Sommige mensen noemen het ijdelheid, maar bijna niemand kijkt in winkelruiten om van zichzelf te genieten. De meesten kijken omdat ze niet onthouden hoe ze er ook al weer uit zagen, ze kijken om zichzelf te herinneren dat ze bestaan. Dingen die je kunt vergeten op zomaar een dinsdag in september. 

Dat je dat soms vergeet is niet zo gek. De wereld speelt zich voor je ogen af als een film, maar hoewel je jezelf niet ziet, ben je er wel onderdeel van. Iets wat je niet ziet speelt een belangrijke rol, en dat zie je nooit op Netflix. Omdat je ogen naar buiten (en dus niet naar binnen) kijken, moet je af en toe jezelf in spiegelbeeld zien. En omdat het licht er wonderbaarlijk in kan weerkaatsen.

In een zaal in het Stedelijk (witte muren, visgraat vloer) hangen ongeveer twintig spiegels. De spiegels hangen door de ruimte heen, maar allemaal met de spiegel dezelfde kant op. Aan de achterkant zijn ze zwart, en op zowel voor- als achterkant, als op de muren, loopt een horizontale lijn van helblauwe tape. Het is een kunstwerk van Edward Krasiński.

Wat opvalt is dat waar spiegels uitermate geschikt zijn om jezelf in te zien, je de rest van de wereld toch met eigen ogen zal moeten bekijken. In een spiegel zie je nooit de wereld zoals die echt is. Het is altijd een reflectie van wat er echt aan de hand is, en in een reflectie verlies je van alles, zoals de context (wat buiten het kader valt) en de helderheid van de kleuren. Dat is allemaal niet zo erg als je naar jezelf kijkt, maar voor het kijken naar de rest van de wereld niet zo handig. Daarvoor is het te indirect, te beperkt.

Door Krasiński’s labyrint verloor ik mijn oriëntatie. Door de spiegels en de constante azuurblauwe lijn tape die overal op dezelfde hoogte horizontaal doorloopt. Wie er doorheen loopt verliest zijn of haar intuïtie van wat de echte wereld is en wat spiegelbeeld. Om ziedend van te worden. Die blauwe lijn plakt als het ware de omgeving en de spiegels aan elkaar. Het vormt één lijn, op de muur en in spiegelbeeld. Als een horizon, een ijkpunt, of zoals Krasiński het zelf noemt ‘een kompas’. Maar het is een knap verwarrend kompas. 

Door de blauwe lijn lost het onderscheid tussen realiteit en spiegelbeeld op. Zoals we door een Tomtom vergeten op de borden te letten, zoals we door onze telefoons telefoonnummers vergeten. Wat er gebeurt als we totaal vertrouwen op de ander, wat er gebeurt als we zelf niet meer nadenken. 

We hebben toch geleerd dat we iemand die zegt dat hij of zij (eigenlijk altijd een hij) het kompas is, dat we dat niet moeten vertrouwen? Dat we altijd zelf en direct naar de wereld moeten kijken. Kijk.


De tentoonstelling is nog tot en met 15 oktober te zien. Klik hier voor meer info.