Met enige regelmaat wordt hedendaagse kunst aangeprezen met het argument dat ze de unieke kwaliteit bezit om ‘onze blik te kantelen’. Dat kunstenaars als geen ander in staat zijn om ons, het publiek, op een nieuwe manier naar de wereld te laten kijken. Of kunstenaars bij uitstek over dit vermogen beschikken waag ik te betwijfelen: ook wetenschappers, goeroes, goochelaars, terroristen, therapeuten of een nieuwe liefde zijn daartoe in staat.

De vraag is ook of we dat eigenlijk wel willen, onze blik laten kantelen. Dat er een beetje aan ons wereldbeeld gemorreld wordt vinden we leuk – daarvoor gaan we bijvoorbeeld naar een cabaretvoorstelling -, maar lachen we net zo hard als onze ideeën over wie we zijn en hoe we de wereld waarnemen volledig op losse schroeven komen te staan? Niemand voelt graag de vaste grond onder zijn voeten wegvallen. Want wat weten we nou echt? Zo’n vraag is haast onvermijdelijk als je je voor het werk van David Claerbout open stelt. 

Als er al kunstenaars bestaan die je kunnen doen twijfelen aan hoe je de dingen gewoonlijk ziet, dan is Claerbout er daar zeker één van. Ik bezoek zijn tentoonstelling Future in De Pont, waarmee Claerbout het spits mag afbijten in de nieuwe vleugel voor fotografie, film- en videokunst van het Tilburgse museum. Er zijn diverse videowerken en –verrassend voor een videokunstenaar- een grote serie virtuoos gemaakte tekeningen in gewassen inkt, die zijn klassieke scholing als schilder en tekenaar verraden. Tekenen als activiteit heeft een zekere vertraging in zich, die Claerbout de gelegenheid biedt te reflecteren op wat hij doet en heeft gedaan; op traagheid kom ik nog terug.

Eerst wil ik een gedachten experiment uitvoeren 
Je ziet op het trottoir aan de overkant van een verlaten straat een groepje  mensen, zeg een stuk of 20, dat in de open lucht staat te wachten op een bus. Plotsklaps wordt er, als een stolp over een stuk kaas, een rechthoekige transparante doos over hen heen geplaatst ter grootte van een flinke wachtruimte. De doos vult zich in een fractie van een seconde, voordat iemand ook maar met zijn ogen kan knipperen of een vin kan verroeren, met een volkomen heldere, transparante vloeistof die meteen uithardt. Als insecten in een blok kunsthars zijn de mensen voorgoed bevroren. Vervolgens begint dit blok, alsof het op een draaischijf geplaatst is, tergend langzaam te draaien. Daardoor verandert het perspectief op de groep geleidelijk: wat frontaal bezien een rij mensen leek, oogt van opzij meer als een kluitje en nu zie je ook personen die eerder schuil gingen achter de wachtenden op eerste rij. 

Het werk Oil Workers is hyper intrigerend.  De volledige titel van de video (of is het een foto?) luidt Oil Workers (from the Shell company of Nigeria) returning home from work, caught in torrential rain. Onder een betonnen viaduct schuilt een groep Nigeriaanse mannen op scooters voor een wolkbreuk, getuige de enorme modderbruine plas regenwater waarin ze staan. Deze situatie is van zichzelf al tamelijk intrigerend, want wie zijn die mannen eigenlijk, waar staan ze, is het toeval of door de kunstenaar in scene gezet? De scene is bevroren en de enige beweging is die van de camera, die in ongeveer 20 minuten heel langzaam centimeter voor centimeter linksom rond de groep zweeft. Hoewel de video eindeloos door gaat, lost om de zoveel tijd alle beeld in een neutraal wit scherm op, waarna de camera via een shot van de waterplas op de voorgrond weer uiterst traag omhoog rond de groep beweegt om opnieuw te eindigen in het witte niets. 

Oil Workers vraagt van de bezoeker vertraging, geduld. Het duurt even voordat je door hebt, dat je naar een video kijkt in plaats van naar een foto. Staande voor het scherm met de traag voorbij draaiende schuilende Nigerianen werd ik gaandeweg deelgenoot van de situatie en opgenomen in de beweging . Wat beweegt er eigenlijk? De camera? Draait het tableau zelf rond? Of ben ik het, die heel langzaam rond de mannen beweeg? Zou ik tussen ze door kunnen lopen? De grens tussen film en foto, ruimte en tijd lijken opgelost in één naadloos continuüm, net als die tussen waarnemer en object. Het is een moment van absolute grenzeloosheid en stilstand. 

Volgens de bij het kunstwerk geleverde bijsluiter is de duur van de video eindeloos. Is het werk er dus dan ook nu nog, hier, achter mijn laptop of bestaat het alleen in het moment van projectie, als een lichttekening van pixels op de muur: nu opflikkerend, nee nu, op dit moment, aan/uit, ja nu… Betreft eindeloos alleen de tijd, of ook de ruimte en draai ik daardoor hier, achter mijn computer, nog altijd langzaam mee met die schuilende mannen in een eindeloze loop?