Image

De slapers

07 Apr 2016 Judith Boessen

Wat ziet de slaper voordat hij zijn ogen sluit? Zijn bed wordt een voertuig door de nacht, de wanden van de kamer vervagen tot bijna kleurloze vlakken. Aan de binnenkant van zijn ogen etsen zich de laatste dingen die hij heeft waargenomen: Het gordijn, de sponningen van een raam, een stel kaarsen en de stoel. Ze wachten geduldig de nacht af als zwijgende wachters van zijn dromen.

Michael Raedecker (1963) kent zijn weg wel in het schimmenrijk der dingen. Zijn grote, bijna kleurloze, doeken worden bevolkt door de meest non-descripte voorwerpen. Kamerplanten, bureaustoelen en vitrage zijn de ‘leading characters’ in zijn recente werken bij Grimm gallery in Amsterdam. De expositie opent met drie grote grijs geschakeerde doeken waarin kamerplanten de hoofdrol spelen. De gedomesticeerde flora is gevangen in een pot die als een opgevuld silhouet wordt weergeven voor een gordijn. De sprieterige planten zijn verbeeld met een dikke draad en ferme steken. De nachtelijke decors met oplichtende huizen of de stillevens in een scala van pasteltinten zijn definitief voorbij. Wat blijft is de naald, de draad en de verf. Want juist deze combinatie van schilder en borduurwerk is zijn succesvolle handelsmerk geworden. 

En de afgelopen twee decennia heeft Raedecker dan ook een contentieus en geduldig onderzoek verricht. We zagen eerder poëtische overtekeningen met glanzende borduurzijde, maar ook rafelige schetsmatige lijnen die ruw getrokken werden met wollen draden. In al deze gevallen was de handeling van de maker (het stikken, borduren en schilderen) na te voltrekken vanaf het doek. Dat is bij zijn recente werken wel even anders. Geen van deze schilderijen zijn immers gemaakt met behulp van een kwast of borstel. De penseeltoets, die zo’n artistieke signatuur kan zijn, ontbreekt volledig in deze doeken. De drager is niet langer schilderslinnen maar een goedkoop overhemdenstof dat per kilometer gemaakt wordt. De ijle kleurtoetsen zijn tot stand gekomen door eindeloze verfbaden in waterige acrylverf. Vervolgens knipte de kunstenaar hier zijn personages uit: de potten, planten en raambanken die hij secuur op het doek lijmde. 

Het effect is een afgeschraapte vorm van visueel illusionisme: Het afgebeelde gordijn wordt immers uitgebeeld door een geverfd en geplooid stuk stof. De toeschouwer belandt hierdoor met zijn blik in een haast onmerkbare deining. Hierdoor lijkt het alsof we het schilderproces binnen drentelen bij een chemische faseovergang: de schijnbaar obligate voorstelling lijkt willekeurig te smelten, kristalliseren, condenseren en te verdampen. Waar de afgebeelde voorwerpen zich bevinden in dit subtiele transformatieproces wordt nooit helemaal helder. De kunstenaar acteert hier als een alchemist: Net als de oude natuurfilosofen onderzoekt hij op speculatieve wijze de aard en materie van de dingen. De potten, planten en raambanken worden in zijn handen dragers van een raadselachtige natuur.

Raedecker doet met zijn nieuwste werken een poging om een herhaling van zetten voor te blijven. En hij doet dat vooral door met de grootste zorg zijn materiaalonderzoek verder uit te puren en berekent zijn speelruimte zorgvuldig. Dat is geen eenvoudige opdracht voor een kunstenaar wiens werk zo gretig wordt aangekocht door private collectioneurs. Want ook al zijn de kunsten zogezegd vrij, de makers die er hun brood mee verdienen zijn dat zelden. Ik stel me voor hoe vanavond laat het licht uit gaat bij galerie Grimm. In de zwarte duisternis getuigen Raedeckers deinende potten en planten van een eindeloze reeks ogenblikken en momenten. Ze resoneren het echte leven na, zonder er ooit werkelijk deel van uit te zullen maken. Het zijn de slapers die over ons waken.


De expositie is nog tot en met 23 april te zien in Grimm Gallery