Image

Soep met Alma: herman de vries

15 Nov 2015 Alma Mathijsen

Kunstenaars die al lang meegaan vertellen mij hoe ze zo goed zijn geworden. Ik hoop dat ik daar iets van op kan pikken. Als dank maak ik hun lievelingssoep.

herman de vries, hij schrijft zijn naam zonder hoofdletters, heeft geen e-mail of mobiel, zijn huistelefoon neemt hij bijna niet op want hij is meestal in het bos. Het leek bijna onmogelijk hem op te sporen. Uiteindelijk heeft zijn galerie een e-mail van mij uitgeprint en die via de post naar zijn adres opgestuurd. Vier dagen later belde hij me vrolijk op: ‘Kom naar Eisenau, daar kan ik je alles laten zien’. In alle haast vergat ik te vragen naar zijn lievelingssoep. Nadat ik ophing, kon ik hem niet meer bereiken, dus heb ik geraden: aspergesoep.

Na zes uur rijden kom ik aan in een klein dorpje in zuid Duitsland. Op de deur hangt een briefje: ‘We zijn in de tuin.’

Heeft u ooit getwijfeld aan uw kunstenaarschap?

‘Ik ben nooit begonnen aan een kunstacademie, Ik heb op de landbouwschool gezeten. Echte twijfel heb ik niet gevoeld. Kunst maakte ik in mijn vrije tijd, zodra ik klaar was met school ging ik aan de slag. In de kunst kon ik mezelf zijn, daar twijfel ik niet aan.’

Bent u nooit vast komen te zitten?

‘Nee. Ik ga uit van de werkelijkheid, van de natuur. Daarin kun je geen fouten maken, de natuur maakt nooit vergissingen. Ik heb een atelier van twee vierkante kilometer. Vroeger gooide ik soms wat weg waar ik niet tevreden mee was. Als je eenmaal merkt dat het mis gaat, kun je het net zo goed direct weggooien. Nu gebeurt dat eigenlijk nooit meer.’

Hoe ontstaat een idee bij u?

‘Dat komt uit een heel complex gebied.’ herman giechelt. ‘Vooral in de jaren zeventig, maar nu ook nog wel, gebruikte ik daarvoor mijn pijpje met gras. Ik rookte en schreef al mijn ideeën op. Een heleboel daarvan was onzin, een enkel idee was wat waard. Zo ontstond ook het idee voor het aarde museum. Een museum dat alle soorten aarde van de wereld herbergt. Nu rook ik niet meer zoveel als vroeger, toen waren het 20 à 25 kleine joints op een dag, nu doe ik het nog maar een keer per week.’

herman lacht en neemt een slok van zijn thee.

‘Zo meteen gaan we het bos in. Soms ontstaat een idee ook als ik ergens naar kijk. Vorig jaar was ik bij een performance in La Palma aan het strand. Als kind kon ik al uren in trance naar de zee kijken. Mijn vader nam me mee naar de zee als de november stormen woedden. Het water was wild en bruisend. Het verwonderde me dat de zee achter de horizon nog steeds door ging. Daar in La Palma stond ik weer voor het water. Ik trok al mijn kleren uit, naakt ben je eerlijker, liep de zee in, towards infinity, dacht ik. Die zin bleef hangen. Veel later in Digne (Zuid Frankrijk, red.) zag ik een grote steen die perfect was voor de tekst.’

herman staat op. We lopen naar zijn auto. Hij haalt een papier onder zijn voorruit vandaan.

‘Kijk, ik heb toestemming om alle zijwegen van het bos in te rijden, dat mogen alleen de boswachters en ik.’

Uit zijn huis vliegen tientallen mussen.

‘Mussen zijn mijn lievelingsvogels. Ze maken nestjes in de kieren. Ik woon samen met honderden mussen.’

Al snel rijden we het bos in.

‘Nu goed op letten, misschien zie je al iets. Ik heb 25 werken verstopt. Als mensen komen om mijn kunst te zien, moeten ze zoeken of het toevallig tegenkomen. Degene die zoekt en het niet vindt, heeft niet verloren. Die heeft zoveel waargenomen op een andere manier dan normaal. Dat is serendipiteit. Je gaat een doel na, het lukt niet en dan vindt je iets wat belangrijker is.’

herman hobbelt over de landweggetjes tussen de loofbomen door. In juli wordt hij 80, maar daar is niets van te merken. Hij springt over beekjes en glijdt van heuvels om zijn teksten te laten zien.

‘Vrienden zeggen “je komt net uit de pubertijd”. Ik speel nog steeds. Sommige dingen gaan wat lastiger, ik reis veel, dat lukt gelukkig nog steeds.’

Geeft u een verjaardagsfeest?

‘Natuurlijk. Voor vijftig mensen, die komen allemaal hier vanuit Frankrijk, Zwitserland, Nederland en uit het dorp. Ook de Eisenau Chaos Band zal spelen. Dat gebeurde ook op mijn laatste feest. Mensen begonnen te vragen: “wanneer komt de muziek?”. Mijn gasten begrepen er niets van. Toen haalde ik de trommels en ratelaars tevoorschijn. Ze zagen in dat ze zelf de band zouden vormen. Zo ontstond een klanklichaam dat soms chaotisch en af en toe heel mooi klonk. We gingen door tot diep in de nacht. Iedereen deed mee. De volgende dag heb ik me verontschuldig bij de buren. Ze zeiden: “Nee, hoor, we hebben het venster geopend om het beter te horen. Zo mooi.”’

Wat raadt u jonge kunstenaars aan?

‘Vraag je goed af wat je wilt, en als je dat niet weet, teken dan met links. Als je iets linkisch doet, ben je vrijer, zo kom je dichter bij wat je wilt.’

Gelooft u in de kunstacademie?

‘Als het gaat om technieken leren wel. En ook het contact met andere kunststudenten lijkt me erg belangrijk. Ik woonde vanwege mijn studie in Wageningen, een stad van suikerbietintellectuelen. Ik stond tamelijk op mezelf. Toch ben ik tevreden dat ik niet naar de academie ben geweest. Daar leer je een werkwijze van de leraar of van de school, niet van jezelf. Je representeert iets wat niet eigen is.’

Heeft u zelf ooit les gegeven?

‘Ik ben heel vaak gevraagd, ik zeg altijd nee. Ik voel me te gelijkwaardig om leraar te zijn. Eén keer heb ik ja gezegd. Toen is een groepje studenten naar mij toegekomen. In het bos heb ik ze laten ruiken en proeven om de zintuigen die je in kunst weinig gebruikt te stimuleren.’

herman bukt en plukt een blaadje, hij stopt het in zijn mond. ‘Nu weet ik voor altijd hoe deze plant proeft. De volgende keer dat ik er naar kijk zal ik daaraan denken.’

Is aspergesoep uw lievelingssoep?

‘Ja. Hoewel ik ook heel veel van een zelfbedachte soep houdt. Die heet kruidenbrei. Dat is gemalen graan met fijn gesneden kruiden. Ik at het zoveel dat mijn vrouw op duur vroeg om iets anders. Toen aten we aspergesoep.’