Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Is onze maag toleranter dan ons hoofd? - Op atelierbezoek bij Tom Heerschop

22-01-2020 Alex de Vries

In 2020 is Tom Heerschop (Bussum, 1972) stadstekenaar van Amsterdam en volgt hij in die hoedanigheid Maia Matches op. Het Stadsarchief Amsterdam maakt daarmee voor het derde achtereenvolgende jaar – in 2018 was Romy Muijrers stadstekenaar – een gedurfde keuze.
 

In de selectie van de tekenaars door de commissie van het stadsarchief staat niet de realistische nauwkeurigheid van de tekenkunst voorop, maar de eigenzinnige, persoonlijke manier van verbeelden van de kunstenaars. In 2020 kunnen we van Tom Heerschop werk verwachten dat Amsterdam in beeld brengt als een hedendaagse versie van Het Laatste Oordeel waarin helse en hemelse taferelen in elkaar oplossen, alsof Hieronymus Bosch is verdwaald in de 21ste eeuw.

Rodekool
Op de werktafel in het zolderatelier van Tom Heerschop ligt bovenop zijn tekenpapier een doorgesneden rodekool die het onderwerp is voor een tekening in wording. Het is alsof je zo in het hoofd van de tekenaar kijkt. Tom Heerschop leeft met een niet aangeboren hersenletsel nadat in 2008 een goedaardige tumor zo groot als een flinke aardappel uit zijn hoofd is verwijderd. Met de ontdekking van die tumor kreeg Tom Heerschop eindelijk inzicht in zijn gedrag dat sinds zijn studie aan de Rietveld Academie (1991-1996) en het Sandberg Instituut (1997-1999) meer en meer onvoorspelbaar werd. Onverklaarbare stemmingswisselingen, met soms gewelddadigheid als uitwas, gingen gepaard met een ongebreidelde werklust en een enorme productie van hoogstaand werk waarmee hij in de kunstwereld naam en faam verwierf. Dat hij zijn extreme gedrag niet kon verklaren leidde soms tot de verzuchting: “Was ik maar ziek, dan wist ik in ieder geval wat er met me aan de hand is.”

Geen titel (2007), courtesy private collection, foto Henni van Beek
Geen titel (2007), courtesy private collection, foto Henni van Beek


Zijn tekenkunst was vooral tekenlust en de noodzakelijkheid en vanzelfsprekendheid ervan maakte de kwaliteit van zijn eclectische stijl onontkoombaar. Een mengsel van cartooneske helderheid en schilderkunstige materialiteit gaf zijn verhalende tekeningen met fabelfiguren een aanstekelijke energie. De figuratie waarin fantasierijke soms monsterlijke wezens in ondoorgrondelijke werelden met euforische verbeeldingskracht optraden, was zo overweldigend dat je er als kijker nauwelijks grip op kreeg. Technisch ging hij geen experiment uit de weg en de gelaagdheid van zijn werk gaf hij door het maken van textielwerk nog een extra dimensie. De tekeningen van Tom Heerschop begonnen, net zoals hij zelf, meer en meer uit hun voegen te barsten, totdat hij werd getroffen door een ernstige epileptische aanval die hem in het ziekenhuis deed belanden.

Een mengsel van cartooneske helderheid en schilderkunstige materialiteit gaf zijn verhalende tekeningen met fabelfiguren een aanstekelijke energie.

De operatie
De ingrijpende hersenoperatie om zijn tumor te verwijderen wierp Tom Heerschop terug op wie hij ooit was, waar hij de greep op was verloren. De schade die hij had opgelopen was ook van invloed op zijn geheugen, zodat hij tijdens het herstel meer dan eens werd verrast door wat hij niet meer van zichzelf wist. Regelmatig kon hij de woorden niet vinden die hem eerder vertrouwd waren. In 2013 hield hij een TEDx lezing over zijn aandoening waarin hij openhartig vertelde over wat hem door de tumor en het weghalen ervan was overkomen.

Zo lang als Tom Heerschop zich kan herinneren heeft hij getekend als een manier om zich uit te drukken waarbij hij alleen aan zichzelf verantwoording verschuldigd is. Het is altijd een manier om zichzelf iets duidelijk te maken waar hij geen andere vorm voor kan vinden. In het tekenen gaat het niet om logica, waarheid of realisme, maar om fantasie, creativiteit en expressie. Tom Heerschop raakte er in zijn ontwikkeling tot professioneel kunstenaar van overtuigd dat begrippen die in de kunst vaak worden gebruikt om iets te diskwalificeren, zoals ‘decoratief’, ‘illustratief’ of ‘cartoonesk’, voor hem juist welkome elementen zijn in zijn werk.

Gedachtengoed (1996), courtesy LangArt, foto Henni van Beek
Gedachtengoed (1996), courtesy LangArt, foto Henni van Beek


Opleiding en geestverwanten
Op zijn zestiende ging hij in Venlo, waar hij inmiddels woonde omdat zijn vader daar een vrije school had opgericht, naar een zaterdagcursus, waar hij les kreeg van Krien Clevis, om zich voor te bereiden op een aanmelding bij een kunstacademie. Hij maakte toen al zijn eigen verf, spande zelf doeken op, en bracht al veel uren door in zijn eigen atelier. De eerste kunstenaar die hem trof als een geestverwant was Pieter Brueghel de Oude van wie hij in Bussum al werk in de boekenkast van zijn grootmoeder had gevonden. Wat hem aansprak was de meanderende manier waarop Brueghel de kijker door zijn schilderijen leidt, van het ene tafereel naar het andere.

Eenmaal op de Rietveld Academie bleek hij zich niet helemaal thuis te voelen op de afdeling ‘Voorheen Audiovisueel’ waar jaargenoten als Joost Conijn, Gert-Jan Stam en Michael Tedja hun studie volgden. Hij maakte de overstap naar de afdeling Grafisch Ontwerpen met docenten als Dingeman Kuilman, Jan de Goede, Linda van Deursen en Willem van Zoetendaal, waar hij zijn eigen weg zocht en afstudeerde met tekeningen die hij maakte met zwarte bic pennen die eruitzagen als etsen. Daarvan maakte hij er in een constante stroom één per dag, van ‘s morgens negen tot ’s avonds elf uur.

Daarvan maakte hij er in een constante stroom één per dag, van ‘s morgens negen tot ’s avonds elf uur.

Op de Academie werd hij ‘de bakker’ genoemd, omdat hij het tekenen aanging als het bakken van een brood, met pen en papier als ingrediënten en het tekenen als een rijsproces waarin je het ambacht van het tekenen op zijn beloop laat. Hij wilde in die tijd ook graag echt bakker worden, maar nam dat werkproces als kunstenaar uiteindelijk vooral mee in zijn gedachtegoed en manier van werken. 

Oneindige tekening 1 ”De slechte zaaier” (2017), courtesy LangArt, foto Henni van Beek
Oneindige tekening 1 ”De slechte zaaier” (2017), courtesy LangArt, foto Henni van Beek


Noodzaak en vanzelfsprekendheid
“Het kunstenaarschap is voor mij geen keuze,” zegt Tom Heerschop. “Ik wil dit of ik er nu geld mee verdien of niet. Ik ben er mijn hele leven mee bezig. Het is een levensbestemming en geen beroepsuitoefening .” Hoe noodzakelijk of vanzelfsprekend het kunstenaarschap van Tom Heerschop is, blijkt misschien ook wel uit zijn linkshandigheid als tekenaar, terwijl hij eigenlijk rechtshandig is. Op zijn dertiende viel hij door een raam waarbij hij zijn rechterarm dusdanig verwondde dat hij die opnieuw moest leren gebruiken en voor de fijne motoriek afhankelijk werd van zijn linkerhand. Tom Heerschop: ”Het eigenaardige was dat toen ik na de operatie aan mijn arm alleen mijn linkerarm kon gebruiken, ik daarmee direct kon tekenen, alsof ik nooit anders had gedaan.” De wisseling van rechterhand naar linkerhand staat de kwaliteit van zijn werk op geen enkele manier in de weg. De tekeningen zijn uitzonderlijk beheerst uitgevoerd, met een souplesse en virtuositeit die veel technisch vaardiger tekenaars nu juist ontberen. Er is niets ongemakkelijks aan, maar iedere tekening is wel vreemd, extravagant en singulier.

Er is niets ongemakkelijks aan, maar iedere tekening is wel vreemd, extravagant en singulier.

Na 2008
Na zijn hersenoperatie kwam Tom Heerschop erachter dat met het verwijderen van de tumor de druk in zijn hoofd in de vorm van helse hoofdpijnen wel was verdwenen, maar dat zijn gedrag nog altijd onvoorspelbaar kon zijn en dat hij zeker niet ‘beter’ was. Om dat te veranderen moest hij anders gaan leven en werken. Tom Heerschop: “Ik heb drie maanden een intensieve neurorevalidatie gevolgd, elke dag van negen tot drie uur. Dat heeft erg geholpen. Ik heb veel geleerd over de hersenen. Mijn aandoening heeft betrekking op de prefrontale hersenen, waar de controlekamer is gesitueerd. Door de schade die ik daaraan heb opgelopen, kan ik uit de band schieten en bij moeheid word ik dan een ongeleid projectiel. Ik moet daarom overdag minstens een uur rusten. ’s Morgens ben ik helder, maar na een paar uur werken, moet ik rust nemen. Ik moet alles opschrijven, omdat mijn kortetermijngeheugen achteruit is gegaan. Vaak heb ik het zelf niet door, dan staat opeens de koffiepot in de koelkast. Ik ben na de operatie ook langzamer. Ik ben als het ware van een rivier een beekje geworden. In mijn tekenproces betekent dit dat ik langer over een tekening doe en er een nieuwe gelaagdheid in aanboor. Mijn handicap is mijn kracht geworden.”

Oneindige tekening 6 “opHELDeren” (2019), courtesy LangArt, foto Henni van Beek
Oneindige tekening 6 “opHELDeren” (2019), courtesy LangArt, foto Henni van Beek


Het leven van Tom Heerschop is veranderd. Hij is gescheiden van de vrouw met wie hij drie zoons heeft. Het kostte tijd om leven en werk weer op de rit te krijgen. Inmiddels woont hij samen met zijn nieuwe vrouw en stiefdochter en heeft zijn atelier aan huis. Daar werkt hij in een gestaag tempo aan ‘de oneindige tekening’, die bestaat uit een reeks langwerpige op zichzelf staande tekeningen (150 x 75 cm) waarbij de volgende aansluit op de vorige, ongeveer zoals in een cadavre exquis, een surrealistische poëzietechniek waarbij de ene dichter doorschrijft aan een dichtregel waarvan hij alleen het laatste woord kent. Zo is in iedere tekening van Heerschop iets uit de vorige tekening voortgezet om vervolgens een totaal andere wending te nemen en ontstaat er een onvoorspelbaar panoramisch geheel. Ten grondslag aan het eerste werk ligt de Bijbelse parabel ‘De slechte zaaier’ (Mattheüs 13) waarin de constatering ‘je oogst wat je zaait’ de boodschap vormt. Tom Heerschop: “Die bijbeltekst is door Gustave Van de Woestyne in 1908 prachtig geschilderd, maar ook Rembrandt maakte er etsen van. Voor mij is de oneindige tekening een manier om mijn verbeelding en manier van werken, bijvoorbeeld door onderzoek en het gebruik van bronnen, steeds verder te verdiepen. Een manier om in elke tekening vrij te zijn en opnieuw te beginnen, terwijl er tegelijkertijd een grotere wereld ontstaat waarin de op zichzelf staande tekeningen en losse elementen met elkaar gaan resoneren. Het is panoramisch werk waarin je verstrikt mag raken. In het tekenproces raken de tekeningen langzaam overbevolkt waardoor gelaagdheid en verzadiging ontstaat waar ik dan weer uit kan knallen. Het begin is vaak rustig en meditatief, waarna er een klepje opengaat en zich van alles aandient.” Daarin zijn opvallende terugkerende elementen te herkennen zoals zijn eigen handen die als het ware zijn belangrijkste instrument portretteren. Ook zelfportretten lijken regelmatige ijkpunten of bezinningsmomenten in dit panorama.

Het is panoramisch werk waarin je verstrikt mag raken.

Kolen en rapen
De tekening met de rodekool uit de oneindige reeks kent een voorloper. Tom Heerschop maakte al tekeningen met kolen en rapen voordat hij weet had van de tumor in zijn hoofd. Hij maakte een zelfportret met een mes op tafel en een kool ernaast. Tekeningen van rodekolen maakte hij eerder ook al in zwart-wit, waardoor de associatie met menselijke hersens evident was. De interesse voor de kool als vervanger van het hoofd is zelfs terug te voeren op Heerschop’s jonge jaren bij het zien van het schilderij ‘De bakker van Eelco’ (‘Eelco’ is een verschrijving van ‘Eeklo’) van Cornelis van Dalen en Johan van Wechelen dat in het Muiderslot hangt. Het schilderij verbeeldt de sage van de zogenaamde ‘herbakker’ van Eeklo, een volksverhaal dat Tom Heerschop zelf aan den lijve lijkt te hebben ondervonden. De sage verhaalt van een bakker in het Vlaamse Eeklo die het hoofd van mensen kon herbakken, zodat ze een nieuw leven konden beginnen. Hij hakte het hoofd af en herkneedde het, smeerde het in met eigeel en liet het opnieuw bakken. Tijdens het herbakken werd er een kool op het lichaam gezet. Tom Heerschop: “Zoals je je vandaag de dag laat botoxen, zo ging je indertijd naar de herbakker.”

Zelfportret (2014), courtesy private collection, Italy, foto Henni van Beek
Zelfportret (2014), courtesy private collection, Italy, foto Henni van Beek


Stadstekenaar
In 2020 werkt Tom Heerschop naast zijn eigen werk ook als stadstekenaar van Amsterdam: “Ik ben een autonome verhalenverteller, maar ik heb ook altijd een sociale drang om via mijn werk, door mijn werk, in contact te zijn of te komen met de wereld. Als ik een werk in opdracht maak, verandert er daarom iets, omdat ik dan open sta voor wat er van buitenaf op me afkomt, terwijl ik in mijn vrije werk juist de tekening inga om voor een ander daarin iets te openen. Je moet wel je best doen als je ernaar aan het kijken bent, een tekening bevat meerdere verhaallijnen, er is als het ware een röntgenoog nodig om de gelaagdheid te leren zien. Je kunt bij wijze van spreken net zo lang naar de tekening kijken als ik erover gedaan heb om deze te maken. Voor mijn opdracht als stadstekenaar van 2020 heb ik de vraag gesteld: ‘Is onze maag toleranter dan ons hoofd?’ In de opdracht ga ik op zoek naar de mondiale eetcultuur van de stad in al haar facetten. Ik wil bij mensen thuis komen om met ze te praten over hun persoonlijke eetcultuur, de geschiedenis ervan en over de veranderingen in hun eetpatroon. Daarnaast ga ik bronnen gebruiken van bijvoorbeeld het Stadsarchief, en in gesprek met culinair experts en cultuurhistorici om in mijn tekeningen diepere lagen van de diversiteit in Amsterdam te verbeelden en een hedendaagse eettafel te laten zien.” Zijn rol als stadstekenaar ziet Heerschop als een mogelijkheid om een breder publiek te bereiken, een publiek dat eerst niet zal weten wat het ziet.

www.tomheerschop.nl
Solotentoonstelling van 29 februari t/m 21 maart 2020: www.langart.nl

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl