Image

Het ijzingwekkende kwaad in zomaar een mens

05 May 2018 Sophie Smeets

'‘Het ijzingwekkendst komt het demonische tevoorschijn als het in zomaar een mens allesoverheersend opduikt.’’ – Goethe

De serie Boys van Annie Kevans is een serie die je bijblijft. Stel je een tentoonstellingsruimte voor, vol met kleine portretten van kindergezichtjes, lieflijk geschilderd in sepia en oker tinten op papier. De grote donkere ogen en blozende wangen staan in schril contrast met de naambordjes die onder de portretten hangen:  Adolf Hitler, Joseph Stalin, Pol Pot, Benito Mussolini. Op alle dertig schilderijen staat een tiran, dictator of oorlogsmisdadiger uit de 20ste eeuw afgebeeld als kind. Als je niet zou weten wie ze later zouden worden, zouden de portretten perfect passen in de victoriaanse traditie van de afbeelding van het onschuldige kind. Het contrast roept vragen op: zijn deze kinderen een afspiegeling van de volwassenen die ze later zullen worden? Geloven we in de onschuld van het kind, of kunnen we de wreedheid al in hun ogen opmerken? Is het kwaad onderdeel van identiteit? Of bestaat er daadwerkelijk een onschuldige versie van de meest beruchte beesten uit de 20ste eeuw?

Annie Kevans, Boys, 2004
Annie Kevans, Boys, 2004

De Britse Annie Kevans (Frankrijk, 1972) studeerde in 2004 af van Central St. Martins School of Art & Design in Londen, waar ze woont en werkt. Op haar afstudeerproject Boys volgden andere series van portretten, altijd met lichte kleuren verdunde olieverf op papier geschilderd en vaak met provocerende sociaal historische thema’s. Haar serie Girls uit 2006, bijvoorbeeld, portretteert jonge beroemde meisjes, zoals Britney Spears en Shirley Temple en geeft daarmee commentaar op de seksualisering van kinderen in de media. Ook met deze schilderijen weet Kevans met spanning tussen kinderlijke onschuld en seksualiteit een gevoel van onbehagen op te wekken. En ook hier is het onduidelijk wie er echt schuldig zijn: de media, de ouders, de toeschouwers, die als voyeurs naar de meisjes kijken?

In 2010 komt Kevans terug op haar thematiek rond de tweede wereldoorlog en portretteert ze op haar typerende manier ‘’Collaborators’’, beroemde mensen die tijdens de tweede wereldoorlog samenwerkten met de nazi’s. Interessant genoeg is er over mensen als Coco Chanel en Louis Vuitton nauwelijks bekend dat ze handlangers waren van Het Derde Rijk. Het heeft hun reputatie nauwelijks geschonden. In een interview met de BBC vertelt Kevans dat, toen haar werk in Parijs getoond werd, het gros van de mensen niet wilde geloven dat Chanel deel uitmaakte van de serie, terwijl de zwarte bladzijden in haar geschiedenis rond 1945 algemeen bekend zijn. Identiteit is een historische constructie. Media, film, maar ook geschiedenisboeken bepalen hoe een persoon herinnert wordt.

Toch gelden er andere regels wanneer het op kinderen aankomt. Het is niet vanzelfsprekend om de stempel ‘’slecht’’ the drukken op een portret van een kind, ook al heet het Adolf Hitler. Worden we dan onschuldig geboren? Is slechtheid slechts een karaktereigenschap exclusief voor volwassenen en veroorzaakt door levenservaring?
Het debat van nature versus nurture is al eeuwenoud. Jean Jacques Rousseau bracht in 1762 verandering in de religieuze opvatting dat ieder mens zondig geboren wordt met zijn boek Emile. Rousseau betoogde dat ieder mens ‘goed’ geboren werd, maar dat door maatschappelijke invloed het kwaad zich langzaam naar binnen werkt. De goede natuur van de mens werd volgens hem verziekt door ongelijkheid, corruptie en een gebrek aan vrijheid. Een invloedrijke gedachte: Nog altijd worden kinderen gezien én verbeeld als een soort van utopische wezens, nog niet beïnvloed door volwassen zorgen, zonden, seksualiteit en politiek.

Rousseau’s idee van de menselijke goedaardigheid staat haaks op het idee dat het kwaad in ieder mens zit. De filosofie van Schopenhauer, maar ook psychoanalytische benaderingen gaan ervan uit dat het onderbewuste, de wil, het instinctieve, lust en gewelddadigheid bevat. Deze duistere kant van de mens is weliswaar weggestopt en onderdrukt door het bewustzijn, maar kan door allerlei psychologische tekortkomingen of externe triggers toch tevoorschijn komen. De maatschappij die Rousseau juist als de verziekende factor zag, werkt hier omgekeerd: maatschappelijke regels en wetten zorgen dat we ons kwaadaardige instinct in het gareel kunnen houden.

Ook wetenschappelijke experimenten hebben proberen aan te tonen dat de meeste mensen tot gruwelijke dingen in staat zijn als deze wetten wegvallen. Het omstreden Milgram experiment uit 1963 bijvoorbeeld toonde aan dat vijfenzestig procent van de mensen dodelijke schokken van 450 volt zou uitdelen aan anderen toen die instructies werden gegeven. Arnon Grunberg schreef in januari 2016 in zijn voetnoot in de Volkskrant over het Milgram experiment het volgende: ‘’ Als men te horen krijgt dat moorden belangrijk en moreel gezien uitstekend is, zal men daar met enige aarzeling toe bereid zijn. Enkele uitzonderingen daargelaten. Dat maakt de mensen niet slecht, maar vooral aanpassingsbereid.’’

Het idee dat de meeste mensen bereid zijn hun geweten aan de kant te zetten als de situatie daarom vraagt werd uitgediept door de Joods-Duits-Amerikaanse filosoof Hannah Arendt. ‘’Het kwaad is banaal’’ stelt ze in haar boek over het proces tegen de Duitse SS-functionaris Eichmann in Jerusalem. Arendt verwachtte een demonisch monster aan te treffen in de rechtszaak, maar zag in plaats daarvan een extreem normale man. Een ambtenaar die zijn taken deed en wetten navolgde. De bureaucratie van de holocaust zorgde ervoor dat zo ontzettend veel normale mensen de gruwelijke orders van bovenaf opvolgden, zonder erover na te denken of zonder erop te reflecteren. 

Goethe schreef in het in 1833 gepubliceerde Dichtung und Warheit over ‘‘het demonische’’, dat in zijn ogen het meest ijzingwekkendst naar voren komt in ‘‘zomaar een mens’’. Het demonische dat uit deze individuen komt is allesoverheersend en resulteert in een ongelooflijke kracht. ‘’Ze oefenen een miraculeuze macht uit over alle schepselen in hun omgeving, ja zelfs over de elementen, en wie kan zeggen hoe ver een dergelijke invloed reikt? De vereende morele krachten kunnen niets tegen ze uitrichten, en al wil het meer verlichte deel van de mensheid hen verdacht maken, hen ontmaskeren als bedrogenen of bedriegers, het blijft tevergeefs, want de massa voelt zich door hun aangetrokken.’’

Christian Boltanski, Murderers and Victims
Christian Boltanski, Murderers and Victims

In het werk Moordenaren en Slachtoffers van de Franse kunstenaar Christian Boltanski zien we net als bij het werk van Annie Kevans portretten. De installatie bestaat uit foto’s van moordenaars en hun slachtoffers, gemixt door elkaar gehangen. Het is onmogelijk om te bepalen wie het beest is en wie de prooi. Tevergeefs zoeken we naar kenmerken van het kwaad in hun gezichten, maar het enige wat we kunnen opmerken is dat het allemaal ‘’zomaar mensen’’ zijn, gevangen in hun portretten.