Image

Selectieprocessen in de beeldende kunst

14 Jan 2016 Lieneke Hulshof

Spontane netwerkgesprekken bij toevallige ontmoetingen verlopen meestal niet zo gestructureerd. Benader je iemand doelbewust, houd dan rekening met onderstaande structuur: 
1. Het begin van het eerste contact is doorgaans informeel, social talk bij binnenkomst. 
2. Indien nodig volgt dan de kennismaking: weet wie je voor je hebt en stel jezelf voor. 

3. Als je een afspraak hebt gemaakt voor dit gesprek, leg dan nog even de aanleiding uit. 
4. Probeer duidelijke vragen te stellen en goed door te vragen als je denkt dat je gesprekspartner nog uitgebreider op je vraag kan antwoorden. 
5. Maak afspraken. Dat kan heel concreet of wat algemener: Je kunt afspreken iemand volgende week te bellen of hem voortaan op de hoogte te houden. Vergeet niet visitekaartjes uit te wisselen als je spontaan met een onbekende in gesprek bent gekomen. 
6. Bedank na afloop voor het gesprek, of de adviezen. 

(http://www.beroepkunstenaar.nl/media/beroepkunstenaar/docs/Netwerken.pdf)

Je hoeft als kunstenaar geen moeite te doen om bovenstaande tips te vinden. Google: kunst en netwerken, en je krijgt antwoord. Dat kunstenaars tegenwoordig moeten kunnen netwerken is een open deur en een goede kunstenaar heeft allang veel meer nodig dan alleen zijn kunst om daadwerkelijk als kunstenaar door de kunstwereld te worden aanvaard. Er worden netwerkborrels georganiseerd, ontelbaar veel cursussen waarin je leert elevator pitchen(hierin leer je hoe je jezelf op de best mogelijk wijze presenteert tegenover anderen in een zo’n kort mogelijk tijd). En academies bieden lesprogramma’s aan waarin netwerken een belangrijk onderdeel is. Het irriteert dat bijna al deze cursussen, borrels en programma’s op hetzelfde neer komen, namelijk over hoe de kunstenaar zichzelf het beste kan presenteren tegenover anderen. De algemene conclusie; netwerken is de manier om het als kunstenaar te ‘maken’ in de hedendaagse kunstwereld. De communicatie en PR medewerker als de weg naar succes. Maar wat heb je eraan als kunstenaar om te weten hoe je het beste je visitekaartje in iemands handen drukt als je nog helemaal niet op de hoogte bent hoe selectieprocessen überhaupt werken in de hedendaagse kunstwereld?

Want, dat is waar netwerken over gaat; selectie. De reden om te netwerken, in welke branche dan ook, is om geselecteerd te worden door ‘belangrijke’ mensen voor bepaalde voorrechten. Als we spreken over kunstenaars gaat het vooral over de selectie voor tentoonstellingen, maar ook over samenwerkingen binnen collectieven en aansluiting vinden bij een galerie. Pascal Gielen schrijft hier een boek over: Kunst in netwerken. Artistieke selecties in de hedendaagse dans en de beeldende kunst. Hij stelt zichzelf de vraag waarom bepaalde kunstenaars wel worden gekozen en anderen niet. Wat is doorslaggevend in selectieprocessen binnen de professionele kunstwereld?

Gielen organiseert binnen zijn onderzoek 80 diepte-interviews met kunstenaars, maar vooral met curatoren en artistiek leiders. Uit deze interviews wordt duidelijk dat politieke invloeden, organisatorische overwegingen, rol van vriendschapsrelaties en professionele overeenkomsten meespelen bij de selectie van hedendaagse kunst.

Artistiek leider van NETWERK centrum voor hedendaagse kunst te Gent, Paul Lagring organiseert veel tentoonstellingen voor beginnende kunstenaars in België. Hij vertelt in het onderzoek van Gielen dat er bij zijn keus een balans is tussen hoe het werk eruit ziet en wat hij over de kunstenaar via via heeft gehoord. ‘’ Ik zal nooit iemand uitnodigen als ik daar alleen maar iets van gehoord heb, maar ik beslis ook niet alleen op basis van wat ik zie. ‘’ Hieruit blijkt dat kunstenaars moeten zorgen dat ze zichtbaar zijn, dat men ‘goed’ over hen spreekt. Dit moet volgens Lagring samengaan met pakkend beeldend werk.

Gielen stelt dat artistiek leiders diverse referentiekaders hebben wanneer ze jonge kunstenaars uitkiezen voor tentoonstellingen. Deze verschillende kaders snijden allemaal een andere vorm van netwerken aan. Voor iemand die opzoek is naar jonge kunstenaars zijn allereerst de kunstacademies de ideale plek om jong talent te ontdekken. Lagring laat in zijn gesprekken weten dat hij geregeld in schooljury’s zit: een manier voor hem om aanstormend talent direct op te pikken. Daarnaast ziet hij de subsidiekeuzes van vooraanstaande kunstfondsen ook als een belangrijk referentiekader. De derde aanbevelingsafbakening is de kunstenaar zelf. Veel artistiek leiders hebben goede contacten met kunstenaars die hen op de hoogte houden van bepaalde opleidingen en interessante projecten. Veel keuzes door curatoren en kunstinstellingen worden dus gemaakt aan de hand van een sociaal netwerk hoofdzakelijk bestaande uit kunstenaars en opleidingen. Dit betekent dat kunstenaars die op een academie hebben gezeten automatisch een voorsprong hebben ten opzichte van autodidacten betreft netwerk, ze leren er andere kunstenaars kennen en kunstinstellingen volgen de kunstacademies op de voet.

In het onderzoek komt naar voren dat er een groot verschil is tussen de oudere generatie curatoren en de nieuwe opkomende generatie van hedendaagse artistiek leiders. De oudere generatie koos veelal kunstenaars en kunstwerken vanuit het gevoel en ‘het hart’. De jonge generatie is echter veel meer bezig met de legitimering van hun keuze. ‘’Ze zullen bijvoorbeeld sneller kunsthistorische argumenten aandragen voor bepaalde keuzes en houden zich sterk bezig met de profilering van hun organisatie tegenover andere spelers in het veld’’, aldus Gielen. De laatste paar jaren, de jaren van de jonge generatie, is dus het netwerk rondom een kunstenaar en het werk belangrijker geworden. Er wordt nagedacht over welke contacten er verbonden zitten aan zowel het werk als aan de kunstenaar. Zodat dit weer invloed heeft op de desbetreffende organisatie of instelling.

Maar hoe moet de kunstenaar omgaan met deze diverse selectieprocessen? Hoeveel invloed heeft de kunstenaar om wel of niet gekozen te worden?

In het boek eenenveertig brieven aan de jonge kunstenaar schrijft Gitta Luiten, voormalig directeur van het Mondriaan Fonds, een duidelijke brief. Het gaat over ‘de blik naar buiten’ die voor kunstenaars goed is om te hebben. Door haar werkzaamheden weet ze hoe buitenlandse museumdirecteuren en curatoren naar Nederlandse kunstenaars kijken. In hun reacties vallen een aantal zaken op die Luiten heeft getransformeerd in drie adviezen aan de jonge kunstenaar in Nederland.

1: Weet wat je maakt en vooral waarom
Volgens Luiten zijn veel Nederlandse kunstenaars niet goed in het uitleggen waar hun werk over gaat. Weet als kunstenaar altijd waar je werk over gaat en waarom je het hebt gemaakt. ‘’ Anders wekt het de indruk van vrijblijvendheid; een kwalificatie die de waardering van je werk beslist geen goed doet’’. Een kunstenaar moet mondig zijn met een duidelijke visie en een helder verhaal.

2: Weet wat er speelt
Het romantische beeld - van de kunstenaar die eenzaam werkt in zijn atelier, zich onttrekt aan de alledaagse realiteit en opzoek is naar zijn innerlijke zelf – bezit een kern van waarheid, maar is ook onvolledig beeld. ‘’Want de professionele kunstenaar weet wel degelijk wat er in de wereld buiten het atelier omgaat, kent de ontwikkelingen en heeft daar iets zinnigs over te zeggen’’. Vooral de ontwikkelingen buiten de geijkte Westerse kunstcentra zijn belangrijk om te volgen omdat volgens Luiten omdat de meest interessante ontwikkelingen op dit moment plaatsvinden op andere, niet- Westerse plekken.

3: Weet waar je moet zijn
De grote doorbraak zal niet vanzelf komen nadat je als kunstenaar punt 1 en 2 hebt opgevolgd. Dit laatste advies is daarom volgens haar van groot belang. De kunstwereld hangt volgens Luiten – en wat Gielen ook al aantoonde- aan elkaar van professionele netwerken waarbinnen mensen bouwen op elkaars expertise. Curatoren, galeriehouders en museumdirecteuren kiezen gelijkgestemde collega’s op wiens oordeel ze vertrouwen. ‘’Het is dus zaak om je daar bewust van te zijn bij de keuze van je opleiding, werkplaats, galerie of residency. Over het algemeen geldt: hoe hoger de drempel, hoe beter de reputatie. Dat stelt natuurlijk eisen aan de kwaliteit van je werk. Gecombineerd met advies 1 en 2 leidt dit tot een simpele conclusie: ga voor excellentie.’’ Dat Luiten afsluit met de kwaliteit van het beeldend werk doet deugd. Het is fascinerend dat hier namelijk vaak niet over gesproken wordt als het gaat over de netwerkende kunstenaar.

Boven mijn bureau heb ik een wit stuk muur overgelaten. Sinds de start van de rubriek ‘het advies’ heb ik daar een zin opgeschreven van Barnett Newman. ‘’I prefer to leave the paintings to speak for themselves’’. Deze zin relativeert de werkelijkheid. Alle adviezen over netwerken kunnen namelijk moedeloosheid teweeg brengen bij iedere kunstenaar die er moeite mee heeft om zijn blik constant te richten op de buitenwereld. Newman leefde nog in een tijd dat autonomie en authenticiteit de belangrijkste eigenschappen waren van een kunstenaar. Je zou er nostalgisch van worden. Moet de innerlijke houding van verwachtingen, instellingen, educatie en de kunstenaar niet veranderen? Breder beschouwd: zijn we doorgeslagen in de extraversie? Recentelijk werd in de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, internationaal het meest gebruikte classificatie systeem voor psychiatrische aandoeningen) het ziektebeeld ‘autisme’ vervangen door ‘introversie’. Dit lijkt een tekenend voorbeeld van een algehele maatschappelijke tendens die ook duidelijk terugkeert in de kunst. Er wordt van de kunstwereld, die het in principe nodig heeft in zichzelf gekeerd te kunnen zijn, verwacht extravert op te treden. Is die innerlijke beweging wel te maken voor kunstenaars? De kunstenaar kan en wil niet meer - eenzaam werkend in een atelier– achterblijven op de rest van de maatschappij, maar wat voor gevolgen heeft extraversie voor de kunst? Hierover meer in een later artikel. Mijn jurk moet nog gestreken worden voor een belangrijke opening straks in het museum.