Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Article 18 - De hand van de meester. Bestel een expemplaar via deze link.

In gesprek met kunstenaar Berend Strik

Hoe is het mogelijk dat zowel Rubens als Renoir naakte, voluptueuze vrouwen schilderde terwijl de een geboren is in 1577 en de ander in 1841; de een Vlaams is en de ander Frans? Dit vroeg de 13-jarige Berend Strik zich af op de middelbare school. Volgens de tekendocent hadden die kunstenaars echter niets met elkaar gemeen en kon hij er beter over ophouden. In essentie is de denkwijze van de nu 56-jarige kunstenaar niet veranderd.  

Lieneke Hulshof: Sinds 2012 werk je aan de reeks Decipher The Artist’s Mind. Je maakt foto’s in (voormalige) ateliers van kunstenaars over de hele wereld die op verschillende manieren verweven zijn met jouw eigen kunstenaarschap. Deze foto’s bewerk je met naald en draad en op de achterkant voeg je (persoonlijke) beelden toe die weer een verbinding aangaan met jouw associaties met die kunstenaar. Kan een kunstwerk nog enkel en alleen op zichzelf staan?

Berend Strik: ‘Nee, dat bestaat niet. Geen enkel kunstwerk staat op zichzelf. Maar je vraag is eigenlijk tweeledig. Gaat het namelijk over de oorsprong van het kunstwerk of is het een vraag die gaat over de betekenis van een kunstwerk in deze tijd? Die twee vragen kunnen volgens mij niet van elkaar worden losgekoppeld. Het kunstwerk is niet alleen verbonden aan zijn oorsprong, maar ook aan andere betekenissen die zich in de loop der jaren hebben opgestapeld, bijvoorbeeld over waaruit het kunstwerk zou kunnen bestaan. Zo is het een gebruiksvoorwerp, studievoorwerp en sinds Jacob Burckhardt mede de kunstgeschiedenis als discipline heeft ontwikkeld is ook de kunstgeschiedenis onderdeel geworden van het kunstwerk zelf.’

‘Daarnaast staat de kunst in verband met de wetenschap. Recentelijk is bijvoorbeeld het ‘mesenterium’ ontdekt. Het is een dubbele plooi van het buikvlies dat onze buikholte bekleedt. Dit weten onderzoekers sinds enkele maanden terwijl Leonard da Vinci dit in 1508 al benoemde en tekende in zijn studie naar de baarmoeder. Het toont aan dat kunst niet op zichzelf staat, maar altijd met de wereld om zich heen te maken heeft.’

Studio JP
Studio JP

LH: Je spreekt weleens over het korte geheugen van de hedendaagse kunst. Kun je dat toelichten?
BS: ‘Niet alle hedendaagse kunstenaars kijken naar wat er al eerder is gedaan. Het is niet erg dat je kopieert of jat, maar het wordt vaak gepresenteerd als iets nieuws. Misschien vindt niemand dit erg hoor, maar persoonlijk voel ik mij als toeschouwer dan genaaid.’

‘Mijn eigen geheugen is net zo goed kort. Neem het werk van Carl Andre; onlangs besefte ik dat ook hij onderdeel moest worden van de serie Decipher The Artist’s Mind. Ik ben als het ware groot geworden met Carl Andre. Vanaf mijn jeugd al lag er in ieder museum wel ‘zo’n vloertje van Andre’. Ik zag dat, maar heb er nooit goed over nagedacht. En dan ineens grijpt het je; met terugwerkende kracht is hij steeds belangrijker geworden voor mij.’

LH: Martha Rosler, John Baldessari en Jackson Pollock: alledrie komen ze voor in de serie Decipher The Artist’s Mind. Met wie identificeer jij jezelf het meest?
BS
: ‘Gek genoeg is dat Pollock. Identificeren is het verkeerde woord, maar hij houdt mij wel het meest bezig. Sinds ik in zijn studio ben geweest op Long Island denk ik dagelijks aan hem omdat hij in een aantal stappen de schilderkunst zo radicaal heeft veranderd. De kwast verving hij door het druppelen en het doek haalde hij van de ezel. Die handelingen zijn zo simpel, maar verzin het maar eens.’

Studio MR
Studio MR

LH: Is je manier van werken in de loop van je carrière veranderd?
BS: ‘In de kern is er niet zoveel veranderd, dat kun je niet veranderen. Maar naarmate ik ouder word, word ik wel steeds preciezer. Ik heb nu bijvoorbeeld veel meer baat bij droge specifieke feiten in mijn onderzoek naar andere kunstenaars dan dat ik vroeger had. Om nog even bij Pollock te blijven: vroeger vond ik vooral zijn leven romantisch. Het verhaal van de zuipende kunstenaar die in de openhaard piste en in een trance aan het werk was. Dat zijn natuurlijk anekdotes waar je niets van leert. Nu vraag ik mij veel meer af wat er nou precies is gebeurd. Waarom heeft Pollock zijn kwast opzij gelegd en is hij gaan druppelen? Hij had bij wijze van spreken die drippings ook gewoon kunnen schilderen. Zelf denk ik dat het iets te maken heeft met het experiment en de antropologie. Indianen maakten tekeningen met zand door het door hun vingers omlaag te laten glijden.’

Berend loopt naar zijn boekenkast en pakt De schepping van een aards paradijs van Léon Hanssen. Een boek over het leven van Mondriaan in Parijs. Op de voorkant staat Mondriaan gekleed in een pak, streng en rechtuit in de camera kijkend.

‘Alleen al de informatie in dit boek over de foto op de omslag is fantastisch. Waarom heeft Mondriaan bijvoorbeeld zo’n raar scheef snorretje? Hanssen is erachter gekomen dat hij dit heeft, omdat elk gezicht scheef is en door de snor ook weer scheef te knippen wordt het gezicht optisch recht. Deze informatie wil ik horen, dit zegt toch alles over wie Mondriaan moet zijn geweest!’

De schepping van een aards paradijs
De schepping van een aards paradijs

LH: Je werkt met veel assistenten, krijg je hierdoor meer afstand tot je eigen werk, of heeft dat er niets mee te maken?
BS: ‘Minder afstand zelfs. In de twintigste eeuw zijn we opgegroeid met verlengstukken. Voor het verplaatsen door een stad gebruiken we bijvoorbeeld de fiets, maar leer je daardoor de stad minder goed kennen? Nee, door die fiets kun je juist alles overzichtelijker bekijken. Zo gaat het ook bij mijn werk. Ik heb een bepaald idee en als ik het hele borduurwerk zelf zou maken, zou ik veel slomer en minder precies zijn.’

‘Daarnaast vertoon ik door met anderen te werken geen gespeelde virtuositeit. Veel kunstenaars zijn geneigd alles zelf te doen; sommige werken daardoor slordig en presenteren het vervolgens als virtuoos. Ik wil mij daar absoluut verre van houden. Ik was eens bij een lezing en toen zei iemand: “Jeff Koons maakt alleen maar mooi gemaakte dingen omdat hij wil verkopen en daarom is het geen goede kunst.” Dat is volstrekte onzin. Allereerst moet je volgens mij niet aan Jeff Koons komen want hij is een heel goede kunstenaar. Daarnaast is zowel slordigheid als netheid een vorm die je tegen elkaar kunt wegstrepen: beide zeggen nog niets over de kwaliteit van een werk. Slordigheid zien als de echtheid van een kunstenaar is een versleten romantisch idee, dat vind ik oprecht.’

LH: Waarom ben jij eigenlijk het onderzoek Decipher The Artist’s Mind gestart?
BS: ‘Door in Decipher The Artist’s Mind zelf de verbinding tussen kunstenaars te zoeken kom ik weer dichter bij de betekenis van wat kunst is in deze tijd. Sinds een paar jaar heb ik namelijk sterk het gevoel vervreemd te zijn van een wereld waarin ik al 25 jaar werk. Naar mijn idee koloniseren beleidsmakers, directeuren en curatoren steeds vaker de betekenis van kunst met eigen gedachtes. Immense solotentoonstellingen worden geprogrammeerd zonder dat je als bezoeker begrijpt waarom nou net die kunstenaar in dat museum is gekozen. De redenen zijn dan vaak persoonlijk en hebben te maken met voorkeuren, maar die gedachtes zijn kleiner dan het kunstwerk zelf en daardoor is het niet te volgen. Zo’n grote soloshow wordt dan inwisselbaar. Iedere kunstenaar kan wel een tiental zalen vol zetten met werk, maar daar wordt niemand wijzer van. Ik zou willen dat er weer veel meer onderzoek wordt gedaan naar kunstwerken en dat je daar als bezoeker door middel van een tentoonstelling inzicht in krijgt.’

LH: Wat is het moeilijkste aan kunstenaar zijn?
BS: ‘Het is moeilijk dat je afhankelijk bent van de kansen die anderen je geven. Daarnaast zit er een enorme traagheid in het omzetten van ideeën naar beelden. Toen ik vijftig werd dacht ik, ik vind het helemaal niet erg om vijftig te worden, maar holy fuck wat gaat de tijd snel. Ik heb nog zo veel te onderzoeken. Om ideeën te ontwikkelen heb je veel tijd nodig, maar wat er uitkomt is zo bijzonder dat je het wel kunt volhouden.’

Charlie Chaplin en Rrose Selavy
Charlie Chaplin en Rrose Selavy

Berend springt op en loopt naar de muur waar een gekopieerd A4’tje hangt met daarop twee portretten. Het ene portret is van Charlie Chaplin, het portret daarnaast van Marcel Duchamp.  

‘Kijk dit vind ik nou zo leuk. Vorige week kwam ik erachter dat Charlie Chaplin zich al tien jaar eerder als vrouw liet fotograferen dan Marcel Duchamp (Rrose Sélavy, red.). De compositie en de lichaamshouding zijn ook nog eens op beide foto’s hetzelfde terwijl er zoveel jaar tussen zit. Tegenwoordig denken we dat het heel actueel is om met gender bezig te zijn, maar deze grootmeesters onderzochten dit al honderd jaar geleden. Op het moment dat ik zo’n plaatje van Chaplin vind, worden al die bijzaken in de beeldende kunst totaal onbelangrijk voor mij.’

Website Berend Strik