Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

De Toekomst van Thuis: in gesprek met futuroloog Christiaan Fruneaux

16 Jun 2019 Milo Vermeire

Voor het laatste artikel van de rubriek ‘Landloos’ spreek ik met futuroloog Christiaan Fruneaux van Studio Monnik over de toekomst van ons thuisgevoel.
 

Milo Vermeire (MV): Je hebt op veel verschillende plekken gewoond verspreid over de wereld zoals Jarkarta, Beirut, Damascus en Tokyo. Wat betekent het begrip thuis voor jou? 
Christiaan Fruneaux (CF): Veel! De eerste keer dat ik voor een lange periode in het buitenland woonde, was toen ik Indonesisch ging leren op een universiteit in Malang. Ik studeerde destijds Moderne Aziatische Geschiedenis aan de UvA. Mijn afstudeeronderzoek ging over de Partai Rakyat Demokratik, een kleine maar controversiële en luidruchtige groep binnen de studentenbeweging die voorafging aan de val van Soeharto.

Mijn onderzoek was vooral antropologisch. In Jakarta leefde en werkte ik met mensen uit de studentenbeweging en in Malang trok ik bij familie in die daar woont. Om contact te kunnen maken met die omgeving moest ik me eerst de taal eigen maken. De cultuurshock was voor mij een hele interessante reis. Ik had op school wel geleerd wat dat is, maar als je het zelf doormaakt, is dat echt een ander ding.

Ik ging naar Indonesië toen ik een jaar of 25 was. Van mijn scriptie kan ik mij helemaal niks meer herinneren, maar die fysieke ervaring van wat cultuur is, dat bleef heel erg bij.

Het heeft vier fases. Eerst denk je bij alles ‘wow!’, je focust je dan op de ‘exotische’ kant en ‘de ander’. Vervolgens moet je engageren en dan gaat alles moeizaam: dat is de tweede fase. Zij hebben in elke situatie namelijk andere verwachtingen die voor een deel zijn gebaseerd op andere normen, waarden en ideeën dan die van jezelf. Je botst heel erg met je nieuwe omgeving en omdat je dan vasthoudt aan je eigen doen en laten; word je defensief. Je wordt eigenlijk gewoon best wel een irritante gast, want je gaat alles vergelijken met je eigen thuis en wat je snapt. De ‘ander’ komt er dan natuurlijk heel negatief vanaf. Je ego, je cultural upbringing, gaat zich verdedigen. Op een gegeven moment en als je de taal leert, dan gaat dat wat sneller, dan zak je in de lokale cultuur, en de volgende fase, en handel je gewoon zonder na te denken volgens de logica van een bepaalde plek. Dat doe je niet omdat je allemaal expliciete kennis erbij hebt gekregen, maar door alle kleine dingen die je impliciet aanneemt. Uiteindelijk zak je zo in de laatste fase in het thuisgevoel van een nieuwe situatie. 

Ik ging naar Indonesië toen ik een jaar of 25 was. Van mijn scriptie kan ik mij helemaal niks meer herinneren, maar die fysieke ervaring van wat cultuur is, dat bleef heel erg bij.

Beeld door Jan Cleijne
Beeld door Jan Cleijne


MV: Had je eenzelfde soort ervaring toen je in Tokyo zat? En hoe heeft je verblijf daar bijgedragen aan de oprichting van Studio Monnik?
CF: Monnik werd opgericht terwijl de Occupy-beweging net gaande was en er met name kritiek en veel ‘nee’ te horen was. Er was kritiek op moderniteit en op het kapitalisme maar er kwamen weinig antwoorden. Edwin [Gardner, medeoprichter van Studio Monnik] en ik vroegen ons af hoe ziet een ‘ja’, een duurzame en inclusieve wereld, er dan uit?

Hoe ziet post-groei eruit?

Dat is natuurlijk een hele grote vraag. Hoe kan je überhaupt eigenlijk toekomstdenken en holistisch denken? We keken eerst naar de geschiedenis, naar de moderniteit die de laatste 600 jaar beslaat. Wat kan je daarover zeggen? Je ziet onder andere dat die tijd is gebaseerd op groei. Als je naar de statistieken kijkt dan zie je bij veel variabelen zo’n hockeystick [alles groeit exponentieel]. We zagen dat als een aanknopingspunt om de vraag naar een duurzame en inclusieve wereld te kunnen beantwoorden: Hoe ziet post-groei eruit?

Die vraag over een duurzame en inclusieve wereld en post-groei kwam vervolgens ergens op een bureautje in Tokyo terecht. Daar hadden ze net de tsunami en nuclear meltdown over zich heen gehad en dachten ze: dit is de vraag die wij nodig hebben. We kregen om die reden financiering en zijn daar toen naar toe gegaan om deze vraag verder uit te vogelen.

Tokyo meltdown 1, uit: 'Tokyo Totem' (Beeld door Jasper van den berg)
Tokyo meltdown 1, uit: 'Tokyo Totem' (Beeld door Jasper van den berg)

MV: Wat troffen jullie in Tokyo aan?
CF: Tokyo is de grootste stad ter wereld. 37 miljoen mensen op een hoopje en alles om je heen is door mensen is gemaakt. Groei is daar heel tastbaar. Ik vond het echt insane. Tegelijkertijd oscilleert de bevolkingsgroei en de economie rondom de nulgroei dus wij dachten 'misschien vinden we daar antwoorden over een post-groei situatie'.

Ik voelde me net ‘Truman’ zoals in de Truman Show.

De grootste duw in ons denken was echter dat ik me daar helemaal niet thuis voelde. En dat verbaasde me enorm. Ik heb nog nooit zo’n fysieke reactie gehad. We moesten ook met de Japanse bureaucratie werken en snapten natuurlijk helemaal niet hoe dat moest. Alles gaat heel anders en is niet super toegankelijk. Op een gegeven moment moest ik echt die stad uit. Het was de hele tijd grijs en alles is generiek. Je gaat de metro in, zit een half uur ondergronds en dan pop je eruit en denk je ‘ben ik nou in een rondje gereden?’.

Ik voelde me net ‘Truman’ zoals in de Truman Show. Alsof je in een koepel woont. Er is geen wind meer, je ziet geen sterren en alles is zo ordelijk. Wij moesten wel gaan nadenken over 'waarom voel ik me hier zo ongemakkelijk?'. En toen kwamen we erachter – dat wil zeggen; we begonnen te vermoeden – dat mijn betekenisgevend kader grotendeels is gevormd door de Romantiek, in de breedste zin van het woord. En in Tokyo hebben ze een heel ander betekenisgevend kader.

Tokyo meltdown 2, uit: 'Tokyo Totem' (Beeld door Jasper van den berg)
Tokyo meltdown 2, uit: 'Tokyo Totem' (Beeld door Jasper van den berg)


MV: Is dat wat je gezien hebt in Japan een voorbode van de toekomst voor ons in Europa?
CF: Ik denk het niet. De Japanse en de Westerse houding zullen meer in elkaar gaan overlopen. Je merkt dat door de invloed van het massive media bombardment, wat het Westen is, de Japanse jeugd Romantischer wordt. Zij hebben bijvoorbeeld veel meer gevoelens bij auteurschap dan de oudere generatie.

Ik heb het idee dat mensen in Japan hun gevoel van thuiskomen veel meer vinden in dagelijkse ritmes. Ze hebben, volgens mij, minder een ruimtelijk gevoel van monumentaliteit maar een temporale beleving. Ontmoetingen verlopen bijvoorbeeld veel meer volgens bepaalde protocollen dan bij ons. En ik zie dat hier in Nederland niet zo snel gebeuren, ik zie mensen in Japan eerder losser worden.

In Tokyo wonen miljoenen mensen en er is geen vandalisme of straatvuil. Het heeft heel veel voordelen maar ook veel nadelen. De emotionele en psychische druk waar het individu onder staat is volgens mij erg groot. Ik zou daar niet per se voor kiezen. Ik denk ook dat het economisch niet goed werkt. De Japanners komen uit een corporate culture [corporale cultuur], dat zijn niet de meest creatieve, toekomstbestendige culturen.

Beide transities gooien alles omver. Daar komt denk ik de hedendaagse politieke verwarring uit voort.

MV: We zien nu in Europa de opkomst van nationalisme en in sommige landen een neiging of zelfs concrete maatregelen tot het verstevigen van de landsgrenzen. Je kunt het vergelijken met het opkomend nationalisme in Europa van een eeuw geleden. We leven nu echter in een totaal andere wereld die continu met elkaar in verbinding staat. Hoe zie jij de toekomst van (land)grenzen voor je in dit licht?
CF: Ik weet niet of dat de juiste vraag is. Ik denk dat we nu twee transities doorgaan. Enerzijds heb je de digitale transitie: van de verbrandingsmotor en de industriële revolutie gaan we naar digitale productieketens en waardeketens. Dat is een gigantische overgang en niet zozeer een technologische, maar eerder een culturele overgang. Je kunt het vergelijken met de uitvinding van de boekdrukkunst die ons uiteindelijk uit de middeleeuwen heeft gehaald en in de moderniteit bracht. Dat was echt een end of an era. De digitale revolutie is ook een informatierevolutie. Ook nu is de vraag ‘wat is waar’ weer relevant. Net zoals nu werden toen oude ideeën, dogma’s en structuren getest en verworpen. Ook toen kwamen er ineens allemaal ‘gekkies’ uit het niets tevoorschijn die opeens een podium vonden. Denk aan Luther, Calvijn, Spinoza en Descartes die via dat nieuwe medium – de boekdrukkunst – opeens hun ‘malle’ ideeën konden verspreiden. Daarnaast maken we een transitie door naar een meer duurzame samenleving. Beide transities gooien alles omver. Daar komt denk ik de hedendaagse politieke verwarring uit voort. Alles wordt vloeibaar.

Al die frames van hoe we met elkaar om zouden moeten gaan en wat thuis is en waar we toe behoren, werden toen geformuleerd.

Tegelijkertijd is de Digitale Revolutie een maakrevolutie. Het is dan ook interessant om deze te vergelijken met de Industriële Revolutie. Toen de stoommachine tijdens de Industriële Revolutie opkwam, ontstond er bijvoorbeeld een enorme productiviteitsgroei terwijl de meeste mensen armer werden. Dat lijkt vreemd: Er komt een nieuwe technologie de samenleving binnen, maar iedereen is slechter af. Ondanks dat we meer spullen hadden en veel efficiënter produceerden, ontstonden sloppenwijken. Deze periode, die zich ergens tussen 1750-1848 afspeelt, noemen ze Engels’ Pause. De samenleving veranderde op een fundamenteel niveau en er moesten nieuwe verhalen van thuis en ideeën van behoren worden geformuleerd. Dat duurde even. Dus het was in de tweede helft van de 19de eeuw dat al die -ismes ontstonden: het socialisme, liberalisme, anarchisme, communisme. Al die frames van hoe we met elkaar om zouden moeten gaan en wat thuis is en waar we toe behoren, werden toen geformuleerd.

Na het revolutiejaar 1848 waarin heel Europa, op Nederland na, de straat op ging, klapte de ontregeling om in emancipatie. In de eeuw die hierop volgde werden steeds meer wetten ingevoerd die ervoor zorgden dat de nieuwe productiviteit voor iedereen ging werken. Denk bijvoorbeeld aan het kinderwetje van Van Houten: kinderen moeten niet achter het weefgetouw werken maar naar school. Of de Woningwet: als je toch een huis bouwt doe het dan gewoon goed. De collectieve gezondheidszorg kwam op, de schoolwet. Slavernij werd in die periode afgeschaft. Het algemeen kiesrecht ingevoerd. Al die emancipatoire wetten die ervoor zorgden dat iedereen wat aan de vooruitgang had kwamen op. Het hele Oliver Twist verhaal sloeg om naar emancipatie.

Wat voor werk we doen bepaalt voor een groot deel ons wereldbeeld, wat we van onszelf vinden, met wie we omgaan, en waar we wonen.

MV: En hoe zie je deze geschiedenis in vergelijking met nu?
CF: Dat we een ontregelende periode doormaken door de influx van nieuwe manieren van werken. Wat voor werk we doen bepaalt voor een groot deel ons wereldbeeld, wat we van onszelf vinden, met wie we omgaan, en waar we wonen. Dus als de manier van werken verandert, dan moet je naar een ander verhaal toe. In de negentiende eeuw, tijdens de Industriële Revolutie, werden al die natiestaten gebouwd en kwamen al die -ismes op. Mensen zochten naar een nieuw gevoel van behoren.

Nu maken we dit opnieuw mee. De belofte van de computer is fundamenteel. Ik bedoel, [Alan] Turing noemde het ‘de universele machine’. De machine die elke andere machine kan zijn. Dat is een grote belofte en je ziet deze ook steeds meer ingevuld worden.

De Digitale Revolutie is dus zowel een informatierevolutie als een maakrevolutie en verandert op fundamentele manier hoe we ons tot onszelf, onze gemeenschap en onze natuurlijke omgeving moeten verhouden. Hoe werken we morgen? Hoe dragen we waarde bij? Daar horen nieuwe verhalen bij die nu eigenlijk nog verzonnen moeten worden. Net zoals bij de boekdrukkunst en de stoommachine komt er nu een nieuwe technologie binnen en die verandert alles, maar dan moeten we ook weer opnieuw nadenken hoe we dit omzetten naar een emancipatoire kracht.

Christiaan Fruneaux
Christiaan Fruneaux


MV: Omwentelingen veroorzaakt door de boekdrukkunst of de stoommachine gingen natuurlijk wel veel langzamer. Het internet is net dertig jaar oud en heeft al hele werkvelden weggevaagd.
CF: Ja het gaat veel sneller. En het gaat ook nog eens gepaard met een ecologische crisis. Dat zijn twee fundamentele transities die we tegelijkertijd moeten tackelen. Dus er moet een verhaal komen dat zowel recht gaat doen aan die nieuwe informatie-situatie maar ook aan het nieuwe economische model en aan onze verhouding met de natuur. Dus alles is ineens vloeibaar. De relatie die we hebben met de werkelijkheid (denk: fake news, deep fakes, etc.), met onszelf als werkende mens, met onze gemeenschap, en met onze natuurlijke omgeving – alles moet geherdefinieerd worden. Neem bijvoorbeeld specifiek de thematiek van ‘landloosheid’. De natiestaat is natuurlijk een uitvinding van de industriële revolutie, dat is gewoon een construct en daar zit een einddatum aan. Maar ondertussen heeft wel iedereen behoefte aan een gevoel voor behoren, dus er moet iets nieuws komen.

MV: En daar komen jullie bij kijken...
CF: Wij hebben wel ideeën waar het naar toe kan en hoe een inclusieve samenleving eruit zou kunnen zien. Daar proberen we steeds weer andere vormen voor te vinden. We maken nu vooral veel toekomstscenario’s voor klanten maar we proberen sinds kort ook nieuwe verbeeldingen de publieke ruimte in te slingeren. We werken nu bijvoorbeeld aan een stripboek met Jan Cleijne, een hele getalenteerde Amsterdamse illustrator en striptekenaar. We zijn samen met hem een soort graphic novel aan het maken. Of eigenlijk wordt het meer een soort encyclopedische gids van Amsterdam in 2089 die tegelijkertijd als handleiding fungeert. Het is een gids waarin je bijvoorbeeld kan zien hoe een familie in de stad van de toekomst leeft, werkt en reist. Maar er staat ook in ‘wil je dit bereiken? Dan moet je deze wetten invoeren of daarop inzetten als maatschappij’. Dat is de handleiding. 

En samen met Marjolijn van Heemstra, theatermaker en schrijver, hebben we de Academie voor Stadsastronauten opgericht. Astronauten hebben het overview-effect [omdat ze vanuit de ruimte de aarde als één geheel hebben gezien] waardoor ze onder andere beter lange termijn kunnen denken. Ze hebben een gevoel van verbondenheid met de mens en de wereld. Met Marjolijn zijn we op zoek naar verhalen en verhaalvormen die bij ons aardbewoners ook dat overzichtseffect kan generen zonder dat we met zijn allen met een raket het heelal in moeten. We zijn daarvoor ook een design research lab gestart met als leidraad ‘hoe kunnen we de stad donker maken’? Misschien kunnen we namelijk dat astronauten-perspectief ook krijgen door niet omhoog te vliegen om dan omlaag te kijken maar door het licht uit doen en omhoog te kijken waar we dan vervolgens de sterren weer kunnen zien.

Rondje A10 (beeld door: Jan Cleijne)
Rondje A10 (beeld door: Jan Cleijne)


MV: De rol van kunst, of van beeld, is dus om die abstracte ideeën inzichtelijk te maken?
CF: En invoelbaar. We maken graag gebruik van de verbeelding.

Collage of Sector Models (c. 1969) - Constant Nieuwenhuys
Collage of Sector Models (c. 1969) - Constant Nieuwenhuys


MV: Worden jullie daarbij ook geïnspireerd door kunstenaars als Constant Nieuwenhuys die hele utopieën ontwikkelden?
CF: Constant is echt een enorme inspiratie maar ook Stewart Brand. Brand zat bij de ‘mary pranksters’ en begaf zich een beetje tussen de hippies en de opkomende Sillicon Valley cultuur in. Hij is ook de oprichter van de The whole earth catalogue, een van onze grote inspiraties.

Daarnaast halen we veel inspiratie uit speculatieve fictie. We geven bijvoorbeeld een sci-fi workshop samen met de SLAA [Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam]. Wat wij heel interessant vinden aan speculatieve fictie, is dat het niet alleen een onderzoek is van de binnenwereld maar ook van de buitenwereld. Er vindt worldbuilding plaats. Of het nou ‘Lord of the Rings’ is of ‘Minority Report’, als je een fictieve wereld maakt moet je bijvoorbeeld nadenken over hoe mensen daar naar hun werk gaan en dat bepaalt misschien weer hoe ze school ervaren; al die dingen moeten worden uitgevogeld. Dat is super interessant. Door die worldbuilding ontdek je dingen over de wereld van hier en nu.

Untitled (1998) - Gregory Crewdson
Untitled (1998) - Gregory Crewdson


MV: Sommige dingen pushen jullie ook echt, zoals bijvoorbeeld het honderd procent erfbelasting idee (het afschaffen van het erfrecht). Waarin de centrale gedachte is dat je je kinderen niets na laat als je doodgaat, dat alles wat je verdient weer terugvloeit naar de maatschappij.
CF: Ik vind dat gewoon een heel goed idee, vooral in combinatie met zoiets als het basisinkomen, waar Rutger Bregman dan weer helemaal los op gaat. Het idee dat je kinderen sowieso economisch veilig zijn door een basisinkomen en dat alle waarde die je tijdens je leven toevoegt na je dood weer terugvloeit naar de gemeenschap is heel aantrekkelijk. Je kan nog steeds rijk worden of zelfs miljardair, maar wellicht ga je door ‘niets’ na te laten ook andere dingen maken. Dan werk je misschien minder voor de portemonnee van je kinderen en meer voor de wereld waar je kinderen later in terecht komen. Terwijl het nog wel aanspraak doet op je levenslust of ondernemingslust. Het is zowel een heel liberaal idee als een heel sociaal idee. Het creëert een wereld waar mensen veilig en meer gelijkwaardig zijn.

MV: Nadenken over de toekomst is ook politiek.  Jullie verbinden jullie echter niet expliciet met specifieke politieke bewegingen.
CF: We zijn wel begonnen vanuit een politieke vraag. We wilden weten waar we ‘ja’ op kunnen zeggen. We hebben nieuwe verhalen nodig, nieuwe opties. De heilige huisjes moeten omver. Persoonlijk denk ik dat misschien een negatieve inkomstenbelasting nu zinniger is dan een basisinkomen maar het gaat erom dat je nadenkt en speculeert over wat er gebeurt als je zoiets invoert, ga het maar eens uitrekenen of uitdenken. Gebruik vooral je verbeelding.

Het praktische idee om nu het erfrecht te beperken zou een interessant uitgangspunt zijn voor een fictieve wereld in 2089.

MV: Amsterdam in het jaar 2089 is natuurlijk ver weg, speculatief. Terwijl iets als erfbelasting we gewoon volgend jaar zouden kunnen invoeren.
CF: Ja, maar het zou alles veranderen! Je wordt gedwongen bij futurologie om na te denken over de krachten die het heden en het verleden vormgeven en die door te trekken. Dus het is een extrapolatie van ‘feiten’, in de vorm van trends en ontwikkelingen die je ziet, en tegelijkertijd is het ‘fictie’, want het is de toekomst en niemand weet wat die brengt. Dat vind ik een hele spannende combinatie.

Het praktische idee om nu het erfrecht te beperken zou een interessant uitgangspunt zijn voor een fictieve wereld in 2089. Waar gaan bijvoorbeeld alle aandelen die nu in het bezit zijn van iemand naar toe? Worden grote bedrijven dan langzamerhand een soort gemeenschappelijke instituties? Is dat slim om te doen?

Klinkt radicaal. Maar al die emancipatoire veranderingen in de 19de en 20ste eeuw, dat had toch ook niemand een eeuw eerder kunnen zien aankomen? Of, sommige mensen hadden het wel bedacht maar iedereen hield hen voor gek. Als je op de lange termijn denkt kom je uit die waan van de dag, dan is er opeens ruimte om op een andere manier een discussie aan te gaan. Dat is wat we proberen te doen. Kunst speelt daarbij ook een rol. Het moderne kunstbegrip is trouwens ook ontstaan in de negentiende eeuw.

 Opkomst Homo Romanticus, verbeeld door Yulia Kryazheva
Opkomst Homo Romanticus (verbeeld door Yulia Kryazheva)


MV: Kunst als een wisselwerking van autonomie en engagement.
CF: Ja, als wederom een nieuw betekenis gevend kader in de nasleep van de industriële revolutie en de verlichting. Het moderne kunstbegrip kwam op met nieuwe ideeën over individualiteit, authenticiteit en stedelijkheid. Ik kan me voorstellen dat als we door de digitale revolutie in een nieuw tijdperk terechtkomen, het autonoom kunstenaarschap ook verandert.

Want als iedereen kunstenaar is, dan is niemand kunstenaar.

Iedereen heeft levels van creativiteit. Het discourse van het ‘autonome genie’ is zo’n vast kader en dat is eigenlijk zonde. Je zou de eigenschappen die we toekennen aan kunst iedereen gunnen, en ik denk ook dat iedereen dat heeft. Maar dat zou ook meteen het begrip totaal inflateren. Want als iedereen kunstenaar is ,dan is niemand kunstenaar. Nu is kunst heel erg nauw. Iemand die opgeleid is in de literatuur heeft de ballen verstand van wat er in de beeldende kunst gebeurt en vice versa. Dat lijkt me niet de way forward. Het genie van de Romancier moet je dan wel een beetje laten gaan.

Als we naar post-loonarbeid gaan, een transitie waar we inzitten, en we als mens over vijftig jaar vooral waarde kunnen toevoegen aan de economie middels creativiteit, virtuositeit, waarheidsbevinding of zingeving, dan moet dat wel gelijkgeschakeld worden. Als we van de homo-economicus naar de homo-romanticus gaan dan moeten we kijken naar waarom is er een ‘master of science’ en ‘master of arts’, maar bijvoorbeeld geen ‘master of crafts’ of een ‘master of hearts’, voor als je een verzorgend genie bent?

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl