Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

‘Het gevoel dat ik een project niet kan overzien vind ik juist goed.’ – in gesprek met Joost Conijn

30-10-2019 Ellis Kat

Joost Conijn ontvangt me in zijn atelier op een afgelegen terrein in Weesp. In de loods hangen verschillende soorten gereedschap, fietsonderdelen en bakken met schroeven en bouten: een kleine greep uit de selectie onderdelen die Conijn nodig heeft voor het bouwen van zijn kunstwerken. Het is alsof hij in de eeuwige kwajongensdroom leeft waarin hij kan vliegen in zijn vliegtuig en kan racen in zijn zelfgebouwde auto. Nu is hij bezig met het ontwerpen en bouwen van zijn droomhuis op een stuk grond in Almere. Maar, alleen ‘speels’ mag je zijn werk niet noemen. Waar stopt het ravotten en begint de kunst? En kan dat niet gewoon hand in hand gaan? Ik ben benieuwd naar Conijn’s rode draad in zijn oeuvre, zijn kunstenaarsbestaan en durven sterven voor de kunst.

 

Ellis Kat: ‘Je werkt op een afgelegen terrein uit de buurt van de stad. Waarom onttrek je je van de bewoonde wereld?’
Joost Conijn: ‘Ik hou helemaal niet van geforceerd contact. Als ik het wil, stap ik op de fiets en ben ik binnen een half uur in de drukte.’

‘Houdt je aversie tegen geforceerd contact je ook tegen in je kunstenaarschap?’

‘Ja, dat netwerken op die openingen… Ik rijd liever een rondje op mijn racefiets dan dat ik op zo’n borrel moet glimlachen naar mensen die iets van me nodig hebben. Ik ben gewoon een beetje autistisch. En narcistisch.’

‘Past autisme en narcisme bij het kunstenaarsbestaan?’

‘Ik denk het wel… De voordelen daarvan, bedoel ik dan he.’ Conijn lacht.

Ja! Ja, ik vind het een mooi idee dat je in je eentje een huis kunt verplaatsen.

‘Kun je dat uitleggen?’

‘Als kunstenaar moet je haast wel autistisch zijn omdat je je zó moet vastbijten in een project. En vervolgens ben je een narcist omdat je vindt dat dat project waar je je zo in vastgebeten hebt de moeite waard is dat iedereen het zou moeten zien. Je moet als kunstenaar immers in jezelf geloven.’

‘Waar ben je nu mee bezig?’

‘Ik ben nu bezig met het ontwerpen en bouwen van mijn eigen huis op een stuk grond in Almere. Ik benader het huis niet als woning, maar als kunstwerk. Het huis moet uiteindelijk om zijn as kunnen draaien – wil je wel of niet in de zon? - en die draaiing moet je kunnen aandrijven met een fiets.’

De maquette van het huis waar Joost Conijn nu aan werkt. Wanneer het af zal zijn, is niet bekend. ‘Ik ben niet zo bezig met deadlines.’
De maquette van het huis waar Joost Conijn nu aan werkt. Wanneer het af zal zijn, is niet bekend. ‘Ik ben niet zo bezig met deadlines.’


‘Zijn twee mensenbenen in staat om een heel gebouw in beweging te brengen?’

‘Ja! Ja, ik vind het een mooi idee dat je in je eentje een huis kunt verplaatsen.’

‘Je hebt het vliegtuig en de auto al gehad, op naar het volgende vervoersmiddel?’

‘Als je uitzoomt op mijn werk zie je misschien alleen maar vliegtuigen en auto’s, maar het gaat wel over meer dingen. Het is ook wel serieus hoor, mijn werk gaat niet alleen maar om het spelen.’

Still uit film Vliegtuig / Airplane (2000)
Still uit film Vliegtuig / Airplane (2000)


‘Over ontsnappen?’

‘Nee, niet over ontsnappen. Ik ben niet op de vlucht voor iets, ik wil autonoom kunnen zijn en denken, juíst midden in de samenleving. Het gaat over zelf iets maken, over het zelf in staat zijn om te creëren. Ik wil uitdrukking geven aan hoe ik mijn eigen leven en de wereld wil vormgeven. Ik denk… Ehh… Ja, ik maak toch ‘iets’ van ‘niets’. Dit is toch ook iets dat ik in grote lijnen in mijn werk doe.’

Ik wil autonoom kunnen zijn en denken, juíst midden in de samenleving.

‘Is een kunstwerk niet altijd van ‘niets’ ‘iets’ maken?’

‘Ik denk dat een kunstwerk je ook op een andere manier naar iets laat kijken. Dat het de reguliere wetten even ontwricht en je op een ander spoor zet. Bijvoorbeeld het ontwerpen van een huis, waar ik nu mee bezig ben, dat zit zo vast aan allemaal regelgevingen van de gemeente en architecten. Je kan gewoon niet bepalen waar je zelf in zou willen wonen. We zijn wat dat betreft ver afgedreven. Ik wil die regels een beetje laten vieren door een draaiende woning te maken met deuren die diagonaal open- en dichtgaan.’

‘Liep je ook tegen die regelgeving aan bij het maken van je vliegtuig en auto?’

‘Zeker. Alles dat ik bedenk, gaat tegen daar tegenin.’

Regels zijn er gemaakt om dingen in goede banen te leiden. Maar die grenzen zijn niet absoluut, ze zijn altijd in beweging.

‘Is dat dan de rode draad in je oeuvre?’

‘Ik denk dat elke kunstenaar dat doet. Regels zijn er gemaakt om dingen in goede banen te leiden. Maar die grenzen zijn niet absoluut, ze zijn altijd in beweging. Kunstenaars zijn er om ervoor te zorgen dat die dynamiek blijft en dat de kans op ontwikkeling niet verloren gaat. Als maker ben ik altijd bezig met het verleggen van die regels. Dat is kunst.’

Still uit de film Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa en Dzoel-kifl (2004)
Still uit de film Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa en Dzoel-kifl (2004)


‘In de film Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa en Dzoel-kifl (2004) volg je zeven jonge kinderen die in ‘totale vrijheid’ leven in de buurt van Amsterdam. Ze gaan niet naar school, maar spelen iedere dag in de natuur. Ik zie stoeiende jongens, een kind dat spuugt, een caravan sloopt en scheldt en de broers en zussen in de buitenlucht de nacht doorbrengen… Is deze film een aanklacht tegen hun beestachtige manier van leven of is dit de mens in haar puurste vorm en daarmee juist weer een ode aan het gebrek aan regels?’

‘Ja, ik houd die dualiteit die je benoemt er graag in. Ik wil geen eenzijdige moraal geven met dit werk. De film gaat over vrijheid en hoe de samenleving omgaat met een niet-gangbare manier van leven.’

‘In hoeverre ben jij eenSiddieqa of Firdaus?’

Conijn lacht. ‘Eigenlijk niet… Behalve dat ik misschien, net als zij, ook ’s ochtends wakker word en zelf kan bepalen wat ik ga doen. Het is heel gek dat veel mensen dat niet hebben.’ 

Ik ben in mijn werk niet bewust bezig met het maken van een werk dat een logisch vervolg is op de vorige.

‘In 2018 heb je de film Good evening to the people living in the camp gemaakt waarin je vluchtelingen in kampen een gezicht geeft. In hoeverre zijn er paralellen te ontdekken in het werk over de zeven kinderen en deze film?’

‘Ik ben in mijn werk niet bewust bezig met het maken van een werk dat een logisch vervolg is op de vorige. Maar in beide films portretteer ik wel ‘de verstopte outsider’. Als je in deze maatschappij een beetje afwijkt van de norm, dan doe je al snel niet meer mee. Ik vond het zo moeilijk dat de situatie met de vluchtelingen zo werd verstopt. In de journalistiek worden slechts gebeurtenissen getoond waarop het uit de hand loopt. Ik was benieuwd hoe het daar écht was, dus ik ben naar de – eigenlijk verboden - jungle gegaan in Calais om de momenten vast te leggen tussen de gebeurtenissen die we in de kranten lezen.’ 

Still uit de film Good evening to the people living in the camp (2018)
Still uit de film Good evening to the people living in the camp (2018)


‘Ben jij weleens bang?’

‘Ja, natuurlijk. Maar ik hou eigenlijk alleen maar van dingen waar ik een beetje bang voor ben. Anders word ik vervelend.’

De angst dat het ook mis kan gaan, maakt het spannend voor me.

‘Waarom?’

‘Als ik in een omgeving ben waar geen uitdaging is, ga ik me gewoon vervelen. Ik ben zo nieuwsgierig naar dingen om me heen en mijn eigen kunnen. Binnen de gebaande paden blijven is daardoor niet interessant. Ook met het bouwen van mijn huis nu, ik weet gewoon niet of het lukt. De angst dat het ook mis kan gaan, maakt het spannend voor me. Ik kan al nachten wakker liggen over die diagonale deuren: ‘gaat het wel lukken?’, denk ik dan. En ‘Joost, kom op, maak nou toch normale deuren.’ Maar het gevoel dat ik het niet kan overzien vind ik juist goed. Als ik van tevoren weet wat de uitkomst is, hoef ik het niet meer te maken.’

‘Je gaat wel erg ver voor die spanning: je vliegt in een zelfgebouwd vliegtuig, rijdt in een auto op hout en filmt op verboden terreinen. Vind je dat je als kunstenaar je leven zou moeten durven geven voor je werk?’

‘Niks moet. Maar ik denk dat het vanzelf gebeurt. En dat ik gevaarlijke dingen doe, klopt, maar ik besef dat dat een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Ik neem daarom geen idiote beslissingen. Zo ging ik nooit vliegen als ik moe of ziek was. Wel denk ik dat wanneer je als kunstenaar écht iets wil, en dat in teken staat van je kunst, je het gewoon doet.’

Op zondag 29 oktober was Joost Conijn te gast in de uitzending van De Blauwe Hond waarin Jasper Krabbé met makers naar kunst kijkt en kunst maakt. Kijk het hier terug.

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl