Image

‘Als ik alles mag, kan ik eigenlijk niets’: een gesprek met Sigrid Calon

28 Mar 2019 Kiedes van Wouden

‘Een werk op je zintuigen in laten werken zonder heel veel verhalen nodig te hebben om het te begrijpen: dat is de meest pure vorm van geluk.’ Mister Motley interviewde kunstenares Sigrid Calon naar aanleiding van haar tentoonstelling in De Pont. Calon vertelde over zoektochten, falen, ontsnappen aan de werkelijkheid en dwangmatig kleurgebruik.
 

Kiedes van Wouden:

Als ik naar je werk kijk, word ik jaloers van het idee dat je de hele dag met kleur en mooie dingen bezig bent. Je werk straalt blijdschap uit. Hoe komt dat zo?

Sigrid Calon:

Je werk, dat ben je zelf hè. Nu is het is niet zo dat ik altijd blij ben, maar ik wil wel graag werk maken dat mìj blij maakt. En ik word heel erg blij en gelukkig van kleur, kleurcombinaties, bepaalde vormen en materialen. Dat zijn voor mij voldoende ingrediënten om mijn werk mee te maken.

In 1993 ben ik met een kledingcollectie afgestudeerd van de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg, waarna ik een tijd als freelancer gewerkt heb. Op een bepaald punt wilde ik weer autonoom gaan werken, maar inmiddels was ik al bijna tien jaar afgestudeerd. Ik moest vanaf nul opstarten en op zoek naar iets dat origineel is, dat een bepaalde eigenheid uitstraalt. Uiteindelijk heb ik voor borduren gekozen. Borduren bracht mij een nieuwe wereld waarvan ik dacht dat niemand zich er eerder in gestort had. Ook al had ik soms het idee dat niemand me begreep en blijft het autonome kunstenaarschap heel onzeker, zelfs op die momenten wist ik: er zit iets in. Ik moest gewoon beginnen dus, en accepteren dat ik waarschijnlijk fouten zou gaan maken.

Borduren bracht mij een nieuwe wereld waarvan ik dacht dat niemand zich er eerder in gestort had

Wat zie jij dan als fout, als falen?

Iets kan kwalitatief niet goed genoeg zijn, bijvoorbeeld. Of ik weet van een werk dat het eigenlijk beter had kunnen zijn als ik meer tijd en budget had. Of dat ik met iets bezig ben waarvan ik niet weet wat het op gaat leveren. Dat maakt me soms onzeker.

Is onzekerheid niet een beter begrip voor dat wat jij falen noemt? Want is het überhaupt wel mogelijk om binnen een creatieve context fouten te maken?

Als kunstenaar groei je. Dus als je aan het begin van je carrière staat, weet je dat je nog moet groeien en nog niet zo’n hele duidelijke stijl hebt. Ik had wel geleerd om autonoom te werken, maar als je dat lang niet hebt gedaan moet je op zoek naar je eigen weg. Ik wist heel goed dat ik die zoektocht aan moest gaan.

To the extend of / \ | & -. Sigrid Calon, 2013.


Wat hield jouw zoektocht in?

Die zoektocht betekende onder andere dat ik zelf dingen moest initiëren. Ik ben voor een project weleens opzoek gegaan naar mensen met een andere achtergrond en nationaliteit dan de mijne. Ik vroeg ze hoe ze in Tilburg terecht gekomen waren, waar ze vandaan kwamen. Het werk dat daaruit voortkwam was heel illustratief, het verbeeldde iets. Het vertelde een verhaal. Naderhand besefte ik dat dat niet het pad was dat ik wilde bewandelen. Ik wist: ik wil geen dingen meer verbeelden. Ik hou veel meer van abstractie en de kracht die dat heeft.

Wat is het laatste experiment dat je uitvoerde?

Het werk dat nu in museum De Pont hangt. Ik had nog nooit gewerkt met het koperfolie dat ik daarvoor gebruikt heb. Ergens is dat een risico, want: wat als het fout was gegaan?

Onzekerheden brengen een leuke spanning met zich mee

Dat ‘fout gaan’ blijft steeds terugkomen. Wat had er dan fout kunnen gaan tijdens dat experiment?                                                       

Het had bijvoorbeeld zo kunnen zijn dat het idee niet sterk genoeg was, dat het de ruimte niet voldoende zou opvullen. Daarbij was ik nog niet bekend met het materiaal – het koperfolie. Ik wist niet hoe het zou uitpakken als ik het ging bedrukken, hoe het eruit zou komen te zien als het eenmaal opgehangen was. Die onzekerheden brengen wel een leuke spanning met zich mee.

Heb je de neon-roze risoprints in de eerste ruimte er later bij bedacht? Of had je dat al vanaf het begin in gedachten?

Die heb ik er later bij bedacht, waarbij ik me voornamelijk heb laten leiden door de ruimte. Voor de eerste ruimte in De Pont heb ik geen patroon gemaakt maar een verloop dat ik in grote oplage geprint heb. Ik componeer deze A3-prints door ze te spiegelen, kantelen of te draaien.

Dus je stelt regels voor jezelf op, kadert je werkwijze duidelijk af.

Ik zie het als spelregels. Of handvaten. Als ik alles mag, kan ik eigenlijk niets. Ik moet mezelf kaders toe-eigenen: restricties, beperkingen, spelregels. Binnen die regels kan ik hele werelden creëren. Dat is ook wat ik met mijn eerste boek gedaan heb. Ik had mezelf acht borduursteken en acht kleuren gegeven, en daarmee heb ik een wereld gemaakt. Ik vind het heerlijk dat je los van alles om je heen, los van de maatschappij en haar problemen – we worden daar al door ‘overvoerd’ – andere werelden kan scheppen.

Tof Tilburg – Sigrid Calon, 2018.


Is dat het doel van kunst? Dat het je kan helpen te ontsnappen aan de werkelijkheid?

Voor mij is dat de manier om te leven. Ik vind het leven af en toe echt heftig en door bezig te zijn met kunst of zelf iets te creëren ontsnap je aan het gedoe of de ellende.

Op de academie heb ik goed leren kijken en dat is iets dat ik nu toepas. Als kunstenaar wil ik mooie dingen van de wereld gebruiken. Die ontdek ik bijvoorbeeld tijdens een reis, gewoon in de supermarkt als ik een verpakking met een opvallende kleurencombinatie tegenkom, of op straat in de architectuur. Mijn oog valt altijd op ritme en herhaling en die elementen van de dagelijkse dingen om mij heen gebruik ik in de dingen die ik maak.

Je werkt ook regelmatig in de openbare ruimte. Hoe krijgt dat ontsnappen aan de werkelijkheid vorm als jouw werk geplaatst wordt in die publieke ruimte?

Er is heel veel ruis op straat, er zijn allerlei dingen die aandacht vragen: mensen, gebouwen, reclame. Als er dan iets is waardoor je je kan onttrekken aan die ruis – omdat een kunstwerk dat bijvoorbeeld opeist – dan kan een werk de publieke ruimte overleven.

Een werk in de openbare ruimte kan alle aandacht opeisen, of het nou groot of klein is

De openbare ruimte moet zich op zo’n moment dus voegen naar het kunstwerk.

Van wie is die openbare ruimte? Wie eist hem op? Dat is een spannend gegeven om iets mee te doen. Dat mensen ook zonder een entreeticket beelden tot zich kunnen nemen die ze kunnen verrijken of ze iets kunnen geven.

Een werk in de openbare ruimte kan alle aandacht opeisen, of het nou groot of klein is. Op straat zullen veel mensen een werk misschien niet zien, maar als ze het wél zien is dat een kadootje.

Op die manier leer jij mensen misschien wel om op een andere manier te observeren, en op een andere manier door de openbare ruimte te bewegen.

Ooit kreeg ik een heel mooi compliment. Ik ontving een mail van een Franse leerkracht die vertelde dat ze de kinderen van haar lagere school door mijn boek anders kon laten kijken. Ze zei: ‘De kinderen zien nu overal details. We zien in alle kleine dingetjes ineens mooie beelden.’ Dat is fantastisch. Ik heb niemand mijn werk opgelegd, maar die juf heeft het toevallig opgepikt en is ermee aan de slag gegaan.

In je leven hoeft er maar één persoon te zijn die je snapt, iets bijbrengt en je triggert om ergens mee aan de slag te gaan. Kunstenares Annie Albers – een kunstenares die weefde – is zo’n persoon geweest voor mij.

Wie hebben jou nog meer geïnspireerd?

Ik voel verwantschap met De Stijl en met Mondriaan. Misschien ligt dat wel aan een soort Hollandsheid. Een manier van denken die me aanspreekt. Eenvoudige en nuchtere gedachtegangen. Het proces van Mondriaan, van boom naar abstractie was destijds voor mij erg indrukwekkend. Dat daar zoveel leven en spiritualiteit in zit, voel ik ook. Zijn werk bestaat niet alleen uit gekleurde vlakjes, er zit veel meer achter.

Het is echt een verademing dat niet meer alles uitgelegd en verteld hoeft te worden

Wanneer weet je dat iets een goede compositie is?

Dat voel ik, net zoals een schilder dat voelt. Soms moet ik een werk even laten liggen en er later weer bij terugkomen, maar soms voel ik meteen dat het goed is zoals het is.

Ik vind het heel fijn dat mensen uit het verleden het pad van abstractie geëffend hebben. Daardoor kan een kunstenaar tegenwoordig zeggen: dit is wat het is. Het mag om vorm en om kleur gaan, het hoéft geen verhaal te zijn, het hoeft niet van alles te betekenen. Dat is echt een verademing, dat niet meer alles uitgelegd en verteld hoeft te worden.

Wat kunnen we nog van je verwachten?

Ik heb me voorgenomen dat ik dit jaar weer een boek wil uitbrengen. Voor dat nieuwe boek wil ik weer een andere vormentaal gaan ontdekken. De borduursteken laat ik dus los, en ik ga werken met een vierkant en een cirkel: de meest basale vormen. Daar is natuurlijk al heel veel mee gewerkt en gedaan, maar toch wil ik kijken of ik nog iets nieuws kan toevoegen.

Misschien willen mensen zich graag verliezen in een werk dat van zichzelf niets is

Wat maakt nou dat jouw werk typisch eenentwintigste-eeuws is? Waarom vinden mensen dat nu mooi? Hebben meer mensen behoefte aan verhaal-loze kunst?

Misschien is het wel een soort tegenreactie. Je kan heel erg engageren in de kunst, en ik hou er ook van om daarnaar te kijken, maar ik doe dat niet met mijn werk. Er is al zoveel informatie, denk aan Facebook en Instagram, soms word je er helemaal moe van. Misschien willen mensen zich graag verliezen in een werk dat van zichzelf niets is. Even weg zijn. Een werk op je zintuigen in laten werken zonder heel veel verhalen nodig te hebben om het te begrijpen: dat is de meest pure vorm van geluk en beleving.

Volgens mij leent jouw werk zich daar ook goed voor.

Dat is denk ik waar je als kunstenaar ook naar streeft: dat je iets maakt wat lang mee kan gaan. Dat het jezelf kan overleven.

 

Het werk van Sigrid Calon is nog tot en met 7 april te zien in Museum De Pont. Klik hier voor meer informatie.

https://www.sigridcalon.nl/

Nummer 14 uit de serie To the extend of / \ | & -. Sigrid Calon, 2013.