Nanette Kraaikamp tekent geen foto’s na. De mensen in haar recente tekeningen zijn veelal wel in een bepaalde hoedanigheid gefotografeerd, maar ze zijn door de kunstenaar gefingeerd. Ze zijn hooguit onttrokken aan een foto waarvoor ze ooit hebben geposeerd en deels zijn ze volledig aan het geestesoog van Nanette Kraaikamp ontsproten. Je ziet in haar tekeningen mensen figureren die ze handmatig reanimeert vanuit doodse poses die de flauwe echo vormen van hun ware zelf. Waar ze zich verborgen houden, trekt Nanette Kraaikamp ze tevoorschijn een ongedacht bestaan in.

In de gefotografeerde beelden van het tijdperk waarop haar tekeningen zich baseren, herkennen we de belle époque, de overgang van de 19de naar de 20ste eeuw. De gegoede burgerij die zich toen fotografisch liet vastleggen straalt een onbehaaglijk goed fatsoen uit. Achter alles gaat iets schuil. De manier waarop de mensen zijn geportretteerd barst van de hypocrisie waarin de schone schijn wordt opgehouden. Je voelt aan alles dat het echte leven er buiten is gehouden. Die treurige weemoed en de onzinnigheid ervan wordt door Nanette Kraaikamp in haar getekende wereld als een existentiële twijfel aan de ware menselijke aard getoond. Haar tekeningen roepen daardoor iets op wat ze er niet op voorhand in heeft willen leggen, maar wat toch door het houtskool en de grafiet heen zichtbaar wordt. Dat is het besef dat je niet weet en niet begrijpt hoe je waarachtig moet leven. In een groter verband is iedere individuele overweging aangaande de ethiek van het bestaan belachelijk. Desondanks kan die menselijke tekortkoming je ontroeren en van je stuk brengen. Wat Nanette Kraaikamp met enig cynisme aan de orde stelt, wordt daardoor toch aandoenlijk. De kracht van haar tekeningen bestaat eruit dat ze die gewaarwording zonder enige sentimentaliteit uitwerkt in een afwisseling van uiterste detaillering en diffuse atmosferisch aanduidingen. In haar tekeningen neemt telkens iets de overhand wat ondergeschikt lijkt aan het eigenlijke onderwerp dat erdoor wordt verdrongen, naar de achtergrond wordt verwezen. Haar figuren lijken zich daaraan te willen ontworstelen, alsof ze zich verzetten tegen de vergetelheid waaraan ze onherroepelijk ten prooi vallen.

Net zo min als de foto’s uit de eeuwwisseling van meer dan honderd jaar geleden precieze portretten zijn, kunnen haar tekeningen als zodanig worden gezien. We kijken naar lege hulzen en holle spoken die weliswaar zorgvuldig gekapt en gekleed gaan, maar die hun uiterlijk hebben verloren aan personages waaraan ze nooit herinnerd willen worden, simpelweg omdat ze zo niet zijn, omdat ze zo niet waren. Je ziet een catastrofaal vertoon aan vergankelijke kunstmatigheid. Ze vormen de littekens van een vergaan tijdperk dat zelfs niet meer door de geur van Prousts versgebakken Madeleine koekjes opnieuw tot leven gewekt kan worden. Nanette Kraaikamp is niet op zoek naar de verloren tijd, die nostalgie is haar in feite vreemd. 

Het maken van een tekening is voor Nanette Kraaikamp die ook als danseres is opgeleid eigenlijk een pas de deux. Zij is de voorwaarde waarop de tekeningen in beweging komen. En iedere keer is het een dodendans, een danse macabre waarin zij figureert als het meisje en de tekening als de dood. We kijken naar de dood en het meisje, een thema in de kunst dat door Nanette Kraaikamp dusdanig wordt gepersonifieerd dat niet zij als kunstenaar de tekening tot leven wekt, maar dat de tekening haar als kunstenaar de doodskus wil geven. Daar rukt ze zich dan met iedere tekening uit los, uit die omhelzing moet ze zich tekenend bevrijden. Dat klinkt net zo pathetisch als de danskunst wel eens kan zijn, wat weer in volkomen tegenspraak is met de bijna ontnuchterende manier waarop Nanette Kraaikamp de tekenkunst beheerst. De macht die zij in haar tekeningen over het beeld dat ze schept uitoefent, maakt haar kunst uiterst kwetsbaar. Daardoor doen haar tekeningen zich escapistisch voor. Ze zijn bevangen door de aandrift op te lossen in de tijd. Nanette Kraaikamp geeft haar tekeningen de ruimte om ongrijpbaar, onaanraakbaar en gewichtloos te zijn. Kunst kent geen gewichtige massa, alleen waarachtige hoedanigheid.

De werken van Kraaikamp zijn t/m 6 december in het Stedelijk Museum in Vianen te zien. 
Nanette Kraaikamp is aangesteld als curator Tekenkunst in een co-curatorschap met Arno Kramer bij de Kunstvereniging Diepenheim vanaf januari 2016.