Een tijdje geleden verscheen er een artikel in de NRC waar ik van schrok. (Trump en alle andere ellende daar gelaten) Het ging over kunstenaars met een bijbaan. Het onderwerp zelf verbaasde me niet zozeer, ik vond het alleen vreemd dat het nieuwswaardig was. Ik kom immers zelf van de academie en daar word je vanaf dag 1 verteld dat je niet moet denken dat je een groots kunstenaar wordt die klei in goud kan veranderen. Een paar jaar later ken ik dan ook vooral een boel getalenteerde jonge makers met allerlei interessante bijbanen die beroerd veel tijd van hun week opslokken.

Zo ken ik bijvoorbeeld een grafisch vormgever die op een helpdesk werkt waar mensen haar kunnen bellen over Phillips spaarlampen, een kunstenaar die als taxichauffeur gehandicapten van hot naar her brengt en een stuk of duizend jonge makers die in een koffiebar werken. Laatst wees iemand mij er zelfs op dat ze de kunstacademie ook wel eens de ‘barista academie’ noemen. Daar hebben we toen samen heel hard om gelachen, maar het wrong ook een beetje.

Iedereen is zo druk bezig om zich in allerlei bochten te manoeuvreren om toch vooral die schepper van gave dingen te zijn. (en tegelijkertijd moffelt iedereen zijn bijbaantje een beetje weg). Als je ze vraagt hoe het gaat dan vertellen ze enkel over hun nieuwste creaties, toekomstplannen en naderende tentoonstellingen. De bijbaan lijkt niet te bestaan en ook online zie ik alleen de mooiste dingen op hun tijdlijn verschijnen. Het ziet er allemaal zo gaaf uit dat je maar zo zou kunnen denken dat het iedereen voor de wind gaat.

Nu wil ik niet zeggen dat het erg is om enkel de mooie kant van een verhaal te laten zien. Ik vind het alleen juist knap dat er zoveel mensen zijn die zich het apenlazarus werken in die ene koffietent, helpdesk of taxi om daarnaast ook nog te zitten zweten en zwoegen op nieuwe kunstwerken. Dat is niet iets waarvoor je je zou moeten schamen. Die dubbelrol toont juist doorzettingsvermogen en karakter. Ik zie deze kunstenaars als een soort Clark Kent die verslag doet op een stoffig kantoor en tussendoor ook nog even als Superman wat schurken vangt om de stad wat leefbaarder te maken. 

Natuurlijk laat je je liever als een soort Superman zien, dat werkt immers ook veel aanstekelijker. Als je ziet dat de mensen om je heen met gave projecten bezig zijn, dan wil je zelf ook weer aan de slag. Dus laten we ons niet langer schamen voor die minder mooie kant en elkaar vooral blijven aanmoedigen om die mooie dingen te blijven maken. Want hoe klein of groot ze ook zijn, ze maken de wereld een stuk gezelliger.

Zo kon ik het niet laten om het pakje shag van mijn vriend een make over te geven. Ik werd namelijk een beetje misselijk van al die rottende tenen, rokende baby’s en sippe naakte mannen die er tegenwoordig op staan. Nu wil ik absoluut niet pretenderen dat ik een of ander kunstwerk heb gecreëerd, maar het voelde toch prettig om iets banaals als een pak shag wat op te fleuren, want God weet dat we in deze donkere dagen wel wat kleur kunnen gebruiken. 

Dus iedereen die dit leest en zichzelf in het bovenstaande herkent, en/of iedereen die juist denkt van 'pleur op met je pak kattenshag, ik kan pas echt gave dingen maken!' Doe dat vooral als je straks klaar bent bij je bijbaan, want deze kleine lofzang is voor jou. Je bent een superheld.