‘Over de kern van de functie van kunstkritiek is iedereen het eens. Kunstkritiek beschrijft, analyseert, interpreteert en beoordeelt kunstwerken op het publieke forum. Ze biedt de gemeenschap een gelaagde, onafhankelijke en dus kritische kijk op de waarde en de kwaliteit van de kunst. De functie is dat ze de kunst ontvouwt of uitdaagt, en het publiek emancipeert’ (Wouter Hillaert, 2014).

Vroeger schreef de leerkracht het dictee met sierlijke lussen op het schrapende, slordig schoongeveegde schoolbord. Nu staan leraren te sukkelen met het digiboard waarmee ze via YouTube-filmpjes de interesse van de leerling proberen te wekken.

Terwijl ook het podium van de kunstkritiek is verschoven van kranten en tijdschriften, naar het internet, is de vorm anno 2018 nauwelijks veranderd. Wellicht uit angst om te vervallen in vlak en pretentieloos infotainment, of misschien hebben we simpelweg niet kritisch genoeg gekeken naar onze nieuwe digitale middelen.

De digitalisering zou volgens velen enkel een oorzaak zijn voor een bondige, gevarieerde, aantrekkelijke, kortom makkelijk verteerbare informatiestroom (denk aan grote foto’s, minder diepgravende teksten en ratings d.m.v. bolletjes en sterretjes) – maar is dat het enige beroep wat we kunnen doen op de digitalisering? Mogen we laagdrempelig enkel rijmen met mindere kwaliteit?

Wanneer de kunstcriticus een vertalend midden is tussen kunst en publiek, zou hij niet alleen waakzaam moeten zijn voor ontwikkelingen op het gebied van de kunsten; ook voor de ontwikkelingen op het gebied van zijn publiek en medium. Het publiek dat van louter ontvangende lezer is getransformeerd naar hybride internetters, facebookers en instagrammers – met een eigen mening en het medium dat van rigide zwart op witte uitgaven, is veranderd naar een virtueel podium – met oneindig veel algoritmen.

Het biedt mogelijkheden voor video-essays, podcasts, animaties, polls en combinaties ervan. Daarnaast kan er gelinkt worden naar diverse schrijvers, artikelen, boeken en andere gerelateerde content. Kortom: zou het digitale medium ook kunnen zorgen voor meerstemmigheid, interactiviteit en collaboratie binnen de kunstkritiek?

Ik schreef een onderzoek over deze vraag in onderstaand document : 

Kijk voor voorbeelden voor nieuwe digitale mogelijkheden eens naar:
www.decorrespondent.nl  met bijvoorbeeld:  https://www.youtube.com/channel/UCiSL6RknRLtbOjzeQY_55Cg
www.theguardian.com  met bijvoorbeeld: https://www.theguardian.com/world/interactive/2013/may/26/firestorm-bush...