‘Speaking about speaking is not as easy as it sounds, because the sound of your own voice comes in between’  (Hanne Lippard)

Sommige theorieën in de wetenschap zeggen dat tijd niet bestaat, dat het slechts in ons hoofd zit. Je zou ook kunnen zeggen dat de tijd juist alles omvat, dat alles om ons heen in de tijd bestaat, of zich er doorheen beweegt. Je zou zelfs kunnen stellen dat tijd leven is. Het lijken tegenovergestelde statements te zijn: de tijd is alles, of de tijd is niets. Maar misschien betekenen ze juist hetzelfde?

In het KW Institute for Contemporary Art in Berlijn was van 20 januari tot 9 april een tentoonstelling te zien waarin een aantal hedendaagse kunstenaars beeldend reageerden op het werk van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Ian Wilson. Een van die kunstenaars is de Noorweegse Hanne Lippard. Haar medium is haar stem, wat overeenkomt met het werk van Wilson, dat uit veel conversaties bestaat. In reactie op Wilson maakte Lippard een nieuw werk getiteld Flesh: een installatie die onderdeel van de ruimte lijkt te zijn. Een beige wenteltrap prijkt middenin de ruimte. Deze trap leidt naar een nieuw ontstane, ongewone verdieping die uitzicht biedt door de ramen tegen het plafond van de ruimte; een uitzicht dat normaal niet zichtbaar is. De ruimte heeft een hoogte van zo’n 168 cm (ik kan er precies rechtop staan, maar anderen moeten bukken). De vloer is bedekt met een vleeskleurig tapijt, refererend aan de naam van het werk, en in iedere hoek van de vierkante ruimte hangt een speaker waaruit Lippards stem klinkt. Onder de ramen staan banken, waar vanaf je kunt luisteren en kijken; Lippards stem vertelt: ‘those who can’t stand up right, please sit’.

un, un, un, un, un
un, du, trie, vier, fem, sets, seven, acht, nun, ten

where do you see yourself in ten years from now?
if not now, then when?
if not then, then what?
if now, then how?
if when, then…

what are your aims?
what are your goals?
what is your reason for being?
what is your reason for human being?
why do you get up in the morning?
why down in the evening?

Hanne Lippard, “Flesh,” KW Institute for Contemporary Art, Berlin, 2017. (Courtesy: kunstenaar en LambdaLambdaLambda, Prishtina. Foto’s: Frank Sperling)
Hanne Lippard, “Flesh,” KW Institute for Contemporary Art, Berlin, 2017. (Courtesy: kunstenaar en LambdaLambdaLambda, Prishtina. Foto’s: Frank Sperling)
Hanne Lippard - Flesh
Hanne Lippard, “Flesh,” KW Institute for Contemporary Art, Berlin, 2017. (Courtesy: kunstenaar en LambdaLambdaLambda, Prishtina. Foto’s: Frank Sperling)
Hanne Lippard, “Flesh,” KW Institute for Contemporary Art, Berlin, 2017. (Courtesy: kunstenaar en LambdaLambdaLambda, Prishtina. Foto’s: Frank Sperling)
Hanne Lippard, “Flesh,” KW Institute for Contemporary Art, Berlin, 2017. (Courtesy: kunstenaar en LambdaLambdaLambda, Prishtina. Foto’s: Frank Sperling)

Hanne Lippard onderzoekt de grens en betekenis van taal en de constructen die wij daarin vooronderstellen. We praten tegenwoordig zoveel, niet alleen verbaal maar ook digitaal, dat de oorsprong, betekenis of vreemdheid van een woord op de achtergrond raakt. Ook lijken we vaak te vergeten dat we zelf de woorden aan de dingen hebben gegeven, en dat bepaalde concepten, zoals tijd, uiteindelijk door onszelf geschapen en beschreven zijn. Door het uitspreken van de woorden, de volgorde en de betekenis ervan, neemt Lippard je mee in haar gedachtestroom. Ze laat je stilstaan bij de taal van alledag en ze praat op zo’n manier dat het lijkt alsof ze de stem van je gedachten is. Waar ze het precies over heeft is lastig te zeggen, omdat het zich natuurlijk lijkt te bewegen via verschillende onderwerpen en associaties - lichamelijk, materialistisch, filosofisch. Net zoals je gedachten zich vaak lijken te bewegen. 

[…]

spoken words do not fossilise
ducks do, but only their bones
many remnants of the past go undiscovered
only hard resistant material survives the passing of time
the disappearance of a body can be rapid 
whatever brittleness there is about you, it will vanish with silt or sand when time is passing
as one knows, the poor jellyfish is after all nothing more than a fleeting soul, never given a solid afterlife 

[…]

a reflection cannot be made until some time has passed
in this reflection you can see yourself 
this reflection requires you to take one step back
two is one too much
there is only one of you
another reflection can be made by passing a mirror instead of passing time
this mirror can not show that time has passed
a mirror does not keep time
only what now is reflected from the image within your head can reflect if time has passed
this reflection is not seen, but felt
in your head you have a reflection of what once felt right

[…]

this cycle is endless

Fragment uit de performance‘The Future of Memory’  van Hanne Lippard 
Bekijk hier de performance (tekstfragment vanaf  17:00 min)

In haar werk The Future of Memory vertelt Hanne Lippard over tijd, op een manier die niet de fysieke of concrete, maar juist de abstracte kant van de tijd benadert; de tijd die zich uit in de woorden die we er aan toe hebben gekend en vooral hoe hij werkt en zich voordoet in ons hoofd. Want hoewel we dagelijks vertrouwen op de chronologische lineaire tijd, beweegt de tijd zich niet zo in onze ervaring; integendeel, vaak is er geen peil op te trekken. In ons hoofd vermengt het heden zich met het verleden en switchen we van daar naar de toekomst, op een manier waarin geen vaste lijn is te herkennen, omdat het associatief gebeurt. De dingen die we waarnemen in het heden, door middel van wat we zien, ruiken, horen en voelen, doen ons vaak denken aan iets wat in de toekomst nog gaat komen, of iets wat in het verleden al is gebeurd. Hoe vaak komt het niet voor dat je, compleet willekeurig lijkt het, terugdenkt aan iets van vroeger; iets ineens je hoofd door schiet als een beeld waaraan je al jaren niet had gedacht. Het begin van de fietstocht vanaf de basisschool naar huis, of een geur zoals die van je tienerkamer toen die net opnieuw was ingericht.

Marcel Proust schrijft in zijn roman À la recherche du temps perdu, in het Nederlands: Op zoek naar de verloren tijd, over deze plotselinge herinneringen en probeert aan de hand daarvan steeds verder in zijn geheugen te graven om daarmee de verloren tijd terug te vinden. Zijn boek wordt in de literatuur gezien als een meesterwerk en bestaat uit zeven delen (om de lengte te illustreren: het is zo lang dat de vertaler die Penguin Books inhuurde overleed voordat hij aan het laatste deel kon beginnen). Daarnaast wordt het vaak bestempeld als dé roman over tijd. Proust was de eerste die zo uitvoerig schreef over de verloren tijd van een herinnering en de bekendste passage uit zijn roman is zo’n moment van plotselinge terugblik, dat sindsdien bekend staat als ‘het Proust-moment’. In deze passage veroorzaakt een slok thee waarin een madeleine cakeje is gedoopt, een herinnering aan de tijd dat Proust als kind in de vakanties op bezoek was bij zijn tante in een Frans dorpje genaamd Combray. Het is een herinnering die hij vergeten was, maar die door de smaak van de thee en het cakeje, die zijn tante altijd aan hem gaf, plotseling en onverwacht weer naar boven wordt gehaald. 

Proust
Proust

Proust schreef op een manier die totaal vernieuwend was. Los van zijn ongebruikelijk lange zinnen, de langste is 364 woorden, is hetgeen wat hij in één zin schrijft uitzonderlijk: hij schrijft niet alleen over de gebeurtenis van dat moment, maar tegelijkertijd ook wat er wordt ervaren, herinnerd, gedacht en geassocieerd. Er is een constante link en wisselwerking tussen deze verschillende levels van tijd en bewustzijn. En zo werkt het ook in onze beleving. Net zoals dat Lippard in haar werk onze gedachtestroom benaderd, deed Proust dat in zijn roman en schrijfwijze ook, en dan vooral in de zin van de tijd. Hij was geobsedeerd door tijd en het vatten van wat hij zelf noemde “L’imperfection incurable dans l’essence même du présent”; de ongeneeslijke onvolmaaktheid in de essentie van het huidige moment. Hij kon niet tegen het gevoel dat zijn uren aan het wegtikken waren en alle tijd verloren ging. Als hij terug de tijd in dook, verloor hij zichzelf in de verloren tijd, in plaats van het tikken van de klok te moeten aanschouwen in het nu. Hij verdween in zijn aantekeningen, die constant bleven veranderen: niets was definitief, hij schreef, herschreef, veranderde en corrigeerde, tot ergernis van de drukkers. Hij schreef aan zijn roman van 1909 tot zijn dood in 1922 en in de nacht van zijn dood herschreef hij nog een passage over een personage dat stierf.

Een proof van Proust’s ‘La recherche du temps perdu’
Een proof van Proust’s ‘La recherche du temps perdu’

Niet al je herinneringen zijn even helder, net zoals niet alle momenten in het nu even bewust zijn. We leven constant door, maar zijn een groot gedeelte van de tijd niet goed afgestemd op de wereld om ons heen, alsof het een radio-zender is. Worden die niet-heldere momenten, de momenten van stilte of ruis, de niet-heldere herinneringen? Of andersom? En als je er dan zou letten om helder in het nu te leven, met aandacht, door bij de tijd te zijn, zorgt dat dan ook voor meer heldere herinneringen? Wat Prousts verhaal uiteindelijk laat zien is dat we er nooit volledig in zullen slagen om de verloren tijd terug te vinden. Onze herinneringen, en daarmee de tijd in ons hoofd, in onze gedachten, werken zoals Proust werkte aan zijn roman: ze staan niet vast en veranderen constant, ze worden bepaald door het moment in het nu waarop ze worden herinnerd. We kunnen de tijd die voorbij is niet terug halen zoals hij is geweest, simpelweg omdat het per definitie iets anders is: een herinnering, niet het moment van toen. Alles is constant in verandering. De tijd, je gedachten, je herinneringen. Proust maakte een plattegrond van onze innerlijke wereld, die de weg laat zien, maar tegelijkertijd ook een doolhof is waarin je de weg terug nooit zult vinden. 

Zoals Lippard zegt: ‘speaking about speaking is not as easy as it sounds, because the sound of your own voice comes in between'. Zo blijkt het ook met het denken over tijd: de tijd zit in de weg bij het praten over tijd, omdat het geen vaste vorm of betekenis heeft. Je bevindt je altijd in de tijd, of hij bevindt zich altijd in jou. Een moment later in de tijd is er alweer een andere tijd aangebroken, die om een nieuw begrip ervan vraagt. Tijd is net zoals Lippard de stem noemt: ‘being flesh without being physical’; het heeft geen fysieke vorm, maar wel een gevoel, een gedaante, het is een wezenlijk onderdeel van ons bestaan. Doordat we dit zo ervaren proberen we er juist wel een fysieke, tastbare vorm aan te geven door er naar op zoek te gaan, het uit te pluizen, proberen te vatten in een systeem van de klok of een theorie. Maar uiteindelijk lijken onze pogingen vaak juist tijdverspilling te zijn. Precies dit gegeven maakt het werk Sometimes making something leads to nothing van kunstenaar Francis Alÿs, waarin hij zo’n 7 uur lang een ijsblok door de straten van Mexico-stad voor zich uit duwt en schuift tot het volledig gesmolten is, duidelijk. Soms leidt het doen van iets tot niets, maar omvat de weg zelf juist de essentie en de schoonheid van datgene waar het uiteindelijk om gaat.

Francis Alÿs, ‘Sometimes making something leads to nothing’
Francis Alÿs, ‘Sometimes making something leads to nothing’
Francis Alÿs, ‘Sometimes making something leads to nothing’
Francis Alÿs, ‘Sometimes making something leads to nothing’

Kunst heeft het vermogen de tijd te kunnen vervormen; te vertragen, stil te zetten of er doorheen te reizen. In een serie artikelen onderzoekt Sanne de Vries kunstwerken die de verschillende aspecten van tijd te onderzoeken.