Voor de tweeledige tentoonstelling van Saskia Noor van Imhoff verdiepte zij zich in de architectuur en de collectie van het Stedelijk Museum en De Appel. Beide tentoonstellingen tonen ruimtelijke installaties die bestaan uit archeologische beelden, geinterpreteerde objecten en luchtbevochtigers. Door werken uit de depots van beide instituten te gebruiken als materiaal voor haar werk, snijdt Van Imhoff verschillende vraagstukken aan rondom archiveren, tentoonstellen en conserveren.

Stedelijk Museum Amsterdam

Een installatie van tegen elkaar leunende schilderijen, een bronzen beeld dat evengoed een goud gespoten homp plastic zou kunnen zijn en een stoel met gesprongen veren. De willekeurige plaatsing van de objecten staat in schril contrast met de strenge depotprocedures waarbinnen ze zich normaliter bevinden. Door niet te benoemen door wie het is gemaakt of wanneer lijkt Van Imhoff ons kale systeem van objectieve archivering aan de kaak te stellen.

‘Essentieel is de act van de vondst, waardoor in een archeologische context de vinder het object transformeert tot een als erfgoed te koesteren bodemvondst die vervolgens bewaard wordt in een depot of getoond wordt in een museale vitrine. Het object in kwestie krijgt door dit benoemingsproces een geheel andere betekenis: het wisselt van vervreemdbaar afval tot onvervreemdbaar erfgoed’, aldus Gerard Rooijakkers. 

Stedelijk Museum Amsterdam

Uit een wassen blad steken gekleurde stukken die stof blijken te zijn. Ze vormen een nieuw object waardoor ze hun karakter als kledingstuk verliezen en dus niet meer in deze ordening passen. Status en waarde van de werken veranderen vanaf het moment dat ze deel uitmaken van de installatie. Zo heeft Van Imhoff een portret meerdere malen gereproduceerd doormiddel van röntgenfoto’s waar ze vervolgens de kleuren overheen gedrukt heeft waaruit het beeld oorspronkelijk is opgebouwd. De onderliggende, soms onzichtbare, informatie wordt hiermee een uitvergroot onderdeel van het beeld. 

De Appel Arts Centre

Van Imhoffs fascinatie voor archeologie komt sterk naar voren. De verhoogde vloer in de Appel, gebouwd als een wit podium die de gehele ruimte vult, toont meerdere uitsparingen waarin objecten geplaatst zijn alsof het om opgravingen gaat. Beneden, op de oorspronkelijke vloer, liggen oude gebruiksvoorwerpen, kapotte speerpunten en vergulde bladeren. De installatie toont zo een gelaagdheid aan betekenissen die zich al jaren in De Appel lijken schuil te houden.
In het Stedelijk Museum wordt deze vorm van archivering op een totaal andere manier zichtbaar. Van achter een verrijdbare wand zie ik de elektriciteitsbedrading en het luchtsysteem van het museum met daarnaast een Karel Appel. De werken en de architectuur worden samen één geheel, wat het moeilijk maakt om een kunstwerk los te koppelen van de directe omgeving. 

De Appel Arts Centre

Van Imhoff speelt met haar fascinatie voor systemen, reeksen en collecties in op het categoriseren van objecten. Juist de objecten die we doen vergeten door ze in een depot te stoppen geven volgens haar de identiteit van de samenleving weer. Daar waar wij onszelf dagelijks onderhouden, worden ook de werken in het magazijn continue voorzien van een laag ‘cosmetica’, de luchtbevochtiger is daar het toonbeeld van. Zo proberen wij onszelf goed te houden met allerlei medisch-esthetische middelen en wordt groente en fruit in de supermarkt voorzien van een vochtig laagje zodat het er lekker uit blijft zien. Dat kunstwerken bewaard worden onder een geschikte temperatuur zodat onder andere het papier niet vergaat, is niet veel anders. Het klimaat binnen het museum wordt daarbij bevraagd door de verbanden die Van Imhoff legt tussen de rol van de curator, de architect, de reconstructie van voorwerpen, het depot en bovenal de voor ons onzichtbare kant van het museum.

Stedelijk Museum Amsterdam

De Appel Arts Centre

De Appel Arts Centre


Stedelijk Museum Amsterdam

 

De expositie #+21.00 is t/m 10 april te zien in De Appel Arts Centre.
De expositie #+23.00 is
t/m 8 mei te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam.