Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Niet alleen voor nachtbrakers

01 May 2019 Ellis Kat

Over het drie-en-een-half-luik van Navid Nuur

 

De avond is zo’n vijf bier oud als ik me op een haperende ov-fiets door de donkere straten van de NDSM-werf beweeg. Vanonder de tak van een struik langs de weg, vindt een bijna lichtgevende steen mijn netvlies als ik langsfiets. De voeten aan mijn benen trappen net iets harder op de rem dan ik wil, waardoor het inmiddels nagenoeg lege blik bier (nummer zes) uit mijn hand schiet en de weg rollend oversteekt. Jammer. Zonder het fluorescerende stukje steen uit het oog te verliezen, loop ik naar de struik. Voorzichtig, alsof ‘ie breekbaarder is dan zijn niet-beschilderde metgezellen, pak ik de kiezel op en laat hem in een vloeiende beweging in mijn jaszak glijden. Ik glimlach tevreden: deze nieuwe Dronken Trofee past mooi in mijn verzameling, zo ergens tussen het rode doosje met tandenstokers, gele zonnebril met stervormige glazen en de fles Texels naaktstrand-zand – die thuis op mijn vensterbank staat uitgestald.

De kunstenaar weet hen die hoogstwaarschijnlijk hunkeren naar dingen die eerder duister zijn dan licht te verrassen

1.
Het drieluik van Navid Nuur trakteert vooral nachtbrakers op schitterende werken, met de NDSM-werf als decor. De kunstenaar weet hen die hoogstwaarschijnlijk hunkeren naar dingen die eerder duister zijn dan licht te verrassen met subtiele lichtwerken die de omgeving in een – al dan niet kunstmatig – zonnetje zet. Op wand van een gebouw aan de kop van de Ms. van Riemdijksweg is een grote cirkel geplakt. Overdag valt het nauwelijks op, maar wanneer het donker wordt en de schijnwerper op de muur schijnt, knalt het reflecterende materiaal van het gebouw. De cirkel, die door het reliëf felroze of diepblauw kleurt, is als een kunstmatige poolster die aan dwalend Amsterdam richting geeft.

David Nuur


2. 
Nuur vindt dat het lichtwerk op een van de hellingen op de oude scheepswerf het best tot zijn recht komt in combinatie met een plassende vriend: ‘‘Als je een foto van hem maakt, terwijl hij bij gebrek aan beter tegen de voet van de X-helling pist, licht er een gigantische neon-baan op.’’ Op de helling staat een rij kielblokken van beton. Het ene blok is volledig ondergespoten met graffiti, de ander net iets minder maar zit op zijn beurt weer onder het mos: een leeg canvas is het allerminst. De reflecterende verf (‘‘Gewoon uit een spuitbus, echt te gek!’’) die Nuur op de bovenkant van het beton spuit, is ook hier bij daglicht moeilijk te zien en weerkaatst pas wanneer de flitser van je telefoon een plassend slachtoffer zoekt.

3.
Het meest opvallende werk – dagjesmensen verdienen immers ook kunst – is de auto midden op het terrein. De bestelwagen ligt verloren op zijn dak; het zijn de onvermoeibaar brandende koplampen en remlichten die nog bewijs geven dat het voertuig niet total loss is. Voor ramptoeristen wacht er een sterrenhemel in de laadbak wanneer je dichterbij komt. Het universum – hetgeen dat álles is en ook niet één beetje minder dan dat alles – kan onmogelijk door vier winterbanden gedragen worden. 

David Nuur


½.
‘‘Eigenlijk is er nog een werk. Stiekem.’’ Ik houd van stiekem, dus ik vertraag mijn pas naar de deur. Nuur vertelt over de tientallen kiezelstenen die voorzien van een fluorescerende jas zijn uitgestrooid over de werf: geen kunst achter kogelwerend glas binnen de muren van het instituut, maar stenen paaseieren zoeken in de buitenlucht. ‘‘Misschien nemen mensen ze wel mee’’, zeg ik. Hij vindt dat niet erg. ‘‘Ik vind het belangrijk dat de bezoeker de mogelijkheid heeft om een tastbare herinnering te hebben aan mijn werk. En kunst hoeft niet per definitie genummerd, voorzien van een handtekening of heel duur te zijn. Bezoekers mogen de stenen best meenemen als aandenken. Of op Marktplaats zetten. Dat mag ook.’’
‘‘Voor een tientje?’’
‘‘Voor een tientje.’’

Licht is niet onlosmakelijk meer verbonden aan de dag

Met koplampen en reflecterende verf en schijnwerpers en neon-lak en flitsers en, en… Licht is niet onlosmakelijk meer verbonden aan de dag. Zonlicht is natuurlijk, maar met artificiële lampen zijn we zo versmolten, dat de flitser op je iPhone (of Android, ja, ja) even ongekunsteld is als de eerste zonnestraal na de ochtendschemering. Nu is het altijd dag en is het bijna nergens meer echt donker. Echt duister ervaren, kan pas weer wanneer de allerlaatste fluorescerende kiezelsteen in een is jaszak verdwenen.

————————————————————————————————————————————

Samen met Stichting NDSM-werf heeft mister Motley een uitgave gepubliceerd over gentrificatie, kunst in de openbare ruimte, het nachtleven en stedelijke ontwikkeling. Met tientallen schrijvers en kunstenaars is er gewerkt aan het NDSM Magazine om antwoord te vinden op de vraag hoe we in een samenleving die steeds meer draait om efficiëntie, ruimte kunnen behouden voor dingen die dat per definitie niet zijn? Dit artikel werd eerder in dit magazine gepubliceerd.

David Nuur

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl