Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Ellen de Bruijne over afstuderen… en wat je daarna doet

02 Jul 2014 Lauranne Staat

Vorige week was te lezen hoe galeriehouder Fons Welters nieuw talent ontdekt en selecteert. In aansluiting daarop sprak mister Motley ook Ellen de Bruijne (Ellen de Bruijne PROJECTS): over de afstuderende kunstenaars, maar vooral ook over het leven na de academie.

LS: Wat is jouw aanpak als we het hebben over het ontdekken van nieuwe kunstenaars?
EdB: Er zijn zoveel eindexamenstudenten, zoveel jonge kunstenaars, dat je houvast nodig hebt om te voorkomen dat het allemaal één grijze massa wordt; een mist in je hersenen waardoor je niet meer alert bent. Daarom moet je een manier zien te vinden om al een soort selectie te maken voordat je gaat kijken. Docenten, die het dichtst op de ontwikkeling van jonge kunstenaars hebben gezeten, zijn vaak mijn eerste informanten. Zonder dat ik specifiek gericht ben op het kiezen van een nieuwe kunstenaar, hoor ik al verhalen en geluiden vanuit het veld van bevriende kunstenaars die lesgeven op academies. Zo weet ik bij wijze van spreken al wat de karaktertrekken zijn van iemand omdat ‘ie een aanvaring heeft gehad met docent X. Ik krijg dat soort dingen te horen, of ik nou wil of niet. Ik noem die extra ogen en oren in het veld ‘vooruitgeschoven posten’. Dat zijn naast docenten trouwens ook de kunstenaars uit mijn galerie; en die kijken bovendien niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland om zich heen. En dan heb ik ook nog de Dolores-ruimte – de expositieruimte in de galerie die speciaal is bestemd voor jonge kunst – als zo’n soort post, want ik ben niet degene die dat cureert. Dat wordt gedaan door vaak veel jongere mensen die met andere ogen kijken dan ik. Daar ben ik heel blij mee, omdat daar heel verrassende keuzes uit voortkomen die ik vaak zelf niet zou maken, maar waar ik vervolgens dan soms helemaal van in de ban raak. Al met al laat ik me wel informeren, maar uiteindelijk ben ikzelf degene die wel of niet voor een kunstenaar kiest. Soms ben ik het eens met wat ik vanuit het veld hoor, soms ook niet. Uiteindelijk moet ik het wel zelf zien zitten met iemand.

FALKE PISANO AND BENOÎT MAIRE – THE WAVE
FALKE PISANO AND BENOÎT MAIRE – THE WAVE

LS: Wanneer vind je iets een goed kunstwerk?
EdB: Goede of slechte kunst is niet hetzelfde als mooie of lelijke kunst of zo. Ik weet uit ervaring dat ‘goede kunst’ (laten we voor het gemak even aannemen dat er een groep ‘goede kunst’ zou zijn) als het zich aan je voordoet, in eerste instantie als heel lelijk ervaren kan worden. Of hard; dat je het gevoel hebt over de grond geschuurd te worden als je er alleen al naar kijkt. Ik denk helemaal niet in termen van mooi of lelijk. Ik heb kunstgeschiedenis en archeologie gestudeerd en werk alweer 25 jaar binnen het veld van de kunst. Dan ben je zo doordrongen van allerlei stromingen die op elkaar volgen, van een groter geheel dat al bestaat, dat je je daardoor laat leiden. Je kijkt echt anders, meer inhoudelijk misschien, niet zo van: ‘Oh, dat vind ik wel leuk.’ Werk moet zich echt verhouden met de tijd waarin het gemaakt wordt. Het moet iets zeggen over het nu, en de kunstenaar moet dat op een stellige manier tot uitdrukking kunnen brengen, zodat het mij overtuigt. En het moet zich bovendien verhouden tot voorafgaande stromingen.

LS: En daar iets nieuws aan toevoegen?
EdB: Absoluut, dat vind ik heel belangrijk. Maar dat is ook meteen heel moeilijk, want we weten zoveel en dat wordt alleen maar meer en meer. Het is belangrijk dat je niemand kopieert, maar dat je ook niet per ongeluk iemand kopieert, want dan heb je je niet goed geïnformeerd. Er wordt dus heel veel van je gevraagd als jonge kunstenaar, maar ik snap ook wel dat het niet allemaal tegelijk komt. Ik verwacht heus geen hele nieuwe uitvinding op iemands 24ste of zo, maar wil wel een kiem voor iets nieuws zien. Vaak is onderzoek in een bepaalde richting al voldoende om te laten zien dat iemand iets nieuws wil toevoegen. Met ‘onderzoek’ bedoel ik het onderzoeken van het eigen talent: wat doet iemand met zijn of haar talent? Gaat iemand onderzoeken of alleen conformeren? Die kiem is al bijna genoeg. 

LS: Wanneer kom jij in het proces na de academie?
EdB: Dat verschilt heel erg. Als ik denk: ‘Ik moet hier wel heel snel bij zijn,’ dan ga ik wat vroeger aan iemand trekken. Maar over het algemeen geldt dat studenten nadat ze zijn afgestudeerd eerst even tijd nodig hebben om zelf aan de pruttel te gaan. Ze zijn gewoon nog heel erg jong. Ik begrijp dat je als afgestudeerde niet in het zwarte gat terecht wilt komen, maar de vraag ‘En wat nu?’ komt geheid na de academie. Dan moet je zorgen dat je in kunstenaarsinitiatieven terecht komt, kunstenaars zoeken waar je je bij kunt aansluiten, dat soort dingen. Ik vind het niet goed om iemand te vroeg met een galeriesituatie te confronteren, want in negen van de tien gevallen schiet iemand dan in een totale kramp. Die denkt dan: ‘Nou moet ik galeriewerk gaan maken’ en dan draait het werk ineens 180 graden om. Hij of zij conformeert zich dan aan wat ‘ie denkt dat in een galerie zou moeten hangen. Zo iemand is dan heel erg bezig met verkopen, en dat leidt alleen maar af. Laat het verkopen maar over aan de galeriehouder. 

Erkka Nissinen – Name me Me Man, red negative Evita Gender
Erkka Nissinen – Name me Me Man, red negative Evita Gender


LS: Als je in een jonge kunstenaar met veel potentie hebt gesignaleerd waar je mee wilt werken, ga je diegene dan helpen bij het ontwikkelen van zijn of haar kunstenaarschap? Coach je zo iemand of verschaf je als galeriehouder alleen de faciliteiten die nodig zijn voor die ontwikkeling? 
EdB: Dat zit er tussenin. Als je iemand bij de hand neemt, dan loop je het gevaar dat iemand nooit volwassen kan worden. Hij of zij is dan constant weer afhankelijk van dat gesprek met z’n galeriehouder, moeder, mentor, of hoe je het ook noemen wilt. Als een kunstenaar van de academie komt, waar hij of zij veel met docenten en medestudenten heeft gesproken maar het nu plotseling alleen moet doen, is dat onwennig. Je moet dan weer nieuwe houvast krijgen. Natuurlijk praat ik met mijn kunstenaars; over hun sterke kanten, maar ik confronteer hen ook met de dingen waarvan ik denk dat ze het niet bij het rechte eind hebben. Maar ik vind het heel belangrijk dat iemand zelf beslissingen neemt, anders bestaat het gevaar dat iets mijn kunstwerk wordt. En dat moet je niet willen, hoe je handen ook jeuken. Je moet hem of haar de ruimte geven om er zelf achter te komen welke kant hij of zij op moet. Het kunstenaarschap moet zich ideaal gesproken in vrijheid kunnen ontwikkelen. Ik probeer daar als galerie voor te faciliteren: er is ruimte voor het experiment, ruimte in de tentoonstellingen. Bij het samenstellen van een expositie laat ik de kunstenaars zoveel mogelijk hun eigen gang gaan. Eigenlijk ga ik er vanuit dat de kunstenaar het beter weet dan ik en mij verrast. 

LS: Heb je tips of adviezen voor de jonge kunstenaars die nu afstuderen?
EdB: Jazeker! Allereerst heel praktisch, met betrekking tot de eindexposities zelf: het is niet de bedoeling dat je alles dat je op de academie gemaakt hebt – je hele oeuvre – laat zien, maar het is belangrijk dat je met je werk een uitspraak doet over je kunstenaarschap, een stelling inneemt. De toeschouwer krijgt zoveel informatie tot zich, dat je moet proberen je uitspraak zo duidelijk mogelijk te maken, zodat het overkomt. Je moet niet denken dat de toeschouwer maar de tijd moet nemen om iets zorgvuldig te bekijken, want dat werkt in de praktijk niet zo. Daarom moet het niet een beetje van dit en een beetje van dat zijn, maar ‘bam!’ – staan als een huis. Dat kan betekenen dat je maar één werk kiest en dat laat zien.

Mindless Living, artists L.A. Raeven
Mindless Living, artists L.A. Raeven


Verder: wees niet gefixeerd op het verkopen van, daar gaat het helemaal niet om. Je mag natuurlijk wel nadenken over prijzen en daar informatie en adviezen over inwinnen, maar het is veel belangrijker dat je bezig bent met het langere traject: wie ben je als kunstenaar? Welke plaats neemt jouw kunstenaarschap in? Vraag je niet af hoe een galeriehouder geïnteresseerd raakt in jou, maar vraag jezelf bij welke galeriehouders je wel of niet zou willen exposeren. Zou mijn werk bij de galerie passen? En, heel belangrijk: zou ik er tot mijn recht komen? Ga op zoek naar kunstenaars die bij jouw werk passen en kijk bij welke galerie ze zitten. Probeer met hen in gesprek te komen: ga naar openingen, praat met kunstenaars, nodig ze uit op je atelier. Dat werkt veel beter dan meteen een galeriehouder aan zijn jasje te trekken. Want als die seintjes krijgt vanuit het veld, van de kunstenaars uit de galerie of andere kunstenaars die hij of zij waardeert, maak je meer kans dat zo’n galeriehouder uiteindelijk op je atelier komt. Probeer je netwerk zo goed mogelijk te gebruiken en de juiste mensen te benaderen. ‘Netwerken’ klinkt heel erg vervelend, maar dat hoeft het helemaal niet te zijn. Je kunt fantastische gesprekken aangaan met andere kunstenaars, of met bijvoorbeeld iets oudere kunstenaars en docenten, en daar veel van leren. Dat is veel vrijer over je werk praten dan met een galeriehouder.

Bezoek de website van Ellen de Bruijne

Evi Vingerling
Evi Vingerling

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl