De serre kleurt groen en blauw. De tuin glijdt door de grote ramen naar binnen. Door het tegenlicht blijven van de lijven en de stoelen vooral silhouetten over. De rest lijkt weggegumd. In de reflectie van de ruit maakt iemand een foto. Om het beeld te vangen, waarschijnlijk, om er een herinnering van te maken. De camera onthoudt immers vele malen beter dan ons stugge geheugen.

Het kan niet anders, of Koen Vermeule heeft een uitmuntende neus. Lopend langs zijn werk in de Kunsthal besef ik: zo ruiken treinen, zo ruiken de glimmende vloeren in ziekenhuizen. Die geuren vangt Vermeule. Kijkend naar zijn werk wordt levendig duidelijk dat geuren zulke sterke heugers zijn. Een geur is een herinnering.

Zijn doeken, waarvan Windflower (2013) gelijk het geheugen ingrift, voelen als vage herinneringen. Herinneringen waarvan niemand meer zeker weet of het wel precies zo was. Herinneringen waarvan alleen dit halve beeld het heeft overleefd. Een herinnering is nauwelijks iets waard. We vergeten waar we bij staan. De details zijn sowieso niet veilig, maar wie met zekerheid zegt dromen van herinneringen te kunnen scheiden, moet je niet vertrouwen. Herinneringen vervagen namelijk. 

Ga maar na, elke winter weer komen we erachter hoe godvergeten koud de kou is. Wanneer liefdesverdrietig, vergeten we wat een lul of trut de ander was. En hoe ben ik gisterenavond eigenlijk thuisgekomen?

In herinneringen zit ruimte. Ze zijn ongeveer. En Vermeule verbeeldt die slordigheid in dromerige, vlekkerige schilderijen. Vroeger is een Rorschachtest waar je nog wat in probeert te zien. En dat beklijft. Windflower is geen beeld om te herinneren, het is hoe een herinnering eruitziet. En hoe het ruikt.

Maandelijks beschrijft Ko van ’t Hek over zijn ontmoeting met een kunstwerk in zijn rubriek Tussen Kunst & Ko.

De tentoonstelling Koen Vermeule: Wanderlust is  t/m 19 november te zien in de Kunsthal in Rotterdam