In het gebruik van klei en porselein als een hoogwaardige vorm van beeldende kunst is Babs Haenen (1948) al veertig jaar een fenomeen in binnen- en buitenland. Ze beweegt zich vanuit haar woon- en werkplaats Amsterdam tussen de Verenigde Staten, Japan en China en heeft ook in tal van andere landen een groot aanzien als beeldend kunstenaar die met keramiek werkt. Het is niet overdreven om te stellen dat zij in de kwaliteit van haar werk haar gelijke nauwelijks kent. De erkenning van haar kunstenaarschap die in Nederland in 1998 werd bevestigd met een grote solotentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, is tegelijkertijd iets waar ze zich op kan laten voorstaan en waar ze heel nuchter en realistisch in is. Als vrouw in de kunst en het vakgebied van de keramiek is Babs Haenen een onmiskenbare persoonlijkheid. Ze is zoals ze zelf zegt, net zoals haar neef, de theater- en tv-persoonlijkheid Paul Haenen, ‘met de bek open geboren’. Nu ze 70 is geworden is ze mondiger en zelfverzekerder dan ooit aan de vooravond van nieuwe tentoonstellingen in New York en Genève.

Babs Haenen,  Titel: Fēungjìng Hoogte 57 cm, Lengte 37 cm, Breedte 39 cm 2012 Foto: Luuk Kramer
Babs Haenen, Titel: Fēungjìng Hoogte 57 cm, Lengte 37 cm, Breedte 39 cm 2012 Foto: Luuk Kramer

Babs Haenen is een vrouw die midden in het leven staat, maatschappelijk betrokken, politiek geëngageerd, cultureel zelfbewust en kunstzinnig gemotiveerd. Ze staat actief in de wereld van nu en maakt gebruik van de moderne media om haar werk en activiteiten onder aandacht te brengen. Zo is ze al enige tijd actief op Instagram waarop ze voortdurend zowel oud als nieuw werk laat zien, maar ook referenties aan andere kunstenaars die haar belangstelling hebben. In juli 2018 plaatste ze bijvoorbeeld een serie foto’s van de installatie van Song Dong in Museum Voorlinden. Via Instagram krijgt ze een vorm van belangstelling voor haar werk buiten het traditionele galerie- en museumwezen om. Ze voelt zich erdoor bemoedigd dat er van jong tot oud vanuit de hele wereld belangstelling is voor haar werk en gaat er graag online over in gesprek.

Babs Haenen Flow Collectie Foto: Satyn Panyigay
Babs Haenen, Flow Collectie, Foto: Satyn Panyigay

Hoewel ze van 1974 tot 1979 aan de Gerrit Rietveld Academie bij docent Jan van der Vaart vooral achter de schopschijf zat om potten te draaien, heeft ze de draaischijf losgelaten. Het leren van een ambacht stond op de academie in dienst van het verwerven van het kunstenaarschap waarin ze met haar jaargenoten Geert Lap (1951-2017) en Barbara Nanning (1957) buitengewoon goed in slaagde. Waar Nanning met keramiek en glas in zowel klein werk als monumentale opdrachten bloemen als terugkerend onderwerp heeft en Geert Lap wereldberoemd werd met zijn uiterst breekbaar ogende sculpturale werk waarin elk spoor van handwerk lijkt uitgewist, is Babs Haenen een sculpturaal en expressionistisch commentaar gaan leveren op de positie van de keramiek in de kunst en het dagelijks leven. Haar werk verhoudt zich tot schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur, gebruiksgoed en design om daarin op eigen voorwaarden, zelfstandig een plaats te vinden.

Babs Haenen, Titel: Bending the Walls ‘Lop Nor’, 2018 Hoogte 51 cm, Lengte 36 cm, Breedte 36 cm Foto: Luuk Kramer
Babs Haenen, Titel: Bending the Walls ‘Lop Nor’, 2018 Hoogte 51 cm, Lengte 36 cm, Breedte 36 cm Foto: Luuk Kramer

Al op de academie was Babs Haenen internationaal georiënteerd. Opgeleid in de Bauhaustraditie sloot ze niets en niemand uit als werkterrein of inspiratiebron. Die brede belangstelling komt voort uit de omstandigheid dat zij voordat ze op haar 27ste de studie aan de Academie begon al de pedagogische academie had gedaan en de opleiding ‘Modern Educational Dance’. Haar danscarrière fnuikte toen ze een hernia kreeg en ze zich op een andere manier een plaats in de kunst moest verwerven. Eerst ging ze twee jaar naar de Modeacademie Charles Montaigne (een voorloper van het Amsterdam Fashion Institute) waar ze met textiel leerde omgaan en zich de techniek van het mouleren van stof eigen maakte. Daarna maakte ze alsnog de overstap naar de afdeling ‘Visual Art’ van de Gerrit Rietveld Academie. Ze had toen al een baan, maar die zegde ze op om zich volledig aan de kunstacademie te kunnen wijden. “In die tijd kon je dat nog vrij eenvoudig doen,” zegt ze daarover. “Je kon nog makkelijker een beurs krijgen en al was die een stuk lager dan mijn salaris, dat maakte niet uit, want we konden een week leven op een pak rijst met haring in tomatensaus.“

Babs Haenen, Detail sculptuur
Babs Haenen, Detail sculptuur

Aan de academie werd ze opgeleid vanuit de opvatting dat keramiek in niets onderdeed voor kunstdisciplines als schilderkunst of beeldhouwkunst. Na de academie had ze twaalf jaar een relatie met de schilder David Groot (1949), die de wereld van de schilderkunst verder voor haar opende, onder meer door een reis van zes weken naar Italië.

Op haar solotentoonstelling in 1998 in het Stedelijk Museum te Amsterdam introduceerde de conservator Marjan Boot in haar catalogustekst de titel ‘The Turbulent Vessel’. ‘Vessel’ dat niet alleen ‘vat’ betekent, maar ook ‘schip’ is in het geval van Babs Haenen erg goed gekozen, omdat veel van haar werk refereert aan golvend water. Die terminologie bevestigde dat de keramiek een andere status verwierf. Marjan Unger (1946-2018) had in 1995 al de term ‘vrije vormgeving’ bedacht voor de masteropleiding van het Sandberg Instituut waar ze tot 2006 hoofddocent zou zijn. Daarmee kreeg de kenschetsing ‘toegepaste kunst’ waartoe disciplines als glas, sieraden, keramiek en dergelijke toen werden gerekend, in één keer een andere betekenis.

Babs Haenen, Titel: Bodily Fluid, 2018 Hoogte 42 cm, doorsnede 27 cm Foto: Luuk Kramer
Babs Haenen, Titel: Bodily Fluid, 2018 Hoogte 42 cm, doorsnede 27 cm Foto: Luuk Kramer

Babs Haenen ging in haar professionele beroepspraktijk werk maken dat in de vorm van keramiek schilderkunstige, sculpturale en architectonische onderwerpen aan de orde stelde. Vanuit persoonlijke overwegingen en voorkeuren integreerde ze in haar middelgrote vaasachtige vormen de kunsthistorische verworvenheden ten aanzien van inhoud, functie en vorm van de kunstdisciplines. Typerend is dat ze zich daarbij niet beperkte tot de beeldende kunstvormen maar ook haar ervaring met de dans incorporeerde. Inzichtelijk in dat opzicht was haar kennismaking met de New Yorkse galeriehouder en keramiekautoriteit Garth Clark (1947). Ze maakte kennis met hem toen hij een lezing gaf op de Rietveld Academie en in 1986 had ze haar eerste tentoonstelling bij hem - ze zou tot 2005 regelmatig bij hem blijven exposeren. In de publicatie die destijds verscheen maakte Clark een vergelijk tussen het werk van Babs Haenen en de choreografie ‘Lamentation’ van Martha Graham uit 1930. In deze ‘klaagzang’ ontworstelt de danser zich aan de omsluiting van het lichaam door een gewaad in alle richtingen te duwen en te strekken. De innerlijke beweging verwierf daarmee een veranderlijke uiterlijke vorm, waarmee de inhoud van het werk een krachtige uitvoering kreeg, zonder dat je als kijker om verdere uitleg verlegen zat. Dat samenvallen van inhoud, vorm en onderwerp met referenties en inspiraties is kenmerkend voor het werk van Babs Haenen. Het is nooit een letterlijke weergave van een verhaal of gebeurtenis, maar een beeldende uitwerking van een persoonlijke opvatting en standpunt, van ervaring, gevoel en idee.

Babs Haenen, Titel: La Femme au Chapeau, 2018 Hoogte 38 cm, diameter 26 cm Foto: Luuk Kramer
Babs Haenen, Titel: La Femme au Chapeau, 2018 Hoogte 38 cm, diameter 26 cm Foto: Luuk Kramer

Door de kwaliteit van haar werk wekte Babs Haenen al vroeg de belangstelling van verzamelaars en pleitbezorgers van de vrije vormgeving en keramiek in de personen van onder anderen Jacob van Achterbergh (1928-2009) en Benno Premsela (1920-1997). Mede door hun voorspraak realiseerde ze zich dat ze als kunstenaar geen genoegen moest nemen met de plaatsing van haar werk in een vitrine bij de toiletten van het museum. Collega Gijs Bakker (1942) zei ooit tegen haar op een expositie, waar haar werk bij een toiletpot was geplaatst: “Als dat je overkomt, pak je het werk op en loop je ermee weg.” Daardoor gesterkt werd ze zelf een krachtige woordvoerder van de discipline en ze werd er meer en meer om gewaardeerd.

Babs Haenen, Titel: Le Miracle du Levant, 1998 23 x 48 x 25 Foto: Stedelijk Museum
Babs Haenen, Titel: Le Miracle du Levant, 1998 23 x 48 x 25 Foto: Stedelijk Museum

Ze vond beroepsmatig en persoonlijk weerklank bij kunstenaar Peter Struycken (1939) die voor haar Stedelijk-tentoonstelling de kleur van de wanden ontwierp in de ruimtes waarin haar sculpturen vrij stonden opgesteld. Ze zou later nog drie keer – in New York - op vergelijkbare wijze met hem samenwerken.

Babs Haenen sluit geen enkele toepassing van keramiek uit. Ze maakt vrij werk, maar ook tegels en ornamenten voor architectuur en het design van gebruiksgoed in oplage. Ze werkte samen met architecten als Erick van Egeraat (1956), voorheen EEA Associated Architects, voor wie ze porseleinen reliëf tegels maakte voor de Stadsschouwburg van Haarlem. Veel waardering kreeg ze voor haar ontwerp van de WAd-tegel voor het Woningbedrijf Amsterdam (nu Ymere). De in kobaltblauw, zandgeel en steenrood uitgevoerde wandtegels zijn geproduceerd door de Koninklijke Tichelaar in het Friese Makkum. Het golvende patroon dat ze daarin heeft verwerkt refereert aan het droogvallende wad.

Babs Haenen,  Klei verleidt
Babs Haenen, Klei verleidt

In 2012 zette ze in Jingdezhen in China de studio ‘Flow’ op, waarvoor ze gebruiksgoed ontwierp dat in samenwerking met Guan Lin Wang, Li Fei Wang en Grace Guo werd uitgevoerd. Tweemaal per jaar is ze in China om daar te werken. Afgelopen jaar had ze een expositie in de Ritz galerie in Shenzhen. Aldaar ontmoette ze de eigenaar van de galerie Banana Jam, die sindsdien haar werk verkoopt in China.

De ‘Flow’-serie combineert de stroom van Chinese watervallen met de golven van de Noordzee en de drip paintings van Jackson Pollock. Ter gelegenheid van haar 70ste verjaardag op 2 maart 2018 heeft ze dit werk bij de Frozen Fountain in Amsterdam gepresenteerd waar het nu nog te zien is. In het Hesperios Café in New York wordt dit werk ook getoond.

Babs Haenen, WAd-tegel
Babs Haenen, WAd-tegel

Tegels, ornamenten, gebruiksgoed en vrij werk doen bij Babs Haenen niet voor elkaar onder. Ze werkt hoofdzakelijk met porselein in een zelf verworven techniek die haar op het lijf is geschreven. Ze bouwt gekleurde platen porselein op tot vrijstaande vormen. Door de platen porselein te vouwen en te kneden, als ware het een recept voor bladerdeeg, ontstaan gelaagde en uitgesproken beeldende uitspraken over bijvoorbeeld de ontwikkeling van de schilderkunst. Door het gekleurde porselein diverse keren - soms wel zes keer - op verschillende temperaturen te bakken en tussentijds te glazuren, en soms te beschilderen ontstaan levendige beelden die zinnelijk en geestrijk tegelijkertijd zijn. Ook zijn ze niet van humor gespeend en is er sprake van een aantrekkelijke schaamteloosheid, bijvoorbeeld in de beelden die ze heeft gemaakt over haar minnaars en vrienden. In haar nieuwste werk dat ze eind dit jaar bij galerie Hostler Burrows in New York zal laten zien, toont ze een mooie proeve van nieuw werk over de schilderkunst. Heel prettig aan haar is dat ze altijd tot een verklaring over de achtergrond en betekenis van haar werk bereid is. Zo laat ze zien hoe een sculptuur van haar direct ontleend is aan de hoed op een vrouwenportret van Matisse. Ondanks die openhartigheid over haar bronnen blijft ieder werk toch een wonder van persoonlijke verbeeldingskracht. Er blijft voor de beschouwer zeker wel iets te raden over, vooral ook omdat binnen- en buitenkant van het werk volstrekt anders kunnen ogen. Als de buitenkant een relatie met een schilder als Jackson Pollock verraadt, kan de verstilde binnenkant een andere associatie oproepen. Ze schrikt er ook niet voor terug deze zelfstandige sculpturen in te zetten als vazen; dan zorgt ze ervoor dat het beeld waterdicht is.

Babs Haenen, Porseleinen Reliëf tegels  Stadsschouwburg Haarlem Foto: Ruud Peijnenburg
Babs Haenen, Porseleinen Reliëf tegels Stadsschouwburg Haarlem Foto: Ruud Peijnenburg

Babs Haenen maakt tien tot twaalf sculpturale werken per jaar en aan iedere sculptuur zie je af hoe zorgvuldig en weloverwogen het tot stand is gekomen om optimaal uitdrukking te geven aan haar verhouding tot schilders als Matisse, Willem de Kooning, Robert Ryman en tal van anderen. Ook de 16de en 17de eeuw Italiaanse schilderkunst is voor haar een bron van inspiratie.

Haar grotere tafelstukken – waarmee ze indruk maakte in 1998 in het Stedelijk Museum - combineren landschappelijke en stedenbouwkundige aspecten. De werken met honingraatpatronen refereren direct aan kunstenaars van ZERO zoals Jan Schoonhoven. Doordat je zo nadrukkelijk ervaart dat haar beelden handwerk zijn, komt ook de gevoelsmatige kant van het werk sterk naar voren. Zo maakt ze voor overleden dierbare vrienden en collega’s haar ‘rouwpotten’ waarin ze geïntensiveerd haar verstandhouding met hen tot uitdrukking brengt.

Martha Graham, Hooded Costume, ‘Lamentation’
Martha Graham, Hooded Costume, ‘Lamentation’

Babs Haenen heeft altijd een voorkeur gehad voor het materiaal porselein, omdat het zuiver wit is. Daardoor kan ze met pigmenten heldere kleuren realiseren, terwijl in andere kleisoorten ijzeroxide zit en dat beïnvloedt elk pigment dat ermee wordt gemengd. Vanwege die voorkeur voor porselein had ze grote belangstelling voor Aziatische keramiek. Ze ging vier maanden naar Japan, toen ze in 1991 de ‘Inax Design Prize for Europeans’ won. Ze werkte in Tokoname bij de Inax Corporation, reisde een maand rond en bezocht de keramiekstad Arita en gaf een lezing aan de universiteit van Fukuoka.

In 2010 kwam Babs Haenen voor het eerst in China, op een studiereis met de Gerrit Rietveld Academie waar ze van 1992 tot 2013 lesgaf. De status van keramiek is in Azië heel anders dan in Europa en de waardering die ze daar voor haar werk kreeg, motiveerde haar om de plekken die ze daar bezoekt in haar tafelstukken een rol te geven. De aanwijsbare referenties maken dit werk tot ‘talking pieces’ die als ‘piece de milieu’ tot de verbeelding spreken.

 Babs Haenen, Titel: La Tulipe Cardinale Hoogte 35 cm, doorsnede 30 cm Collectie Keramiekmuseum Princessehof Foto: Hennie Houtkoop
Babs Haenen, Titel: La Tulipe Cardinale Hoogte 35 cm, doorsnede 30 cm Collectie Keramiekmuseum Princessehof Foto: Hennie Houtkoop

De laatste decennia zijn veel kunstenaars die met keramiek zijn gaan werken tot verdieping van het gebruik van klei gekomen door residenties bij het Europees Keramisch Werk Centrum. Babs Haenen heeft dat zelfstandig op eigen kracht gedaan. Ze is nu van plan om voor een grote expositie in de toekomst in het EKWC te gaan werken.

Sinds haar eerste buitenlandse tentoonstelling in 1984 bij Helen Drutt in Philadelphia en in hetzelfde jaar in het Frans Halsmuseum in Haarlem is ze uitgegroeid tot een kunstenaar die tot de internationale top behoort, hier in Nederland nog eens bevestigd door solotentoonstellingen in het Stedelijk Museum en het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden en daarbuiten met presentaties in Toronto, Beijing, Jingdezhen, Shanghai, enzovoort. Momenteel (nog tot 30 september 2018) is werk van haar opgenomen in de presentatie ‘Show Yourself’ van de omvangrijke Benno Premsela Collectie die is geschonken aan het Design Museum Den Bosch.

Naast haar presentatie vanaf 10 oktober 2018 bij Kim Hostler en Juliet Burrows in New York zal vanaf 27 september 2018 ook werk van haar te zien zijn bij Taste Contemporary Craft in Genève.

Babs Haenen, Titel: Hommage à l’èsprit en deuil, 1992 Hoogte 23 cm, diameter 19 cm Foto: Stedelijk Museum Amsterdam
Babs Haenen, Titel: Hommage à l’èsprit en deuil, 1992 Hoogte 23 cm, diameter 19 cm Foto: Stedelijk Museum Amsterdam
Babs Haenen, Titel: Pùbù, 2017 Porselein, LongChuan celadon glazuur
Babs Haenen, Titel: Pùbù, 2017 Porselein, LongChuan celadon glazuur

 

www.hostlerburrows.com

www.tastecontemporary.com

www.youtube.com/watch?v=RCKMW8ab4v4