen die je graag zou willen vermijden, omdat ze eerder misverstanden oproepen dan dat ze blijk geven van een inzichtelijk vermogen. In het televisieprogramma ‘Baardmannetjes’ hoorde ik Hans Dorrestijn na een dooddoenerige opmerking van vogelkenner Nico de Haan riposteren: “Dat is een waarheid als een koet.”  Het zou aardig zijn als we zo’n humoristische variant hadden voor die kunstbeschouwelijke clichés, zoals de typering dat een  groepstentoonstelling een ‘eenheid der tegendelen’ is. Je zou misschien liever willen horen dat zo’n expositie een ‘verscheidenheid aan gelijkwaardigheid’ laat zien, hoewel dat ook een tenenkrommend gehalte heeft.

In de tentoonstelling ‘Into the Shadows’ van Anne Semler, Arno Kramer en Bert Frijns bij Galerie Helga Hofman vertonen de tekeningen van de eerste twee allerlei schijnbare overeenkomstigheden die in tegenspraak lijken met de glassculpturen van de derde. Maar het is waarschijnlijk niet gek om te veronderstellen dat Semler en Kramer ieder afzonderlijk zich makkelijker tot Frijns verhouden dan tot elkaar. 
Waar de tekenaars op uiterlijkheden tot elkaar veroordeeld kunnen worden – tekenen ze niet allebei herten en hazen – kunnen ze niet zonder meer met de geometrisch minimalistische monumentaliteit van Bert Frijns in verband worden gebracht. Verschillen roepen minder misverstanden op dan overeenkomsten.

De overeenkomst tussen deze drie kunstenaars is dat ze binnen ieder afzonderlijk beeld zoeken naar de vereniging van verschillende elementen die met elkaar in tegenspraak zijn. Er doet zich in het beeld steeds iets voor wat er oneigenlijk aan is, maar er toch als vanzelfsprekend in wordt opgenomen. Dat is een raadselachtige consequentie van het verenigen van wat vreemd aan elkaar is. 

In de glazen beelden van Bert Frijns is dat bijvoorbeeld ondoorzichtigheid. Hoe is het nu mogelijk dat je binnen transparantie een beeldende uitspraak doet over ondoorzichtigheid door middel van vensterglas nota bene dat er in wezen voor bedoeld is om doorheen te kijken. Toch doet Frijns dat, eigenaardig genoeg door het glas doorzichtiger dan ooit te maken, het bijna in de omgeving te laten verdwijnen. Zijn glas is soms nog maar nauwelijks waarneembaar, bijna afwezig. Als glas zo doorzichtig is dat je er tegenop botst, wat iedereen wel eens overkomt in situaties waarin een optische illusie verhindert dat je een glazen scheiding waarneemt, dan loop je tegen je eigen ondoorzichtigheid aan. 

Bert Frijns
Bert Frijns

Bert Frijns
Bert Frijns

De innerlijke tegenspraak in de tekeningen van Anne Semler bestaat eruit dat de sprookjesachtige gedaante die ze aannemen nooit geruststellend is. Ondanks de lieflijkheid ervan zijn het verontrustende tekeningen. Anne Semler vecht iets uit met de wereld, met de natuur. De tekenkunst is haar variant van martial arts, van vechtkunst. De schoonheid ervan is het geweld dat ze gebruikt. Daarin is ze nietsontziend en die radicaliteit is altijd intimiderend. Daar hebben we geen verweer tegen; we moeten ons erbij neerleggen. Dat kun je dan ook maar het beste doen bij haar tekeningen. Ze nodigen daartoe uit: je kunt bij haar tekeningen gaan liggen zoals in de paradijselijke omstandigheid het lam zich neervleit bij de leeuw. Alleen haar tekeningen zijn de Hof van Eden niet, het zijn aangelegde bossen waar het wild willens en wetens is uitgezet om te worden afgeschoten. Wie zich daarbij neerlegt is een knurft. Knurften zien we in haar tekeningen niet terug. Knurften zijn wij die ernaar kijken. Iedere tekening van Anne Semler is een zeldzaam geval. Dat maakt ze herkenbaar uit duizenden. Alleen zijn die er niet, die duizenden, wat hun herkenbaarheid des te raadselachtiger maakt.

 Anne Semler
Anne Semler

 Anne Semler
Anne Semler

Van die duizenden zijn er wel van Arno Kramer. Hij maakt al veertig jaar de ene tekening na de andere, waarbij hij steeds op ander wijze herneemt wat hij al heeft getekend om er iets in te verschuiven, wat aan toe te voegen, iets uit weg te nemen, wat anders in onder te brengen, iets overheen te leggen, wat op te plakken in eindeloze varianten, verschuivingen, veranderingen, omvormingen, transformaties en vernieuwingen. Het gaat ongeveer zo: Arno Kramer staat voor het raam en ziet in het landschap een haas. Die haas heeft Arno Kramer nodig om te worden gezien en zo gauw hij zich daar bewust van is, waarbij in het midden kan worden gelaten of dat de haas of Arno Kramer betreft, wordt hij opgenomen in een tekening. Een haas, of een hert in een tekening van Kramer is verloren. Er is geen omgeving meer die het dier nog aankleeft. In de tekening is het geïsoleerd en verhoudt het zich tot artificiële toevoegingen: strepen, krassen, stippen, bolletjes, lijnen. Hoe kunstmatig ook, niets ziet er bedacht uit. Het is natuurlijk zo. 

Arno Kramer
Arno Kramer

Arno Kramer
Arno Kramer

Tekeningen en sculpturen zijn onnatuurlijk. Ze zijn bedacht. Het zijn dan wel gedachten die vanzelf ontstaan, maar zonder de kunstenaar zijn ze nergens. Dankzij de kunstenaar zijn het beelden: denkbeelden, gedachtebeelden, ideeën, inzichten, standpunten, stellingen, voorstellen, voorstellingen. De kunst stelt iets voor. Zo kun je er ook naar kijken. Hoe? Nou, anders dan nu. Beter straks. Opnieuw. Voor het eerst. Als geen ander. 

Een kunstenaar is niet als een ander. 

De tentoonstelling is t/m 24 oktober te bezoeken. Voor meer informatie, klik hier.