Image

HET LEVEN EN DE DOOD IN DE VERBEKE FOUNDATION

21 May 2018 Milo Vermeire

In het landgoed van de Verbeke Foundation doemt een machtig beeld op: een omgevallen hoogspanningsmast ligt als een gevelde reus uitgestrekt in het landschap. Zoekend op de plattegrond is de installatie onvindbaar. Het beeld blijkt een ‘gewone’ ingestorte hoogspanningsmast te zijn die als surreëel object in het landschap naadloos aansluit op de idealen van de Verbeke Foundation.

Een hoogspanningsmast
Een hoogspanningsmast

In 2007 opende de Verbeke Foundation in Kemzeke, ten westen van Antwerpen, haar deuren voor het grote publiek. Oprichter Geert Verbeke besloot om het terrein van zijn transportbedrijf voortaan volledig te wijden aan het tonen van de privé kunstcollectie die hij samen met Carla Verbeke-Lens in de loop der jaren verzameld had.

De unieke positie van de Verbeke Foundation komt voort uit het idealistische karakter dat eraan ten grondslag ligt. Het wil kunstenaars zoveel mogelijk de ruimte geven en tegelijkertijd de kunst voor zichzelf laten spreken door geen geïsoleerde tempel ten opzichte van de buitenwereld te creëren, maar juist een plek van levendigheid te bieden. Er lopen geen suppoosten rond, er is geen strakke bewegwijzering (afgezien van een plattegrond die je bij de ingang krijgt) en overal zijn sporen van bedrijvigheid te zien. Het zorgt voor een rommelige, maar bovenal broeiende omgeving. Het uitgangspunt luidt: “Onze presentatie is onaf, in beweging, ongepolijst, contradictorisch, slordig, complex, onharmonieus, levend en onmonumentaal, zoals de wereld buiten de museummuren.”.

De kas (serre) met o.a. Raphaël August Opstaele - Phoenix (1982-1984)
De kas (serre) met o.a. Raphaël August Opstaele - Phoenix (1982-1984)

De intentie om kunst te tonen ‘buiten de museummuren’ zorgt voor een interessant spanningsveld. Het past binnen de kritiek tegenover musea dat kunst daar een steriele dood sterft. Het idee is dat het atelier van de kunstenaar de kraamkamer is waar een werk geboren wordt, daar leeft het vervolgens tussen haar broertjes en zusjes verder in haar eigen omgeving totdat het verkocht wordt en in een inwisselbare ‘white cube’ terecht komt. Als een artefact in een tempel, volledig losgetrokken van de plek van creatie, waar het tot in der eeuwigheid vereerd kan worden.

Superuse Studio's - MSS (Miele Space Station)
Superuse Studio's - MSS (Miele Space Station)

De Verbeke Foundation richt zich op een positie tussen deze uitersten van het atelier en het museum in. Enerzijds refereert het aan de intimiteit van het atelier en wil het de kunst ‘levend’ houden. Anderzijds oefent het controle uit en toont het, net als in een museum, de kunst in een ‘white cube’-context als een niet-hiërarchische verzameling waardoor onderlinge verbanden en contrasten ontstaan. Het spanningsveld tussen deze twee uitersten en de positie die de instelling daarin kiest zorgt voor een hele andere manier van kunstbeleving voor de toeschouwer.

Karl Heinz Jeron - Wind Park Drone (2013)
Karl Heinz Jeron - Wind Park Drone (2013)

Het losse karakter en de speelsheid van de plek heeft een grote aantrekkingskracht. Ik zie achtereenvolgens een sculptuur van Jan Hendrikse en een enorme windmolen-vleugel met audio van Karl Heinz Jeron en loop in een Jurassic Park-achtige kas waar een vleesetende ijsvogel zijn kenmerkende ‘lach’ laat horen omdat er een kat langs zijn kooi loopt. De kat schrikt, vlucht naar de tentoonstellingsruimte die ik net verlaten heb en zoekt dekking achter de windmolen-vleugel van Karl Heinz Jeron. Daarnaast valt er tijdens mijn vier uur durende bezoek ook nog een stuk tape van het plafond, doen enkele video-installaties het niet en hangen sommige kunstwerken pontificaal in het harde zonlicht. Deze rommeligheid past niet bij een museum, maar de Verbeke Foundation heeft die ambitie ook niet. Het is een anti-museum, een plek waar Geert Verbeke doet wat hij wil om de kunst te laten spreken. Zonder subsidiëring hoeft hij zich aan niemand te verantwoorden.

Atelier van Lieshout - CasAnus (2007)
Atelier van Lieshout - CasAnus (2007)

De meest spectaculaire kunstwerken van de verzameling zijn in de kassen (serre) en het omliggende terrein te vinden. Daar zijn installaties van onder andere Koen Vanmechelen, Joep van Lieshout, Jason van der Woude en Raphael August Opstaele te zien. Alle kunstwerken gaan op hun eigen manier een relatie met de natuur in de omgeving aan. Zo kun je de nacht doorbrengen in de installatie ‘de darm’, van Atelier Van Lieshout en zo ’s ochtends wakker worden in een menselijk orgaan midden in het park. Jason van der Woude heeft tijdens zijn residentie bij het kunstinstuut een compleet glazen huis gebouwd met uitsluitend gebruik van ramen. Hierdoor lijkt het bos letterlijk naar binnen te komen en vervaagt de grens tussen wat binnen en buiten is.

Jason van der Woude - Open space, open function
Jason van der Woude - Open space, open function

De kleinere werken in de binnenruimtes moeten overeind zien te blijven zonder gebruik te maken van grote afmetingen of een bijzondere ligging in de natuur. De tijdelijke zomertentoonstelling ‘Groentopia’ toont binnen onder andere het werk ‘Voyages Atmosphériques (Concerning the Blueness of the Sky) van Christina Hemauer en Roman Keller. Dit werk laat zowel met foto’s als video’s een interessant onderzoek zien naar het menselijk waarnemen van de lucht en slaagt erin om een krachtig visueel beeld te koppelen aan een theoretische invalshoek.

Grote zaal van de Verbeke Foundation
Grote zaal van de Verbeke Foundation

Het punt waarop de kunst van de Verbeke Foundation minder sterk uit de hoek komt, is wanneer enkele werken expliciet politiek worden. Dit is bij twee werken het geval, de eerste keer bij het werk van Martin uit den Bogaard. De Verbeke Foundation toont veel werk van deze Nederlandse kunstenaar die hoofdzakelijk met dode dieren werkt. Bogaard onderzoekt de dood om iets over het leven te zeggen en creëert daarvoor heftige beelden. Vitrinekasten vol rottende vogels, octopussen en zelfs hele koeienhoofden liggen in hun eigen vocht te vergaan terwijl ze met electroden aangesloten zijn op computers om frequenties van de karkassen op te vangen en om te zetten in geluid. In een aparte kast zijn ook foetussen op sterk water te zien. De stank die vrijkomt bij het rottingsproces schept in combinatie met de heftige beelden een indrukwekkende situatie.

Onderdeel van: Martin uit den Bogaard - Archieflab (1989-2015)
Onderdeel van: Martin uit den Bogaard - Archieflab (1989-2015)

De vraag is echter of dit nog wel van deze tijd is. Niet zonder reden krijgt de attractie ‘Bodyworlds’ enorm veel kritiek uit, onder andere, de kunstwereld. Het tentoonstellen van een mens (en tegenwoordig misschien ook wel dier) schept allerlei ethische dillema’s. Ten eerste heeft het tentoonstellen van menselijke resten een problematische geschiedenis. Waar het eeuwenlang verboden was in Europa, of enkel voorbehouden aan de wetenschap, werd het tentoonstellen van menselijke resten in de twintigste eeuw redelijk populair. Het werd onder andere ingezet door de eugenetica om via een soort ‘wetenschappelijk-racisme’ aan te tonen dat sommige rassen beter zijn dan anderen. Ook werd het gebruikt door Europeanen om etnische minderheden (dood of levend) te tonen aan een groot publiek.

Zodra het lijk van een mens als kunst wordt tentoongesteld, wordt het beroofd van zijn menselijkheid en gereduceerd tot een object. Als we kijken naar de beroemde diamantenschedel 'For the Love of God' van Damien Hirst dan zien we in eerste instantie een luxe object, niet de mens wiens schedel als basis voor het afgietsel diende. Musea hanteren tegenwoordig niet voor niets een strenge ethische code voor het presenteren van menselijke resten.

Martin uit den Bogaard - Archieflab (1989-2015)
Martin uit den Bogaard - Archieflab (1989-2015)

Als educatief materiaal vormen menselijke resten natuurlijk wel een belangrijke functie maar ook het mortuarium van een ziekenhuis is niet vrij te bezoeken. Martin uit den Bogaard toont voornamelijk dieren en lijkt daarom niet meer morbide dan een doorsnee biologische slager. Toch roept de manier van presenteren associaties op met de problematische geschiedenis van het tentoonstellen van dode materie, alleen al omdat de foetussen op sterk water tussen de dode dieren liggen. Levend materiaal verwordt tot object.

Een tweede werk dat politiek gezien niet overtuigend uit de hoek komt, hangt in het midden van de centrale hal. Het is een werk van, het inmiddels opgeheven collectief, Happy Famous Artists. Het werk parodieert het nazi-motto dat tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de concentratiekampen hing door het te verbasteren naar ‘Ar…t macht frei’. Dit werk kan op twee manieren worden opgevat. Als de oorspronkelijke nazistische slogan, en daarmee het idee dat werk in een concentratiekamp je vrij maakt, wordt verworpen dan is de verbasterde slogan een vorm van cynisme. Kunst maakt ons helemaal niet vrij zegt het werk dan, het is een degraderend motto, net als het motto van de nazi’s. In dit geval is dit een vrij misplaatste boodschap om in de centrale hal van een kunstinstituut op te hangen, als een regelrechte aanval op de kunst.

Happy Famous Artists - Art Macht Frei (2002)
Happy Famous Artists - Art Macht Frei (2002)

De tweede optie is dat de verbasterde slogan serieus genomen wordt en daarmee de aanname dat ‘kunst vrij maakt’. Dit lijkt op een onschuldige idealistische boodschap. Echter veronderstelt deze aanname dat het oorspronkelijke, nationaalsocialistische motto ook oprecht is en werken in een concentratiekamp vrij maakt. Beide interpretaties dragen een zekere zwakte met zich mee. De eerste interpretatie heeft een dusdanig cynisch uitgangspunt dat het zichzelf, als kunstwerk, en het instituut tegenspreekt en de tweede interpretatie vereist identificatie met nationaalsocialistisch gedachtegoed. Eigenlijk is er dan sprake van een kunstwerk dat de plank misslaat. 

Het feit dat de Verbeke Foundation deze twee moeilijk interpreteerbare en bijna misplaatste kunstwerken tentoonstelt, past misschien bij het eigenwijze karakter van de instelling. Niet alleen in haar presentatie en overtuiging is de Verbeke Foundation wars van conventies, ook in de geëngageerde kunst trekt het zich nergens wat van aan.

Ronald De Winter - verschillende sculpturen
Ronald De Winter - verschillende sculpturen

Aeneas Wilder - Dome
Aeneas Wilder - Dome

DMVA architecten - blob vb3
DMVA architecten - blob vb3

Groentopia is nog tot en met 28 oktober te zien in de Verbeke Foundation