Image

Atelierbezoek: Marieke Bolhuis

23 Apr 2018 Alex de Vries

Beeld als beginsel

Voor de 1e Biënnale Kunst in de Heilige driehoek die van 16 september t/m 22 oktober 2017 in Oosterhout werd georganiseerd was Marieke Bolhuis (1962) artist-in-residence in de Onze Lieve Vrouwe Abij. In dit klooster van zusters Benedictinessen werkte ze, op voordracht van curator Guus van den Hout, bijna twee maanden aan beelden en foto’s. Marieke Bolhuis is opgeleid als schilder aan de AKI in Enschede met docenten als Lucassen, Alphons Freijmuth en Jan Roeland. Ze ontwikkelde een veelzijdige praktijk waarbij schilderkunst, sculptuur, fotografie en installaties een organisch groeiende beeldtaal laten zien. Haar werk is steeds opnieuw een ontstaansgeschiedenis met een voorlopige uitkomst. Ieder beeld dat ze maakt kan daarin op den duur een andere gedaante aannemen en van karakter veranderen.

POP, 130x80x50 cm, spoelen met katoen, gips acrylhars glasvezel , 2017
POP, 130x80x50 cm, spoelen met katoen, gips acrylhars glasvezel , 2017

 

Vlak na haar residentie in het klooster liep Marieke Bolhuis in het Europees Keramisch Werk Centrum, waar ze presentaties van bevriende kunstenaars bezocht, hard tegen een glazen deur aan. Ze liep een zware hersenschudding op die haar maanden het werken onmogelijk maakte. Na de werkperiode in Oosterhout waarin ze zich had bezonnen op de betekenis van haar werk en de doorontwikkeling ervan, zette ze die retraite nog een aantal maanden gedwongen voort in haar eigen atelier. Ze kon alleen draadjes die ze van de zuster had gekregen om de kleine sculpturen uit haar idolen-reeks wikkelen die daarmee kleur kreeg.

Just a day, installatie in het atelier 2018
Just a day, installatie in het atelier 2018

 

Marieke Bolhuis maakt niet de indruk een kunstenaar te zijn die erg ‘in haar hoofd zit’, maar het tegendeel is waar. Haar werk is wat materie betreft basaal en veelzijdig: gips, verf, stro, glas, metaal, takken, textiel enzovoort. Het is bij haar een en al substantie, maar wel als beginsel of ondergrond voor wat transsubstantiatie heet. De verschijningsvorm van de gebruikte materie verandert van betekenis door de intentie waarmee het beeld tot stand wordt gebracht. Een mooi beeld in dit verband is de foto van haar benen die ze maakte in een cenote in Yucatan: een ondergrondse groene poel die haar in het water gestoken benen een witte weerschijn geven alsof ze met gips zijn bestreken. Je ziet hoe ze een beeld wordt. Ze begon haar sculpturale werk tijdens een werkperiode in Almen door een aantal beelden uit gips en stro te maken, nogal ruwweg met de hand geboetseerd en als evenbeeld van zichzelf. Door haar meer dan gemiddelde lengte ontstond daardoor meteen een groot beeld van een gedaante die ze naar believen invulling kon geven. Dat evenbeeld droeg een gordel van figuurtjes, mannetjes die elkaar vasthoudend een ceintuur om haar middel vormden. Vanuit die werkwijze ontstonden tal van beelden die verwijzen naar Bijbelse verhalen, mythologie, sprookjes, orale verteltradities, historische overlevering, etnische referenties en autobiografische ervaringen. De basisfiguren van haar beelden heeft ze de typering ‘Idool’ gegeven, steeds met een lettertoevoeging om hun karakters te onderscheiden. Ze krijgen in de wereld van Marieke Bolhuis in grotere en kleinere gestalten uitwerkingen als Eva, Sneeuwwitje, Roodkapje, Ophelia, Leda, Flora, Justitia, Narcissus, Bacchus, Icarus en Lucifer. De kleinere beeldjes zijn er zoals de zeven dwergen er voor Sneeuwwitje zijn. Haar mannetjes van gebroken glas zetten haar in het licht.

 

Het zijn geen statische beelden. Ze worden continu bewerkt en van nieuwe elementen voorzien, doorgezaagd, opnieuw samengesteld, beschilderd, met attributen uitgebreid, buiten gezet, in het water gelegd, met algen begroeid enzovoort. Al die stadia van ieder beeld worden gefotografeerd waardoor een scheppingsverhaal te volgen is.

Idol BOB, 70x120x50cm, 2012-2017
Idol BOB, 70x120x50cm, 2012-2017

 

In de Onze Lieve Vrouwe Abdij te Oosterhout kreeg ze van de zusters Benedictinessen allerlei restmateriaal uit hun restauratieateliers voor gobelins, handschriften en iconen. Vooral de grote hoeveelheden zijde die ze kreeg, heeft ze gebruikt om haar beelden van uiterlijk te veranderen. Ze gaven haar ook een aantal lege theeblikken, grijs van buiten, goudkleurig van binnen. Die gebruikte ze om meegebrachte beelden knielend te installeren, te fotograferen en op spiegels te printen. Het gedisciplineerde kloosterleven van ‘ora et labora’ (bid en werk) hield in dat Marieke Bolhuis vruchtbare werkdagen had door dit stramien te volgen en tussen het werken door bij het zingen van de getijden aanwezig te zijn. De zusters dragen zwarte habijten met een neerhangende leren riem om hun middel. Novices hebben nog een witte sluier. Na de plechtige professie als ze definitief als zuster intreden krijgen ze een zwarte sluier. Het was voor de 21 zusters een uitzonderlijke situatie dat Marieke Bolhuis als kunstenaar in het klooster werkte, omdat ze een zeer besloten gemeenschap vormen waar anderen geen toegang hebben. Hoe dan ook vormde haar aanwezigheid daar een inbreuk op. Gedeelten van het klooster bleven dan ook gesloten, hoewel ze soms onder begeleiding even werd toegelaten. Hetzelfde gold voor de besloten kloostertuin waar ze wel een aantal beelden plaatste om ze te fotograferen en op spiegels te laten afdrukken. Die spiegelbeelden maken een heldere indruk, maar verbergen tegelijkertijd gedeelten van het beeld die je dan door het spiegelbeeld van jezelf heen toch kunt zien opdoemen.

 

Ieder beeld van Marieke Bolhuis is een herneming van wie zij zelf is. Het zijn uitingen van en oefeningen in handhaving. Ze laat haar beelden zien in permanente tuimelingen van mogelijke zienswijzen. Ze presenteert delen van haar tweedimensionale werk afwisselend horizontaal en verticaal om een meervoudige blik te veroorzaken. Wat vaststaat wordt door haar bevraagd. Een vaste plek voor haar of de kunst is er in haar optiek niet. Ze zal steeds opnieuw een positie kiezen. Ze typeert die manier van werken met de uitspraak ‘het is begonnen en het houdt niet op’. Je zou eraan kunnen toevoegen dat aan ieder begin ook altijd nog iets voorafgaat. Iedere chronologie in haar werk doorbreekt ze door alles wat ze heeft gemaakt te hernemen in een voortdurende bewerking. Geen beeld blijft hetzelfde.

serie Blow-up, nr 3 en 4 print op spiegelplaat 27x40cm, 2017
serie Blow-up, nr 3 en 4 print op spiegelplaat 27x40cm, 2017

 

De aard van haar werk hangt samen met haar persoonlijke geschiedenis en met de reizen die ze heeft gemaakt naar alle delen van de wereld: Oezbekistan, Iran, Mexico, Japan, de Verenigde Staten, Jordanië, Egypte, IJsland.  De fascinatie voor de ontstaansgeschiedenis van de aarde die nog goed waarneembaar is op de breukvlakken van de tektonische platen en vulkanische gebieden zie je direct in haar werk terug. Dat alles voorbij gaat is onontkoombaar, maar het gaat erom hoe je je in dat voorbijgaande manifesteert, dat je het leven omarmt.

 

Met haar beelden heeft Marieke Bolhuis een familie aan beelden om zich heen gemaakt. Als ze die familie in haar atelier uitstalt, zie je een bloedlijn lopen tussen ieder afzonderlijk beeld. Ze zijn allemaal met elkaar verbonden. Ze bewegen om elkaar heen. Ze gloeien en geven licht. Ze gaan teloor en verrijzen.

 

Website Marieke Bolhuis

Instagram 

Idol I,   90x130x85cm, 2014-2017
Idol I, 90x130x85cm, 2014-2017