Uit het oog verloren
Ji-Min Huang (1978) completeert zichzelf door te tekenen. Daarin kan zij zichzelf volledig kwijt. Haar tekeningen behelzen noodgedwongen vooral ook een innerlijke blik, want ze heeft het syndroom van Wagner. Dat is een erfelijke oogaandoening van het glasvocht. Het veroorzaakt bij haar in toenemende mate verschillende defecten aan het zicht. Door die omstandigheid gaat ze in haar werk als beeldend kunstenaar, meer dan bij anderen het geval is, in op onderwerpen als observatie, perceptie en waarneming die samenhangen met de meervoudige zintuiglijke gewaarwording waarvan zij in haar leven meer en meer afhankelijk wordt naarmate haar gezichtsvermogen afneemt. 

Steeds vaker vraagt ze zich af, als ze een tekening af heeft, wat ze eigenlijk heeft getekend. Ze combineert een opvallend heldere lijnvoering met duistere, donkere partijen waarin figuratieve contouren oplossen in abstracte, organische poelen van grafiet, houtskool, verf of inkt. Ze benadert haar onderwerpen zowel omzichtig als direct. Ze kan niet eenvoudigweg het oog afbeelden – altijd een sentimenteel zwaktebod in de beeldende kunst – maar baseert zich op de geavanceerde medische technieken waarmee periodiek haar ogen aan controles worden onderworpen. Het is niet verwonderlijk dat haar tekeningen in het Stiltecentrum van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam worden tentoongesteld.

Zonder titel 2017, olie –en waterpastel op papier 100x70 cm
Zonder titel 2017, pastel op papier 20x20 cm

 

Ji-Min Huang studeerde aan de kunstacademie van ’s-Hertogenbosch en tekent al van jongs af aan. Het kunstenaarschap was een vanzelfsprekende keuze. Door het syndroom van Wagner zag ze zich na verloop van tijd genoodzaakt haar kunstenaarspraktijk te staken. De behandeling van haar aandoening en de mentale spanning weerhielden haar ervan om als kunstenaar te kunnen werken. Na een aantal jaren revalideren vond ze de mogelijkheid om zich weer als kunstenaar uit te drukken. In een fotoproject onderzocht ze de omgang van mensen met hun gezichtsvermogen waarin ze ook na kon gaan hoe ze zich daar zelf toe verhield.

In haar tekeningen is goed te zien dat ze er in de waarneming een landschappelijke benadering op na houdt. Haar tekeningen zijn veelal vanuit vogelperspectief gemaakt, alsof ze van grote hoogte een topografisch spoor volgt. Soms doen de tekeningen zich voor als registraties van het aardoppervlak die door satellieten zijn vastgelegd en in ander werk zijn details van zo dichtbij waargenomen dat haar werkwijze lijkt op het determinerende weergeven van bladnerven door een bioloog.

 

Ze beschouwt het oog als een universum dat ze van binnenuit en van buitenaf kan benaderen en wat als glasachtig lichaam tegelijkertijd het onmetelijke omvat en het begrensde beperkt. Ji-Min Huang is in het dagelijkse leven behept met beelduitval waardoor er in het zicht delen ontbreken die echter door haar brein worden aangevuld, waardoor ze tot op zekere hoogte een speculatief beeld van de werkelijkheid heeft. Ze weet inmiddels waar ze op kan vertrouwen, maar die visuele functionaliteit fungeert vooral overdag bij helder daglicht. Zodra het begint te schemeren is ze niet meer zeker van wat ze ziet. 

Doordat haar gezichtsvermogen zich vooral centreert – hoewel er geen sprake is van tunnelvisie – en ze in haar perifere zicht ook nog  iets waarneemt, slaat ze in het kijken een groot gebied over dat ze vooral ook gevoelsmatig invult. Altijd is er iets uit het oog verloren. Het maken van haar tekeningen is dan ook een emotionele aangelegenheid waarmee ze ruimte kan geven aan de persoonlijke omstandigheden die ermee samenhangen. Deze autobiografische situatie beeldt ze niet uit, maar in haar tekeningen is wel een tragiek voelbaar waarin het verlangen doorschemert om de progressiviteit van haar aandoening te relativeren. Zij heeft inmiddels vermogens in zichzelf aangeboord met betrekking tot smaak, geur, geluid en gevoel die ze in haar leven en het kunstenaarschap gebruikt om uitzonderlijk, onderscheidend werk te maken.

Zonder titel 2017, olie –en waterpastel op papier 110x80 cm
Zonder titel 2017, olie –en waterpastel op papier 110x80 cm

 

Ze tekent veel op een zwarte ondergrond met witte inkt, krijt en verf en bladerend door een tekenboek van haar is het een tastende tocht door het duister waarin nagelaten sporen zachtjes oplichten. Daar staat tegenover dat ze ook grote, drie meter lange tekeningen maakt waar ze haar lichaam op uitstrekt dat tijdens het tekenen desintegreert, een landschap wordt en in een abstractie teloorgaat. 

Ji-Min Huang kijkt steeds minder met haar ogen en steeds meer met haar tekeningen. Haar getekende ogen zijn geen sentimentele spiegels van de ziel maar genadeloze observaties van een gezichtsvermogen dat meer en meer een binnenwereld laat zien; iedere uiterlijke schijn verdwijnt.

Zonder titel 2016, grafiet, inkt en houtskool op papier 50x65 cm
Zonder titel 2016, grafiet, inkt en houtskool op papier 50x65 cm

Ji-Min Huang neemt deel aan de tentoonstelling 'Het Haperende Lichaam' in CBK-Zuidoost begin 2018. Klik hier voor meer info