Halverwege de film Good evening to the people living in the camp zie je een groepje mannen gebaren naar een dikke rookwalm die boven de Franse heuvels opstijgt. De camera zoomt in op de rook en blijft even rusten, zodat de kijker goed kan zien hoe de giftige zwarte wolk zich traag maar gestaat uitbreidt en de lucht opvult. ‘Alles is verbrand,’ constateert een de mannen.

In een volgend shot zie je dezelfde groep, dit keer op het terrein dat door de vlammen is verwoest. Zo’n beetje alles wat je ziet, is in de as gelegd, behalve wat resten van een metalen frame en een stapel conservenblikken waarvan de etiketten zijn verschroeid. De mannen babbelen losjes met elkaar, en kijken videoclips op hun telefoon, terwijl ze zich warmen rondom een vuurkorf. Voor de kijker zijn er geen antwoorden, en een vraag wordt niet gesteld.

Vluchtelingen, vluchtelingencrisis, vluchtelingenkamp; het zijn woorden die voortdurend opduiken in de actualiteit, die we terugzien in krantenkoppen die aan uitersten raken: van de vluchteling als slachtoffer van een humanitaire noodsituatie tot de de vluchteling als gelukszoeker en parasitair wezen op zoek naar het makkelijke geld.
Joost Conijn (Amsterdam, 1971) wist zich geen raad met deze beeldvorming, stapte in zijn auto en bezocht de vluchtelingenkampen in de grensgebieden van Europa. Het resultaat van zijn ervaringen werd de film Good evening to the people living in the camp, een vijfenveertig minuten durende documentatie over de mensen die in die kampen wonen.

Good evening to the people living in the camp, film still
Good evening to the people living in the camp, film still

De camera volgt de mensen die alles hebben moeten ontvluchten, oorlog of armoede, maar ook tastbare en minder tastbare dingen die een belangrijk onderdeel van hun identiteit waren; hun dorp, hun stad, hun carrière en hun bezittingen. Verreweg de meeste beelden bestaan uit mensen die in uitzonderlijke omstandigheden het alledaagse proberen na te streven. Zo opent de film met een scène waarin een man zijn snor laat trimmen in een geïmproviseerde kapperszaak die gerund wordt vanuit een tent en waarbij het behelpen is met gebrekkige huis- tuin en keukeninstrumenten. 

Ook in verslaggeving die neutraal of genuanceerd tegenover de vluchtelingenproblematiek staat, ligt het op de loer dat ‘De Vluchtelingen’ worden teruggebracht tot een soort homogeen verschijnsel, een verstoring van de gevestigde orde tussen mens en plaats. Veel van de beelden van Conijn’s film lijken de mensen een stukje van hun identiteit terug te geven, door de massale, overkoepelende sentimenten weg te laten en vooral de details te laten zien. We zien mensen eten, we zien hun handen die de kleurige conservenblikken met bonen en tonijn opentrekken, de vuurtjes die ze stoken op plastic flessen, de zwarte rook die er van af komt, de spellen die ze spelen. Het is een aaneenrijging van momentopnames zonder een narratief te vormen en zonder oordeel. Beelden waarin mensen vrolijk voetballen in een Grieks veld, worden afgewisseld met grimmig, hevig bevend beeldmateriaal van vluchtpogingen in de nacht in Calais, want beide situaties zijn aan de orde van de dag (en de nacht). 

Good evening to the people living in the camp, film still
Good evening to the people living in the camp, film still

Good evening to the people living in the camp, film still
Good evening to the people living in the camp, film still

De titel wordt in de film letterlijk uitgesproken door de kampbewaking, als door een megafoon wordt omgeroepen dat er een broek is gevonden met in de broekzak belangrijke persoonlijke documenten. Door de uitgesproken zin tot titel te verheffen krijgt het de lading van een saluut of een hommage; het is Good evening to the people living in the camp, en niet Good evening to the refugees of Good evening to the camp.

In een van de scènes zien we een groep kinderen en vrouwen Jenga spelen, een gezelschapsspel waarbij de spelers om beurten een blokje uit een toren proberen te trekken en hem bovenop terugleggen, waardoor er een steeds hogere en instabielere constructie ontstaat. Bij een jong meisje gaat het mis en de toren stort volledig in elkaar. De camera laat zien hoe een vrouw het meisje probeert te kalmeren, maar ze is ontroostbaar. Binnen de context van de film ontkom je er als kijker bijna niet aan om hier iets groters van te maken, om in dit eenvoudige behendigheidsspelletje de beschamende voor de hand liggende symboliek van desintegratie, onmacht of willekeur terug te zien. 
Juist doordat Conijn het heeft geschuwd om een A-naar-B-constructie in de film te vervlechten, of om één bepaalde figuur te volgen, word je je als toeschouwer extra bewust van de de invulling die je er vervolgens juist toch aan geeft.

Installatie Good evening to the people living in the camp, Lotte Stekelenburg
Installatie Good evening to the people living in the camp, Lotte Stekelenburg

De filminstallatie is te zien in de Richard Serra-zaal van het museum Boijmans van Beuningen. Om bij het scherm te komen moet je door een doolhof van donker plastic zeil lopen; je voelt je ingesloten, en je raakt enigszins gedesoriënteerd. Voor het publiek is er een tribune opgebouwd, die bestaat uit een vluchtige constructie van schots en scheef aan elkaar getimmerde pallets, waardoor je altijd op je hoede bent voor een scherpe hoek tegen je staartbotje of je ruggengraat. De volgorde van de beelden in de film is dan misschien schijnbaar arbitrair en zonder oordeel, maar door deze onbehaaglijke situatie te scheppen zorgt Conijn toch voor een sturend raamwerk. Je voelt je geen moment op je gemak, je komt niet tot rust. 

Good evening to the people living in the camp is in het Museum Boijmans van Beuningen te zien t/m 7 mei