Image

Antros met solastalgia

15 Jun 2018 Romy Holweg

Hoe Ruben Jacobs met 'De Steen van het Antropoceen' een metafoor vond voor ons probleem.

“De steen staat voor mij symbool voor een artistieke houding naar de wereld die in de realiteit van het Antropoceen verder gestalte krijgt. Deze artistieke houding wordt gekarakteriseerd door een hernieuwde samenkomst tussen de wereld van het verklaren (wetenschap) en de wereld van het verbeelden (kunst).”

Het klimaat. Het blijft geen gemakkelijk onderwerp om aan te snijden tijdens de koffie of in de kroeg. Smeltende ijskappen, een stijgende zeespiegel of het alsmaar groter wordende gat in de ozonlaag zorgen in eerste instantie vooral voor stress en paniek. Factoren die ervoor zorgen dat we dit onderwerp dan ook het liefst vermijden. Daarnaast is het voor velen ook een behoorlijke ver-van-mijn-bed-show; de problematiek is nou eenmaal niet te vinden in ons dagelijks leven en voor nieuwsberichten hebben we zowel ons hart als ons hoofd vakkundig afgesloten.

Er zijn echter ook veel mensen die een fris tegengeluid laten horen. Ruben Jacobs (1984) is er daar een van. Jacobs studeerde Kunst & Economie en Cultuursociologie en is naast freelance journalist momenteel docent Cultuursociologie en Filosofie en onderzoeker aan de HKU. Hij sprak in Nest Den Haag ter ere van de opening van het Designkwartier. Samen met Satellietgroep had Nest een programma opgezet (bestaande uit een expositie en meerdere lezingen) getiteld Uptime (1 t/m 3 juni). Een weekend lang stond Uptime in het teken van makers die huidige denksystemen bevragen en collectieve waarheden laten wankelen, want de toekomst vraagt om radicaal andere systemen.

Jacobs is hier naar aanleiding van zijn nog te verschijnen boek Artonauten. Op expeditie in het Antropoceen. Het boek begint met een vondst van zeevaarder Charles Moore op Kamilo Beach in Hawaii in 2006: een sculptuurachtig gesteente bestaande uit onder meer gestolde lava, schelpen maar ook stukken visnet. Dit zogenoemde plastiglomeraat bestaat uit ‘plastic’ en ‘glomeraat’ (geologische naam voor aaneen gedikt sediment) en is een unieke samenkomst van cultuur en natuur. De steen luidt volgens Jacobs het begin in van een nieuw geologisch tijdperk: het Antropoceen. ´Antropo´ Grieks voor mens, en ´ceen´ een wetenschappelijke aanduiding voor een geologisch tijdvak, oftewel het tijdperk van de dominante en overheersende mens.

Niet iedereen is van mening dat deze term geschikt is om de planetaire conditie van de 21e eeuw te beschrijven. Met name binnen de sociale wetenschappen zijn tegengeluiden te horen. Allereerst zou de term averechts werken en de mens niet bewust maken van haar kracht op de aarde, maar juist haar ego strelen en grootheidswaanzin oproepen. Daarnaast is het te makkelijk om je niet verantwoordelijk te voelen wanneer een algemeenheid als ‘de mens’ wordt aangesproken. Typisch geval van ‘de ander lost het wel op’. Of zoals Jacobs het verwoordde: “Door de ‘mensheid’ als universeel geheel op te voeren en als geheel verantwoordelijk te stellen, blijft de specifieke vorm van productie en consumptie die eigen is aan de laat-kapitalistische logica, dus buiten beeld.” Alternatieve termen bleken echter ook niet allesomvattend. Kapitaloceen? Plasticeen? Alle benoemen zij slechts kenmerken die ons huidig bestaan typeren, niet het grootste probleem waar wij tegenover staan: het besef dat de mens zélf een geofysische kracht is geworden.

Toen in 2017 de orkaan Ophelia aan land kwam in Ierland, werden veel Westerse landen wakker geschud. Het was een aardse kracht waar wij al wel wat van wisten, maar die wij nog nooit van zo dichtbij hadden meegemaakt. ‘Moeder aarde’ was veranderd in een ‘crazy bitch’. Zulke ruige weerpatronen zijn wij niet gewend in ons goedgeregelde Westen. Doordat de orkaan naast blikschade ook een aantal levens eiste, vielen we bijna weer terug in een romantische houding ten opzichte van die overweldigende en nietsontziende natuur. Dit leidt uiteindelijk wel tot een nieuwe cultuurvisie waaruit vervolgens het bloedmooie ‘solastalgia’ voortkomt: het missen van je omgeving. De samenloop van deze omstandigheden laat zowel onze liefde als onze angst voor de natuur zien; we willen haar bedwingen, enerzijds vanuit antropologisch egocentrisme, anderzijds vanuit een diep schuilende angst voor de oerkrachten die zij herbergt. Maar daarnaast is het deze natuur die onze omgeving vormt waarin wij ons thuis voelen. Iets waar we naar kunnen verlangen.

Er is tot dusver geen oplossing gevonden voor dit 'probleem'. Een positief punt dat hier uit voortkomt is dat er een transdisciplinaire discussie ontstaat; wetenschappers, filosofen, sociologen, ecologen en zelfs kunstenaars doen mee. Niemand ontkomt aan dit debat. En dat moet men ook niet willen. Op deze hernieuwde discussie over de mens en haar rol op (of waardering van) de aarde volgt de conclusie dat niet de aarde, niet de mens, maar de relatie onderling van belang is. 

Het plastiglomoraat is hier een goed voorbeeld van. Als Moore een aantal jaar na de ontdekking van de gesteenten tijdens een gastlezing over zijn vondst vertelt, raakt de aanwezige beeldend kunstenaar Kelly Jazvac mateloos gefascineerd. Na afloop benadert ze Moore en samen met geoloog Patricia Corcoran gaan ze in 2012 naar Hawaii om een grote hoeveelheid stenen te verzamelen. Het gesteente wordt door Jazvac tentoongesteld als ‘ready made sculpture’, ze bombardeert de steen tot kunstwerk. Deze zet van Jazvac verwijst in zekere zin terug naar de revolutie binnen de kunst van de 20e eeuw. Kunst gaat sinds Marcel Duchamp in 1917 met Fountain aan kwam zetten niet meer zozeer om het object, maar om het idee erachter. Kunst is tot volledig zelfbewustzijn gekomen.

In het geval van het plastiglomeraat ligt het net wat anders. “Het gaat immers niet meer om een door de mens gecreëerd object ten toon te stellen (wc-pot), maar om een object dat het resultaat is van een planetaire wisselwerking tussen menselijk consumptiegedrag en geologische processen.” De betreffende artefacten zijn niet gevormd door toedoen van menselijke handen (menselijk handelen staat open voor discussie). Het laat zien dat de mens geen alleenrecht heeft op creativiteit en dat het op elk artefact toepasbaar is wat in relatie staat tot iets anders. De stenen die tevens de aanleiding voor het boek vormden, bleken een wonderlijke metafoor voor de heersende situatie.

“Thinking like a Mountain”, zo schrijft Aldo Leopold in ‘A Sand Country Almanac’ waarin het land rondom het huis van de auteur wordt beschreven en hij in zijn essays verder ingaat op het idee van ´land ethic´; de verantwoordelijke relatie bestaande tussen mensen en het land dat zij bewonen. Een moeilijke opgave om je als uiterst zelfbewust organisme voor te stellen hoe je als een 'levenloos' object moet denken. In het boek wordt echter verder toegelicht dat het gebruiken van al je zintuigen hiervoor een relatief makkelijke basis is. Door je over te geven aan prikkels en indrukken kun je proberen om in deze zogenoemde ‘pre-subjectieve staat’ te komen. Om dit te illustreren liet Jacobs ons genieten van Becoming Ocean, een stuk van John Luther Adams waarin drie orkesten middels haast tektonisch geluid de zee nabootsen. Echt melodisch is het stuk niet te noemen, maar het doet een beroep op een oerkracht die ook in de mens schuilt. Het wil ons terug brengen naar onze basis, onze kern.

Hoe de dominante mens, in een tijdperk van het Antropoceen en door Freud gedefragmenteerd in enkel het Ego, het Superego en de Ik (ik, ik en nog eens ik), kan terugkeren naar een pre-subjectieve staat, klinkt even onwaarschijnlijk en tegenstrijdig als proberen te bestaan vóór je subjectiviteit. Echter, en hier kunnen we het alleen maar met Jacobs eens zijn, we moeten op z'n minst de energie hebben een poging te wagen. Ecologische kwesties als deze moeten niet worden weggeschoven, maar tegelijkertijd ook niet zorgen voor een overweldigende depressiviteit en hopeloosheid. Jacobs benadert de kwestie naar eigen zeggen noch als pessimist, noch als optimist, noch als realist. Hij pleit voor speelse ernst: “Ik wil het monster in de bek kijken, maar niet verlammen, speels blijven. Ik ben op zoek naar een zingevend perspectief, een dat gegrond is in aards realisme. Een perspectief waarbij mijn geest niet alleen oog heeft voor alle destructie om zich heen, maar ook voor schoonheid en vitaliteit. Zowel verwondering als afschuw.”

De boodschap die hij wil overbrengen, is om deze kwestie juist te bekijken in al haar complexiteit en vanuit vele facetten te benaderen. Een transdisciplinaire discussie is al een stap in de goede richting, maar een allesomvattende oplossing is helaas te makkelijk gedacht. Al betekent dit niet dat we het dan niet moeten proberen. En met dit verfrissende perspectief op een tamelijk uitgemolken, maar levensbelangrijke problematiek, voorziet Jacobs ons in een schamele dertig minuten van een hernieuwde motivatie om een beetje beter ons best te doen. Want als wij allen wat liever zijn voor de ‘crazy bitch’ zal zij ons verlossen van onze solastalgia.

Deze lezing was onderdeel van het weekend Uptime in Nest in samenwerking met Satellietgroep. Klik hier voor meer info.