Zoals besproken in deel 1 van deze artikelenreeks heeft drag zich in de afgelopen decennia een weg gebaand van donkere nachtclubs en underground bars naar de mainstream media. Zo lanceerden dragqueens Trixie Mattel en Katya Zamolodchikova, bekend van het Amerikaanse programma Rupaul's drag race, op 15 november hun eigen televisieshow op Viceland.

Trixie Mattel en Katya Zamolodchikova, The Trixie and Katya Show, Viceland, episode 1.
Trixie Mattel en Katya Zamolodchikova, The Trixie and Katya Show, Viceland, episode 1.

De terminologie van drag kent geen eenduidige definitie, zo zou het gebaseerd zijn op “dressed as (a) girl”, een acroniem die onhoudbaar blijkt te zijn in de huidige tijd waarin onder meer ook transgenders en vrouwen drag uitoefenen. Hierin verwijst drag niet enkel meer naar het dragen van kleding van het andere geslacht maar ligt de nadruk op het breken met traditionele gendernormen. Volgens de Amerikaanse filosoof en gender theoreticus Judith Butler is drag een middel om het onderscheid tussen de innerlijke en uiterlijke fysieke ruimte te ondermijnen. Drag stelt het in staat om door middel van parodie en performativiteit te spelen met genderidentiteit, een deceptie die dienstdoet als een “fantasy of a fantasy”. [1]

Drag kent een lange culturele geschiedenis; in de oudheid vertolkten mannen veelal de vrouwelijke rollen in Griekse tragedies, tijdens de middeleeuwen werden vrouwen van het toneel geweerd als moralistische voorzorgsmaatregel waardoor alle rollen vertolkt werden door mannen en in de vroege opvoeringen van de beroemde stukken van Shakespeare werden ook de vrouwelijke karakters door mannen gespeeld. In het Japanse Kabuki theater rond 1600 speelden vrouwen ook de mannelijke rollen totdat negenentwintig jaar later ook hier de vrouwen werden verbannen van het podium omdat hun performance “te erotisch” zou zijn.

Drag is tevens al decennia een dankbaar onderwerp of medium voor beeldend kunstenaars. Dit tweeluik tracht een eerste aanzet te maken tot een historisch overzicht van drag binnen de geschiedenis van de beeldende kunst. In deel 1 werden onder meer Marcel Duchamp, Andy Warhol en Nan Goldin besproken, in dit artikel wordt ingegaan op meer hedendaagse voorbeelden.

Yasumasa Morimura

De Japanse Yasumasa Morimura is al drie decennia lang het onderwerp in zijn eigen foto’s. In deze zelfportretten transformeert hij zichzelf met make-up, pruiken, rekwisieten en kleding tot vrouwelijke filmsterren als Audrey Hepburn, Brigitte Bardot en Marilyn Monroe en personages uit de - veelal Westerse – (kunst)geschiedenis. Zo verbeeldde hij onder meer de naakte Olympia van Manet, schilder Vigée-Le Brun, Het meisje met de parel, Frida Kahlo en Cindy Sherman. In zijn werken onderzoekt hij beeldcultuur, identiteit, seksuele toe-eigening en de traditionele notie van het zelfportret van de Westerse kunstgeschiedenis.

Yasumasa​ ​Morimura,​ ​​Self-portrait ​(Actress) ​/ ​After ​Brigitte ​Bardot ​2,1996.
Yasumasa​ ​Morimura,​ ​​Self-portrait ​(Actress) ​/ ​After ​Brigitte ​Bardot ​2,1996.
Yasumasa​ ​Morimura,​ ​​Self-portrait ​(Actress) ​/ ​After ​Red ​Marilyn,​​1996.
Yasumasa​ ​Morimura,​ ​​Self-portrait ​(Actress) ​/ ​After ​Red ​Marilyn,​​1996.

Catherine Opie

De Amerikaanse fotograaf Catherine Opie begon al vroeg in haar carrière met het fotograferen van haar vrienden binnen de LGBTIQ+ community van Los Angeles. Haar serie Being and Having, tentoongesteld in 1991 in Gallery 494 in New York bestaat uit dertien portretten van haarzelf en haar lesbische vrienden tegen een gele achtergrond. Uitgedost met typische mannelijke attributen zoals gezichtshaar, zonnebrillen, petten en bandana’s kijken ‘Chicken’, ‘Papa Bear’ en ‘Con’ direct de camera in. Door te spelen met de uiterlijke kenmerken en clichés bevraagd Opie noties van genderidentiteit als een vaststaand gegeven. In de daaropvolgende serie Portraits (1993-97) fotografeert Opie in haar studio onder meer queercore performancekunstenaar Jerome Caja in een rode polkadot jurk en pluizige rode muiltjes tegen een blauwgroene achtergrond.

Catherine Opie, Whitey, 1991.
Catherine Opie, Whitey, 1991.
Catherine Opie, Jerome Caja, 1993.
Catherine Opie, Jerome Caja, 1993.

Nikki S Lee

Misschien wel in de traditie van Cindy Sherman construeert de van origine Koreaanse kunstenaar en filmmaker Nikki S Lee keer op keer een nieuwe identiteit. Voor haar serie Projects (1997-2001) dompelde ze zichzelf compleet onder in een aantal (Amerikaanse) subculturen en sociale groepen terwijl ze zich compleet conformeert aan de uiterlijke, en sociale kenmerken van de groep. Gedocumenteerd met een simpele snapshot camera is Nikki S Lee te zien tussen een groep skateboarders, Koreaanse schoolmeisjes, senioren, punkers en jonge professionals in pak. In haar eerste project, The Drag Queen Project (1997) draagt ze een witte pruik, lange zwarte handschoenen en een glimmende zwarte jurk terwijl ze poseert met drag queens in een club setting.

Nikki S Lee, The Drag Queen Project , 1997.
Nikki S Lee, The Drag Queen Project , 1997.

Charles Atlas

Al lip syncend, ronddraaiend en dansend performt drag icoon Lady Bunny in verschillende hysterisch grote blonde pruiken het nummer You Are the One in de video-installatie van Charles Atlas op de Biënnale van Venetië 2017. Het werk van videokunstenaar en filmmaker Atlas gaat over het einde der tijden, dat wordt ingeluid met het catchy disco-nummer van Lady Bunny als contrast tussen de metaforische zonsondergang in het begin van de video en de artificiële wereld van drag.

Charles Atlas, Here she is… v1, 2015
Charles Atlas, Here she is… v1, 2015

DIS, Ryan Trecartin & Lizzie Fitch

The Present in Drag luidde de titel van de Biënnale van Berlijn in 2016, samengesteld door curatoren van het New Yorkse collectief DIS, die was gericht op de paradoxen van de hedendaagse maatschappij: cultuur als kapitaal, het virtuele als tastbare realiteit en mensen als data. De curatoren stelden zichzelf als doel niet het heden met al haar paradoxen te ontmaskeren, maar te presenteren op een uitvergrote, theatrale wijze, ‘in drag’. De videowerken van Ryan Trecartin en Lizzie Fitch, tevens tentoongesteld tijdens de negende Berlijnse Biënnale, karakteriseren de visie van DIS op het heden. Als een soort psychedelische sitcom met drones, drags en karakters die eruitzien alsof ze uit een post-apocalyptische David La Chapelle shoot zijn gestapt, borduren de films van Trecartin en Fitch door op Hollywood filmtechnieken gecombineerd met onnavolgbare scripts.

Door de kunstgeschiedenis hebben kunstenaars drag gedocumenteerd of geïmplementeerd in hun praktijken als medium om het sociale construct gender bloot te leggen en soms zelfs te deconstrueren. Bovenstaande voorbeelden tonen de sociale en culturele impact van drag als kunstvorm die onlosmakelijk vervlochten is met de underground subcultuur en tevens het kunsthistorisch canon van werken, kunstenaars, tentoonstellingen en instituten.

Still uit: Ryan Trecartin, The Re’Search (Re’Search Wait’S), 2009 - 2010.
Still uit: Ryan Trecartin, The Re’Search (Re’Search Wait’S), 2009 - 2010.

[1] Judith Butler, Gender Trouble: Feminism and the Subversion of Identity, Routledge: New York, 1990. P. 174-175

[2] http://www.americansuburbx.com/2009/10/theory-missing-photographs-examin...