Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Atelierbezoek: Suzan Drummen - Het lichaam is verstandiger dan het brein

10 Sep 2019 Alex de Vries

In het werk van Suzan Drummen (Heerlen 1963) vind je je verloren. Zowel haar schilderijen als haar monumentale vloer- en wandinstallaties zijn in hun ogenschijnlijke symmetrie labyrinten waar voor de kijker de draad van Ariadne ontbreekt. Je moet er op eigen kracht je weg in vinden.

Suzan Drummen omzeilt bewust de vraag waar haar werk over gaat, omdat die vraag de plank zo vreselijk misslaat. Ze legt met haar kleurrijke, feestelijke ogende patronen een netwerk over de wereld, alsof het de metrokaart van Londen is. De glasheldere schematisering ervan spoort niet met de werkelijkheid. Het is een benadering die zowel ondergronds als bovengronds de wereld vertekent en op zichzelf staat. Daarbinnen moet het worden begrepen als een beeld waarvan je uit de aard der zaak in feite niets begrijpt.

Suzan Drummen omzeilt bewust de vraag waar haar werk over gaat, omdat die vraag de plank zo vreselijk misslaat.

Suzan Drummen groeide op in Zuid-Limburg. Ze was het elfde en laatste kind uit een katholiek gezin. Juist die positie in het gezin bleek essentieel. Zelf zegt ze: “Ons gezin was enorm druk, chaotisch en levendig. Daar heb ik erg van genoten. Daarbij komt dat ik als nakomertje door iedereen op handen werd gedragen. Ik had steeds het gevoel dat iedereen enorm blij was om het simpele feit dat ik bestond. Volgens mij is dat warme nest cruciaal geweest voor mijn beeldende werk, waarin ik probeer alles onderdeel te laten zijn van een groter geheel en waarin niets zich isoleert.”

De vader van Suzan Drummen werkte in de kolenmijn en had enkel, net zoals haar moeder, de lagere school gedaan. Als jongen al had Sjef Drummen (1921-1996) een grote liefhebberij in tekenen en schilderen. In de tweede wereldoorlog schilderde hij veel portretten van Amerikanen van de opbrengst kon hij een jaar studeren aan de academie in Maastricht. Daarna moest hij weer de mijn in, maar hij had wel kennis gemaakt met de wereld van de beeldende kunst en klasgenoten als Ger Lataster. In de naoorlogse jaren ontstond in de samenleving grote belangstelling voor handvaardigheid en hij ging in zijn vrije tijd daarin cursussen verzorgen. Na verloop van tijd richtte hij ‘De school van vrije uren’ op. Hij bouwde daarmee een goede reputatie op en na een ministeriële controle werd hem een officiële onderwijsbevoegdheid als leraar handvaardigheid toegekend.

Schilderijen jaren 90. Elk doek is 150 x 200 cm acrylverf op linnen
Schilderijen jaren 90. Elk doek is 150 x 200 cm acrylverf op linnen
 

Als gelovige katholiek maakte Drummen senior, die zijn kunstenaarschap professionaliseerde, tal van beelden en andere werken voor kerken en andere opdrachtgevers. Dat zeven van zijn kinderen voor een artistiek vak kozen werd door hem gestimuleerd. “Mijn vader beschikte over de vaardigheid dat hij zijn kinderen kon laten geloven dat ze opgroeiden in het rijkste gezin van de wereld. De gewoonste dingen werden overtuigend en met oprecht enthousiasme voorgesteld als uiterst bijzonder. Zijn passie en levenslust waren enorm aanstekelijk en hebben me de ogen geopend voor de wereld om me heen. Hij leerde me om op een onverzadigbare en gulzige manier te kijken.”

Suzan Drummen ging studeren in Maastricht aan de Stadsacademie en de Jan van Eyck academie. Ze kreeg er kort les van onder anderen René Daniels, Piet Dirkx en Henk Visch. Behalve op de Jan van Eyck academie was ze ook toegelaten op de Rijksacademie, maar ze koos aanvankelijk voor de Jan van Eyck in Maastricht. Op een dag kreeg ze er bezoek van Narcisse Tordoir die haar overhaalde alsnog naar de Rijksacademie te komen. Die uitnodiging kon ze niet weerstaan. Zo werd het één jaar Jan van Eyck academie en vervolgens twee jaar Rijksacademie. Aansluitend verbleef ze nog enkele maanden op het Nederlands Instituut in Rome. De stap van Limburg naar Amsterdam heeft veel voor haar betekent, de vitaliteit van de stad en van de Rijksacademie was enorm inspirerend. Het hielp haar ook een eigen positie te verwerven, los van het grote Limburgse gezin. Toen ze aan haar zelfstandige beroepspraktijk begon kwam ze goed beslagen ten ijs en ze gold meteen als een bijzonder talent. Al heel snel werden schilderijen van haar aangekocht door meerdere Nederlandse musea en ze kreeg grote opdrachten in de openbare ruimte. Dat schiep verwachtingen.

Dertig jaar na haar opleiding heeft ze die opdracht aan zichzelf waar gemaakt met een intensieve beeldende praktijk gecombineerd met het docentschap aan de Academie Minerva in Groningen en als gastdocent aan andere opleidingen in binnen- en buitenland. Haar werk heeft een internationale vlucht genomen en naast haar vrije werk voert ze tal van opdrachten uit in de openbare ruimte, aan gebouwen, op pleinen en in parken. De wisselwerking tussen atelierwerk en beelden in de publieke ruimte bestaat al sinds haar Maastrichtse academietijd toen ze de opleiding schilderen en monumentale vormgevingvolgde.

In beide hoedanigheden is haar werk gewaardeerd al werd er aanvankelijk in de hiërarchie van de kunst van de vrije sector weleens met enig dedain naar het werken in opdracht gekeken. “Zelf vond ik de opdrachten juist geweldig, want ze boden de kans om op grote schaal te werken.”

Wand en vloerinstallatie in het atelier 2019 Fotograaf Gert Jan Van Rooij Diverse materialen
Wand en vloerinstallatie in het atelier 2019 Fotograaf Gert Jan Van Rooij Diverse materialen
 

En hoe succesvol ze ook is met haar vrije werk, door het versierende karakter ervan is ze constant met zichzelf in gevecht over wat er wel en niet kan in een werk. “Ik heb me lang geschaamd voor mijn hang naar schoonheid. Inmiddels denk ik daar anders over en durf ik te accepteren dat het een relevante factor is. Daarom wil ik dat de installaties samenhangend zijn, liefdevol ook en juist niet voortdurend de grenzen opzoekend. Tegelijkertijd wil ik ook het tegengestelde, als iets te mooi wordt maak ik het kapot, het moet schuren en wringen, misselijkmakend en lelijk zijn. Of nog beter: aan waanzin grenzen. Dat spel van aantrekken en afstoten biedt een kans om alles steeds opnieuw ter discussie te stellen. In het beste geval valt de blije moed om te leven samen met de absolute wanhoop.”

En hoe succesvol ze ook is met haar vrije werk, door het versierende karakter ervan is ze constant met zichzelf in gevecht over wat er wel en niet kan in een werk.

Ze wordt er soms op aangesproken dat haar werk bovenal zo visueel is. Daar weet ze zich goed tegen te verweren, omdat ze haar kunstenaarschap bovengemiddeld serieus en betrokken beoefent, maar het geeft haar regelmatig te denken over de ruimdenkendheid binnen het vakgebied. Doordat ze met haar werk de laatste jaren veel in Azië is, ziet ze bevestigt dat het geen zin heeft om de kunst eenzijdig op het uiterlijk vertoon ervan te beoordelen, maar dat het noodzakelijk is om je in de achtergronden ervan te verdiepen, niet alleen kunstzinnig, maar ook sociaal, psychologisch en cultureel. “Mijn werk krijgt afhankelijk van waar en aan wie het wordt getoond een andere betekenis. Daar komt bij dat ik veel van mijn monumentale werk maak in samenwerking met vrijwilligers ter plekke die hun eigen bevindingen over de aard en de betekenis van het werk met mij delen, waardoor de zin ervan meerdere facetten krijgt die ik zelf niet heb voorzien. De manier waarop onze gedachten manoeuvreren bij het zien van een kunstwerk zijn cultureel bepaald. In China reageerde men heel primair op mijn installaties, men stootte kreten uit en ging glimlachen. In Japan daarentegen werden mensen juist stil, ze keken heel lang en namen de details met zo'n grote aandacht in zich op dat het haast een meditatieve oefening werd, er ontstond een contemplatieve sfeer. Nederlanders gaan doorgaand analytischer te werk en hebben de neiging om wat ze zien in taal te duiden, maar niet alles kan op het niveau van de taal ervaren worden. Mijn eigen graadmeter is doorgaans dat ik - ondanks dat het meestal niet meer dan nieuwe combinaties van al bestaande onderdelen zijn - zelf iets nieuws moet ontdekken. Het is elke keer weer verbazingwekkend hoe kleine veranderingen echt nieuw werk voortbrengen. Tegelijkertijd lijkt er ook een soort kern te zijn waarbij ik steeds terugkom.”

Dat haar vloer- en wandsculpturen door het gebruik van glas en reflecterend kunststof gefacetteerd en kleurrijk zijn, kun je in het kader van deze uitspraken geen toeval noemen.

Vloerinstallatie met losliggende materialen in Tokio op uitnodiging van het Mori Art Museum
Vloerinstallatie met losliggende materialen in Tokio op uitnodiging van het Mori Art Museum
 

Suzan Drummen is geen echte atelierkunstenaar, hoewel ze over een grote werkruimte beschikt in het atelierpand Loods 6 aan de KNSM-laan in Amsterdam. De ruimte deelt ze maar haar echtgenoot Stan Klamer die er meer tijd doorbrengt dan zij, maar hij zit vooral te tekenen aan een bescheiden tafel, terwijl zij in de grote, hoge ruimte proefnemingen doet voor haar werk op locatie. Ze ziet zich als een kunstenaar die, zoals ze dat zelf noemt ‘handelingsbevoegd’ is. Door te handelen en te spelen met het materiaal waarmee ze werkt heeft ze ontdekt dat het lichaam andere dingen weet en misschien zelfs verstandiger is dan het brein.

Er ontstaat tijdens het uitvoeren van een werk een betekenis die niet van tevoren kan worden bepaald of nagestreefd. Haar vroege schilderijen laten dat al zien. Na allerlei experimenten met actuele probleemstellingen in de schilderkunst zoals het portret, minimalisme en monochromie, komt ze uit bij schilderijen waarbij een abstracte vormentaal de blik op de wereld vervormt. De schilderijen uit die tijd zijn optische vertekeningen die niet in de werkelijkheid zijn waargenomen, maar die binnen het beeld zelf tot stand komen. Het zijn abstracte beelden die ze vervormt waardoor het hele schilderij zich lijkt te krommen. Daarmee plaatsen deze schilderijen zich buiten een narratieve visie op het leven en nemen ze zelfstandig standpunt in over hoe je kunt kijken. Haar schilderijen laten daardoor zien wat je niet voor mogelijk houdt. Niets hoeft op een voorgeschreven manier te worden gedaan. Ze geeft oplossingen voor schilderkunstige problemen zoals werkelijkheidsweergave en gezichtsbedrog die daarmee onderuit worden gehaald. Het zijn eigenlijk geen problemen en je hoeft er ook geen oplossingen voor te geven. Die gevolgtrekking zou ertoe kunnen leiden dat het werk overbodig aandoet, maar de kwaliteit ervan is nu juist dat de noodzakelijkheid ervan des te nadrukkelijk wordt: er is een alternatief voor de manier waarop we naar de dingen kijken en hoe we erover denken.

Er ontstaat tijdens het uitvoeren van een werk een betekenis die niet van tevoren kan worden bepaald of nagestreefd.  

Waar het Suzan Drummen om begonnen is dat ze in haar werk volledige controle heeft, terwijl ze de controle loslaat, zodat het werk in feite buiten haar zelf om tot stand kan komen. Dit doet ze onder andere door het uit te voeren met anderen. Wie haar aan het werk ziet, ontkomt niet aan de indruk dat het welhaast een out-of-body experience is, juist door de fysieke inspanning die ervoor moet worden geleverd. Het werk komt tot stand in een mate van concentratie en inspanning waarvoor zij zichzelf moet vergeten en uit moet leveren aan de consequentie waar het werk om vraagt. Haar kenmerkende vormentaal van cirkels en uitsparingen, van bedekken en weglaten waarbij voor en achter en onder en boven in elkaar opgaan en uitwisselbaar worden, laten zien waar haar wezen vol van is: “Het is mijn verbazing over de wonderbaarlijkheid van de wereld en mijn wil om die gewaarwording te vieren, maar wel vanuit de vraag ‘wanneer is het meer dan mooi?’ Het is een ervaring die al uit mijn katholiek jeugd stamt. De alomtegenwoordigheid van symbolen en de totale volheid van een beeldtaal beleefde ik intenser dan ooit tijdens mijn studietijd in Rome waar ik me vergaapte aan overdadig beschilderde kerkinterieurs. Een overdonderde ervaring was mijn eerste bezoek als kind van acht, aan de Dom van Keulen, waar ik opging in het totaal van de visuele en ruimtelijke sensatie.”

Vloer en wandinstallatie Kunsthal 45 Den Helder bij de tentoonstelling ‘crossing colours’ 2018 Curator Marianne Roodenburg
Vloer en wandinstallatie Kunsthal 45 Den Helder bij de tentoonstelling ‘crossing colours’ 2018 Curator Marianne Roodenburg
 

Nee, Suzan Drummen is zeker geen Hollandse calvinist. Al hanteert ze een gestrenge werkopvatting – er bestaat geen excuus om iets niet te doen -  en heeft ze in wezen een geometrisch abstracte beeldtaal, haar uitbundige, spiegelende colorisme laat een hedendaagse tuin der lusten zien waarin alles met elkaar versmelt, zelfs de antipode ervan: de hel is de hemel, waar twee letters tussenuit zijn gelaten. 

Maken de sculpturen van Suzan Drummen op zich al geen statische indruk, ze vergroot de dynamiek ervan nog eens in filmische uitwerkingen. Daarbij loopt ze met een lamp door de installatie waarbij de spiegelende voorwerpen levendige, roterende projecties op de omringende wanden werpen en er een caleidoscopisch universum van maken. Een veelgebruikt voorwerp in de sculpturen is een spiegelende bol, die ze voor het eerst in de vorm van een zwarte cirkel toepaste toen ze de door haar gemaakte portretten weg schilderde en er zwarte, ronde overschilderingen op de gezichten verschenen. Toch begint de fascinatie voor die ronde vorm al eerder: “Bij de knopendoos van mijn moeder,” zegt ze, “het is een universele vorm, het zijn de steentjes op het strand.” Het spelen ermee ervaart ze als een ‘lieve handeling’ en het resultaat ervan leidt tot een directe overweldiging.

De hel is de hemel, waar twee letters tussenuit zijn gelaten. 

De vloer- en wandinstallaties van Suzan Drummen zijn voor het merendeel tijdelijk. Het kost veel tijd en aandacht om ze te maken. Ze kan met een team van mensen tot wel tien dagen aan een installatie werken. Omdat alle onderdelen los liggen vergt het grote concentratie en die veroorzaakt dat de mensen met wie ze werkt met haar gaan zien waarom het zo en niet anders tot stand komt. 

Als het erop aankomt bevraagt Suzan Drummen met haar werk het bestaan, het leven en de dood. Haar schilderijen en sculpturen bevestigen dat we er zijn, hier en nu. Het maken ervan, de uitvoering van het werk is er het bewijs voor, meer nog dan het eindresultaat als zodanig dat vaak ook weer verdwijnt. Ze laat mogelijkheden zien om met haar mee te kijken om daarin een weg te gaan, zoals het bloed kruipt waar het niet gaan kan: “Ik wil alles, dan ben ik het gelukkigst.”

Shanghai 2019 Vloerinstallatie met losliggende onderdelen, overwegend glas.  Chinese kunststudenten leggen de laatste hand aan de installatie, ze volgen de instructies nauwgezet.
Shanghai 2019 Vloerinstallatie met losliggende onderdelen, overwegend glas. Chinese kunststudenten leggen de laatste hand aan de installatie, ze volgen de instructies nauwgezet.
 

www.suzandrummen.nl

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl