Image

De wereld moet mij maar oppakken

21 Dec 2016 Lieneke Hulshof

‘Kunstenaar worden is niet zo moeilijk: je gaat naar de academie en worstelt daar met jezelf in de veilige, zorgzame koestering van je medestudenten en docenten. Het is een behoedzaam gevecht in de donzen snoezelkamer van de kunst. Gefladder in het nest, nog niet te vergelijken met de val over de rand, de diepte in om werkelijke spankracht van je vleugels te testen. Maar kunstenaar zijn in de onverschillige wereld buiten de academie, dat is andere koek. Dat is een gevecht op leven en dood en die wereld zal, als dat haar zo al uitkomt, geen middel schuwen om je er onder te krijgen’ (Lex ter braak in 41 brieven aan de jonge kunstenaar)

Het is december 2016. De lichting afgestudeerde kunstenaars zijn alweer even afgestudeerd. De maanden dat je moet ‘bijkomen’ van je academietijd zijn nu wel over en voortleven op het werk dat je maakte tijdens je eindexamen expositie wordt langzaam minder gewaardeerd. Je bent over de rand van het nest gevallen en test op dit moment de spankracht van je vleugels.

Ikzelf ben ook anderhalf jaar geleden afgestudeerd. Men waarschuwde voor de periode van onzekerheid en schaarste die zou aanbreken. Kunstacademiestudenten weten veelal niet hoe het leven na de academie eruit ziet. (Dit omdat veel kunstacademies er moeite mee hebben studenten voor te bereiden op de beroepspraktijk waarin ze terecht komen.) De aansluiting van het kunstvakonderwijs op de arbeidsmarkt voor kunstenaars staat al enige tijd der discussie. In een brief aan de Tweede Kamer over het kunstvakonderwijs (16 maart 2009) signaleerde de toenmalige Nederlandse minister van OCW, Ronald Plasterk, dat die aansluiting te wensen over laat. Uit een onderzoek onder afgestudeerden zou blijken dat voornamelijk de opleidingen tot autonoom beeldend kunstenaar hier in gebreke blijven. Dit kan onder andere komen doordat de beroepspraktijk, de kunstwereld, constant in beweging is. Wanneer academies alle nieuwe tendensen in de kunstwereld zouden willen toepassen in het curriculum, zullen ze alweer verouderd zijn op het moment van doorvoeren.

Onwetendheid zorgt veelal voor angst. Ghalia Elsrakbi van collectief Foundland sprak in de radio uitzending van Kunst is Lang nog over het bestrijden van angst; ‘Angst kun je alleen overwinnen door hetgeen waar je bang voor bent te naderen en te onderzoeken ‘. De reden voor mij om het afgelopen half jaar onderzoek te doen naar het leven van net afgestudeerde kunstenaars.

 

De in onze maatschappij sterk vervlochten algemene definitie van het kunstenaarschap is nog steeds die van de romantische kunstenaar. De kunstenaar die iedere dag alleen zwoegt in een atelier dat vol staat met verftubes, drankflessen en sigarettenpeuken. De kunstenaar die niet omkijkt naar trends en al zijn inspiratie uit zijn geniale zelf haalt. En vooral de kunstenaar die niets geeft om aandacht en erkenning, maar alleen maar werk maakt om aan zijn eigen innerlijke drang te voldoen. Er zijn tientallen voorbeelden te noemen waarin het duidelijk wordt dat dit beeld nog steeds heerst in onze maatschappij. Bekijk bijvoorbeeld maar eens een deel van de lovende documentaire The Madness in Detail dat het leven schetst van de Belgische kunstenaar Sam Dillemans. Al boksend tegen een boksbal doet hij uitspraken over het kunstenaarschap ‘’Er is niets zo erg als een halve schilder, je moet proberen een volledige te zijn. En dat vraagt veel opoffering, maar de ergste opoffering is om een halve te zijn. De meesten sluiten compromissen, maar de kunst kent geen compromissen.’’ En ook het artikel van Lauranne Staat waarin ze het leven van de Friese melkvaarder Ruurd Wiersma beschrijft is bijna jaloersmakend om te lezen. Op een dag begon deze man namelijk te schilderen en kon niet stoppen, hij schilderde alles wat er maar voorhanden was. Van melkbussen tot het geleende ledikant van de buurvrouw zonder daarbij na te denken over wat anderen van zijn werk vonden. ‘’ Wat het verhaal zo mooi maakt is dat deze man, ondanks de spottende opmerkingen en het gegrinnik van zijn dorpsgenoten, doorging met schilderen omdat hij simpelweg niet anders kon: 'Als ik niet schilder was ik zo maar dood', verzuchtte hij eens. ‘’ Deze versie van het kunstenaarschap blijft voor een jonge onzekere net afgestudeerde kunstenaar aantrekkelijk en heeft veel weg van het leven van een academie student. Namelijk werk maken omdat je werk wilt maken, hier al je energie in stoppen zonder na te denken over plekken waar het gepresenteerd kan worden, financiën, imago en bekendheid.

Dit romantische beeld staat lijnrecht tegenover de tendensen en adviezen die je als beginnend kunstenaar anno 2016 hoort en krijgt van kunstkenners ( docenten, theoretici, gevestigde kunstenaars en schrijvers etc.). Zo weet iedere beginnende kunstenaar dat ondernemen onderdeel is geworden van het hedendaags kunstenaarschap. Je wordt doodgegooid met begrippen die gaan over netwerken, jezelf presenteren op social media en je eigen marketing doen. Vaardigheden die steeds vaker worden toegekend aan kunstenaars. En we ook willen toekennen. Er zijn 100den cursussen die je kunt volgen. De kunstenaar als ondernemer is een nieuwe markt, het is enerzijds opgelegd, en er wordt geld aan verdiend. Maar hoe werkt dit netwerken precies? Wat is bruikbaar advies? Wat zijn de spelregels (en wie bedenkt die?) En verdwijnt de authenticiteit die de romantische kunstenaar bezit zodra er wordt genetwerkt, geborreld, ondernomen en gepresenteerd?

Kunstenaar Marc Bijl geeft in het boek 41 brieven aan de jonge kunstenaar advies over deze vaardigheden. ‘Ik kan helemaal niet tegen ‘kritiek’ en ‘discussie’. Allemaal tijdverslies, gewoon doen en zien of het wat is. Geen betere filter tegen onrealistische ambities dan het exposeren tot je er bij neervalt. Niemand raadt het dan ook aan. Maar dat is met het doel je te doen geloven dat het via de juiste opleiding en netwerk moet gaan. Allemaal gelul van de Nederlandse kunstkenners…''

Het is verfrissend om advies te krijgen - dat tegen alle tendensen ingaat - van iemand die dagelijks fungeert in de wereld van de hedendaagse kunst.