Waarom het soms belangrijker is om alleen van iemand te weten hoeveel stappen hij heeft gezet. 

Op 23 Maart in 1971 zette conceptueel kunstenaar Stanley Brouwn zijn eerste stappen in Marokko, 14014 om precies te zijn. Gedurende een tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam wandelde Brouwn een maand lang door zes verschillende landen en telde met een handteller, strak tussen zijn vingers geklemd, al zijn stappen. Elke dag liet hij het museum via de telefoon weten hoeveel stappen hij die dag had gezet, waarop zij de afstand op een kaart schreven. Op de eerste dag, 18 Maart 1971, zette hij 4734 stappen door Amsterdam. Hoelang de afstand van die 4734 stappen precies moet zijn geweest, weet niemand. De stap van Brouwn zou altijd anders zijn dan die van een ander. 

Stanley Brouwn overleed afgelopen mei op 81-jarige leeftijd. Hij had grote behoefte het alleen te hebben over zijn werk. Vanuit de overtuiging dat de persoon Stanley Brouwn enkel ruis zou vormen in zijn werk gaf hij geen interviews en is er bijna niets over hem te vinden. Zo stelt de Volkskrant dat enkel Stanley Brouwn nog begreep wat ‘privacy’ écht inhoudt. Uit respect voor zijn oeuvre zal ik in dit artikel dan ook enkel refereren naar zijn werk, waarin afstand en maat een grote rol spelen, en speculaties over wie hij was achterwege laten. Ook heb ik bewust geen foto's toegevoegd omdat Brouwn nooit heeft gewild dat zijn werk op de foto te zien is. De grote vraag die rest en de reden voor dit artikel is: welk verhaal vertelt Stanley Brouwn eigenlijk met zijn oeuvre? 

In de collectie van het Van Abbemuseum bevinden zich een aantal werken met de naam This Way Brouwn. Gedurende de jaren ‘60 ging Stanley Brouwn de straat op waar hij mensen de weg naar een specifieke plek vroeg. Uiterst slordige suggesties van straten en huizen werden vervolgens met pen op een papiertje gekrabbeld. De conceptueel kunstenaar voorzag de briefjes van de woorden This Way Brouwn, en zo werd een alledaagse woordenwisseling over de weg naar de Dam, vereeuwigd op een stukje vergeeld papier. Niet alle briefjes, die Brouwn overhandigde, werden door de voorbijgangers gevuld. Het zijn de lege papieren die laten zien dat in zijn werk het idee voorop staat en niet het resultaat. In de uitgave over het werk van Brouwn, stanley brouwn la biennale di venezia 1982, haalt Jan Debbaut (red. Debbaut was van 1988 tot 2003 directeur van het van Abbemuseum) dit werk aan. Hij stelt dat tijdens de uitleg de route op twee manieren werd gevolgd. ‘In the first place brouwn followed the explained route in his imagination, and in the second place he acted as a catalyst, setting a process in motion by which his informants imagined a certain route.’ 

In de natuur nabij het Kröller Müller museum in Otterlo staat een tekstbord: ‘beginpunt van een door stanley brouwn op 20 december 1984 gelopen afstand van 7 stappen’ In de verbeelding zet een grote groep mensen zeven stappen in elk mogelijke richting, maar niet één paar voeten staat uiteindelijk daar waar de kunstenaar in ’84, na zeven stappen te hebben gezet, stond. Brouwn bevraagt hier dat wat de meeste mensen voor lief nemen, namelijk ons maatsysteem.  

Brouwn stelt dat de wetenschappelijke meter dusdanig ver van de mens staat. Daarom hanteert hij de sb-voet, sb-el en sb-stap, maten die hun oorsprong vinden in het lichaam van Brouwn. Deze maatvoering zet hij door in verschillende objecten, o.a. een houten pilaar met de afmeting 2 x 2 x 10 voet die zich binnen de muren van het Kröller Müller museum bevindt.

In 1960 en 1961 verspreidde Brouwn tientallen papieren door de straten van Amsterdam. Toevallige voorbijgangers liepen over de witte vellen en lieten de afdruk van een vieze zool op de smetteloze witte ondergrond achter. Brouwn documenteerde op deze manier het gegeven dat de wegen van de voorbijgangers en Brouwn elkaar kruisten. De afstand die Brouwn liep werd niet gemeten in afstand of tijd, maar door de momenten waar de kunstenaar en voorbijgangers elkaar indirect passeerden. 

Brouwn toont dat maat en afstand meer zeggen wanneer het idee van maat en afstand uitgebeeld wordt, en niet langer is verbonden aan de wetenschap. Daarbij gaat het om het idee van verpersoonlijken, niet om de persoon Brouwn zelf. Het is daarom misschien wel cruciaal dat speculaties rondom zijn kunstenaarschap bestaan en er voor alsnog niet veel antwoorden zijn. Het gaat er namelijk in zijn werk niet om dat wij als toeschouwer precies weten hoelang die afstand in Marokko moet zijn geweest, Brouwn zou waarschijnlijk liever zien dat we zelf naar Marokko gaan om onze stappen te tellen. 

Tot en met 21 januari is de solo expositie van Stanley Brouwn nog te zien in het Stedelijk Museum Schiedam.