Een kunstenaar is alleen thuis in zijn verbeeldingswereld en het prettige daaraan is dat hij die overal kan betreden, waar hij ook is. Het kunstenaarsverblijf, in de hedendaagse artspeak een ‘residency’ geheten, kan daarom willekeurig waar worden gevestigd: in New York, Londen, Parijs of München en in Kolderveen, Beetsterzwaag, Diepenheim of Botopasi. Sla de websites van Transartists of Art Res er op na en een overweldigend aanbod dient zich aan. Dat aanbod is zo groot dat wie zich enige moeite getroost vrijwel zijn hele kunstenaarsbestaan op allerlei plekken in alle uithoeken van de wereld een werkperiode in gastenverblijven voor kunstenaars kan doorbrengen. Het zal niemand verbazen als een kunstenaar daar zijn levenswerk van maakt. Waarschijnlijk is iemand er al druk mee doende.

Je kunt als kunstenaar overal thuis zijn, omdat de verbeeldingswereld in je hoofd zit. Die neem je overal mee naar toe. Het gaat erom hoe het bestaan daarbuiten in de verbeeldingswereld wordt voorgesteld, zodat het leven een kunstzinnige gestalte krijgt en een gedaante aanneemt die daarbuiten onbestaanbaar is. 

In een kunstenaarsverblijf, waar ook ter wereld, kun je die verbeeldingswereld op de proef stellen. Zijn je denkbeelden houdbaar onder ongekende omstandigheden, in een ander verband? Het gaat er in de kunst welwiswaar niet om dat je werk wordt begrepen in rationele zin, maar je moet wel worden verstaan, of in ieder geval gehoord. De kunstenaar wordt in zo’n residentie dan ook meer en meer gezien als onderzoeker, wat samenhangt met de omstandigheid dat kunstenaars in opleiding tijdens hun masterstudie worden geacht ‘research’ te doen en daar niet alleen praktijkwerk aan te wijden maar ook een thesis over te schrijven vanuit een specifieke onderzoeksvraag. Dat gaat gepaard met een toename van de theoretisering en levensbeschouwelijke onderbouwing van de inhoudelijke intenties van de kunstenaar. Die onderzoeksresultaten moeten zoveel mogelijk maatschappelijk tegen het licht worden gehouden om de houdbaarheid van de verbeelding te onderwerpen aan uiteenlopende omstandigheden. Als de kunst alleen in zichzelf waar is en gerechtvaardigd wordt, en een zuiver academische bestemming kiest, is er weliswaar aan een persoonlijk noodzaak voldaan die het bestaansrecht van het kunstwerk bepaalt, maar de manier waarop het een wisselwerking aangaat met ons leven wordt daarmee wel veronachtzaamd. Het kan geen kwaad om laboratoriumresultaten in andere, buitenissige omstandigheden te onderwerpen aan die beoogde wisselwerking. Het kunstenaarsverblijf in residenties biedt de mogelijkheid om de zelfredzaamheid van de beeldende kunst te bevragen in steeds weer andere omstandigheden.  

Een goed voorbeeld daarvan is de manier waarop Kostana Banovic haar persoonlijke ervaringen met waarzeggerij en toekomstvoorspelling als een spirituele vorm van buiten jezelf treden verbeeldde om een ‘andere’ waarheid dan de gebruikelijke aan het licht te brengen. Ze groeide op in Sarajevo waar haar grootmoeder haar de orakeltaal van de 41 bonen leerde: door die bonen te werpen kan in het patroon dat ze dan vormen een boodschap worden gelezen over het leven, geluk, liefde en dood. Tijdens haar kunstenaarsverblijf bij Instituto Sacatar op een klein eiland voor de kust van Bahia, Brazilië maakte ze kennis met de spiritistische religie Condamblé waarbij gidsen die gypsies worden genoemd kunnen worden bevangen door spirits die hun lichaam en geest overnemen. De gelovigen stellen zich open voor de spirituele doordringing van een geestelijke openbaring. Alleen ingewijden kunnen die doordringing ondergaan. Omdat in het werk van Kostana Banovic het opheffen van de afstand tussen zichzelf en de ander een terugkerend onderwerp is, evenals het contact zoeken met een parallel bestaan, wilde zij nagaan of ze binnen deze Braziliaan-Afrikaanse religie kon worden ingewijd. Daarvoor zette ze al haar rationele bedenkingen opzij en gaf zich over aan alle rituelen die voorafgaan aan het toelaten van een geestelijke toetreding waardoor je wordt bevangen. Ze maakte daar de openhartige  film ‘May I Enter’ over.

De vraag ‘mag ik binnenkomen’ is voor iedereen die een kunstenaarsverblijf betreedt vanzelfsprekend van doorslaggevend gehalte. De vraag is hoe je kunt bovenkomen in een tijdelijk onderkomen. Dat kan alleen door je uit te leveren aan de situatie en de omstandigheden.

De kunstenaar is overal thuis, maar woont nergens. Hij verblijft enkel in zijn werk. Dat is het kunstenaarsverblijf. Nergens is ergens in zijn lijf. Dat zou zijn hoofd kunnen zijn, of zijn onzichtbare ziel. Hij trekt de wereld over door zijn geest te bewandelen. Ook waar hij nog nooit is geweest, liggen zijn sporen. Je kunt zijn beelden horen, en kijk, ze zijn te zien. Als je op de rails ligt met je oren, luister je naar het suizen van zijn verbeelding, die altijd in aantocht is en over je heen dendert als je er niet meer op rekent. Je onder gaat zijn werk als een aanrijding met een persoon, niet als een ongeluk, maar als het geluk door de beleving van het ongekende.

Alle metropolen op aarde waar kunstenaars resideren kennen tegenpolen waar ze zich schijnbaar isoleren, maar te voorschijn komen als immer onbekende nimfen uit het bos, meerminnen uit de zee. In de verbeelding ontdek je vooral het onbekende; mens, dier, plant en ding die over het hoofd worden gezien, totdat je ze in het gezicht ziet.

Het kunstenaarsverblijf kent geen vaste gedaante, maar gaat voorbij aan zijn gestalte. Het werpt een schaduw waar zijn licht op valt, om op te gaan in het oponthoud dat ieder kunstwerk in het leven van de kunstenaar is. Hij blijft voor geen goud verwijlen waar hij gebleven is en laat steeds sneller achter zich waar zijn weerschijn wezen moet.

Een kunstenaar trekt zich nooit terug uit zichzelf, hoezeer hij ook op zichzelf is. Ook als hij over het hoogtepunt heen is, gaat hij nog altijd met open ogen zijn toekomst tegemoet en laat hij zien waar hij voor staat. Als hij veel heeft gemaakt is dat steeds minder, wat zoals we weten weer meer is.

Het kunstenaarsverblijf is een positie die vooral met het vrijwel onvertaalbaar Duitse woord Werdegang kan worden beschreven. Dat kan in onze taal ontwikkeling, geschiedenis, verhaal betekenen, en vooral ook ondergang, maar is in zijn oorsprong toch een vorm van voortdurende wederkeer, voortdurend tegen de keer in.

Nee, de kunstenaar draait zich niet om, hij keert zich niet af, maar tolt om zijn as, waarin hij omkomt, waarnaar hij wederkeert. Hij beproeft de aarde, de grond waarop hij staat. Hij steekt zijn vinger in de lucht om een denkbeeldige tekening te maken, een onvatbaar idee dat hij contour geeft, nog zonder reliëf.

Het kunstwerk is een vingerwijzing waaraan uitdrukking wordt gegeven en dan vaste vorm aanneemt die weer oplost in ons denken. Het kunstwerk is een oplossing voor een vraag die niet is gesteld, voor een probleem dat niet bestaat.

Het kunstwerk bevrijdt ons van wie we zijn, wat we zijn, waar we zijn, hoe we bestaan, waarom we leven. Wie, wat waar, hoe en waarom. We komen erin om.

Het kunstenaarsverblijf is overal. Het is een overall.  Je kunt het over alles heen aantrekken. Je hoeft er niet naar toe, omdat het ook op je afkomt. Je bestemming is je afkomst.

De vraag is of een kunstenaar kan resideren. Is verblijven beter dan er ver van blijven?

Als je daar eenmaal bent, is alles wat er is dichtbij. Reizen is niet zozeer een kwestie van ergens heen gaan, maar onderweg bepalen waar je bent. Dan is het daar zijn hier, waar we samen zijn.

Een verblijf is ook een vertrek. Je verblijft in een vertrek. Je bent er om weg te gaan.  

Wie de dorpsnaam Botopasi hoort, denkt aan een boot die passeert. Op de Surinamerivier vaart de korjaal die je erheen brengt en weer terug. De kunstenaar die erheen gaat, is er onbekend en keert als een gekende weer. Een kunstenaar vertrekt met zijn werk waar hij aankomt. Hij verlaat het standpunt waarmee hij bekend is. Hij verdraagt het niet dat hij ergens met zijn rug naartoe staat. Een kunstenaar kijkt om zich heen. Ieder kunstwerk moet een domein zijn waar hij nog geen stap heeft gezet. Hij kapt zich een weg door zijn verbeelding. Een kunstenaar is een verkenner, een scout, een padvinder. Hij gaat waar hij nog niet is geweest.

PERCEPTION LINK

Expositie met werken gemaakt tijdens AIRP2013 in de Artist in Residence ARTCEB in Botopasi Suriname.
Met werken van Geert Cox, Laurie Jane Polson en Isidoor Wens
15 juni tot 6 juli 2014
Open vr-za-zo van 13-17 uur en op afspraak

ARTOTS melkfabriek
Guldenvliesstraat 4 H
5211 AM ’s-Hertogenbosch
www.artots.nl