Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Atelierbezoek: Albert Van der Weide - Wie niets kan, kan alles

06-09-2019 Alex de Vries

Kunstenaar Albert Van Der Weide (Meppel 1949) heeft sinds 1976 een multidisciplinaire praktijk. Hij heeft bijna alles omarmd wat er in het kunstenaarschap op zijn pad kwam. Waarmee hij zich ook in zijn onderhoud voorziet, het maakt deel uit van zijn bestaan als kunstenaar. Hij tekent, maakt sculpturen, foto’s en installaties, regisseert, choreografeert, musiceert, leest, schrijft, filmt, geeft les, maakt beleid, reist, voert performances uit, is curator en doet nog veel meer. Zijn veelzijdige talent werd gestimuleerd tijdens zijn opleiding tussen 1970 en 1975 aan de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem, het huidige ArtEZ. Daar leerde hij dat voor wie niets kan, alles mogelijk is.

Daar leerde hij dat voor wie niets kan, alles mogelijk is.

Jeugd
Vanuit een iets andere invalshoek kun je zeggen dat Albert Van der Weide overal goed in is. Het kunstenaarschap is hem aangeboren. In zijn jeugd werd hem niets in de weg gelegd als hij zat te tekenen, boetseren en schilderen of op een andere manier aan zijn creativiteit uiting gaf. De ouders van Albert Van Der Weide wisten nauwelijks wat een kunstacademie was, maar legden hun zoon geen strobreed in de weg toen hij in Arnhem wilde gaan studeren. Hij was onder de indruk van het Rietveldgebouw en vond de studieopbouw aantrekkelijk vanwege zijn veelzijdige belangstelling. De gelijkwaardige verhouding tussen beeldende kunst en vormgeving sprak hem daarom aan. Het was in Arnhem niet stoffig en bruin, maar avontuurlijk, helder en transparant. Naast lessen binnen de afdeling autonome beeldende kunst was er in het programma een aanbod met literatuur, film, muziek en mode. Hij volgde deze lessen gepassioneerd.   

Zijn vriendin uit Meppel en latere echtgenote de kunsthistorica en publiciste Dr. Marga van Mechelen ging kunstgeschiedenis in Nijmegen en Groningen studeren waardoor hij in aanraking kwam met kritisch academisch kunsthistorisch onderzoek. Daaraan kon hij zijn werk spiegelen en zich er ook tegen af zetten. 

Na de academie
“Na de academie besloot ik me niet direct te conformeren aan het traditionele galerie- en museumwezen,” zegt Albert Van der Weide. ‘’Ik ging ook niet, zoals toen gangbaar was, gebruik maken van de Beeldende Kunstenaars Regeling, maar nam een baantje als inspiciënt bij het Arnhemse dansgezelschap Introdans, waar ik later ook als choreograaf en decorontwerper ging werken. Ik wilde mijn kunstenaarschap zelf uitvinden”.

1.	Goede Hoop. Zuid Afrika en Nederland vanaf 1600. Rijksmuseum Amsterdam 2017
1. Goede Hoop. Zuid Afrika en Nederland vanaf 1600. Rijksmuseum Amsterdam 2017

 

Jaren ’70 & ‘80
Zijn eerste openbare performance ‘Zuid-Afrika’ voerde hij op 9 november 1977 uit in De Appel Amsterdam. Hij stelde zich in de presentatieruimte op en gaf iedereen bij binnenkomst een hand die hij zwart had gemaakt. Wie hem een hand gaf, veel bezoekers weigerden dat, werd bevlekt. Het was een dubbelzinnig werk omdat het oproept tot solidariteit met de mensen die lijden onder apartheid én je medeplichtig maakt aan die apartheid: je maakt vuile handen.  Het is een typerend werk, omdat het laat zien dat het Albert Van Der Weide menens is en tegelijkertijd probeert hij er een lichte, uitnodigende vorm voor te vinden. Albert Van Der Weide laat zich niet voorstaan op zijn kunstenaarschap. Hij leidt, zoals zoveel kunstenaars,  een ‘gewoon’ leven met zijn echtgenote, kinderen en kleinkinderen. 

Vanuit zijn kunstenaarschap verbindt hij zich met maatschappelijke onderwerpen of dat nu dicht bij huis is of daar ver vandaan. Eind jaren zeventig werkte hij als kunstenaar voor de Nederlandse pressiebeweging de Boycot Outspan Actie die een economische boycot als middel zag om in Zuid-Afrika de Apartheid af te schaffen. Hij verbond zich ook als kunstenaar aan de Molukse emancipatiebeweging Gerakan Pattimura. De Molukse bevolking was onder zware politieke druk naar Nederland gekomen en leefde verdeeld over Nederland in speciale wijken en kampen. Van Der Weide werd indringend geconfronteerd met de effecten van het kolonialisme. Voor beide organisaties maakte hij affiches, boekomslagen, installaties en voerde performances uit. Vanaf 1979 ging hij zijn werk documenteren in een reeks uniforme publicaties onder de titel ‘Reflecties’. Deze serie bestond uit performances, sculpturen en installaties waarin de spiegel als object een rol speelde om te benadrukken dat het van belang was om over de wereld na te denken, om te reflecteren op machtsverhoudingen, persoonlijke verantwoordelijkheid en de betekenis van de verbeelding in het leven. De spiegel heeft bij hem de vorm van twee mensen die elkaar in de ogen kijken om na te gaan wat ze in de ander herkennen. Het is een voorstel om je ontvankelijk te tonen. De sociale en politieke component is altijd, prominent of onderhuids, aanwezig in het werk van Albert van Der Weide. Zijn onderwerp is in feite de machtsverhouding tussen mensen. Hij reikt daar een alternatief voor aan met de slogan ‘Alle Macht Aan de Kunst’ die hij in 1986 bedacht als onderdeel van een installatie in De Appel. Hij bedoelt die uitspraak bloedserieus vanuit de wetenschap dat in directe zin kunst over geen enkele macht beschikt en alleen als zodanig functioneert als het kunstwerk als een instrument wordt ingezet. Dan is het feite geen onafhankelijke, zelfstandige kracht meer, maar krijgt het een door anderen gemanipuleerde functie. De kracht van de vrije kunst ten opzichte van de maatschappelijke en politieke verwachtingen die eraan worden gesteld, is zijn uitgangspunt voor werk dat het bestaan en de wereld bevraagt. 

Het is een voorstel om je ontvankelijk te tonen.

2.	This Place. Spotkania Krakowskie. Krakau Polen 1981
2. This Place. Spotkania Krakowskie. Krakau Polen 1981

 

Performance werk
De positie van Albert Van der Weide in de performancekunst van de jaren zeventig en tachtig onderscheidde zich door zijn activistische, politieke stellingname waarvoor hij een krachtige beeldende vertaling vond – het schudden van een hand, het gaan zitten op een stoel -  die hij op een luchtige manier toegankelijk wist te maken. Hoewel zijn onderwerpen zwaar kunnen zijn, is zijn werk nooit zwaarwichtig. Het gaat erom dat waar hij ook is hij een werk voor de wereld maakt. Van Der Weide: “Ik ben er weliswaar trots op dat mijn werk op de voor de kunst belangwekkende plekken aangekocht is en te zien is geweest, maar ik ben ervan overtuigd dat kunst niet alleen in een topsegment moet functioneren. Kunst moet juist aansluiting vinden bij het leven van alledag, bij mensen die zich er niet beroepshalve mee bezighouden. Desalniettemin neem ik als kunstenaar altijd mijn eigen beslissingen en sta voor de zelfstandige aanwezigheid van mijn werk in de wereld.”

Opvallend is dat het werk van Albert Van Der Weide een lange geldigheid heeft en dat er beelden zijn die hij steeds opnieuw inzet om opnieuw zijn positie in de wereld te bepalen. In 1981 maakte hij voor een manifestatie in Krakau Polen en later in Berlijn de performance ‘This Place’ waarin hij het aspect tijd in verband bracht met tastbare aanwezigheid tegenover voelbare afwezigheid. Van Der Weide: “Ik plaatste twee stoelen tegenover elkaar waarvan er een op een glasplaat stond. Ik liep uiterst langzaam naar die stoel en ging erop zitten waardoor de glasplaat brak.” ‘This Place’ was daardoor voor al ‘Displace’. Deze performance werkte hij uit tot een sculptuur. 

6.	Moment. Museum Kröller Müller Otterlo 1997-heden
6. Moment. Museum Kröller Müller Otterlo 1997-heden
 

Twaalf jaar na die performances kocht het Museum Kröller-Müller in 1997 voor het beeldenpark zijn sculptuur ‘Moment’ aan, twee bronzen stoelen waarvan er een op een fundament van graniet staat. Het is een veelgebruikte sculptuur. Anders dan bij veel andere beeldhouwwerken mag je op deze stoelen gaan zitten. Sterker nog dat is de bedoeling, mocht je dat willen. De vraag is wie waar gaat zitten. Wie kiest de stoel op de verhoging en wie zit iets lager? Wie voelt zich waar comfortabel bij? 

13.	Gerrit Rietveld Academie 1999
13. Gerrit Rietveld Academie 1999


Werken in het kunstonderwijs
Zelf was Albert Van Der Weide inmiddels op een andere stoel gaan zitten. Zijn atelier had hij verruild voor directiekamers en vergaderzalen. Tussen 1996 en 2010 had hij leidinggevende en bestuurlijke functies in het kunstonderwijs aan de Rietveld Academie in Amsterdam, de Academie Minerva in Groningen en de Willem De Kooning Academie in Rotterdam. Hij ziet die vijftien intensieve jaren in het kunstonderwijs niet als een onderbreking van zijn kunstenaarschap, maar als een intensivering ervan. De ervaringen uit die tijd gebruikt hij nu veelvuldig in het maken van nieuw werk, in zijn talloze samenwerkingen met andere kunstenaars in binnen- en buitenland, in het maken van tentoonstellingen en het schrijven van artikelen en columns op uiteenlopende media. Hij heeft de afgelopen jaren kunstenaarsportretten geschreven van kunstenaars die hij als docent en bestuurder heeft leren kennen in het kunstonderwijs. Deze portretten maken deel uit van zijn column ‘De Constructie Van De Wereld’. De veelzijdigheid van Albert Van der Weide blijkt uit de variatie aan onderwerpen die hij in zijn columns aansnijdt. Alles wat er in zijn wereld gebeurt, kan aanleiding zijn om er een bespiegeling aan te wijden, waarbij de beeldende kracht van gebeurtenissen een terugkerende kwaliteit is. Hij heeft inmiddels 134 van dergelijke artikelen geschreven voor de website http://www.kunstencultuurkaart.nl/arnhem/. 

Wie kiest de stoel op de verhoging en wie zit iets lager? Wie voelt zich waar comfortabel bij? 

Huidig werk
Na zijn periode in het kunstonderwijs als bestuurder opende Albert Van Der Weide weer een atelier en ging zijn kunstpraktijk weer fulltime op zich nemen. Het huidige atelier van Albert Van der Weide op de bovenste verdieping van zijn huis kijkt uit op de kruinen van de bomen in zijn tuin die hij bijna aan kan raken. Het is alsof hij die uitzonderlijke blik op het gekende ook hanteert in zijn beeldende kijk op het bestaan om iets ongekends aan te tonen. Eventueel hier een vergelijking met een werk van hem dat dit doet?  

5.	Lust & Life 2019
5. Lust & Life 2019
 
10.	Draaiboek 3. Epen, Voeren, Brussel 2017
10. Draaiboek 3. Epen, Voeren, Brussel 2017
 

Kenmerkend voor zijn werk is dat hij alledaagse gebeurtenissen en voorwerpen transformeert naar kunstwerken.

Voor Albert Van Der Weide is het kunstenaarschap een dagelijkse oefening in verbeelding. Hij doet dat in de eerste plaats door elke dag meerdere tekeningen te maken. Het is de rode draad in zijn bijna 45-jarige loopbaan. Zijn tekeningen zijn in hun directheid en eenvoud onmiddellijk als die van hem herkenbaar. Het zijn scherpe lijntekeningen in zwart-wit met soms steunkleuren. Zijn tekeningen zijn de basis van zijn kunstenaarschap. Zoals de conceptueel kunstenaar Lawrence Weiner ideeën voor beeldende kunst als korte teksten presenteert, zo doet Van Der Weide dat in tekeningen: ze zijn meteen een mogelijke, beeldende uitvoering van het idee dat ook op andere manieren kan worden uitgewerkt. Albert Van Der Weide kun je geen conceptueel kunstenaar noemen, maar hij verhoudt zich tot die werkwijze alsof hij de conceptuele kunst zelf heeft uitgevonden, alleen in een parallel universum van de beeldende kunst. 

Zijn maatschappelijke betrokkenheid die in de jaren zeventig nog zo direct aan de politieke situatie was ontleend, heeft inmiddels vooral een humanistisch karakter. Waar hij ook is op de wereld, hij brengt met de mensen die hij ontmoet beelden tot stand die hij alleen niet kan maken en toch is er niemand anders verantwoordelijk voor dan hijzelf. En nog altijd werkt hij als beeldend kunstenaar zelfstandig en met anderen in volstrekt uiteenlopende disciplines: journalistiek, nieuwe muziek, literatuur, film, filosofie, theater. 

Het is wel altijd een persoonlijke aangelegenheid: hij betrekt de kunst op zijn persoonlijk leven en vice versa. Een goed voorbeeld daarvan is zijn project in de periode november 2016-november 2017 over het Arnhemse Park Sonsbeek waar hij op een steenworp afstand vandaan woont. Hij koos het park ook vanuit zijn belangstelling voor de inrichting en kwaliteit van de openbare- en publieke ruimte. Door er dagelijks te komen vatte hij het idee op om zijn waarnemingen en ervaringen daar als uitgangpunt te nemen voor tekeningen - hij maakte er in totaal 1006 uit het hoofd -, korte TV documentaires, exposities enzovoort. Hij deed daarvan een jaar lang verslag op de sociale media. 

Zijn atelier en de wereld liggen dus in elkaars verlengde, overlappen elkaar soms. Het maken van kunst is zijn dagelijks werk. Het ontwikkelt zich vanuit zijn nieuwsgierigheid, ambitie en het verlangen naar wat er nog komen moet. Nog gezien en getoond moet worden. Hij zegt in dit verband: “Ik ben kunstenaar vanuit persoonlijke noodzaak, betrokkenheid en overtuiging. Welaan, Alle Macht Aan De Kunst. Ha…”

 

www.albertvanderweide.eu
www.kunstencultuurkaart.nl/arnhem
www.albertsonsbeek.nl

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl