Image

Ons huis – Een bezoek aan Garage Rotterdam

23 Feb 2019 Ilse van der Velden

In het midden van de ruimte zit een lichaam op een sokkel. Hoewel het vervormde bovenlichaam in een deken is gewikkeld, vraag je je af of dit weggevallen deel in dezelfde staat als de benen verkeert: aderen en beurse plekken op een asgrauwe huid. Het is het werk van Berlinde de Bruyckere, één van de tien kunstenaars die werk tentoonstelt in The house where you live forever in Garage Rotterdam, waarin het lichaam als obsessie en symbool centraal staat.
 

Het menselijk lichaam geniet een verheven status in het rijk der organismen. We beschikken over een bewustzijn los van het instinct, een brein dat in staat is oplossingen te verzinnen voor de beperkingen van ons lichaam. We denken na over ons lichaam omdat we dat kunnen; of het gezonder kan, flexibeler, anders. De één presenteert zijn lichaam terwijl de ander het verwaarloost. Net als onze cellen vernieuwen we onszelf constant, en toch blijft het lichaam dezelfde functies verrichten met als voornaamste reden ons in leven te houden. Een huis, zou je kunnen zeggen, waar je je leven lang in woont.  

Series of Janus, Daniel Albuquerque

 

Series of Janus, Daniel Albuquerque. Foto: Aad Hoogendoorn

Net als De Bruyckere is in het werk van Daniel Alburuerque ingezoomd op een deel van het lichaam. Hij maakte een collectie tongen die, lijkt het, creperen in de vorm waarin zij gegoten zijn. Geen van de tongen heeft een aantoonbare voor- of achterkant. Dat ze niet meer in een mond zitten, betekent niet dat ze compleet nutteloos zijn geworden: hun in bochten gewrongen uiteindes als lokkende vingers en de wetenschap dat Louise Bourgeois’ Janus Fleuri  (1968) van invloedrijk belang was bij het creëren van dit werk, wekken de indruk dat de tong het enige is dat de mens nodig heeft om tot geslachtsgemeenschap te komen.

                                                        "Een gipsafdruk van het binnenste van je mond,
                                         waarbij het gips is vervangen door ander materiaal" 

De Duitse kunstenaar Heide Hinrichs liet zich met haar werk Informal under the roof of your mouth inspireren door het fonetische Hangul-alfabet, het schrift dat wordt gebruikt om Koreaans te schrijven. Een rijkelijke voorraad aan materialen is in haar hoek uitgestald: stoffen met daarop kleiballen van verschillende maten, de projectie van aardappelvormige schimmen op de muur en een geluidsband met zware ademhalingen die doen denken aan oefeningen tijdens een faalangsttraining. Zowel de kleiballen als de aardappelvormige schimmen verwijzen naar de ruimte tussen tong en gehemelte die ontstaat bij het uitspreken van een klank. Een gipsafdruk van het binnenste van je mond, waarbij het gips is vervangen door ander materiaal.  

Naast de installatie is een ander werk van Hinrichs te zien: Presence of Percention, een stoffelijke incarnatie van het tastzintuig. De vingers die het doek omhelzen zijn van leer, dat volgens Hinrichs in uiterlijk en textuur het dichtst bij een mensenhuid komt. Tegenover de kracht van de installatie is het doek maar een bijkomstigheid. Het benadrukt in ieder geval dat de keuze van materiaal in het werk van Hinrichs een proces op zich is.  

The girl who kept walking on other people's feet (holding substitute), Vanessa Safavi. Foto: Aad Hoogendoorn

Vanessa Safavi fotografeerde handgrepen in het openbaar vervoer over de hele wereld, die ze bijeenbracht in The girl who kept walking on other people’s feet (holding substitute), dat onderdeel is van een nog niet afgeronde serie. Een patroon is niet te ontdekken in de opstelling van de handgrepen. Ze verschillen van hoogte en kleur, dat de vraag opwerpt of de handgrepen aangepast zijn aan bijvoorbeeld de gemiddelde lengte van de bewoners in een land. Voor Safavi zelf staan de handgrepen niet voor het ongemak van een gebrek aan balans, maar juist voor de connectie die dit ongemak biedt: ieder zonder zitplaats wordt in dezelfde, oncomfortabele dans gedreven.     


Flit, heet het werk van Robin Kolleman, een doorzichtige torso aan de muur die gevuld is met wollen plukken. Aan de denkbeeldige voeten van de torso liggen dezelfde plukken, maar een wond is niet te ontdekken, slechts hechtingen die onder de borst door lopen en een geweven ruggengraat. In het Nederlands vertaald betekent flit ‘snel en licht bewegen’; diezelfde indruk wekt het werk. De gebruikte materialen – wol, draad en gaas – dragen bij aan de kwetsbaarheid die de torso uitstraalt, zo licht en breekbaar dat de wol wellicht bij het plaatsen uit de bovenkant is gekieperd. Een huis zonder dak, maar nog steeds een huis.  

De tentoonstelling The House where you live forever is nog tot 14 april te zien in Garage in Rotterdam. Klik hier voor meer informatie.