Image

In het diepe – een interview met Ian Skirvin

25 Jan 2019 Daniela Apice

Maandelijks spreekt Daniela Apice recent afgestudeerde kunstenaars in hun atelier, bij een presentatie of tijdens een werkperiode, opzoek naar context en de artistieke uitgangpunten van het jonge kunstenaarschap. Deze maand: een bezoek aan kunstenaar Ian Skirvin die kort na zijn afstuderen aan AKV|St. Joost Breda een werkperiode volgde bij het Van Goghhuis in Zundert.
 

DA: Voor de residentie die je van december tot januari in het Van Goghhuis deed, bevond je je een maand lang op geboortegrond van Vincent van Gogh. In hoeverre heeft zijn oeuvre en de directe omgeving van Zundert jouw werkperiode gevormd?

IS: In nieuwe situaties zoek ik van nature de plekken op die verstopt zijn of onbestemd lijken. Ik voelde me in Zundert dan ook op de momenten dat ik als buitenstaander langs de verlichte en versierde huizen liep - en met alleen het licht van de broeikassen dat tegen de wolken scheen - het meest thuis. Van Gogh liet het alledaagse zien in zijn schilderijen en ik heb het gevoel dat ik dat in zekere mate ook doe, mijn werkelijkheid laten zien. Ik heb bijvoorbeeld rottende planten, groente- en fruitafval uit de moestuin in Zundert afgegoten in was. Terwijl ik die afgietsels maakte, was ik ook bezig met leven en met de dood. Op zo’n moment vraag ik mijzelf af of ik echt geïnteresseerd ben in de desbetreffende materie of dat ik een soort context schep ter legitimatie om iets te mogen maken. Maar of Van Gogh er nu wel of niet is geweest, dan nog was ik geïnteresseerd in die peren, in hoe ze eruit zien en het rottingsproces ervan.

 

Cenotaph, 2018, parafine, candle wick, plaster, 30x100 cm
Cenotaph, 2018, parafine, candle wick, plaster, 30x100 cm

DA: In de presentatie is ook te zien dat je je de achtergelaten spullen van voorgaande residenten hebt toegeëigend door deze te combineren met jouw eigen werk. In ons eerdere gesprek noemde je dit 'archeologie uitvoeren op het atelier'. Kun je omschrijven wat voor jou de waarde is van dit proces?

IS: Het object dat al een leven heeft gehad voordat het mijn pad kruist, is voor mij op veel manieren waardevol: het verwonderen over de mogelijke ruimte die een verlaten deur heeft afgesloten of wie de eigenaar is van een prothese. En in dit geval fascineren mij de spullen die voorgaande residenten in dit atelier hebben achtergelaten. Dit verblijf betekent voor mij een soort erkenning dat ook mijn werk hier op een zeker moment niet meer staat. Wat blijft er uiteindelijk van over, zowel fysiek als in herinnering? De manier waarop we met de overblijfselen en levensverhalen van Van Gogh omgaan vind ik tevens een interessant gegeven. Van Gogh liet misschien ook dingen achter in dit atelier, maar daarbij kun je wel gemakkelijker een spoor (terug) trekken en er zo ook een zekere historische en economische waarde aan koppelen De archeologie is voor mij van kinds af aan eigenlijk al een synoniem geweest voor het willen weten wat er onder de grond ligt of in dit geval in een atelier die de sporen van kunstenaars van wel 7 jaar terug bevat.
 

DA: Ook in jouw meer autonome sculpturen gebruik je vaak gevonden voorwerpen. In hoeverre kun je spreken van het hernemen van materiaal als werkmethode?
IS: Gebruik maken van gevonden voorwerpen vormt een essentieel onderdeel van mijn praktijk. Het stelt mij in staat om werk dat voornamelijk voortkomt uit mijn intuïtie een handvat te geven naar de waarneembare realiteit. Voor de werken 'Present (Waiting)' (2018) en 'Present (Watching)' (2018) maakte ik een schelp die bestond uit een oude tent, een zelfgemaakt keramisch harnas, armen van beton, nephaar en kippengaas en deze liet ik dragen door een ander persoon. Ik was als het ware de slak die zijn eigen huis maakt en vervolgens laat bewonen door een heremietkreeft. Het menselijk lichaam was in dit geval het laatste materiaal dat ik nodig had om het sculptuur af te maken.

Present (Waiting), 2018, ceramics, tie-wraps, elastic cord, cement, wire, size varies.
Present (Waiting), 2018, ceramics, tie-wraps, elastic cord, cement, wire, size varies.

DA: Wat betekent het dat je jouw leefruimte hebt laten bewonen, wat zegt dat over jouw rol als maker?

IS: Bedoel je dit met betrekking tot het werk op de academie? Want in dat geval is voor mij het maken van de schelp bedoeld om zowel bewoond als niet bewoond te worden. Het draait er eigenlijk allemaal om dat in elk object, sculptuur of situatie een reeks oneindige mogelijkheden verborgen zitten die ik wil bevragen of gewoonweg wil tonen. De werken 'Present (Waiting)' en 'Present (Watching)' bijvoorbeeld kregen pas vorm door specifiek die twee lichamen gedurende meerdere dagen in mijn objecten te laten leven. Als maker schep ik de condities voor een werk en laat het resultaat eerder ontstaan dan het van te voren af te leveren. Artificiële situaties kunnen zo oprechte resultaten opleveren mits de condities op de juiste manier door mij als kunstenaar gestuurd worden. Ik wilde dat het werk zwaar zou zijn voor de hen die in mijn sculptuur leefden en dat ze zich op een bepaalde manier bewogen. Niet door het te regisseren, maar doordat het werk dat zelf afdwong.

Present (Watching), 2018, ceramics, tie-wraps, elastic cord, cement, wire, size varies.
Present (Watching), 2018, ceramics, tie-wraps, elastic cord, cement, wire, size varies.

DA: In hoeverre komt het thema 'bewonen' ook in jouw andere werken terug?

IS: Bewonen is voor mij ook een vorm van toe-eigenen. Dit heeft tevens een contrapunt en bestaat uit het werkwoord 'indringen'. In mijn werk verschuiven deze twee thema's zich continu en berusten denk ik vooral op de manier waarop een situatie zich voordoet of wat de context ervan is. We zijn ons als mens heel bewust van dingen die niet kloppen binnen onze beleving van wat normaal is. Je zou kunnen zeggen dat ik werk met het systeem van aannames. Op dezelfde manier probeer ik gevonden voorwerpen zoals een golftas, een scooterraam of keramieken scherven te benaderen. In eerste instantie hoort het gevonden object nog niet bij mij, voel ik mij een indringer zo te zeggen. Maar zodra ik mijzelf begin te verplaatsen, in gevonden objecten of in functionele dingen zoals scherven van een vaas of een gebroken scooterraam, vindt er een vorm van 'bewonen' plaats. Door mijn sculpturen verder uit klei op te maken, probeer ik vervolgens de restvorm te begrijpen. Ik wil ermee tonen dat alles bewoond wordt en op een holistische manier in elkaar past. 

 

DA: Zou je kunnen stellen dat het medium waarin je werkt vormbaar is?

IS: Tijdens het maken van een werk verbeeld ik me de plek waar het getoond wordt. De context wil ik hierin volledig artificieel maken op zo’n manier dat niet alleen het sculptuur, maar ook de muren, de geluiden en de geuren vloeiend in elkaar overlopen. Ik denk dan inderdaad minder in media, ik maak eigenlijk ongevormde vormen. Het werk neemt dan bijvoorbeeld de vorm aan van een muur of van een golftas met poten eruit, net wat de desbetreffende situatie vraagt. Met deze tentoonstelling probeer ik als het ware mijn eigen verbeelding te markeren, de werkperiode in het atelier en de invloed van de schilders die er voor mij zijn geweest. Kan ik door middel van schilderen de ruimte uit mijn verbeelding laten ontstaan, als gehele setting? Ik word er erg enthousiast van om te zien wat die ongevormde vorm met olieverf, maar ook met film doet. Hoe kan ik ervoor zorgen dat de bezoeker op zo'n manier beweegt zoals ik de periode heb ervaren? Ik beschouw mijzelf misschien wel als een vat en word dan zelf de drager die bewoond wil worden door de blik van de toeschouwer.

 

De tentoonstelling van Ian Skirvin in Zundert is nog tot en met 27 januari te bezoeken.