“ Van Tas is de prachtige formulering dat wie zich schaamt de empathie met zichzelf heeft verloren. Maar om die empathie terug te winnen moeten we door de schaamte heen, dat wil zeggen de angst dat anderen ons zullen minachten of verlaten. Daarom gebeurt het vertellen van de waarheid op een smalle richel, met aan de ene kant de afgrond van de onwaarheid, en aan de andere kant de afgrond van de verstoting. Het gaan over die smalle richel vereist moed,…” Van Dantzig, A.

De kunst is een van de meest bizarre, bijzondere en belangrijke dingen die de samenleving voortbrengt. Geen enkel ander wezen dan de mens, dat zich beweegt over deze aardbodem, waagt zich eraan om iets te maken, om het maken zelf of om een boodschap uit te dragen. Daarbij ontstaat kunst enkel op die plekken waar veel mensen samenkomen; op plaatsen waar de ene mens de andere in de ogen kijkt, verder kijkt en meer mensen ziet. Kunst is een wezenlijk onderdeel van de samenleving, al is het maar omdat het alleen voorkomt in een menselijke samenleving (Dissanayake, 1988). Kunst vertelt ons, iedere keer opnieuw, dat wij mensen zijn. Het zijn de kunstenaars die de samenleving vertellen wat ze is geweest, wat ze is en wat ze zou kunnen zijn. En dit via een medium dat zichzelf in stand houdt en tegelijkertijd ontkent,.

Er zijn twee mogelijkheden om naar een kunstwerk te kijken; het eerste is dat we het ‘Onbegrensd Totaliseren’. We kijken naar het kunstwerk, vaak vluchtig, en we bedenken hoe het in onze wereld past en vergeten het vervolgens. 

De tweede manier, die minder natuurlijk voelt, is om ernaar te kijken en het in waarde te laten; als een object dat wij kunnen waarnemen maar niet zomaar kunnen begrijpen. Deze manier zorgt ervoor dat wij een nieuwe ervaring kunnen hebben, die buiten onze eigen mogelijkheden ligt. Het kunstwerk kan ons iets ‘leren’, vanuit het oogpunt van de Ander. In dit geval, vanuit het oogpunt van de kunstenaar. 

Doch kan de kunstenaar dit kunstwerk alleen gemaakt hebben binnen de samenleving waarin hij/zij zich bevindt. Ieder kunstwerk heeft daarmee een eigen ‘Aura’. Dit Aura (Walter Benjamin) is de plaats die dit kunstwerk inneemt in de context waarin het gemaakt wordt, waar het zich bevindt en welke geschiedenis het achter zich laat. Dit Aura ontstaat niet vanzelf, kunst, en dus de kunstenaar moet een relatie aangaan met de beschouwer van de kunst. Kan deze relatie bestaan als er geen inhoud is? Als de kunst, de kunstenaar, leeg is? Zoals Alain de Botton (2015) beschrijft, zou kunst, cultuur een antwoord kunnen zijn op levensvragen. Een leegte volstaat niet voor zo’n belangrijke vraag. De kunstenaar moet zijn aura niet alleen dragen, maar vullen. Dit is de verantwoordelijkheid van de kunstenaar.

Naast dat kunst gemaakt is met een bepaald gedachtegoed, vanuit een bepaalde context, bestaat het kunstwerk langere tijd. Het kunstwerk verplaatst zich en wordt steeds door nieuwe ogen gezien, vanuit nieuwe contexten. De kunstwerken ‘leven’ en veranderen niet van uiterlijk, maar bevinden zich steeds in nieuwe omgeving en zetten aan tot nieuwe waarderingen voor en van het kunstwerk. Soms is een nieuw kunstwerk nodig om het oude kunstwerk te kunnen begrijpen. Zo beïnvloed ieder kunstwerk een kunstwerk dat al bestond, maar ook al degenen die daarna nog gemaakt mometen worden. 

Jacques Louis David
Jacques Louis David
Edvard Munch
Edvard Munch

Bijvoorbeeld het werk ‘De dood van Marat’ geschilder door Jacques Louis David, en later ook in een versie door Edvard Munch. Het tweede schilderij had niet kunnen bestaan zonder het eerste. Toch zijn de betekenissen van de schilderijen zeer verschillend en is het kijken naar beiden een totaal andere ervaring. 

De kunstenaar draagt iets uit met zijn/haar kunst; goed of slecht, fout of goed, het zijn allemaal pogingen om een bepaalde schaamte te overstijgen en tussen de verstoting en onwaarheid te manoeuvreren. Om dit te doen is er een bepaalde moraliteit nodig; een moreel kompas om de weg te wijzen. In veel beroepen is dit morele kompas een document dat tot de letter gevolgd moet worden; als arts mag je patiënten geen kwaad berokkenen, als ICT-er geen vertrouwelijke informatie lekken naar derden. Toch heeft de kunstenaar geen duidelijke taakomschrijving, geen morele grenzen behalve zijn/haar eigen grenzen. “Elke mens noemt dat wat hem lekker en heerlijk schijnt 'goed' en wat hem tegenstaat 'slecht'. Voor zover elk mens constitutioneel van een ander verschilt, hebben ze ook andere meningen over het algemene onderscheid tussen goed en slecht." (Hobbes)

Anno Dijkstra is een Nederlandse kunstenaar die werkt met was. Wat hij daarvan maakt zijn niet zomaar kaarsen, maar hij pakt nieuwsfoto’s die hij driedimensionaal uitwerkt. Deze nieuwsfoto’s zijn de schokkende foto’s, die in het mondiale geheugen zijn gegrift (De Lange, 01-11-2012). Bovenstaande foto is gebaseerd op de foto van de neergeschoten Pim Fortuyn. De beeldjes zijn allemaal uniek, fijn uitgewerkt en liggen op een wit plastic laken op de vloer in een galerie. De beeldjes zijn kwetsbaar, het gezicht is vertrokken, de mond staat iets open. De fijne vouwen in de kleren zijn goed waar te nemen in de donkere was. De plas bloed is in hetzelfde materiaal weergegeven. Het is een verontrustend beeld, dat empathie opwekt, maar ook vrees. Deze gevoelens komen door de hulpeloosheid van zo’n lichaam, tevens ook door de kwetsbaarheid van het materiaal. De sculpturen zijn een representatie van een representatie. Het is namelijk een wassen beeld, nagemaakt van een foto. In haar uitwerking heeft zij een ander effect dan de krantenfoto die snel weer verdwijnt in de papierbak. Het driedimensionale zorgt voor tastbaarheid, echtheid. Het is een verwijzing naar de waarheid waar Fortuyn over spreekt, zonder de waarheid te zijn. De moraal in dit beeld is niet eenduidig aan te tonen, maar zit voornamelijk in de schaamte die gepaard gaat met het kijken naar de kleine sculpturen.

Maar het gaat nog verder; de beeldjes mochten door bezoekers mee naar huis worden genomen. Mensen konden kijken en kiezen welke dode Pim Fortuyn ze wilden meenemen. Het vreemde is dat de beeldjes van de dode politicus, die zoveel ophef veroorzaakt heeft, al snel allemaal gereserveerd waren. Kennelijk is het schokkende beeld toch iets dat mensen bij zich willen dragen, anders dan de foto uit een krant. Dit is wat de kunst anders maakt dan een nieuwsfoto.

 “Kunst is een immanente, singuliere waarheidsprocedure: het domein van de kunst is even uitgebreid als de waarheden die ze produceert, en die waarheden bestaan enkel en alleen in de kunst. Nergens anders.” (Rummens, 2004) Badiou stelt dat kunst een waarheidsprocedure inneemt, maar wat zegt dit over het morele karakter van kunst? Hij stelt namelijk ook dat de waarheid van kunst, alleen bestaat binnen de kunst. Zou de moraliteit van kunst dan ook enkel bestaan in de kunst? Badiou schrijft ook: “Ik denk dat het idee van een ‘geëngageerde kunst’ zo problematisch is omdat er letterlijk sprake is van een vertaalprobleem. Wat de kunstenaar wil zeggen is niet zonder meer in taal te vatten (tot taal te reduceren?). Want kunst is een apart soort waarheid, een waarheidsprocedure die volstrekt eigenzinnig is. Elke poging om haar tot haar engagement te reduceren, schiet per definitie te kort. Alleen betekent dat niet dat ze niet geëngageerd is. Integendeel.”

Waar kunst, in de geschiedenis steeds andere rollen heeft vervuld, met andere regels, is het nut van kunst en de inhoud van kunst nog nooit zoveel besproken als in de laatste eeuw. In de Middeleeuwen was kunst de manier om de ongeletterden kennis te laten maken met het geloof, in de tijd van de Klassieken om de goden te eren en zelfs tijdens de Moderne tijd was kunst er om te propageren of zich af te zetten tegen de maatschappij. Maar wat is dan de rol van de hedendaagse kunst?

Still, even though it may not always be consciously articulated, it is usual today to consider capital-A art as “useless” in the sense that it does not contribute directly to physical vital needs and processes. If one then claims that Art satisfies a psychological need, it is discomfiting to admit that many people seem quite able to live without the benefits of at least the more refined arts.(Dissanayake, 1988)

Het weergeven van het verhaal geeft een mogelijkheid om tijdelijk de beschouwer van kunst op een ander pad te zetten, of een blik te gunnen van buitenaf op het eigen leven, vanuit de reflectie die ontstaat vanuit de kunst. En een kunstenaar moet als onderdeel van de samenleving, zorgen dat deze reflectie niet verstoord is.

Dit artikel is een samenvatting van de scriptie die Amber Kroesbergen schreef voor haar afstuderen aan ArtEZ Arnhem.