Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Atelierbezoek: Carel Blotkamp - Lichtvoetige ernst

07-12-2019 Alex de Vries

In 1976 had Carel Blotkamp (Zeist, 1945) zijn eerste tentoonstelling. Onder de titel ‘nPM’ exposeerde hij enkele schilderijen en werken op papier in de galerie van Albert Waalkens, een oude koeienstal in Finsterwolde. Hij was toen 31 en had al als kunstcriticus naam gemaakt met artikelen die hij vanaf 1967 schreef voor Vrij Nederland. Na een studie kunstgeschiedenis (1963-1968) in Utrecht, doceerde hij daar vanaf 1969 geschiedenis van de moderne kunst. In 1982 werd hij hoogleraar kunstgeschiedenis van de nieuwste tijd aan de Vrije Universiteit Amsterdam en in 2007 ging hij met emeritaat. Hij heeft altijd de balans tussen zijn werk als kunsthistoricus en als kunstenaar bewaakt. Hij had als hoogleraar aan de VU een halve aanstelling om voldoende tijd voor zijn kunstpraktijk te hebben. Sinds 2007 besteedt hij er nog meer tijd aan. Altijd heeft in zijn kunstpraktijk de kunstgeschiedenis als een belangrijke inspiratiebron gefungeerd.
 

Atelieropname, 2016
Atelieropname, 2016


Er is aan het atelier van Carel Blotkamp in de Utrechtse spoorzone niet af te zien dat zijn universitaire loopbaan hem heeft verhinderd zich als kunstenaar te ontwikkelen. Het tegendeel is het geval. Oppervlakkig gezien onderscheidt zijn werkruimte zich nauwelijks van andere kunstenaarsateliers. Overal staan oude werken, nieuwe en werken in ontwikkeling door elkaar heen, er hangen plaatjes aan de muur – van reproducties tot krantenknipsels, van ansichtkaarten tot een cartoon van Gummbah – er staan kunstboeken in de kast en hij serveert zijn bezoek filterkoffie met een ‘winterpunt’, eerder ook wel ‘skipunt’ genoemd, een slagroomgebakje met meringue, kersengelei en een gekonfijte kers. 
Als je door die eerste indruk heen kijkt, zie je dat hij een specifieke interesse aan de dag legt voor betekenisvolle werken uit de kunstgeschiedenis. Dat begint al met een nogal groot zelfportret uit 1965 dat aan de muur hangt waarop hij zichzelf driekwart heeft afgebeeld. In spiegelbeeld is een deel van de naam van de Amerikaanse graficus en beeldhouwer Leonard Baskin (1922-2000) te lezen, ontleend aan de affiche voor de tentoonstelling die Baskin in 1961 in Museum Boijmans Van Beuningen had.

Als je door die eerste indruk heen kijkt, zie je dat hij een specifieke interesse aan de dag legt voor betekenisvolle werken uit de kunstgeschiedenis.

Blotkamp: “Waar veel kunstenaars worden geïnspireerd door de natuur, is mijn interessegebied nu eenmaal de kunst zelf, waarbij ik put uit de hele kunstgeschiedenis. Het gaat me daarbij niet alleen om wat er te zien is, maar vooral ook om reputatie of de mythe die er omheen hangt. Ik bewerk wat door andere kunstenaars is gemaakt, maar dat doe ik niet om hun werk te bevestigen. Het is geen theoretische exercitie, maar een visuele. Het draait er voor mij om – al is dat misschien projectie achteraf – om de discrepantie tussen wat je ziet en de theorie daaromtrent. Met mijn werk leg ik daar een sluier over, of ik zet er een streep onder, of een streep doorheen.”

De krachten der natuur, 1968, olieverf op bedrukt papier, 51 x 51 cm
De krachten der natuur, 1968, olieverf op bedrukt papier, 51 x 51 cm


Al op het gymnasium in Zeist was Carel Blotkamp actief met de hedendaagse kunst bezig. Hij was lid van de ‘Mudeten’, een schoolclub die zich wijdde aan muziek, declamatie en tentoonstellingen. Daarmee bezocht hij als vijftienjarige in 1960 bijvoorbeeld de tentoonstelling ‘De Bange Jaren 30’ in het Gemeentemuseum in Arnhem gewijd aan het werk van kunstenaars als Carel Willink en Pyke Koch. Hij schreef over kunst voor de schoolkrant en deed interviews met mensen als Willink, Jef Diederen en Willem Sandberg. Vanaf de vierde klas van het gymnasium volgde hij ook een avond- en zaterdagcursus schilderen en tekenen aan Artibus in Utrecht. Hij herinnert zich de docent Rien Goenée (1929-2013) die stilleven doceerde en bekend stond om zijn vrije manier van lesgeven. Carel Blotkamp: “Ik heb mijn opleiding tot kunstenaar niet aan een kunstacademie gevolgd, maar heb me het kunstenaarschap parallel aan mijn academische studie eigen gemaakt. Het contact met kunstenaars is de belangrijkste leerschool voor me geweest, met Pyke Koch en Peter Struycken als belangrijkste leermeesters. Je leert toch het meeste van hoe andere kunstenaars het aanpakken. Dat deden Gauguin en Van Gogh in de negentiende eeuw ook. Vanaf 1967 vind ik mijn werk toonbaar.”

nPM I, 1972-1974, olieverf op doek, 113 x 113 cm, particuliere collectie
nPM I, 1972-1974, olieverf op doek, 113 x 113 cm, particuliere collectie


Wat opvalt aan het werk van Carel Blotkamp is dat hij niet alleen de kunst, de opvattingen en het werk van andere kunstenaars aan de orde stelt, maar ook zichzelf beeldend bevraagt op zijn kennis en interpretaties van de kunst. Al heel vroeg maakte hij een aan Mondriaan refererend werk. Blotkamp: “Dat was ‘De krachten der natuur I’ uit 1967, drijvende vlakjes op een vijver van Monet. In 1972-1974 maakte ik ‘nPM I’ dat voor het eerst werd getoond bij Waalkens in Finsterwolde in 1976. Ik probeerde zoveel mogelijk de textuur van Mondriaans schilderij te benaderen.”

Wat opvalt aan het werk van Carel Blotkamp is dat hij niet alleen de kunst, de opvattingen en het werk van andere kunstenaars aan de orde stelt, maar ook zichzelf beeldend bevraagt op zijn kennis en interpretaties van de kunst.

Het schilderij ‘nPM I’ was gebaseerd op het werk ‘Ruitvormige compositie met vier gele lijnen‘ uit 1933 van Piet Mondriaan dat in het Kunstmuseum Den Haag hangt. In Blotkamps schilderij zijn het vier groene lijnen: “Ik maakte dat vanuit mijn persoonlijke belangstelling. Zou het schilderij een vergelijkbare werking hebben als het groene lijnen zou bevatten, een kleur die Piet Mondriaan had afgezworen. In 1966 was er in Den Haag een grote Mondriaan tentoonstelling geweest en daar kwamen dat soort vragen over zijn dogmatische benadering bij me op die ik ook praktisch ging toetsen. Die fascinatie voor Mondriaan was natuurlijk niet toevallig, want later heb ik een groot deel van mijn leven gewijd aan kunsthistorische studies naar zijn leven en werk en ook als kunstenaar heb ik vaker werk gemaakt als een beeldend commentaar op zijn schilderijen. Het is overigens niet alleen een verduidelijking van wat ik zie, maar ook een manier om na te gaan wat houdbaar blijft als je voor andere oplossingen kiest dan de zijne. Het is me er als kunstenaar om te doen dat ik me uitspreek over mijn verhouding tot andere kunstenaars, soms vanuit bewondering, maar ook vanuit andere overwegingen.” Tijdens zijn studie was Blotkamp onder de indruk van lector Jan Emmens (1924-1971) die zowel dichter als kunsthistoricus was. “Dat was iemand die zelf iets kon maken én over kunst kon schrijven, als het moest met een zekere ironie. Vooral dat laatste sprak me aan en is terug te zien in mijn werk als kunstenaar.”

EGO (groot), 2015, installatie in Galerie Kuub, Utrecht, 28 kleine paillettenwerken en bedrukt papier op zwart karton, ca 335 x 910 cm
EGO (groot), 2015, installatie in Galerie Kuub, Utrecht, 28 kleine paillettenwerken en bedrukt papier op zwart karton, ca 335 x 910 cm


Typerend voor het werk van Carel Blotkamp is dat hij regelmatig de uitgangspunten van andere kunstenaars pootje licht. Zelf noemt hij het liever ‘stalken’. Hij ontheiligt hun status en stelt zijn eigen ontzag voor wat kunstenaars maken ter discussie. Het gaat niet alleen over hoe de kunst eruitziet, maar ook over wat anderen over de kunstenaar en zijn kunst zeggen en schrijven. Blotkamp: “Het gaat dus over de receptie- en reputatiegeschiedenis. Bij mijn eerste expositie bij Waalkens, die overigens – zoals het een boerenbedrijf betaamt – van zonsopgang tot zonsondergang open was – sprak ik een vrouw die zelf streng in de Mondriaanleer was en die mijn werk met groene strepen vreselijk vond. Ze had zelfs om mijn gebrek aan eerbied voor Mondriaan moeten huilen. Ik herinner me dat het me een geweldige kick gaf dat mijn werk zo'n effect had op iemand. Misschien is het daar wel allemaal begonnen. Dat heilig verklaren van de kunstenaar en wat hij maakt, is iets wat ik in mijn werk aan de orde stel.”

Het gaat niet alleen over hoe de kunst eruitziet, maar ook over wat anderen over de kunstenaar en zijn kunst zeggen en schrijven.

In 2016 zei Blotkamp tijdens een lezing bij Kunstcentrum Kuub in Utrecht dat er in zijn werk ‘een zekere mate van agressie’ zit. Misschien is dat te verklaren uit het feit dat hij als kunstcriticus genuanceerd en gesteund door verifieerbare bronnen uitspraken over kunst en kunstenaars doet. Als kunstenaar kan hij vrijer laten zien wat het werk van anderen bij hem teweegbrengt. Die agressie zit hem niet alleen in de inhoudelijke vragen die hij met zijn werk stelt, maar ook in het materiaalgebruik, zeker sinds hij vanaf ongeveer 2002 - hij maakt in die tijd het bijna blasfemische ‘Blavatsky in Las Vegas II’ - nauwelijks nog schildert, maar vooral composities met glimmende pailletten in elkaar plakt. Blotkamp: “Naast mijn serieuze interesse voor de kunst, heb ik ook een hang naar kitsch. Dat zie je niet alleen terug in sommige onderwerpen van mijn werk, maar zeker ook in het materiaalgebruik.”

UND, 1977-1980, lakverf op doek op hout, 30 x 90 cm
UND, 1977-1980, lakverf op doek op hout, 30 x 90 cm


Je kunt ermee lachen, met het werk van Carel Blotkamp, maar het vergt wel een behoorlijke mate van voorkennis. Niet alle verwijzingen zijn meteen helder, terwijl het er soms ook erg dik bovenop ligt. In ieder geval zoekt hij in zijn werk een lichtvoetige omgang met de kunst hoeveel ernst het hem ook is. De stemming van zijn werk kent uiteenlopende gradaties. Dat geldt ook voor het gebruik van tekst in zijn werk. De serie werken die hij maakte met drieletterige woorden zoals TAT en TOT, ZIN, ZEN en ZON, BIS en ZUM, UND en NUR zijn vooral persoonlijke statements over de betekenis van woorden die nooit weg te cijferen is. De leesbaarheid van de teksten is bij hem vaak half verborgen, wat hij in zijn tentoonstelling ‘HIDDEN’ in 1996 benadrukte. Er is een voortdurende kruisbestuiving tussen de teksten en de manier waarop hij ze verbeeldt. Vaak zijn uitspraken slechts half leesbaar zodat er andere mogelijkheden doorheen schemeren voor de betekenis ervan. De symmetrie van het beeld, de typografische variaties, de soms kalligrafische uitwerking, het spiegelschrift, de vreemde talen, de aforismen: ze getuigen van een mateloze fascinatie voor de gelaagdheid van tekst en beeld.

Mijn werk I, 2010, pailletten op foamboard, 100 x 102 cm
Mijn werk I, 2010, pailletten op foamboard, 100 x 102 cm


De oorsprong van het kunstenaarschap van Carel Blotkamp ligt in de jaren zestig en de invloed van de kunst uit die tijd is duidelijk aanwijsbaar. Er is een wisselwerking gaande tussen de sterke logo’s van de popart en de encyclopedische lemma’s van de conceptuele kunst die met elkaar strijden en elkaar zowel kunnen versterken als onderuit halen. In een interview met Het Parool in de jaren tachtig typeerde hij zichzelf als ‘een symbolist in de traditie van Duchamp’ en in de ‘Koopgids Utrechtse Kunst 2009’, verschenen bij de Atelierroute Utrecht, liet hij het volgende statement opnemen: “Mijn werk is voor alle gezindten. Het past boven elke bank en kleurt bij alle gordijnen.” Hij laat zien dat er om de kunst een wolk van betekenissen hangt die semi-transparant is. Als je je weg erin wilt vinden moet je je snelheid temperen. Het is als met mist op de snelweg, dan zit je ook zo op iemands achterbumper. Carel Blotkamp tikt de kunst van achteren aan, trapt op de rem en trekt weer op.

Solotentoonstelling De Pont, Tilburg, 2007, installatie met 14 werken naar Malevich, diverse collecties
Solotentoonstelling De Pont, Tilburg, 2007, installatie met 14 werken naar Malevich, diverse collecties


De kunstenaarsloopbaan van Carel Blotkamp voltrekt zich in een ‘loop’. Hij herneemt voortdurend eerder gemaakt werk. Nog in 2006 maakte hij een versie in groene pailletten van het schilderij van Mondriaan met de vier gele lijnen (‘nPM XIV’). De nummering geeft aan dat er andere versies aan vooraf gingen. In de jaren daarvoor werkte hij veelvuldig met lakverf dat weliswaar veel formeler oogt dan de speelse pailletten, maar dat ook een glimmend, spiegelend oppervlak veroorzaakt, dat enerzijds afstandelijkheid in de hand werkt en anderzijds verleidelijk is. Als hij met hamerslagverf werkt, creëert hij een industrieel aandoend uiterlijk, maar de eigenschap van dat materiaal is tevens dat het als een netwerk oogt van vlakjes van 3 mm waardoor een licht iriserend effect ontstaat. Die zeer kleine, glanzende deeltjes zijn in die zin een voorloper van de pailletten op plasticfolie.

Selene, 2017, pailletten op foamboard, 50 x 200 cm
Selene, 2017, pailletten op foamboard, 50 x 200 cm


De fascinatie van kunstenaars voor de natuur is bij Carel Blotkamp ook terug te vinden. Zijn serie werken getiteld ‘Selene’ en ‘Aurora’ over zonsondergang en zonsopkomst zijn schaamteloze natuurbelevingen die hij in materiaalgebruik sublimeert tot kunstzinnige verbeeldingen. In recente werken verfijnt hij het gebruik van pailletten door ze in verschillende maten - 8 mm en 4,5 mm - op elkaar te lijmen waardoor een extra changeant effect van mengkleuren ontstaat. Hij doet dat met name in representaties van natuurvoorstellingen van bomen en regen. Blotkamp: “Ik eindig nog als een schilder van de Haagse School.”

Ik eindig nog als een schilder van de Haagse School.

Dat die atmosferische werken nog altijd verwijzingen zijn naar bestaande kunstuitingen is duidelijk, maar tegelijkertijd laat hij ermee zien dat hij minstens zo gefascineerd is door natuurverschijnselen als door de wijze waarop er door kunstenaars over wordt gedacht. Carel Blotkamp: “Ik spring van hoge naar lage cultuur om de omgang met formele clichés in de kunst te bevragen.” Daarmee geeft hij aan dat hij in de kunst niets bij voorbaat uitsluit. Hij durft in zijn werk alles aan de orde te stellen, ook wat in de kunst ‘not done’ is.

www.blotkamp.com 
www.instagram.com/carelblotkamp/?hl=nl

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl