Vrijwel dagelijks is Simon Oud (1956) te vinden in zijn atelier in het complex van Retort aan de Rijnsbrugstraat in Amsterdam. Daar werkt hij aan een samenhangend oeuvre van wand- en vloersculpturen die binnen de beeldende kunst een eigen plaats hebben verworven. Zijn werk ontsnapt aan de gekende beeldende disciplines. Zijn sculpturen zijn schilderijen die volumes hebben aangenomen. Het zijn objecten die ruimtelijkheid tot stand brengen. Je kunt er omheen denken en er zo een voorstelling van maken die ze in hun tastbare gedaante niet hebben. Ze hebben een meteorologisch oppervlak dat verschillende weersgesteldheden laat zien. Het zijn geabstraheerde vormen van persoonlijke waarnemingen in het Noord-Hollandse polderlandschap waar de kunstenaar is opgegroeid.

Simon Oud is de zoon van een tuinder uit Bovenkarspel. Als jongen doorkruist hij het landschap dat hij spelenderwijs door en door leert kennen. Het weideland onder de zeespiegel is doorsneden met afwateringsgreppels, sloten en vaarten, met her en der bouwsels die op het licht gekromde land manifest zijn: boerderijen, schuren, loodsen, verplaatsbare boeten, schuilhutten, voederbulten, daken, kappen. Het gras en de gewassen liggen strakgespannen over de aarde. Dit soort gewaarwordingen zijn terug te vinden in zijn werk dat stilistisch met tal van sculpturale opvattingen overeenkomt, maar dat door zijn autobiografische bewustzijn een zelfstandige aanwezigheid in de kunst heeft.

De meest objecten die Simon Oud maakt zijn geconstrueerd uit zink, soms gecombineerd met messing. Hij is geen beeldhouwer, want hij hakt niet. Hij gaat niet uit van een volume aan materiaal waar hij iets van afhaalt om tot een betekenisvolle vorm te komen. Hij bouwt zijn werk op uit platen metaal, het zachte, koude zink en het massievere, warme messing. Hij construeert een beeld in zijn hoofd en tekent die uit, probeert er varianten van uit in papier en karton en bouwt het vervolgens op uit het metaal dat hij knipt, buigt, walst, vijlt, soldeert, veretst, schuurt, politoert en in de ruimte plaatst. Hij werkt meestal in series, waarin hij een compositie tot stand brengt van objecten die zowel zelfstandig als in onderlinge samenhang kunnen functioneren.

De handzame objecten hebben een meetkundige gedaante, maar het zijn geen eenduidige geometrische vormen; geen cirkel, vierkant, rechthoek of platonisch lichaam. In ieder werk stelt Simon Oud de wetmatigheden van de geometrie op de proef. Hij laat ieder onderdeel van het object ten opzichte van andere elementen min of meer wijken. Er ontstaat een oppervlaktespanning die zich losmaakt van het beeld, alsof er rondom een trilling in de lucht hangt. De vlakken in zijn beelden staan niet recht, maar zijn scheluw: ze scharen naar binnen als het geslepen mes onder een schaats die onder een bepaalde hoek de grootste acceleratie bereikt. 

Veel van zijn sculpturale voorwerpen hebben een relatief bescheiden formaat waardoor ze van nabij kunnen worden bekeken. Het zijn geen schaalmodellen, geen verkleinde versies van constructies die je in de werkelijkheid kunt beleven. Hij ontleent zijn werk weliswaar aan rationele waarnemingen in de realiteit, maar die krijgen in zijn verbeelding gevoelsmatige uitwerkingen als op zichzelf staande verschijningen. Wat in het landschap als ruimtelijke constructie te ervaren is, alsof er tussen de kunstenaar en wat hij ziet middels zijn werk een ‘loodlijn’ wordt getrokken, daarvoor heeft Simon Oud de ‘zinklijn’ als alternatief gevonden. Dat is niet helemaal het goede woord, want bij Simon Oud is de crux van het werk niet de lijnvoering, maar de proportie en de intensiteit van de ruimtelijke vorm. Die benadrukt hij door zijn objecten meestal niet vrij in de ruimte te plaatsen; je kunt er dus niet omheen lopen. Aan de wand en op de vloer hebben zijn beelden vooral een reliëf en een accentuatie die aardrijkskundige verschijnselen eigen is. Simon Oud is een landschapskunstenaar. Zijn werk is de verbeelding van de archeologie en de architectuur van het nauwelijks geaccidenteerde polderlandschap. Het is de paradox van de Dutch Mountains die de waarachtigheid van zijn beelden bepaalt. De leegte van het landschap krijgt bij hem aanwezigheid als vorm.

Een beeld van Simon Oud vormt de echo van een landschappelijke beleving. Hoe het landschap is opgebouwd, vind je bij hem terug in een weliswaar concrete gedaante die echter vooral een sensitieve uitstraling heeft. Hij trekt zijn beelden op uit het platte vlak om een gezichtsveld tot stand te brengen dat vorm en restvorm gelijkwaardig behandelt. De ruimte tussen de dingen is minstens zo betekenisvol als de objecten zelf. Heel inzichtelijk voor zijn manier van denken is zijn fotografie die een steeds belangrijkere plaats in zijn oeuvre krijgt. Hij fotografeert constructies in het landschap die functioneel zijn, maar die door hun desolate aanwezigheid een onafhankelijke en zelfstandige status als beeld krijgen. 


 
Het gaat Simon Oud niet om optische verschijnselen, niet om verdwijnpunten of illusies. Bij hem is alles tastbaar en controleerbaar. Je kunt kijkend informatie vinden die hij niet op de voorgrond plaatst, waardoor je in het beeld iets vindt waar je niet meteen op rekent. Dat is wellicht een gevolg van de omstandigheid dat hij geen kunstenaar zonder meer is. Na de middelbare school werkte hij als verpleger, monteur, zeefdrukker en ten slotte zeven jaar als rekwisiteur bij de Nederlands Opera. Hij ging op zijn dertigste, voor zijn werk afgekeurd vanwege een chronische rug kwetsuur, alsnog naar de Gerrit Rietveld Academie waar hij eerst schilderkunst en uiteindelijk monumentale vormgeving studeerde. Simon Oud die altijd om zijn rug moet denken, ervaart die beperking als de vrijheid die hij nodig heeft om zichzelf fysiek te ontzien en de beelden te maken waartoe hij in staat is. Hij benadert zijn werk zo speels mogelijk en het plezier van het maken, het zelf vinden van oplossingen voor ‘onmogelijke’ voornemens, zie je aan zijn beelden af. Tegelijkertijd werkt hij ook als een monnik, geconcentreerd en op zichzelf teruggeworpen. Hij vertrouwt op verwantschappen in de kunst, die hij vindt in het werk van onder anderen Joel Shapiro en Royden Rabinowitch. Hij voelt ook een bijzondere connectie met Baskische beeldhouwer Jorge Orteiza. De inspiratie die Orteiza vindt in de omgeving waar hij is opgegroeid, sterkt hem in het idee dat zijn Noord-Hollandse blik een vergelijkbare vruchtbare bodem is voor beeldende kunst die veel verder reikt dan een persoonlijke fascinatie.

Simon Oud is in Nederland verbonden aan Galerie Franzis Engels in Amsterdam en Galerie Agnes Raben in Vorden en in het buitenland aan Raum für Kunst (Cornelia Genschow Galerie) in Bonn en 6a Galeria d’Art in Palma. 
Van 6 oktober tot en met 3 december 2017 is werk van hem te zien in de tentoonstellingsreeks ‘Essentie’ in de Kunsthal 45 in Den Helder georganiseerd door Stichting 4+ in het kader van ‘100 jaar na De Stijl’.
 

www.simonoud.nl
www.flickr.com/photos/54425232@N08/