Hoe spannend is het om 77 minuten naar projecties van foto’s te kijken? Met ook nog eens één constante: in alle opnames komt Mount Fuji voor, in 1001 variaties. Het is nogal de moeite waard. De slapende Japanse vulkaan, die ruim 100 kilometer zuidwestelijk van Tokyo ligt ben ik in mijn leven twee maal met de Shinkansentrein gepasseerd, maar heb ik nooit mogen zien. Fuji hulde zich destijds in nevelen. ‘Fuji-san is shy’, zeggen de Japanners.

Nu zie ik haar in zwart-wit, met op de voorgrond de nog jonge keizer Hirohito ploeterend op haar korstige lavaflanken, bezig met de beklimming van Fuji. Ze verschijnt weerspiegeld in een rimpelloos meer, afgetekend tegen een bloedrode avondlucht. Om even later op te duiken in een enorme zee van wolken, gefotografeerd vanuit een vliegtuig. De conische sneeuwwitte top rijst op uit de wolkenzee zoals een baadster zich verheft uit een bad gevuld met schuim. Ze vormt de achtergrond in een 19e-eeuws ingekleurde studiofoto, met wat een portret van een in traditionele kimono gehulde geisha lijkt. Ze piept in de linkerbenedenhoek een kiekje binnen dat voor het grootste deel in beslag genomen wordt door een onscherpe hondenkop, vermoedelijk genomen in een rijdende auto. Been there, done that, seen it….. Ze staat diepblauw met haar voeten in een zee van knalgele zonnebloemen, gluurt door de roze slingers van bloeiende bloesemboomtakken of bekroont de horizon in een ijzig wit landschap met een bevroren meer met ijsvissers. En zo gaat het door, het ene beeld na het andere, vele honderden in totaal, 77 minuten lang: Fuji in alle seizoenen, van dichtbij en veraf, bij dag en bij nacht, vroeger en nu, in kleur en zwart-wit, bloedstollend mooi en amateuristisch onscherp.

Uit speakers klinkt als voice-over afwisselend een rustige Engelse vrouwen- en Japanse mannenstem. Er ontvouwt zich gaandeweg het verhaal van Mary, een Engelse schrijfster en vertaalster, die vijf jaar na de onverwachte dood van een vriend, de Japanse fotograaf Hiroshi, een doos met foto’s en notitieboekjes van hem ontvangt. Hiroshi heeft de berg Fuji beklommen en vertelt over de zware tocht. Bij de geluidsfragmenten waarin hij verslag doet van de beklimming zijn opnames te zien gemaakt op de hellingen en op en vanaf de top van Fuji. Hiroshi’s verhaal en Mary’s herinneringen aan gesprekken met hem worden afgewisseld met bespiegelingen, die gaan van overdenkingen over boeddhistische principes zoals ‘leegte’ en de onmogelijkheid om gevoelens in taal te vertalen, tot de betekenis van film en fotografie en hoe deze beide media zich tot elkaar verhouden. En van de vergankelijkheid van alles tot het onaantastbare dat een berg als Fuji representeert.

“Like a tiny drop of dew, or a bubble floating in a stream;
Like a flash of lightning in a summer cloud,
Or a flickering lamp, an illusion, a phantom, or a dream.”
1

Ik begin foto’s te maken van het scherm. Welbeschouwd te bizar voor woorden: foto’s maken van een projectie van een video van foto’s van een berg in Japan.
Ik moet ineens terugdenken aan een verblijf in de Spaanse Pyreneeën vorige zomer Na een regenachtige dag brak de zon door en zette door opstijgende witte waterdamp het dal onder mij in een betoverend licht. Ik haalde mijn fototoestel en begon te fotograferen. Hoe ik ook mijn best deed, de intensiteit van die dampende zomerse avond liet zich niet pakken. Iets ontglipte me, als een nat stuk zeep in een badkuip. Of een bubble floating in a stream.

In het tweede deel van het kunstwerk Ascent, dat zich in de rondgang om de videozaal heen bevindt, staan de beelden werkelijk stil. Aan de muur in deze lange gang is een schap aangebracht. Daarop staan naast elkaar in een wandlange rij zo’n 150 afdrukken van Fuji-foto’s als ansichten op een plankje.

De foto’s van Fuji betreffen, zoals in veel van Tan’s werk het geval is, found footage: de kunstenaar selecteerde historische foto’s uit de archieven van het Izu Photo Museum aan de voet van de vulkaan. En ze maakte een website, waar mensen hun foto’s van Fuji konden uploaden. Ze had zich ten doel gesteld minstens zoveel foto’s te verzamelen als de meters die Fuji hoog is: 3.776. Het werden er 4.000, grotendeels uit Japan. Daaruit maakte Fiona Tan een keuze.

Hoe vang je een vulkaan? In beeld, maar ook in taal, of met je begripsvermogen? Ergens in de film zegt de stem van Hiroshi, dat je Fuji het beste van veraf kunt bekijken. Want zwoegend op de hellingen van Fuji verandert deze majestueus uit het landschap oprijzende berg in een klomp zwart rotsig puin onder je voeten en jij in een amechtig hijgende mier, klauterend naar een onzichtbare top.

We willen met onze camera de tijd stilzetten en de werkelijkheid vangen. Die werkelijkheid is als Fuji: een slapende reus, die zich als een kameleon telkens anders voordoet, afhankelijk van het moment waarop je hem aantreft. Dat slapen is verraderlijk: Fuji is een tijdbom, die voor het laatst vuur en as brakend afging in 1707 en volgens sommige vulkanologen binnen afzienbare termijn opnieuw kan uitbarsten. Is niet elke foto en elk kunstwerk een poging om behalve de buitenkant ook iets van wat onder het oppervlak zindert zichtbaar te maken? Ik zie ineens een klein meisje voor me, dat bellen blaast, en haar hond die blaffend en in de lucht happend achter die iriserende schuimbellen aan rent. De een na de ander spat uit elkaar, terwijl de kaken machteloos dichtklappen.

1 Diamant Soetra, hoofdstuk 32