Koen Vermeule en Remco Dikken ken ik helemaal niet en hun werk heb ik tot nu toe enkel in de periferie van mijn praktijk in de beeldende kunst waargenomen. Chantal Breukers en Jans Muskee die deze tentoonstelling hebben georganiseerd, hebben me gevraagd of ik iets over het werk wil zeggen. Het is voor mij de eerste keer dat ik zonder enige voorbereiding ter plekke improviseer wat het werk van de kunstenaars mij aanreikt en in mij teweegbrengt. 

In deze tentoonstelling kan ik de werken van Remco Dikken en Koen Vermeule nader beschouwen door er veel zorgvuldiger dan in eerdere situaties naar te kijken. Wat me opvalt is dat beide kunstenaars, hoewel ze heel verschillend werk maken, in hun schilderijen en tekeningen de mogelijkheid openen om je in het werk te verplaatsen. Je blijft er niet tegenaan kijken, maar je wordt erin opgenomen, je krijgt er een plaats in en je verhoudt je daardoor persoonlijk tot wat er is verbeeld. Tegelijkertijd onttrek je je ook aan die opname, alsof je in de tekening ook buiten jezelf treedt, als ware het een out of body experience, en daardoor de vervreemding ondergaat jezelf in die getekende en geschilderde situaties te observeren. 

Koen Vermeule
Koen Vermeule

In het schilderij van Koen Vermeule van drie jonge mensen op een bankje in een museumzaal, vind ik mezelf terug als iemand die niet de kunstwerken in de museumzaal bekijkt, maar te midden van gelijkgestemden in zichzelf gekeerd zijn digitale telefoon raadpleegt en daarin verzonken de ruimte verlaat waar hij zich bevindt. Je bent er wel en je bent er niet. Jongere mensen die op deze manier zich met hun omgeving verstaan wordt vaak verweten dat ze geen oog hebben voor wat er werkelijk aan waardevols in de museumzaal te zien is, maar die morele veroordeling van hun onderling verdeelde aandacht voor wat er zich buiten het museum in hun eigen universum voordoet, brengt enkel een andere verstandhouding teweeg tussen de maatschappelijk voorgeschreven kunstbeleving en de persoonlijke noodzaak om je met anderen te verstaan. Net zoals je in de verbeelding je in een schilderij kunt verplaatsen, kun je virtueel met anderen verkeren die zich ergens anders bevinden. Of je dat nu in gedachten doet of met een technologisch hulpmiddel, maakt in feite weinig verschil. In beide gevallen treedt je buiten jezelf om in een parallelle gesteldheid te verwezenlijken wat je ondergaat. Ik voel me in feite solidair met ze en zie mezelf veertig jaar jonger in die geschilderde ruimte opgenomen. 
In het schilderij van Koen Vermeule proef ik geen enkele veroordeling van de jonge mensen die hij in die situatie heeft geschilderd. Als kijker kun je in die museumzaal om ze heen lopen en net zo door hun aanwezigheid worden bevangen als door de kunst waardoor ze worden omringd. Hier wordt de kunst geleefd. 
In een ander schilderij zie je jezelf zitten in de ene lege stoel die het mogelijk maakt vanuit een andere gezichtspunt het geschilderde te bekijken. Die mogelijkheid wordt nog versterkt door een figuur die in de achtergrond van het schilderij zich aan het geschilderde onttrekt door eruit weg te lopen. Het is ook mogelijk dat hij zich er juist in begeeft, maar de ervaring dat je je in het schilderij kunt bevinden wordt er hoe dan ook door versterkt. Als je eenmaal in gedachten in die lege stoel zit, ben je geen observant meer, maar deelgenoot. Ook hier kijk je niet naar het afgebeelde, maar kun je er van binnenuit deel van uitmaken. Je moet je er mentaal voor verplaatsen, maar dat gebeurt min of meer vanzelf, zonder dat je je daar bewust rekenschap van geeft, waardoor er een onwillekeurige versmelting van je eigen waarneming met die van de schilder ontstaat.

Remco Dikken
Remco Dikken

De tekeningen van Remco Dikken brengen een soortgelijke gewaarwording teweeg, al heeft die voor mij een meer naar binnen gericht karakter, alsof een intiem gedachtebeeld tastbaar wordt gemaakt. Doordat op zijn tekeningen veelal eenlingen staan, is de verplaatsing minder een fysieke aangelegenheid maar vooral een proces van personificatie. Het gaat niet zozeer om identificatie: je bent niet de getekende, maar je verplaatst je geestelijk in diens beleving van de omstandigheden waarin hij zich bevindt. Dat wordt versterkt door de combinatie met bepaalde teksten die in een aantal van zijn werken medebepalend zijn voor je verhouding ermee. Die korte zinnen zijn in feite clichés, dooddoeners die tot leven worden gewekt, vergelijkbaar met de opmerking ‘Heb ik soms wat van je aan?’ die je verrast als je doelloos voor je uit zit te staren zonder te beseffen dat je blijkbaar iemand tegenover je aan het fixeren bent. Door die opmerking word je wakker geschud uit die onwillekeurige gedachteloze innerlijke concentratie waarin je verloren was geraakt. Je vindt jezelf terug in de ogen van degene die weliswaar geen jas of broek van je aanheeft, maar die wel abrupt je geestelijke staat in bezit heeft genomen. Je kunt je daarvoor alleen maar verontschuldigen. In de tekeningen van Remco Dikken zijn personen opgenomen met wie je je nauwelijks kunt verenigen in situaties die zich vreemd voordoen, maar die je toch verkent als een buitenaards wezen op een onbekende planeet.

Koen Vermeule
Koen Vermeule

'Koen Vermeule and Remco Dikken, I presume'
Georganiseerd door DAK, Schoutenstraat 10, Utrecht
Was alleen vorig weekend te zien