Maart 2016 opende het Bonnefantenmuseum ‘Hold your believes lightly’, de tweede grote solotentoonstelling van Grayson Perry in Nederland. Al in 2003 haalde Rudi Fuchs zijn werk naar het Stedelijk, en juist deze show leverde Perry de prestigieuze Turner Prize op. Internationaal brak Perry door met zijn flamboyante vazen, tapijten en sculpturen, maar in de Lage Landen bleef het vervolgens relatief stil rond zijn naam. De Nederlandse musea werden opgeslorpt door hun strijd om de laatste restjes teruglopende subsidie bijeen te harken en profijtelijke businessmodellen te implementeren. Met dank aan Halbe Zeilstra ging de museumwereld een half decennium ‘on repeat’. Mainstream tentoonstellingen, blockbusters (compleet met NS dag arrangementen) en het hergebruik van de eigen collectie in nieuw bedachte opstellingen moesten de bezoekersaantallen opvijzelen en de kosten drukken. Een pottenbakkende ‘tranny’ leek commercieel niet de slimste zet.

Dat was even buiten Grayson Perry om gerekend. Want de man blijkt een begaafde crowd pleaser te zijn die prima in staat is om een groot publiek te bedienen. In Engeland groeide Perry uit tot een society figuur die zijn artistiek geloof niet alleen verkondigt binnen de conventies van de kunstwereld, maar bijvoorbeeld ook BBC documentaires maakt over de artistieke smaak van verschillende sociale klassen. Mettertijd heeft Perry zich ontpopt als een kleurrijke protagonist van de no future generatie die individuele vrijheid, tolerantie en zelfexploratie een groot goed vindt. De titel van zijn solo expositie ‘Hold your beliefs lightly’ refereert dan ook aan de relativiteit van (geloofs-)overtuigingen. ‘We verwarren meningen vaak met feiten’ zegt Perry, ‘en omdat overtuigingen sterk emotioneel geladen zijn, voelen we ons niet begrepen of zelfs gekwetst als de ander onze (geloofs-)overtuiging niet deelt.’ Zijn uitspraken zijn gemakkelijk af te doen als populistische huis-tuin-en-keukenpsychologie. Maar tegelijkertijd bieden zijn woorden een praktische handreiking om de grimmige clash van religies en culturen het hoofd te bieden. Perry herhaalt in feite het socratische credo ‘Gnothi Seauton’ (ken u zelve) dat ooit in marmer gebeiteld werd boven de poorten van het heiligdom in Delphi. Om in harmonie met de wereld te leven moet men eerst zichzelf kennen. Dat dit geen loze kreet is blijkt wel uit het feit dat Perry zes jaar intensieve psychotherapie nodig had om zijn getroebleerde kinderjaren te boven te komen. Het resultaat is een uitgesproken frivole fenix die uit de as van zijn naargeestige working class jeugd is herrezen.

Detail The Walthamstow Tapestry
Detail The Walthamstow Tapestry

Het Bonnefantenmuseum verwierf enkele werken van Perry: de vierdelige ets A map of days, de keramische vaas Memory Jar maar bovenal het enorme wandtapijt The Walthamstow Tapestry. De titel van het werk verwijst naar de plaats waar het kunstwerk geconcipieerd werd: tot 2014 was Perry’s studio gehuisvest in de Londonse buitenwijk Walthamstow. Grappig genoeg is de plaatsnaam een verbastering van de vroegere Saskische betiteling Wilcumestou (welkomsplek). Dat Perry graag speelt met linguïstische connotaties van de plaatsnaam blijkt wel uit het feit dat hij in zijn befaamde Reith lezingen consequent verwees naar “Awesomestow’. Maar een warm welkom hoef je niet te verwachten als je blik valt op de monumentale tapisserie. Het zeven meter lange wandtapijt begint aan de linkerkant met een onthutsend geboortetafereel waarin we de kwetsbare boreling geworpen zien worden door een verongelijkte moeder. Het tere vruchtvlies dat hem nog omhult is zijn enige bescherming tegen het valse en schrille decor dat de rest van het tapijt in beslag neemt. De tapisserie is opgebouwd als een middeleeuws beeldverhaal waarin we van links naar rechts de levenswandel van de mens verbeeld zien. Maar in tegenstelling tot de altaarstukken van weleer vinden we hier geen verlossing aan het einde van de rit. Visueel worden geboorte en dood met elkaar verbonden door een vuurrode bloedbaan die rechts verdwijnt in de gapende muil van Beëlzebub. De nieuwgeborene eindigt ten lange leste als een verschrompelde grijsaard. Het lichaam is tot lege huls verworden, zijn levenssap is onderweg verkwist aan de talloze winkels, handelshuizen en banken die hem uitgeperst hebben. Dit erbarmelijke personage laat geen enkel spoor achter, zijn leven was niet meer dan een dollemansrit door een oneindige koopgoot.

The Walthamstow Tapestry heeft meer middeleeuwse verwijzingen. Zo zien we een zwaarbeladen handelskogge met een heraut in de korf mand dobberen op de scharlaken rivier van bloed. In de verte klinkt het tapijt van Bayeux en de Zweedse Överhogdal doeken door met hun drakarschepen en wirwar van tuimelende figuurtjes. Perry geeft zelf ruiterlijk toe dat hij moeilijk naar een leeg doek kan kijken, zijn werk is dan ook een schoolvoorbeeld van horror vacui. Tot ver voorbij de middeleeuwen werd immers verondersteld dat de leegte een tegennatuurlijk verschijnsel was: de natuur duldt geen plekje onbedekte grond en vult deze terstond op met allerlei kiemen en sprietjes. In The Walthamstow Tapestry zien we dit middeleeuwse devies verwerkt in een uitzinnig millefiori motief. Maar anders dan op de befaamde Cluny tapijten waar een hoofse dame elegant verpoost in een jardin cloisonné, is het beeld niet gevuld met fabeldieren en exquise flora. De duizend bloemen van Perry bestaan uit minutieus geborduurde logo’s en merken die zich laven aan de dromen van het gewone plebs. Het maakt dat je een diep medelijden voelt met het gestikte personage dat telkens weer verblind wordt door de illusie dat vervulling te vinden is in een winkeletalage. Maar het roept ook de vraag op of men zich werkelijk kan onttrekken aan de grootschalige exploitatie van menselijke verlangens? De geschiedenis leert dat de menselijke soort niet goed bestand is tegen gewiekste vormen van operant conditionering, onze frontale cortex reageert helaas als een gewillige merrie op stimuli die zo omnipresent zijn.

Detail The Walthamstow Tapestry
Detail The Walthamstow Tapestry

Is er dan geen uitweg uit deze helse shopping mall? Die is er niet, maar de oplettende kijker ziet links van het midden een flierefluitend kereltje op een chopper in pasteltinten. Het vrolijk gestikte ‘liberty’ vergezelt het ventje als logo. Het is de kunstenaar zelf, en het gestikte embleem verwijst naar zijn motor (met bijbehorend kostuum) die in een volgende zaal van het museum te zien is. Perry besloot het stalen ros, bij uitstek het symbool van rauwe mannelijkheid, eens flink onder handen te nemen. Visueel leidt dat tot een potsierlijke mix van Easy Rider en een rekwisiet uit een travestieshow. De motor is een burlesk poffertjeskraam geworden die een heerlijke middelvinger opsteekt naar het archetype van motorrijdende mannen als ware erfgenamen van de ‘lonesome’ cowboy of rechtvaardige ridder. Perry heeft sowieso niet veel op met de mannelijke soort. Hij vindt de meeste mannen zelfingenomen, gevoelsarm en uitermate ‘boring’. De grootste ellende op deze aardkloot wordt volgens hem veroorzaakt door mannen die de relatie met zichzelf en hun omgeving veronachtzamen. Doordat ze zichzelf vervreemden van anderen proberen ze vervolgens vanuit angst de wereld te beheersen. Was u, net als het gros van de bevolking, in de veronderstelling dat de strijd tussen machthebbers ging over geopolitiek, economische belangen en de race om de laatste fossiele brandstoffen? Dan zit u fout! Perry verkleint dit steekspel tot een neurotisch mechanisme dat zijn aanvang vindt in de minderwaardigheidsgevoelens (en de daarop volgende compensatiestrategieën) van jongens en mannen. Uiteraard chargeert Perry hier, maar een ritje op zijn ‘tranny chopper’ zou geen slechte remedie zijn om de groteske ego’s van een Erdohan of Poetin te relativeren. Perry snapt dat humor een geducht wapen kan zijn tegen tirannie en speelt zijn rol als hofnar met verve.

Grayson Perry Motorbike
Grayson Perry Motorbike

Alan Measles
Alan Measles

Toch is Perry’s motorfiets niet alleen maar jolijt. Op de bagagedrager heeft de kunstenaar een delicaat schrijntje gebouwd voor Alan Measles, zijn tot op de draad versleten teddybeertje. Het knuffeldier functioneert als zijn persoonlijke avatar en groeide uit tot een belangrijk personage in zijn werk. Ooit, toen Perry nog een onbegrepen jongetje was dat werd verstoten vanwege zijn heimelijke voorliefde voor meisjeskleding, vormde Measles zijn enige bondgenoot. De behoefte aan ouderlijke liefde, begrip en erkenning wist hij te transporteren naar het stoffen beertje. Een coping-mechanisme van jewelste dat ervoor zorgde dat Perry niet ten onder ging aan de zelfhaat die zoveel travestieten en transgenders parten speelt. Measles groeide uit tot een gekoesterde godheid binnen Perry’s visuele mythologie en komt veelvuldig terug in zijn tekeningen, tapijten en kostuums. Achterop de motor zit dus Perry’s innerlijke kind en de rollen zijn ondertussen omgedraaid. Als eerbetoon aan het verworpen jongetje van vroeger vergezelt Measles de artiest bij ieder nieuw ritje, expositie of avontuur. Misschien zit verlossing wel niet in grote gebaren, maar in een kleine geste van tederheid die telkens weer herhaald wordt.

Grayson Perry, A Perfect Match, 2015. Courtesy the artist, Paragon Press & Victoria Miro, London
Grayson Perry, A Perfect Match, 2015. Courtesy the artist, Paragon Press & Victoria Miro, London