Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Drawing. the bottom line

16 Nov 2015 Arno Kramer

De Nederlandse tekenkunst heeft de afgelopen vijftien jaar in haar ontwikkeling een enorme vlucht genomen. Zowel in de breedte, qua thematiek, als ook in techniek. Maar vooral ook in formaat is het beeld van die Nederlandse tekenkunst enorm geëxplodeerd. Het is vooral ook omwille van die enorme aandacht en ontwikkeling bij kunstenaars dat Kunstvereniging Diepenheim in 2008 begon met Drawing Centre Diepenheim. Een plek waar al veel gerenommeerde, maar ook jonge, soms beginnende kunstenaars aandacht voor hun werk hebben gekregen.

Het is daarom ook jammer dat er bij de Nederlandse musea weinig substantiële aandacht is voor het volgen van die ontwikkelingen in het tekenen. Met als gevolg dat de Nederlandse tekenkunst in het buitenland nauwelijks bestaat. In recente internationale boekpublicaties, zoals Vitamin D 2 komen we Marlene Dumas, Nik Christensen en Marcel van Eeden tegen, en in het prachtige Drawing People Marijn Akkermans, Juul Kraijer, weer Marcel van Eeden en Marlene Dumas, maar verder is het internationaal slecht gesteld met de aandacht voor Nederlandse tekenkunst. Het kan naar mijn idee niet te maken hebben met de kwaliteit, want die is onverminderd hoog en gelukkig blijft de aandacht voor tekenen ook bij veel jonge kunstenaars bestaan.

De laatste grote tekeningententoonstelling in Nederland was in 2011 All About Drawing, die plaatsvond in het Stedelijk Museum Schiedam. Een overzicht van 50 jaar Nederlandse tekenkunst met 100 deelnemende kunstenaars. Het Stedelijk Museum Schiedam heeft door de jaren heen altijd wel aandacht gehad voor tekeningententoonstellingen, met solo’s van Otto Egberts, Henri Jacobs, en met groepstentoonstellingen zoals Verloren Paradijs en zeer onlangs Anything but homeless een aan het museum geschonken collectie van NOG-SNS Reaal. Met Drawing Now gaf het Albertina Museum in Wenen in de zomer van 2015 enig inzicht in de ontwikkelingen van Europese tekenkunst, met alleen Marcel van Eeden en Erik van Lieshout als Nederlandse deelnemers.

Erik van Lieshout, foto: Dirk Pauwels
Erik van Lieshout, foto: Dirk Pauwels

Omwille van meer exposure en zeker omwille van het tonen van de enorm hoge kwaliteit is het goed om te zien dat een internationale tekeningententoonstelling Drawing. The Bottom Line in het SMAK in Gent in oktober 2015 Nederlandse kunstenaars voor het voetlicht brengt. Is het toeval dat Manon de Boer, Mark Manders, Marc Nagtzaam, Henri Jacobs en Elly Strik allen in België wonen?

Drawing. The Bottom Line is over de hele beneden verdieping verspreid te zien. Bij een eerste beschouwing valt de grote variëteit aan soorten werk op. Van uiterst bescheiden ingelijst werk, veelal in blokken en series gepresenteerd, tot complete metamorfoses van ruimten zoals bij Mark Manders en Elly Strik. De curatoren van Drawing. The Bottom Line Philippe Van Cauteren en Martin Germann kozen kunstenaars die juist NIET alleen maar tekenen. Maar hier kun je wel vraagtekens bij zetten. Je bent niet noodzakelijkerwijs ineens een beeldhouwer als je, zoals Mark Nagtzaam een getekende voorstelling maakt op een muur waarop je op bepaalde plekken ingelijste autonome tekeningen hangt. Hetgeen niet wegneemt dat dit een prachtige bijdrage is. De boeiende ruimte waarin Elly Strik rondom alle wanden een kleur gaf, om daar vervolgens, al dan niet random, haar ingelijste tekeningen op te hangen, is geen experimentele installatie maar een uitgekiende wijze een inhoudelijk verhaal over haar werk te benadrukken. Mark Manders vormt een uitzondering, want hij transformeerde een bepaalde ruimte tot echte installatie en daarin ervaar je dan weer meer dat de tekeningen minder belangrijk zijn. Er zelfs met de haren bijgesleept lijken. De simpele potloodlijnen die hij op grote blokken gips tekende waren slap, slechts een beweging, een gebaar, maar meer ook niet.

Mark Manders, foto: Dirk Pauwels
Mark Manders, foto: Dirk Pauwels

Of het de bedoeling van de curatoren is om een en ander direct in een breder perspectief te plaatsen is de vraag, want de tentoonstelling op zich toont, inderdaad met een enkele uitzonderring, toch juist weer, al dan niet braaf, werken op papier. Keurig ingelijst, keurig gepresenteerd. Heerlijk om naar te kijken, maar niets schokkends aan.

Sterker nog wat schokkend is zijn de bijdragen van de meest beroemde kunstenaars. Zo zijn de ‘keukennotities’ van Rosemarie Trockel van een verbijsterende onbenulligheid, laten de grove houtskooltekeningen van Matt Mullican zien dat het hem niets interesseert om aan een tekening te werken en er een boeiend en interessant werk van te maken en zijn de povere bijdragen van Thomas Schutte visuele kattenbelletjes.

In de introductietekst bij de tekeningententoonstelling Drawing. The Bottom Line schrijven Philippe Van Cauteren en Martin Germann: De tekening krast zich een spoor doorheen een door codes gelardeerde samenleving. Met het tekenen onttrekt de kunstenaar zich bovendien aan zijn eigen verwachting, en creëert hij een denkbeeldige ruimte waar de lijn en de ritmering ervan het grafische gebinte van een conceptueel universum zijn. Tekenen is wat iedereen als kind gedaan heeft, maar naderhand schijnt te hebben verleerd. Tekenen is schrijven en lezen, kijken en denken in een uit- of ingetrokken tijd. Weerspannig biedt het weerstand aan de hysterische blik van de verzamelaar, langzaam dient het de blik van de dilettant. Deze vaststelling is het vertrekpunt van de tentoonstelling, die met haar titel ‘Drawing. The Bottom Line’ zowel in de omgangstaal als in die van de financiële wereld verwijst naar de essentie van iets. Nochtans wil de tentoonstelling niet zozeer propaganda voeren voor de aantrekkelijkheid van het tekenen tijdens de crisis; ze is veeleer een subjectieve keuze van hedendaagse artistieke stellingname, waarvan de praxis rechtstreeks uit het tekenen voortkomt of waarvan het werk een reflectie op de conventies of geschiedenis/verhalen van het hedendaagse tekenen geeft.

Matt Mullican
Matt Mullican

 En in een van de laatste alinea’s: In haar elegante ondoordringbaarheid lijkt de tekening meer ‘artistieke vrijheid’ te geven dan alle andere artistieke praktijken, in het bijzonder in relatie met de kunstmarkt die gesatureerd is van curatorische, institutionele en andere beperkende eisen. Door haar relatief gebrek aan geschiedenis biedt ze weinig stof voor analyse, misschien omdat ze zelf analytisch kan functioneren. In elk geval biedt ze een totale vrijheid tot een terugtrekking en zo ook de mogelijkheid om zich van de wereld te distantiëren – ook al is de afstand soms zo dun als een blad papier of zo kort als de weg van de gedachte tot de hand.

Eerder merkten de curatoren op dat: Maar los van de regels blijkt dat het keer op keer om kunstenaars gaat voor wie het medium tekenen niet iets is dat op zich staat. De keuze voor het tekenen is het gevolg van een artistiek denkproces, het tekenen verweeft zich manifest of latent, in een complex reliëf vol artistieke uitdrukkingsmiddelen. Het wordt bewust en radicaal ingezet als instrument om de wereld en het verloopt van tijd waarin die wereld zich beweegt, vast te leggen.

Ante Timmermans, foto: Dirk Pauwels
Ante Timmermans, foto: Dirk Pauwels

De installatieve werken van Ellen Gallagher lijken in feite het meest de begingedachten van de curatoren te illustreren. Zij stelde tekeningen in de ruimte op, tussen glasplaten die je van twee kanten moet bekijken, omdat er aan twee kanten op het papier gewerkt is, sterker nog zelfs in en door het papier gewerkt is. Haar mysterieuze vormen refereren soms aan hoofden, aan kapsels, maar blijven mysterieus. Merkwaardig is ook de bijdrage van Thierry De Cordier. Hij tekende twee heel grote vellen papier vol met een gekalligrafeerde tekst en dat is alles. Je wilt het lezen, je wilt er in doordringen, maar hij houdt je op afstand, hier worden geen zaken onthuld. De mysticus extrapoleert wat zijn geest in beweging zet en komt tot een tekst, die beeld wordt. De Gentse kunstenaar Ante Timmermans, die een briljante tekenaar is, is zich helemaal te buiten gegaan aan een installatie en laat daarin nauwelijks werken op papier zien. Ze liggen er wat nonchalant bij maar beklijven niet en vormen dus ook niet de kern van het werk. Vanuit het oogpunt van goede, sterk persoonlijk gerichte oorspronkelijk tekeningen springen voor mij Sandra Vasquez de la Horra, Jorinde Voigt, Michael Borremans en Andrea Bowers eruit. De dynamiek in de tekeningen van Paul McCarthy blijft eveneens overtuigen.

Met Drawing The Bottom Line heeft het SMAK aangetoond dat je vanuit een andere invalshoek dan alleen werk te tonen van pure tekenaars, een boeiende tentoonstelling kunt maken, die niet per se om schoonheid gaat of om de nieuwe ontwikkelingen in het hedendaagse tekenen te tonen, maar die erom gaat te laten zien dat tekenen, op allerlei manieren beoefend, aandacht verdient en de motor en basis blijft voor veel werk van heel verschillende types kunstenaars.

De tentoonstelling, Drawintg the Bottom Line is nog tot en met 31-01-2016 te zien in SMAK te Gent

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl