“Op de middelbare school was ik flink aan het puberen. Ik probeerde punk te zijn, had een hanenkam en droeg de meest excentrieke kleding. Ik groeide op in het Friese dorp Garyp en zat op het gymnasium. Tussen de nuchtere Friezen was ik daar de meest rare figuur die er rondliep. Op een gegeven moment ging ik skateboarden en ontdekte ik dat de punkkleding me in de weg ging zitten, dus besloot ik mijn uiterlijk wat meer aan te passen aan de skate cultuur.” 

Hij tekent zijn hele leven al, maar wanneer hij start met skaten begint hij ook met het maken van skate filmpjes en ontdekt een nieuwe medium waarop hij zijn creativiteit kan loslaten. Als hij zijn diploma op zak heeft, weet hij niet direct wat hij wil studeren en begint hij met schilderen. “Uiteindelijk besloot ik me in te schrijven voor de kunstacademie in Arnhem. Ik had op dat moment geen idee wat kunst was, ik ben tot mijn achttiende nooit in een museum geweest. Ik ging naar de academie met het idee dat ik tekenen en het maken van dingen heel leuk vond. Nog steeds weet ik niet precies wat kunst is, maar inmiddels ik heb wel meer ideeën over wat gezien wordt als kunst.” 

Wanneer ik verder met Elejan van der Velde in gesprek ga, merk ik dat er nog steeds een bescheiden vleugje punk in hem verborgen zit. Het kenmerkt niet alleen zijn uiterlijk, maar is ook zichtbaar in zijn hobby als circusartiest en levend standbeeld, zijn levensinstelling en enkele werken uit zijn studie. Zijn academietijd start voor Elejan van der Velde dan ook met veel experimenten, hij voelt zich geïnspireerd door zijn werkomgeving en vrij om te doen waar hij zin in heeft. In zijn begin periode houdt hij zich voornamelijk bezig met schilderen, een vak dat hij volgt bij docent Rinke Nijburg. Al snel begint hij steeds meer verschillende materialen te gebruiken in zijn schilderijen en besluit zich uiteindelijk meer te richten op ruimtelijk werk. “Het schilderen ging erg vloeiend, maar ik merkte dat ik het veel specialer vond om iets ruimtelijks te maken. Wanneer je schildert ben je heel direct bezig met wat er is, terwijl je als je iets bouwt bezig bent met technische aspecten, constructies en ideeën. Dat spreekt mij meer aan, omdat het voor mij een grotere uitdaging is en het me daardoor uiteindelijk meer voldoening geeft. Mede hierdoor heb ik aardig wat lelijke dingen gemaakt in mijn studietijd” vertelt hij me, terwijl hij al lachend wat herinneringen ophaalt van werk waar hij destijds heel enthousiast over was, maar waar hij zich inmiddels lichtelijk voor schaamt. “Toch is elke mislukking een geslaagd experiment om te zien hoe het niet moet, je leert ervan. Af en toe is het best wel goed om iets lelijks te maken, het geeft een zekere vrijheid in je werkproces, alles kan en mag. Ik doe dat soms te weinig nu.” Elejan werkt vanuit een vooropgezet plan, waarbij het soms voorkomt dat hij vast komt te zitten in zijn idee. “Dat komt vaak door mijn eigen onzekerheid over mijn werk, een soort passieve twijfel; het twijfelend nietsdoen. Actief twijfelen is niet zo erg nog niet, want je blijft bezig en experimenteert. Op die manier kom je uiteindelijk toch tot een helder besluit. Maar als je passief twijfelt en niets uitvoert gebeurd er ook niets, dat kan soms belemmerend werken en lang aanhouden. Wanneer je open staat voor eventuele mislukkingen en met een vrije geest aan het werk gaat, kom je hier sneller uit.”

Elejan van der Velde, Crack, 2012
Elejan van der Velde, Crack, 2012

Elejan van der Velde, The illusionists door, 2012
Elejan van der Velde, The illusionists door, 2012

Nu hij net afgestudeerd is aan het Sandberg Instituut, merkt de nuchtere Fries dat hij meer dan ooit last heeft van die twijfel. “Ik voel soms dat mijn werk geen relevantie heeft. Een bakker bakt brood, dat is nou eenmaal nodig om onze primaire behoeften te vervullen. Maar als het werk dat ik heb gemaakt opeens weg is, zal niemand het missen, het heeft geen functie.” Elejan beseft zich terdege dat hij aan het doemdenken is. Hij vermoedt dat het hoort bij het door studenten vaak ervaren ‘zwarte gat’ na een studietraject. “Ik merk wel dat ik wil blijven produceren en kunst wil blijven maken. Ik moet alleen op zoek gaan naar een nieuw doel binnen mijn werk. Eerder maakte ik werk vanuit de context van mijn studie, nu ben ik aan mezelf overgeleverd.” Indertijd heeft hij ook een periode last gehad van een soort motivatiecrisis, dit was aan het einde van zijn studie aan ArtEZ in Arnhem. Hij vraagt zich af of het werk dat hij maakt wel uit hem zelf voortkomt, of dat hij geconditioneerd is door zijn studie en alleen maar wil voldoen aan de verwachtingen van school. Daarom pauzeert hij zijn studie vlak voor zijn afstuderen en neemt de tijd om na te denken over het kunstenaarschap. Hij huurt in de zomer een ruimte, die hij opknapt en waarin hij uiteindelijk de tentoonstelling Doorkijken maakt, wat bestaat uit diverse installaties in de ruimte. Het is zijn eerste werk dat direct vanuit de locatie zelf is ontstaan. “Het was een hele leuke tijd, waarin ik veel heb geleerd. Ik ontdekte opnieuw het plezier in het maken van kunst en kwam er achter dat ik door wilde gaan.” Hij hervat zijn studie en houdt zich bezig met licht, projectie, en de suggestie van ruimte; elementen die ook in Doorkijken veel terug te zien zijn. Hij studeert dan ook af met twee lichtwerken; Crack en The illusionists doorCrack bestaat uit een spleet van licht in een wand en gaat over datgene wat daarachter plaats vindt. Op een vergelijkbare wijze is The illusionists door tot stand gekomen. Het werk bestaat uit een geluidsfragment en vier lichtstrepen geprojecteerd op de muur, die samen een rechthoekige vorm aftekenen. De figuur is ruim twee meter tien lang en tachtig centimeter breed. Onder andere door de afmeting en de verhouding tot de mens, wekt het de associatie van een deur op. “Ik vind het interessant dat het eigenlijk niets is, maar je hersenen er automatisch een object van maken en het idee deur eraan koppelt. Het lijkt alsof er lichtstrepen uit de kieren komen, je gedachten projecteren de voorstelling achter de deur.” Ook dit werk gaat over illusie, de suggestie van ruimte, zonder er zelf te zijn. Van der Velde speelt in zijn werk met dit thema, illusies en associaties vindt hij interessant. Terugkerende thematiek zijn herinneringen en ruimtes. Met name het laatste thema blijft niet onopgemerkt en is dan ook reden om na zijn afsturen aan ArtEZ uitgenodigd te worden voor de Master of Interior Architecture, Studio of Immediate Spaces aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. De studie wakkert zijn liefde voor de theorie aan en brengt hem de verdieping waar hij naar op zoek is binnen het kunstvak. Hij leest boeken van Walter Benjamin en Roland Barthes. “De theoretische achtergrond geeft mij veel mogelijkheden om dingen voor mezelf betekenis te geven, al hoeft een werk niet enkel en alleen vanuit de theorie relevantie te krijgen.” Het geeft hem een soort houvast, leert hem kritische vragen te stellen en zorgt ervoor dat hij gaat spelen met de wisselwerking tussen taal en beeld. Zo schrijft hij een tekst bij een van de werken die hij op Sandberg maakt, genaamd Hatch. “Schrijven is net zo goed creëren als het maken van werk, woorden kunnen heel sterk doorwerken.” In Hatch neemt hij zijn jeugdherinnering aan een luik naar de bovenverdieping van zijn ouderlijke woning als uitgangspunt en inspiratiebron van zijn werk. Hij gebruikt tekst en een architectonisch model om zo dicht mogelijk bij zijn herinnering te komen. “Binnen de architectuur moet je heel precies werken, bij beeldende kunst kan dat wat losser zijn. Ik probeer deze twee elementen te combineren. In mijn werk heb ik de afmetingen van de ruimte ingeschat, probeer de maten heel formeel te noteren en verwerk ze in een schets. Toch is het werken vanuit je geheugen heel onprecies, je kunt een herinnering nooit toetsen. Ik vind het een mooi gegeven dat het van te voren nooit helemaal lukt om de herinnering na te maken, het geeft me de vrijheid om het werk andere kanten op te laten gaan.”

Elejan van der Velde, Hatch, 2013
Elejan van der Velde, Hatch, 2013

In zijn afstudeerwerk aan het Sandberg Instituut gaat Elejan verder met de herinneringen die hij heeft aan ruimtes aan zijn ouderlijk huis. Echter start hij dit maal met een heel ander uitgangspunt; namelijk een foto van een klok aan de muur die hij heeft gemaakt bij een bejaarde vrouw tijdens zijn werk in de thuiszorg. Op de foto is een antieke klok te zien, met daarnaast een afdruk van een zelfde soort klok, die als spoor van het verleden op het vergeelde behang is gedrukt. Dit beeld intrigeert hem en ligt ten grondslag aan zijn hele afstudeerjaar, waaronder zijn scriptie en het beeldend werk The Reminding Remains. De titel van het werk is allesomvattend; ik zie het als een reliek uit het verleden aan de verstreken tijd. Het werk is een soort installatie en bestaat uit een gang, gemaakt van zand. Zelf noemt hij het een ruimtelijk stilleven. “Een gang is een ruimte waar je niet vaak stil bij staat. Een slaapkamer daarentegen kun je in formele aspecten vaak veel gemakkelijker voor de geest halen; je wordt er elke dag in wakker, kleedt je er om en tuurt naar het plafond als je niet kan slapen. Laatst las ik dat je er ongeveer een derde van je leven in spendeert. Een gang is bedoeld om doorheen te lopen, het is geen leefruimte, je staat er doorgaans niet in en bij stil. Juist dat gegeven wekt mijn interesse. ” Hij begint zijn werkproces met een beschrijvende reconstructie van de gang, maakt een model en bouwt zijn werk zo langzamerhand uit. Toch staat hij ook open voor nieuwe invloeden. “Op het moment dat je een herinnering gaat maken bouw je er een nieuwe herinnering overheen.” Hij is zich tijdens zijn studie steeds meer bezig gaan houden met materiaal en is gaan experimenteren met zand, waar hij uiteindelijk ook The Reminding Remains van gemaakt heeft. In zijn atelier laat hij mij enkele objecten zien die hij met behulp van een mal van zand gegoten heeft. Ik pak er een vast; het is heel zwaar maar tegelijkertijd ook heel fragiel en broos. Het oppervlak brokkelt heel gemakkelijk af en zal met het verstrijken van de tijd steeds iets meer verweren. Dat is dan ook de reden dat Elejan juist voor dit materiaal heeft gekozen. “Het zand is net zo fragiel als mijn herinnering” zegt hij, terwijl hij uitgebreid het maakproces van het werk omschrijft. “Er zijn veel dingen tijdens het maken van het werk gebeurd die ik niet van te voren had bedacht. Van te voren had ik een heel plan opgesteld, maar uiteindelijk krijgt het werk ook een eigen wil, dat is alleen maar goed.”

Elejan van der Velde, The Reminding Remains, 2014
Elejan van der Velde, The Reminding Remains, 2014

Ik kijk rond in zijn atelier en zie enkele schetsen, plattegronden en mallen staan. Hij is bezig met de afrondingen van De Geheime Bunker; welke in de jaren vijftig gebouwd is en tijdens de Koude Oorlog moest functioneren als pompgebouw voor militaire vliegtuigen. Het is een bovengronds gebouw dat op de Veluwe staat, enigszins verscholen in een dal. Elejan laat mij een plattegrond zien van het terrein zoals het vroeger was en vergelijkt dat met het terrein zoals dat er nu uit ziet. Voorheen stonden er naast de bunker nog andere gebouwen en elementen, juist daar houdt hij zich mee bezig met dit project. De bunker zelf heeft een standaard maat, is eenvoudig geconstrueerd en is in verborgenheid gebouwd. Er is nooit een model van geweest. “Ik maak een model voor de bunker, waarbij ik speel met de schaal. Het wordt geen handzame miniatuur, maar een lomp blok beton. Tijdens mijn opleiding ontdekte ik dat een model niet puur ter illustratie is, maar ook een fysiek ding op zichzelf kan zijn.”

We praten nog een tijdje door over zijn plannen voor de toekomst en Elejan vertelt me dat hij van plan is om af te reizen naar Oost-Europa om daar op locatie te werken aan enkele kunstprojecten. “Het is heel leuk om op locatie te werken, je werk komt dan het atelier uit en krijgt een plek. Ik zou het iedereen aanraden om dat een keer te proberen. Verder is het belangrijk dat je altijd plezier hebt in je werk. Als je genot uitstraalt als persoon of in je werk, is dat voelbaar voor je omgeving. Je werk hoeft dan niet per se frivool te zijn, maar je kunt spelen met je materiaal, experimenteren. Dat is heel goed, dan gebeurd er ook iets. Als je voldoening hebt in je werk en je erin op gaat, verlies je vaak ook het tijdsbesef. Voor mij is dat verlies van de tijd de definitie van geluk. Het klinkt wellicht bijna als mindfulness. Geluk is eigenlijk dat kleine moment dat je niet beseft dat je gelukkig bent. Want op het ogenblik dat je dat hardop uitspreekt, ben je alweer uit dat moment.”

Elejan van der Velde, De Geheime bunker, Model van kantoorgebouw, 2014
Elejan van der Velde, De Geheime bunker, Model van kantoorgebouw, 2014

Bezoek hier de website van Elejan van der Velde, bekijk hier zijn werk voor De Geheime Bunker en lees hier de scriptie die hij schreef aan het Sandberg Instituut.