Image

I am very sad – over Ai Weiwei

27 Sep 2016 Heske ten Cate

Ai Weiwei zit op een hoge kruk voor zijn eigen foto’s in het museum –  microfoon losjes in zijn hand. Lijdzaam beantwoordt hij de vragen die op hem worden afgevuurd. Hij kijkt de zaal gevuld met journalisten maar af en toe aan. Minstens even vaak staart hij naar de grond, of naar het glas water op een tafeltje. Een van de meest succesvolle kunstenaars uit deze tijd is een verlegen man, die zich ietwat misplaatst lijkt te voelen binnen de witte muren van het museum. Soms begint zijn antwoord met een zucht, soms met een bedeesde glimlach, en soms zijn zijn antwoorden ronduit nederig en somber. ‘Ik ben één persoon die het probeert op te nemen tegen een grote macht.’ ‘Ik ben heel verdrietig als ik naar de wereld kijk, hoe lossen we dit op?’ ‘Hoeveel noise ik ook maak, uiteindelijk helpt het niet op de plekken waar ik wil’.

Journalistiek Nederland is uitgerukt, er trilt spanning door het bloedhete zaaltje. Op de muren siert middelvingerbehang met daarover ontelbaar veel kleine foto’s geprint afkomstig van het Instagramaccount van de kunstenaar. ‘Aiww’ heet het, waarop hij een kwart miljoen mensen dagelijks op de hoogte houdt van, ja, van alles eigenlijk. Ontmoetingen met museumdirecteuren en vluchtelingen, zijn kind in het ziekenhuis, selfies, zijn assistentes en studenten, zijn leven gevuld met een adorerende menigten en tegelijkertijd Ai Weiwei, heel vaak alleen op pad. Tijdens zijn entree op de persbijeenkomst maakt hij een rits foto’s. Nog geen half uur later staan ze online. De kunst van Ai Weiwei bestaat evenzeer en even groots buiten de muren van het institutionele; op het internet.

De 16.500 beelden in Foam tonen zijn kunstenaarsblik op de vluchtelingencrisis. Sinds zijn eerste bezoek aan het Griekse eiland Lesbos in december 2015 heeft Ai Weiwei vluchtelingenkampen in Syrië, Turkije, Italië, Frankrijk en andere belangrijke toevluchtsoorden bezocht. De beelden bieden een chronologisch overzicht van zijn bezoeken aan de kampen, haast als een livestream op een nieuwsblog. Daarin kan het perspectief van de Chinese kunstenaar niet buiten beschouwing worden gelaten. We kijken naar de beelden van een politiek vluchteling die een beschouwing geeft op de problematiek van andere vluchtelingen. 

Dat China Ai Weiwei liever voorgoed achter tralies stopt is bekend. Al zolang hij kunstenaar is geeft hij commentaar op de politieke en nationale systemen en symboliek.
In 2011 belandt Ai Weiwei 81 dagen in de gevangenis voor het ontduiken van een belastingschuld, zogezegd. Maar na die 81 dagen staat hij plotseling weer op vrije voeten, zonder reden of verklaring. ‘Waarom?’ vraagt een journalist, waarop Ai antwoordt dat hij wel kan speculeren, maar eigenlijk geen flauw idee heeft. In hetzelfde jaar wordt zijn paspoort in beslag genomen op de luchthaven van Beijing. Ai filmt de gebeurtenis. 
Het verwarrende leven van Ai Weiwei is zijn kunst. Hij is niet het type kunstenaar dat schetsend achter een tekentafel zit, broedend op een nieuw concept. 
Terwijl het paspoort in beslag wordt genomen -en hij dus ter plaatse ‘werkt’ aan een nieuwe Iphone-film-, doorzoekt een peloton aan politieagenten zijn studio en laten niets, maar dan ook niets heel. Ze nemen 140 apparaten in beslag. De restanten van zijn vernielde atelier vormen later een kunstinstallatie, net als een schaalmodel van zijn cel waarin hij 81 dagen verbleef, inclusief miniatuur gevangenisbewakers. Zijn kledinghangers waarop zijn schamele gevangenis pak hing zien we terug in het museum, en ook de 140 apparaten die in beslag werden genomen vormen op later moment in zijn leven onderdeel van een installatie. 

Continu wordt Ai Weiwei in de gaten gehouden, via afluisterapparatuur, telefoontaps, schaduwpraktijken en schimmige figuren die hem achtervolgen en fotograferen tijdens zijn dagelijkse boodschappen en wandelingen. Niet alleen in China, ook in Berlijn waar hij nu woont, vond hij afluisterapparatuur in zijn studio. 
Wanneer je zelf je leven deelt, bijvoorbeeld door de megalomane hoeveelheid foto’s en selfies op social media, je geen geheimen hebt, geen privacy zelfs, maak je schaduwpraktijken dan overbodig? De belagers kunnen Ai Weiwei gewoon opzoeken op Instagram, waar hij zijn whereabouts continu kenbaar maakt. De kunstenaar is zijn eigen Big Brother. 
Via webcams in zijn atelier kon je hem in 2012 dag en nacht volgen op Weiweicam.com. Via livestreams hield hij de buitenwacht op de hoogte van zijn reilen en zeilen, tot de Chinese overheid ingreep. Binnen 74 uur volgde censuur, de website ging op zwart en is inmiddels uit de lucht. Ai Weiwei had zijn 5,2 miljoen toeschouwers opgeroepen tot opstand en dat kon de overheid niet waarderen. 
Ai Weiwei kiest altijd op eigenzinnige manier de aanval. Middels kunst. En dat maakt hem tot een van de grootse kunstenaars van onze tijd. Zijn kunstwerken zijn vlijmscherp, urgent en concessieloos. Het museum is zijn basecamp en de kunstwerken zijn strijdtuig.

Terug naar Foam, Ai Weiwei op de hoge kruk en de 16 en een half duizend foto’s waarover hij zegt: ‘Ik lijd eronder dat ik de vluchtelingen op de foto’s niet echt kan helpen. Ernaar kijken is bijzonder pijnlijk. Het fotoproject voelt als een test. Iedere dag vraag ik mezelf weer: hoe kapot ben ik? Red ik het nog een dag om naar deze ellende te kijken?’ Het is te groot voor één mens.
Opvallend is dat het enorme vluchtelingenprobleem ‘klein’ in beeld is gebracht door Ai Weiwei.  De muren tonen vooral foto’s van gezichten, heel anders dan in de kranten. Geen foto’s van stromen mensen, of volgepropte boten vanuit de lucht gefotografeerd, maar veelal portretten, kleine groepjes bij elkaar en selfies. We kunnen ons nou eenmaal beter vereenzelvigen met het individu dan een grote groep - dat vermenselijkt ‘het probleem’. Eén persoon helpen voelt haalbaarder dan een heel kamp, naar een moedeloos gezicht kijken komt harder binnen dan naar een drammende menigte voor een hek. 
Waarom selfies? Ai zegt: ‘Het maken van de foto’s bevestigt bestaansrecht. De selfies en foto’s dienen ervoor de wereld beter te begrijpen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik weinig snap van het leven, dat ik mezelf niet ken. Fotografie helpt daarbij.’ Daarnaast denk ik dat een selfie van Ai Weiwei allicht de puurste verzetsvorm tegen censuur is. Zoiets als: je kunt me wel wegstoppen in een cel, of mijn websites op zwart zetten, maar kijk: hier ben ik en ik ga niet weg.

Misschien troebleert de kunst zijn boodschap soms. Nog niet zo lang geleden kreeg Ai Weiwei een bak virtuele haat over zich heen gestort op Twitter waar hij werd beticht van ‘victem pornography’, omdat hij net als het dood aangespoelde kind Alan Kundi aan de branding was gaan liggen. Ai Weiwei geeft aan niet echt over het voorval te willen praten, en dat hij geen haat mails leest. Voor de omstreden foto was hij aan de waterkant gaan liggen in opdracht voor een Indiase krant, zo verklaart hij. Ik vind het aanvoelen als een halfbakken excuus om achter te verschuilen en dat verbaast me. Als iemand weet hoe beeldtaal en social media werkt, is het Ai Weiwei wel. Hij zet het immers minutieus en haarscherp in voor zijn eigen kunst. Neemt niet weg dat Ai Weiwei beschuldigen van ‘victem pornography’ net zoiets is als Andy Walhol een minimalist noemen. 

De kunstenaar die zelf moest vluchten, een hersenbloeding werd geslagen door de Chinese politie, zijn kunst laat dicteren door misstanden, bejubeld wordt, maar ook kritiek oogst, zegt aan het einde van de middag tegen de volle zaal schrijvende critici, ‘I am very sad’. 
In Nederland lijkt iedereen vooral altijd heel boos. Boos op de medische wereld, op Geert Wilders of juist niet, op politie, justitie, verzekeringsmaatschappijen, voedselproducenten, vluchtelingen... 
Ai Weiwei is het bewijs van menselijke veerkracht.
I am very sad, hoor je de activisten en pacifisten zeggen die hebben gevoeld dat de wereld vol onrecht zit en de nijdigheid daarover allang hebben laten gaan: in een cel, op een boot of in een kamp. “As I walked out the door toward to my freedom, I knew if I didn't leave my bitterness and anger behind, I'd still be in prison.” Zei Mandela, waar ik niet geheel onwillekeurig tijdens het gesprek met Ai Weiwei aan moet denken. Ze hebben/hadden veel gemeen: strijders tegen een immense macht en beiden 1000 redenen om de rest van hun leven verongelijkt en pissig in een hoek te zitten. 

Niet pissig in een hoek zitten, soms gewoon je middelvinger opsteken, in dit geval als eerbetoon
Niet pissig in een hoek zitten, soms gewoon je middelvinger opsteken, in dit geval als eerbetoon