Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

De rel om Ruigoord

07 Sep 2016 Lauranne Staat

Er zijn een aantal televisiebeelden die je als kind ziet en die je nooit meer kwijt raakt. Zo kan ik me persoonlijk bijvoorbeeld de beelden van de Ruigoord-rellen van de jaren ’90 nog heel levendig voor de geest halen. Een groep redelijk links ogende types ging buiten haar zinnen om een bos te beschermen, terwijl de hijskramen, shovels en graafmachines al in de aanslag stonden om alles met de grond gelijk te maken. De demonstranten hadden spandoeken tussen de takken van de bomen gehangen en een aantal van hen had zich zelfs aan de boomstammen en betonnen palen vast gekluisterd. Anderen waren de bomen ingeklommen om ze vanuit een hut in de kruin bezet te houden. Ik denk dat het nieuwsfragment zo’n indruk op me maakte, omdat het zo de confrontatie tussen de zwaarbewapende ME-agenten enerzijds en de boomverdedigers, wild van woede, anderzijds zo gewelddadig was.

Nu, bijna twintig jaar later, weet ik waarvoor werd gestreden. Ooit was Ruigoord een klein eilandje in de Houtrakpolder. Begin jaren ’70 vatte gemeente Amsterdam het plan om het westelijk havengebied uit te breiden, waarop het dorp noodgedwongen leegliep. Slechts een handjevol protesterende bewoners, geholpen door een aantal kunstenaars vanuit Amsterdam, bleef in het dorp achter. Vanwege de oliecrisis werden de uitbreidingsplannen echter op de lange baan geschoven, waarop algauw meer kunstenaars, schrijvers en andere vrije geesten vanuit de stad toestroomden om de lege huizen te kraken. Ze zagen in Ruigoord, dat middenin het natuurgebied lag, een soort hedendaags Arcadia, een idyllische enclave die kon gelden als alternatief voor het drukke stadsleven. 
Eén van de oprichters van de kunstenaarskolonie, Hans Plomp, zei ooit dat Ruigoord een plek was voor de ‘scharrelmens’, en hij voegde eraan toe: ‘met vrije uitloop.’ Het gebied bood de nieuwe bewoners een plek waar men niet was gebonden aan de als beperkend ervaren regels en omgangsvormen van de moderne, kapitalistische maatschappij, en een alternatiever leven kon leiden. Het dorp kreeg de reputatie dat er flink met geestverruimende middelen werd geëxperimenteerd. Daarnaast werd er volop gemediteerd en er werden mystieke rituelen georganiseerd in de dorpskerk, waarbij vaak de ‘I Tjing’, een klassieke Chinese tekst, als orakel of als wijsheidsboek werd geraadpleegd. Waren de jaren ’70 de tijd van de flower power, dan was Ruigoord het episch centrum. De hippie-idealen van gemeenschapszin en het delen van bezittingen werden in het dorp volop in praktijk gebracht. ‘Geld was niet belangrijk in Ruigoord,’ vertelde auteur en toneelschrijver Gerben Hellinga eens. 

De ME tegenover Henk Witte Aap
De ME tegenover Henk Witte Aap

De kraak van Ruigoord, 24 juli 1973. Foto Wim Ruigrok
De kraak van Ruigoord, 24 juli 1973. Foto Wim Ruigrok

De kraak van Ruigoord. Foto uit archief Ruigoord
De kraak van Ruigoord. Foto uit archief Ruigoord

Het was dezelfde Hellinga die destijds zijn vrienden van het Amsterdams Ballongezelschap naar het dorp meebracht, een groep kunstenaars die de drijvende kracht zou worden achter de talloze happenings in Ruigoord en later ook de rest van de wereld. Het gezelschap organiseerde spectaculaire ‘Vliegerfeesten’ en maakte in haar met wolken beschilderde ‘Luchtbus’ roadtrips door Europa en naar verdere tot de verbeelding sprekende bestemmingen, zoals bijvoorbeeld India. Maar Ruigoord zou nog meer grote namen uit de Nederlandse kunstgeschiedenis voortbrengen. Simon Vinkenoog is misschien wel het meest bekende voorbeeld. Na zijn uitvaart werd in Ruigoord een vreugdevuur ontstoken om het leven van de schrijver en dichter te vieren. En ook protestzanger Armand, die in Ruigoord trouwde, was een vaak geziene figuur in het kunstenaarsdorp. 

Foto uit archief Ruigoord
Foto uit archief Ruigoord

Dat de hippiegeest nog altijd in het dorp rondwaart, ondervond ik aan den lijve toen ik op een zonnige nazomermiddag richting het dorp begaf dat ik me zo levendig van de beelden op tv herinner. Een kleine twintig minuten nadat ik op Amsterdam Sloterdijk in de bus ben gestapt, sta ik op een keurig rechte stoep bij wat volgens het computerscherm in de bus ‘dorp Ruigoord’ is een moment vertwijfeld om me heen te kijken. Ik zie helemaal geen dorp. Wel zie ik rechts van me een verzameling loodsen, en links torenen twee enorme witte silo’s. Hier ging de strijd in ’97 dus om, denk ik bij mezelf: om de uitbreiding van het Amsterdamse Havenbedrijf waarbij Ruigoord flink aan natuur had moeten inleveren. Na enige tijd ontdek ik een eindje verder een met felle kleuren beschilderde caravan aan de kant van de weg. Nu zie ik nog iets verderop ook een kerktoren tussen de bomen uitsteken. 
Al mijn twijfel over of ik wel in de juiste richting loop is verdwenen wanneer ik langs knusse, met muurschilderingen bedekte arbeidershuisjes wandel, de poëtische teksten lezend die hier en daar lukraak op de gevels zijn gekalkt. De voortuinen staan vol met vreemde bouwsels en andere opeenhopingen van onduidelijke aard. Over de weg komt een volledig in het wit geklede vrouw me tegemoet schrijden. Aan haar hand voert ze een vederlichte constructie met zich mee, een soort luchtkasteel, alsof ze een ballon aan een touwtje achter zich aan trekt. Een serene glimlach speelt om haar lippen wanneer ze me een vriendelijk knikje geeft. 

En dan - alsof ‘ie op me zit te wachten - een bijna roerloze gestalte aan de kant van de weg. Het gezicht een beetje omhoog, naar de zon. En wéér zo’n brede glimlach. Het lijkt wel of iedereen hier ultiem gelukkig is, denk ik niet zonder cynisme. De man draagt een paars trainingsjack, een wijde pantalon met opgerolde pijpen en daaronder clowneske veterschoenen. Op het hoofd een grote zonnebril en een bolle pet die een beetje is scheefgetrokken. Ik steek mijn hand op naar de man, ik kom in vrede. Hij antwoordt met een enthousiaste zwaai en de vriendschap is gesloten. Frankie komt op me aflopen om zich voor te stellen en neemt me meteen onder zijn hoede: wat leuk dat ik ben gekomen, hij kan me wel rondleiden, maar of ik eerst een kopje koffie wil in de dorpskerk.
Binnen is een handjevol Ruigoorders bezig de sporen van de vorige avond uit te wissen. Het is Open Ateliers geweest, de dag ervoor afgesloten met een concert en aansluitend een - zo te zien goed geslaagd feest- in de kerk. Het licht dat door de glas-in-lood ramen naar binnen valt vormt regenbogen op de tafels en stoelen die voor de schoonmaak aan de kant worden geschoven. Frankie stelt me voor aan een jonge vrouw waar ik een poosje mee praat. Het gefilterde zonlicht glijdt over haar gezicht, de gekleurde plukken in haar haren dansen mee.
Iets later lopen mijn gids en ik in de richting van een schuur waar een aantal mannen bezig is een expositie van één van de Ruigoord-kunstenaars af te breken. Langs de wanden van de schuur staat een groot aantal portretten. Hans Gritter, de maker van de schilderijen, wijst me de gezichten van een aantal bekende Ruigoorders: ‘Kijk, dat is Theo Kleij. En daar heb je Hans Plomp.’ Bij een kinderportret blijft hij even staan en zegt: ‘Die twee werken hier nu allebei. Ze kennen elkaar al heel hun leven.’ ‘En daar,’ zegt hij bij een ander portret, ‘die heeft nu een atelier aan de weg waar je net liep.’ Door de manier waarop Gritter over de mensen op de schilderijen spreekt, krijg ik het gevoel dat het hier in Ruigoord allemaal net één grote familie is. Dan wordt mijn aandacht getrokken door een groot landschap dat achterin de schuur hangt. ‘Dat is nu helaas verdwenen,’ vertelt de kunstenaar, hoorbaar met spijt in zijn stem, terwijl hij met me meeloopt in de richting van het grote doek. ‘Dit was waar nu de havenloodsen staan...’ 

Mijn gids, gitarist en componist Frankie Douglas
Mijn gids, gitarist en componist Frankie Douglas

Wanneer Frankie en ik weer de volle middagzon instappen lijkt het grote schip, dat ik links van ons in de verte kan zien liggen, me aan te staren. Voor een kort moment heb ik het onbehaaglijke gevoel dat het op de loer ligt, als een smetteloos wit en gestroomlijnd zeemonster dat zijn kans afwacht om het ongepolijste dorp met al haar grillen op te slokken. Niet duidelijker hadden twee zo totaal verschillende opvattingen over hoe de wereld in elkaar zit tegenover elkaar kunnen liggen als hier in Ruigoord. Is het slechts mijn verbeelding of dagen ze elkaar uit? Zou het monster der efficiëntie het ooit winnen? Ruigoord, schietend met zijn kleurrijke pijlen, heeft inmiddels wel bewezen geen gemakkelijke prooi te zijn. Sinds de millenniumwissel mag er dan misschien niet meer worden gewoond, het dorp geldt nog steeds als broedplaats voor alternatieve kunst en er worden nog altijd festivals georganiseerd. Inmiddels heeft het dorp haar 40-jarig bestaan als kunstenaarskolonie gevierd (2013). Ingeklemd tussen de keurig omlijnde kavels en machine-esthetiek, vormt Ruigoord nog altijd een wonderlijke enclave die symbool staat voor vrijheid en alternatief denken. Misschien is het zoals dichter Witte Aap op één van de gevels in het dorp schreef: ‘Zóveel inspiratie op deze ene plek, het kàn gewoon niet anders, er zit een kosmies lek.’
Een verloren stukje Ruigoord vastgelegd door Hans Gritter. Fotografie: Lauranne Staat
Een verloren stukje Ruigoord vastgelegd door Hans Gritter. Fotografie: Lauranne Staat

Henk Witte Aap
Henk Witte Aap

Wegwijzer naar andere vrijhavens. Fotografie: Lauranne Staat
Wegwijzer naar andere vrijhavens. Fotografie: Lauranne Staat

Een van de eerste festivals op Ruigoord en daarmee van Nederland. Foto Marc Morrel.
Een van de eerste festivals op Ruigoord en daarmee van Nederland. Foto Marc Morrel.

Foto uit archief Ruigoord
Foto uit archief Ruigoord

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl