Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Alles is Vloeibaar - over de aquarellen van Barthélémy Toguo

24 Mar 2018 Myrthe Meester

Van nature wil water ontmoeten, met de omgeving vervloeien, daarin wolkachtig uitwaaieren. Kunstenaar Barthélémy Toguo (Kameroen, 1967) maakt van deze eigenschappen van water dankbaar gebruik in zijn ecologische aquarellen, waarin de vervloeiing van mens en natuur centraal staat. Coexistence on Earth, zo luidt de veelzeggende titel van een recente expositie van Toguo’s werk in Zuid-Korea.

Binnen de geesteswetenschappen wordt momenteel in moeilijk doordringbaar jargon de gedachte verkondigd dat de grenzen van de mens poreus zijn, en dat er – op moleculair niveau – een onophoudelijke uitwisseling gaande is tussen alle levensvormen op aarde. Posthumanisme, zoals deze stroming zichzelf noemt, omarmt de nieuwste inzichten van biologie (leven is zichzelf organiserende materie) en informatietechnologie (leven is een stroom van data) om een alternatief voor ons huidige antropocentrische wereldbeeld te ontwikkelen, waarin niet langer de mens centraal staat, maar het Leven zelf in zijn ontelbare – onderling met elkaar verbonden – gedaanten.

 

De aquarellen van Toguo passen uitstekend binnen deze zoektocht naar een nieuwe visie op de plek van de mens in de wereld als geheel. Toguo groeide op in het West-Afrikaanse Kameroen, als zoon van een taxichauffeur en een schoonmaakster. Aangezien Kameroen geen musea of kunstacademies heeft, genoot hij de eerste jaren van zijn kunstopleiding in Ivoorkust, vijf landen ten westen van Kameroen, waar op een heel traditionele manier werd gedoceerd en nauwelijks ruimte was voor creativiteit. Na vijf jaar ‘kopieën van kopieën’ van kunstwerken uit het Louvre te hebben vervaardigd, besloot Toguo naar Europa te trekken om zijn opleiding te vervolgen, eerst in Grenoble, daarna in Düsseldorf.

 

In het Frankrijk van de jaren ‘90 lag de nadruk op conceptuele kunst en ongeremde zelfexpressie, wat Toguo inspireerde tot het organiseren van provocerende politieke performances. Pas in Düsseldorf, waar een uit de voormalige DDR overgewaaide vorm van realisme onderwezen werd, lukte het hem om de traditionele en conceptuele aspecten van zijn artistieke vorming tot een synthese te brengen. Hij begon – op een benauwd studentenkamertje – een mens zonder grenzen te aquarelleren, met zijn omgeving vervloeiend, altijd in transitie, zoals ook Toguo zelf een weidse, nomadische, uit verschillende culturen en tradities samengestelde persoonlijkheid ontwikkeld had.

In de tijd van zijn performances uitte Toguo kritiek op de voortzetting van het westerse kolonialisme in het hedendaagse Afrika en op de kapitalistische uitbuiting en vervuiling van de aarde. Eenzelfde zorg om het lijden van mens, flora en fauna doortrekt ook Toguo’s waterverfschilderijen, die daarmee niet alleen op een speelse manier de grenzen van onze verbeelding oprekken, maar tevens een dringende existentiële boodschap verkondigen. ‘Blijf de aarde trouw!’ schreef Nietzsche in Also sprach Zarathustra uit 1885, een uitspraak die Toguo hartstochtelijk zou beamen, want – zo laten zijn schilderijen zien – die aarde ben je zelf, die aarde zijn we samen.

Hieronder volgen enkele afbeeldingen van zijn werk met korte overpeinzingen. 
Als we ademen, nemen we zuurstof in ons op die wordt voortgebracht door planten en bomen. Als we plantaardig voedsel eten, worden glucose en zetmeel, die een plant via fotosynthese heeft aangemaakt, een deel van ons lichaam. Zo worden we zelf een beetje plant. Andersom ademen wij koolstofdioxide uit, die planten en bomen in zich opnemen om er opnieuw zuurstof en glucose van te maken. Planten worden op die manier ook een beetje mens. Toguo heeft de ‘plantwording van mensen’ en ‘menswording van planten’ veelvuldig geïllustreerd. Zo laat hij een boompje groeien uit een menselijk hoofd, waarvan de wortels zich een weg door de schedel boren en binnendringen in de opengesperde mond, en groeien er op een andere aquarel blaadjes uit groengekleurde menselijke longen.

Veel van Toguo’s figuren worden gekweld door minuscule spijkertjes die uit hun schedel en ledematen steken. Ze doen me denken aan een uitspraak van Clarice Lispector, een Braziliaanse schrijfster, over de angst die onlosmakelijk met het leven verbonden is: ‘Wat leeft krimpt ineen omdat het leeft’. Leven is materie die op drift is geraakt en obsessief probeert een blijvende eenheid te vormen tegenover de inerte oersoep waaruit het zich heeft losgemaakt. Overleven is zo gezien een permanent proberen te ontkomen aan de dood die ons overal omringt. Maar juist omdat we sterfelijk zijn, betekent leven: in beweging zijn, relaties aangaan, hartstochtelijk streven. ‘Er is altijd een verband tussen lijden en extase,’ licht Toguo in een interview toe. Vandaar dat gruwelijke spijkertjes prima met levenslustige gebaren en erotische omarmingen kunnen samengaan.

Ieder levend wezen is een erotisch wezen, aldus bioloog Andreas Weber, een wezen dat verlangt en voor wie ‘elke flinter van de werkelijkheid een boodschap bevat, een antwoord op de ongeruste vraag of zijn voortbestaan het volgende moment zal worden bevorderd of belemmerd.’

Ieder levend wezen hapt gulzig naar voedsel, naar licht, lucht en liefde, zoals een pasgeboren baby naar de borst. Zal de wereld een reservoir vol voedingsstoffen voor hem zijn, een weide vol uitnodigende moederlijke tepels, of een lege woestijn die hem hunkerend achterlaat, bloedend van onvervuld levensverlangen?

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl