Het kwaad. Het is een onuitroeibaar thema. Een van de grootste vraagstukken in de theologie is het dilemma van het kwaad. Maar ook zonder dat je gelooft in een God, een almachtige essentie van ‘het goede’, blijft het een ingewikkelde vraag: waarom is er zoveel slechtheid in de wereld? Waarom overkomt goede mensen afschuwelijke dingen? Wie of wat is er schuldig aan oorlogen, dodelijke epidemieën of natuurrampen? Waarom zijn er moordenaars, dictators of  psychopaten in de wereld?
Sceptici schuiven het wellicht af op de innerlijke slechtheid in de mens, anderen op het politieke systeem. Sommigen zullen zweren bij de invloed van Satan of een andere mythische kracht. Dat het tot de verbeelding spreekt mag duidelijk zijn en het is dan ook niet voor niets een terugkerend onderwerp in beeldende kunst. Een poging om vat te krijgen op het onbevattelijke.

Eén van de meest afschrikwekkende afbeeldingen in de kunstgeschiedenis moet wel Saturnus die zijn Zoon Verslindt van Francisco Goya zijn. Het schilderij verbeeldt Saturnus (Grieks: Cronos), de vader van Jupiter, god en overheerser van het universum die volgens de mythe zijn kinderen op at, omdat hem voorspeld was dat hij door een van hen van de troon verstoten zou worden. Goya weet het toch al niet zo smakelijke verhaal naar een ander niveau te tillen en de Saturnus op zijn schilderij, een soort krankzinnige reus met uitpuilende ogen, laat een sterk gevoel van onbehagen achter bij de toeschouwer. Hij is op het eerste gezicht een mensfiguur, maar helemaal menselijk is hij niet. Hij is tien keer zo groot als het figuur dat hij verslindt, staat niet rechtop en lijkt uit balans te zijn, alsof hij normaal op armen en benen door het leven zou gaan. Zijn handen zijn als klauwen om zijn slachtoffer geklemd en zijn wilde blik verraadt dat hij de controle verloren is.

Francisco Goya, Saturnus die zijn Zoon Verslindt, 1819 - 1823
Francisco Goya, Saturnus die zijn Zoon Verslindt, 1819 - 1823

Dit wordt verduidelijkt als we het schilderij vergelijken met een afbeelding van Rubens, die 200 jaar eerder hetzelfde tafereel schildert. Rubens’ interpretatie van de kwaadaardige god is een rationeel wezen. Hij is bewust is van de situatie en heeft met overtuiging besloten dat het eten van zijn kinderen de enige manier is om de profetie tegen te gaan. Goya, een kind van de Romantiek met haar voorliefde voor emoties, gruwelijkheden en het sublieme, schildert Saturnus als overgenomen door waanzin. Het is een wezen tussen mens en monster en wordt afgebeeld als de belichaming van het kwaad.

Peter Paul Rubens, Saturnus die zijn Zoon Verslindt, 1636
Peter Paul Rubens, Saturnus die zijn Zoon Verslindt, 1636

Hoewel het voor de meesten geen kunstwerk is dat huiselijke connotaties oproept, schilderde Goya het kannibalistische tafereel op de muur in zijn eetkamer van Quinta del Sordo, ‘‘het Huis van de Dove’’, waar hij zijn oude dag doorbracht. Saturnus die zijn Zoon verslindt is deel van de serie die later terecht Pinturas Negras, Zwarte Schilderijen, genoemd zou worden.

Of het nu verhalen, films of schilderijen zijn, het kwaad wordt vaak afgebeeld als een figuur dat op zijn minst een aantal beestachtige trekken erop na houdt. Denk aan Hannibal Lecter, misschien wel de bekendste seriemoordenaar in recente populaire cultuur. De psychopaat uit de boeken van Thomas Harris en de films wekt niet zozeer afschuw op omdat hij een seriemoordenaar is, maar met name omdat hij zijn slachtoffers eet. Of neem de thriller Split uit 2017, waarin de hoofdpersoon letterlijk verandert in ‘the beast’, de meest kwaadaardige van zijn 23 persoonlijkheden. Ook onze taal drukt de stempel ‘inhumaan’ op een wrede actie en onderstreept daarmee de associatie van het menselijke met het goede, en het onmenselijke, of het dierlijke, met het slechte. In de Westerse beeldcultuur is het dierlijke mens een archetype afkomstig uit de Joods-Christelijke traditie waarin het dier staat voor een gebrek aan moraliteit, met als bekendste voorbeeld de serpent en de klassieke afbeelding van een duivel, met bokkenpoten, hoorns en een staart.

Naast de focus op het beestachtige uiterlijk van het kwaad, was er in de 19e eeuw ook grote belangstelling voor het kwaad als onderdeel van de menselijke psyche. Goya’s tijdgenoot, filosoof Arthur Schopenhauer, ontwikkelde de grimmige filosofie die ervan uitging dat ieder mens het slachtoffer is van de wil: de kwaadaardige binnenwereld die aanwezig is in ieder individu.  Schopenhauer stelt dat de wereld continu in strijd is om de wil in bedwang te houden met morele regels en wetten die wij de werkelijkheid zijn gaan noemen. Een mislukking van deze onderdrukking laat de wil, en daarmee het kwaad, de vrije loop.

Schopenhauers filosofie werd in het begin van de 20ste eeuw verder uitgediept door Sigmund Freud, de beruchte psychiater die met zijn psychoanalyse een fascinerende verklaring voor het kwaad geeft. Ook volgens Freud bestaat de menselijke psyche uit een ongetemde wil die hij het ‘id’ noemt: het dierlijke instinct dat onze agressie, seksuele drijfveer en onderdrukte herinneringen waarborgt. Het id staat los van enige moraliteit en moet daarom uitgebalanceerd worden met ons superego, het geweten. De derde laag in de menselijke psyche die in de psychoanalytische theorie van Freud beschreven wordt is het ego: de bewuste ‘ik’ die tussen id en superego instaat en de wisselwerking tussen de twee bepaald. Freud beweert dat er een constante strijd is tussen het id en de superego en dat het id ieder moment kan losbreken zodra we slapen of wanneer we overvallen worden door een neurose.

In elk mens zit dus een beest verstopt, volgens Freud. En zodra we daaraan herinnert worden, ervaren we dat als unheimlich, oncomfortabel en afschrikwekkend. Dat wat we weggestopt hebben in ons onderbewustzijn, kan daar beter blijven. Denk bijvoorbeeld aan The Shining, de film van Stanley Kubrick die sterk met Freud’s idee van '‘das unheimlich’’ speelt. Jack Torrance, de moordenaar, is het meest angstaanjagend op de momenten dan zijn gekte aan ons getoond wordt. Wanneer hij de iconische zin ‘’All work and no play makes Jack a dull boy’’ duizenden keren uit de typmachine laat rollen of wanneer hij als een bezetene een bal keer op keer tegen de hoge muren van The Overlook Hotel gooit.

Goya schreef zelf niet over de Zwarte Schilderijen, maar kunsthistorici wijzen vaak op het politieke narratief dat er achter het schilderij zou kunnen zitten. Volgens hen is het schilderij een commentaar op de Spaanse monarchie die tijdens het onderdrukkende regime van Ferdinand VII, ‘de ziel van Spanje verslond’. Anderen zeggen dat het schilderij Goya’s negatieve beeld van de mensheid zelf weerspiegelt. Of wellicht was Saturnus een symbool voor zijn eigen gekte.

Marco Evaristii, Helena, 2000
Marco Evaristii, Helena, 2000

De kunstenaar die het idee van krankzinnigheid afbeeldt, confronteert veelal de toeschouwer met zichzelf. Een hedendaags voorbeeld is het werk Helena (2000) van Marco Evaristti. De installatie bestaat uit tien Moulinex Optiblend 2000 blenders, ieder gevuld met water waarin een levende goudvis zwemt. De blenders zijn ingeplugd, zodat het maar één druk op de knop kost om het onschuldige dier te vermalen. Het publiek beslist over het leven van de goudvis. Evaristti werd beschuldigd van dierenmishandeling en een gebrek aan moraliteit, maar ook de toeschouwer moet reflecteren op zijn innerlijke kwaadaardigheid. Ben je in staat het beest in jezelf met rust te laten?