Image

Stenen met een menselijk hart

17 Aug 2015 Wilma Sütö

Otobong Nkanga en Karel Appel in het Stedelijk Museum Schiedam

Otobong Nkanga en Karel Appel: er is een wonderlijke overeenkomst tussen hun beider tentoonstellingen die op dit moment, tegelijkertijd, plaatsvinden in het Stedelijk Museum Schiedam. Nkanga staat met twee benen in de 21ste eeuw, terwijl Appel kort na de Tweede Wereldoorlog de kunst een nieuw gezicht gaf. Hun tentoonstellingen waren los van elkaar gepland en zo moeten ze ook worden bekeken. Maar toch, soms valt je een toeval toe dat te mooi is om zomaar aan voorbij te gaan. 
Nkanga en Appel zijn allebei kunstenaars die in hun werk de vrijheid vieren: de vrijheid in een wereld die door oorlog en geweld is getekend  en de vrijheid van de kunst zelf, waarin grenzen kunnen verdwijnen.
Laat je ogen/een wereld maken/van elk beeld, zo begint een gedicht van Karel Appel, als een oproep om de kunst en de werkelijkheid steeds opnieuw met een frisse blik te bezien, vrij van vooroordelen. En in de laatste regel van datzelfde gedicht doet Appel er nog een schepje bovenop, met de slogan: Geef het leven een nieuwe klap! 
Ook Nkanga combineert beeldende kunst met poëzie. En ook bij haar heeft die een lichamelijke bijklank. Het spel met de zintuigen wordt door Nkanga in alle opzichten nog verder doorgevoerd. Haar werk is niet alleen voor het oog, maar ook fysiek een sensatie. In de zaal die zij heeft ingericht strekt zich onder je voeten een zee van witte kiezelstenen uit, hobbelig en bobbelig. De titel van haar installatie luidt niet voor niets Taste of a stone. 
Taste of a stone (2010-2015) ontvouwt zich als een oase. Het werk herinnert aan Japanse steentuinen en ís ook werkelijk een museale binnentuin, op maat gemaakt. Zodra je hier naar binnen stapt en de kiezelstenen onder je voeten knerpen, sta je middenin een beeldverhaal over het menselijk gebruik van stenen wereldwijd en zo ook in Nkanga’s moederland Nigeria.  
Via gedichten, tekeningen en fotoprints op stenen tegels, die gepresenteerd worden op tafeltjes langs de wand, haast als waren het kleine altaren in een kapel, vertelt Nkanga verschillende verhalen. Deze verdichtingen van beeld en tekst gaan over de steen als heilig voorwerp of als souvenir; als nagedachtenisteken of als markering van een landgrens; als wapen of als verdedigingsmiddel. Daarin spelen ook haar eigen herinneringen een rol.
Nu eens roept Nkanga een politiek en postkoloniaal bewustzijn op, wanneer het gaat over landjepik. They have invaded our land/and displaced the stones of demarcation. We broke their wall and are ready/to take back what is ours. En dan weer is haar werk een hartenkreet; een roep om bescherming in een onveilige wereld. Zoals met de zinnen: If my breasts were made of stone I would/sleep in peace/I would walk freely with my shield in times of conflict. 
De beelden bij deze gedichten -  fotoprints, plattegronden en tekeningen, telkens aangebracht op die stenen ‘tafelen’ -  zijn kernachtig, maar ook dromerig. Soms doemt slechts één enkele steen op, krachtig als een gebalde vuist. Of juist sprankelend, als een diamant. Maar we zien ook Nkanga zelf, terwijl zij languit liggend opgaat in de natuur en dichtbij bij de aarde ontferming zoekt, door stenen omringd en met stenen als toeverlaat.
Taste of a Stone vormt zo een landschap voor contemplatie; een cultuurlandschap vol gedachten en gevoelens die ook bij de bezoeker weer gedachten en gevoelens losmaken. Van mensen wordt wel eens gezegd dat zij een stenen hart kunnen hebben, maar hier maakt Nkanga zichtbaar dat ook het omgekeerde mogelijk is: dat er stenen bestaan met een menselijk hart.
Taste of a stone weerspreekt de menselijke exploitatie van de aarde, via een eigenzinnige vorm van rituele eerbiediging. Maar behalve een contemplatieve kant met kritische facetten, heeft Taste of a stone ook een onstuimig karakter, stimulerend. De fotoprint van een oceaan die bruisend op een rotskust slaat wakkert de levenslust aan, nog versterkt door het gedicht dat erbij hoort: There is something missing in your life?/nothing seems to click, all things clash./Lick it, rock it and then roll it.
 
Ik ben er supertrots op dat het Stedelijk Museum Schiedam dankzij de samenwerking met Otobong Nkanga dit werk kan presenteren, terwijl internationaal de hele kunstwereld aan haar trekt. Alleen al aan solotentoonstellingen heeft zij dit jaar in Duitsland (nu bij Porticus in Frankfurt), België en Frankrijk haar handen vol, want Nkanga is niet zomaar een ster onder de stenen maar bij uitstek een stralende ster en hell yes, she shines and she rocks!

Over sterren gesproken: Karel Appel behoorde, toen hij in 2006 overleed, tot de beroemdste schilders ter wereld.  Sinds hij met zijn collega’s van de Cobra-beweging de kunst een nieuw gezicht had gegeven, werd hij zo’n gevierde kunstenaar dat iedereen zijn naam kent en gemakkelijk een van zijn veelkleurige schilderijen kan oproepen. En toch: toch valt ook in zijn oeuvre nog een wereld te ontdekken.
Honderd nooit eerder geëxposeerde inkttekeningen slingeren zich als een beeldverhaal door het museum in Schiedam: ze vormen een eenheid met het gedicht Portret van de Geverfde Man, dat uit honderd strofen bestaat. Dit gedicht is geschreven door Claude Fournet, die in 1987 als museumdirecteur in Nice een omvangrijk Appel-retrospectief samenstelde. Uit deze samenwerking ontstond nog datzelfde jaar het literaire Portret van de Geverfde Man, een expressieve twee-eenheid van beeld en gedicht. Emblematisch is de virtuoze schildering van een dier dat zich als een gevleugeld serpent rond de volgende woorden kronkelt: Er is maandstond/half vogel half slang/en dat is een broederlijk spel.

In een speciaal voor deze tentoonstelling, door Karim Traïdia gemaakt filmportret vertelt Fournet over zijn samenwerking met Appel, die, zoals hij zegt: ‘steeds weer opnieuw tot leven komt’.  Vanaf zijn vroegste jaren als kunstenaar mixte Appel beeldende kunst en literatuur. Het museum toont naast top-Appels uit de eigen collectie schilder- en tekenkunst ook de publicaties die hij kort na de oorlog maakte met schrijvers als Hugo Claus. Maar het brengt ook Karel Appel zelf als dichter in beeld: terwijl hij voorleest uit zijn bundel De kleurige onbekende (1986).

In dit relatief onbekende boek is ook het gedicht te vinden dat zijn werk wonderwijs verbindt aan dat van Otobong Nkanga. Karel Appel schreef het in 1947 en het heet Klagende stenen.  Daarmee wil ik graag besluiten.

Klagende Stenen

Stenen brokken ijzer stukken
Stalen staken stenen klagen
Muren zuchten stukken staken
Brokken breken
Striemend vocht loopt door de mazen
Alles breekt en brak in stukken
Splinters vlogen vliegen vlagen
Slingerend spattend spuitend stuk

De tentoonstellingen van Otobong Nkanga en Karel Appel zijn tot en met 18 oktober te zien in het Stedelijk Museum Schiedam. Deze tekst is een bewerking van het openingswoord dat conservator Wilma Sütö op 4 juli in het museum uitsprak. Klik hier voor de website