Niemand denkt dat het kan, dat je het zou halen, het is een mijl op zeven.

En dan ook nog in zo’n kartonnen ding met goudfolie, het is belachelijk, eigenlijk niet te doen, maar het kan, jij kan het. Wonderlijk genoeg. In een kartonnen ding met goudfolie. Een construct, iets om in te geloven. Achter het verhaal zit een kern van waarheid, vermoedelijk. Is die eerste stap gezet op onmogelijke hoogte, of in een stoffige studio? Daar gaat het niet om, er zit nog veel meer aan vast. Een verre planeet waar we altijd naar kijken, maar nooit werkelijk aankomen. 

Het is bevrijdend en soms eenzaam, omdat je out there bent, in tegenstelling tot in de warme moederschoot van de aarde. Geen ruimte om te ademen, als je springt kun je veel verder komen dan hier, maar er is ook weinig om je op de grond te houden en de kans dat je over de kop slaat, is altijd aanwezig. Er is zoveel ruimte om je heen, oneindig veel mogelijkheden. En als je daarin verdwijnt, kun je voor eeuwig om je eigen as draaien. 

Er ligt al een speech klaar. Voor het geval je niet terugkomt.
We zijn zo trots, de achterblijvers, dat je op zoek ging naar iets abstracts, dat je vertrok zonder te weten waar je uit zou komen, dat je bereid was een offer te brengen, want de reis erheen is zwaar en niet zonder risico. Dat soort woorden. 

Er zijn altijd verschillende scenario’s. Dat je het op kunt geven, denk er af en toe aan als oefening, als herinnering aan de alternatieven. Deze stap is er een die je niet hoeft te zetten, voor niemand. Je doet het niet voor ons, jij bent er vrijwillig op uitgegaan om de waarheid te achterhalen, wat er gaande is daarbuiten. Het gaat om die poging, het verhaal waarmee je terugkomt, gele steentjes, een samenzweringstheorie, een verhaal dat door anderen verteld en opnieuw verteld zal worden. Door anderen, want jij bent vooral aangewezen op het besturen van die kartonnen doos. Het goudfolie in de plooi houden, zorgen dat je geen ruzie krijgt met je copiloot. Blijven spelen, grapjes maken over kaas, niet te veel nadenken over morgen. 

De tijd gaat sneller en wordt opgedeeld in steeds kleinere helften van de helft. De tijd waarin je gewoon in je studio kan zitten denken met een kop koffie is van gisteren. 

De maan verandert van vorm. Soms zwaar en geel dan weer doorschijnend, hoog in een blauwe lucht. Hij is vaak obscuur door een dikke schaduw en soms zelfs helemaal niet meer te zien. Je vraagt je af of je je misschien vergist hebt in wat je voor ogen had, maar dan zie je hem weer, ook al zien we het allemaal anders. 

Bij de eerste stap op nieuw terrein, kom je in slow motion neer. Dat ene moment uitvergroot en in alle vormen herhaald, vergeet niet foto’s te maken, anders is het niet gebeurd. Ze zeggen dat de maan blauw is, en als ze dat zeggen, geloven wij dat. 

Alles is in het werk gesteld om dit punt te bereiken, maar het is pas het begin van een reis die je nog veel verder kan voeren, of zal eindigen voor hij goed begonnen is. Kijk niet teveel uit het raam tijdens deze reis, want de afgrond zal je wellicht duizelig en misselijk maken. Zoek liever steun aan de anderen, die elk in hun eigen pak gesloten, in andere volgorde en mate dezelfde ellende, twijfel en manische vreugde doorstaan. 

Het licht schijnt fel in de ogen van de jonge kunstenaar, die de blik van de wereld op zich gericht voelt. Wie er precies meekijken vanachter het zwarte scherm is evenwel niet te zien. 

Je ademt zwaar in het witte pak. De ladder staat in het stof en wacht op de voet die aarzelend de veilige omgeving van de capsule zal verlaten. 

Marijn Ottenhof - On the moon, nobody knows you're a lizard, installatie (2018)
Marijn Ottenhof - On the moon, nobody knows you're a lizard, installatie en performance (2018)