Dit jaar ben ik dertig geworden en ik studeer (nog). Om erachter te komen wat er in dertigers omgaat las ik het boek Het dertigersdilemma van Nienke Wijnants. Het boek lijkt een generatie achter te lopen. Ik herken weinig van de dertigers die in het boek beschreven worden (er wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de economische crisis, het lijkt alsof er banen in overvloed zijn en de keuzes zijn legio) en vraag mij af hoe dat met andere dertigers zit. Het boek behandelt een zeer selectief groepje dertigers, waaronder geen enkele kunstenaar.Om mij als kunstacademiestudent voor te bereiden op een realistischer perspectief, interview ik een aantal kunstenaars die rond de dertig jaar zijn en vraag ik simpelweg hoe hun leven eruit ziet. Wat doet een kunstenaar? Welk ritme heeft een werkweek? Is een kunstenaar tevreden?

In deze reeks Omtrent dertig sprak ik eerder met Thijs Linssen en Suat Ögüt. Nu spreek ik met Anne Geene, die we kunnen kennen van Schapen, foto's waarbij de omgeving is weggehaald en alleen de schapen nog over zijn, of van het boek Kleine wateralmanak - van zee tot molecuul, waarbij er steeds verder wordt ingezoomd op water. Het meest recente werk is Ornithologie, in samenwerking met kunstenaar Arjan de Nooy, een boek over de fotografie van vogels.

ornithology
ornithology

RvM: 'Hoe ziet je werkweek eruit?'
AG: 'Iedere week anders. Ik heb een bijbaantje als kok dat flexibel is en iedere week werk ik andere dagen. Voordat ik naar mijn atelier ga, doe ik 's morgens heel langzaam. Ik begin eigenlijk nooit voor elven. Op mijn atelier check en beantwoord ik eerst mijn e-mails en er moeten boeken opgestuurd worden. Als ik nieuw materiaal wil verzamelen, ga ik naar buiten of ik ga scannen. Ik doe bijna alles met mijn scanner. Daarnaast zit ik in het collectief Salvo dat bestaat uit vier kunstenaars. Drie keer per jaar maken we een publicatie met een thema dat gerelateerd is aan fotografie of fotografietheorie. Bijvoorbeeld beweging, schaal, het kader of de pixel.
Het is eigenlijk best wel facilitair, bedenk ik nu, wat ik aan het doen ben. De tijd dat ik echt dingen aan het maken ben, gebeurt meestal tussendoor.'

RvM: 'Kom je voor je gevoel genoeg toe aan de dingen die je wilt maken?'
AG: 'Soms te weinig. Het bijbaantje is wel een inbreuk op mijn werkweek, hoewel het simpel werk is waarbij je 's avonds de deur dicht kan doen en er niet meer over na hoeft te denken. Ik vind het fijn als ik vier dagen achter elkaar in mijn atelier kan zitten, want ik heb toch een dag nodig om er weer in te komen en alles op orde te krijgen. Ik kan niet zomaar gaan zitten en een goed idee hebben. Dat komt pas na twee of drie dagen, dan ben ik rustig genoeg om iets te bedenken. Maar door mijn bijbaan gebeurt dat eigenlijk nooit.'

RvM: 'Ben je tevreden met je kunstenaarsbestaan?'
AG: 'Ik heb ontzettend geluk gehad met de aandacht in het begin. Je wordt er niet rijk van, maar als ik mijn huur kan betalen en boodschappen kan doen, dan ben ik heel tevreden. Als ik daarnaast mijn atelier kan betalen en mijn werk kan doen én als mensen dat dan ook nog kopen, dan vind ik dat geweldig. Het is een heel dankbare positie die ik heb.
Ik zou natuurlijk liever wat minder werken als kok, maar het geeft ook een financiële basis die rust brengt. En het is fijn om collega's te hebben waarmee je aan het eind van de dag iets concreets hebt gedaan. Als kunstenaar is het bereikte resultaat na een dag vaak veel minder duidelijk.'

RvM: 'In Het dertigersdilemma staat dat dertigers stress ervaren door de hoeveelheid keuzes die ze moeten maken. Doordat er zoveel keuzes zijn, zouden dertigers bang zijn om de verkeerde keuze te maken. Herken je dat?’
AG: 'Ik kan het mij goed voorstellen dat het bestaat en dat mensen daar last van hebben. We hebben een enorm maakbare samenleving. Je kan doen wat je wilt, zeker in mijn tijd nog. Ik ging kunst studeren. Hoe luxe is dat? Nooit nagedacht of ik daarna een baan kreeg. Het was een hele fijne positie, maar het maakt natuurlijk ook dat je zelf je interesses moet vormgeven. Als er voor je besloten wordt dat je een goede baan moet hebben of met wie je moet trouwen, dan hoef je daar niet meer over na te denken. Daar kun je het dan nog wel of niet mee eens zijn, maar je keuzes worden beperkt. Als je echt alles kan doen wat je wilt, dan moet je jezelf veel beter definiëren. Ik kan mij voorstellen dat mensen dat moeilijk vinden, maar ik heb er zelf geen last van. Ik ben ergens in geïnteresseerd en ik heb het geluk dat ik daar mijn werk van kan maken.'

RvM: 'Merk je dat je van je hobby je werk hebt gemaakt en dat je nu een nieuwe hobby nodig hebt?'
AG: 'Daar heb ik geen last van. Ik zie mijn kunst niet als werk of als iets wat ik moet doen om geld te verdienen. Dat andere baantje geeft het meer vrijheid. Ik hoef er geen rekening mee te houden of het winstgevend is of wie het leuk gaan vinden. Al denk ik alsnog na over wie het leuk gaan vinden, want ik maak het niet voor mijzelf. Ik maak het om te laten zien aan iemand.'

RvM: 'Je maakt het toch ook voor jezelf?'
AG: 'Het komt natuurlijk uit mijzelf. Ik zal een voorbeeld geven. In ons laatste project, Ornithologie, dat ik samen met Arjan de Nooy heb gemaakt, hebben we veel tijd en geld gestoken. Wanneer dat pallet met duizend boeken binnenkomt, vraag ik mij af voor wie we dit hebben gemaakt, wie dit gaat kopen en wie het leuk gaat vinden. Dat neemt niets weg van het gedeelte dat ik het wilde maken, maar wel dat ik denk dat het veel geld was voor misschien twintig mensen die het leuk vinden. Dat weet je nooit. Ik maak het vanuit mijzelf, maar niet voor mijzelf.

Ik ben niet zo'n geboren kunstenaar. Ik heb mezelf nooit als kunstenaar of fotograaf gezien en ben ook pas laat begonnen, na mijn achttiende ben ik gaan fotograferen. Voor hetzelfde geld was ik iets anders gaan doen, denk ik wel eens.'

Ornithologie
Ornithologie

RvM: 'Ik vind het wel fijn dat je dat zegt. Omdat je het zo vaak hoort, van die mensen die op hun derde al een penseel in de hand hadden en dingen maakten.'
AG: 'Dat maakt het misschien ook dat ik het als een hobby blijf zien, als iets dat ik het leukst vind om te doen. Daardoor wordt het geen werk, omdat ik het nooit zo voor mijzelf heb bedacht. Alles wat komt is leuk, alle aandacht die het krijgt, alle plekken waar het kan hangen.'

RvM: 'Stel je keuzes uit in je kunstenaarschap?'
AG: 'Als kunstenaar hoef ik volgens mij niet zoveel keuzes te maken. Ik heb ook geen grote vraagstukken waarbij ik het gevoel heb dat ik mij ermee bezig moet houden, behalve in het leven zoals een huis of kinderen. Maar daar probeer ik altijd een beetje onderuit te komen. Ik doe gewoon mijn baantje en mijn kunst. Als ik nergens aan vast zit, dan hoef ik daar ook niet voor te zorgen. Ik probeer zo weinig mogelijk dingen te moeten.'

RvM: 'Hoe kijk jij naar kunstenaars uit jouw generatie?'
AG: 'Dat zijn hele verschillende levens. Veel kunstenaars hebben moeite om rond te komen, die moeten er echt een baan naast hebben. Sommigen kiezen dan voor een verantwoordelijke baan. Dat zou ik zelf nooit doen, omdat je er dan nog mee bezig blijft in je hoofd. De meeste kunstenaars zijn volgens mij heel blij met wat ze doen. Je kan merken dat het ze voldoening geeft. Niemand is geïnteresseerd in mooie auto's, huizen of kleding.'

RvM: 'Welk kunstwerk past bij deze generatie?'
AG: 'Ik heb daar niet zo'n goed overzicht van, over deze generatie. Al mijn vrienden doen zulke andere dingen. En dan één kunstwerk wat daarbij past? Mag het een boek zijn?'

RvM: 'Ja, natuurlijk.'
AG: 'Dan moet ik even in mijn boekenkast kijken. Bouvard en Pecuchet van Flaubert. Dat gaat over twee mannetjes die kopiisten zijn. In de tijd voor de kopieerapparaten, waarbij alle teksten nog met de hand overgeschreven worden. Ze komen elkaar tegen en één van de mannetjes krijgt een erfenis en ze besluiten om naar het platteland te verhuizen om alles te lezen waar ze eerder nooit tijd voor hadden. Ze duiken allerlei gebieden in, kopen alle boeken over allerlei onderwerpen en lezen die en daarna gaan ze dat toepassen in de praktijk. Over tuinieren gaan ze bijvoorbeeld alles lezen, want bij de boerderij zit natuurlijk een tuin, en dat gaan ze dan toepassen, maar het mislukt. En dan gaan ze iets anders doen wat weer mislukt. Ze gaan de sterrenkunde in of de medische wetenschappen of ze besluiten verliefd te worden, maar alles mislukt. Aan het einde zijn ze helemaal gedesillusioneerd en nemen ze toch maar weer hun oude baantje terug.

Bouvard en Pecuchet hebben ook moeite om te selecteren uit het enorme aanbod aan kennis. Daardoor zien ze door de bomen het bos niet meer, gaan dingen mis en verlangen ze terug naar hun oude baantje waarin alles helder was.'

RvM: 'Dat is ook wat je eerder zei: dat je zelf je interesses moet ontdekken, omdat er zoveel keuzes zijn.'
AG: 'Je moet jezelf definiëren en dat is het lastigste. Ik zie dat veel mensen daar moeite mee hebben en ik zou dat ook gehad kunnen hebben.
Ik ging naar de kunst- en cultuurwetenschappen in Rotterdam, omdat ik wist dat ik iets met kunst wilde doen. De academie vond ik eng omdat ik niet goed kon tekenen, en omdat ik VWO had gedaan vond ik dat ik een wetenschappelijke studie moest doen. Dus koos ik een studie waarbij al die kunstvormen aan bod zouden komen. In het tweede jaar kregen we kunstfilosofie waarbij we een essay moesten schrijven over postmoderne fotografie. Ik ben die theorie ingedoken en vond het zo interessant dat ik direct allerlei postmoderne schrijvers ging lezen en ik dook ook de filosofie in. In het derde jaar ben ik naar de academie gegaan. Je kon toen nog twee studies naast elkaar doen.'

RvM: 'Zoals in het boek.'
AG: 'Ja, precies. En toen bedacht ik dat het liever wilde gaan maken, dan erover te schrijven of lezen.'

RvM: 'Hoe zie je je toekomst voor je?'
AG: 'Ik dacht dat ik nooit ouder dan dertig zou worden, omdat ik mijzelf niet ouder kon voorstellen. Dat bestaat niet, dacht ik, ik na dertig. En dat heb ik nu nog steeds, ik als veertiger of vijftiger, daar heb ik geen ideeën over.
Ik kijk gewoon hoe het loopt. Zo lang ik leuke ideeën heb, heb ik er vertrouwen in dat het op goede plekken terecht komt en dat mensen het zien. Ik moet er ook voldoening uithalen, als dat blijft ga ik door tot ik negentig ben. Maar ja, toekomst, dat is een van de verantwoordelijkheden die ik op een afstand houd. Daar doe ik niet aan, aan de toekomst.'