Image

The Violence of the camera

16 Nov 2014 Io Cooman

Wat maakt mij beter dan fotografen die mensen fotograferen in een bepaalde context en die beelden dan gaan gebruiken voor hun eigen voordeel? Met deze vraag vertrok ik in 2011 voor drie maand naar Oeganda om een fotodocumentaire te maken over kinderen met Spina Bifida. Het antwoord waarmee ik terug kwam was simpel: niet veel. 

Want waar trek je de grens tussen gezonde nieuws- gierigheid of bewondering en exploitatie? Uit mijn twijfels over de ethiek die achter fotografie schuilt ontstond: ‘Io Cooman’s Collection of Human Beings Inhabiting the Southwestern Parts of the Low Countries – a tentative approach to description and taxonomy’, een verzameling foto’s gebaseerd op antropometrische en koloniale fotografie uit het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20ste eeuw. 

Deze foto’s werden in eerste instantie gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek van de nieuw ontdekte bevolkingsgroepen uit de kolonies, maar vonden al snel hun weg in het commerciële circuit. Rijke Europese blanke mannen hielden verzamelingen van foto’s van (half)naakte Afrikaanse vrouwen bij in (pseudo) wetenschappelijke prentenboeken. Enerzijds om ten tijde van een strikte seksuele moraal naar naakte vrouwen te kunnen kijken. Anderzijds ter bevestiging van hun superioriteitsgevoel. Het genre vermengt gevoelens van afgrijzen met gevoelens van verwondering. Het was zo dat zo lang de Afrikanen binnen hokjes en projecties genaamd wild, wulps en dom – die de Europeanen voor hen gecreëerd hadden - bleven, ze geen kwaad konden. De foto’s waren een middel om hen te beschouwen als de Andere, al wat tegenovergesteld was aan de ideale westerse wereld werd op de ‘zwartjes’ geschoven. Dit is een voorbeeld van ‘Negatieve zelfdefiniëring’, zoals Raymond Corbey dat noemt. Fotografie speelde een zeer belangrijke rol in het vormen van het beeld over de Afrikanen, want vermits het overgrote deel van de westerse bevolking niet zelf op ontdekkingstocht kon gaan moest ze haar kennis halen uit teksten, tekeningen en foto’s halen. Dit legt een zeer grote verantwoordelijkheid op de schouders van de fotografen, ze worden gebombardeerd tot overbrengers van de waarheid door middel van het objectieve karakter dat toen aan de fotografie toegeschreven werd. De scheve machtsverhouding tussen blank en zwart weerspiegelt zich dan ook in de fotografie van die tijd. Mensen die niet vertrouwd zijn met camera’s worden naakt voor de blanke leeuwen geworpen. De fotograaf, brutaal en dominant krijgt een vrijgeleide om te doen wat hij wil, met de gevolgen van dien.   

Deze donkere kant in de geschiedenis van de fotografie is voor mij een prachtig vertrekpunt om de huidige problematiek rond beeldvorming aan de kaak te stellen. Want ook vandaag rust er een grote druk op de schouders van diegene die beelden overbrengt. De grote illusie van de objectieve fotografie is nu wel doorprikt, maar toch beseft men vaak nog niet ten volle dat de beelden waarmee we geconfronteerd worden gefilterd en gekleurd werden door het oog van een fotograaf die ze maakte en de context waarin we deze zien. Een groot deel van de stereotypes die 100 jaar geleden te vinden waren in de Koloniale ansichtkaarten leven tot op de dag van vandaag nog voort. 

Mijn reeks is een hedendaags fotografisch antwoord op de stereotiepe, misbruikende manier van fotograferen die de koloniale fotografen hanteerden. Ik vertaal de originele koloniale foto’s naar het hier en nu en breng zo hun absurde karakter naar voor. Zo neem ik de rol van koloniaal over en maak een verzamelboek vol naakte Vlamingen. Als fotograaf speel ik op verschillende niveaus in deze reeks. Ik kruip in de huid van een meedogenloze koloniaal-fotograaf die zijn volk beschouwt als een interessante verzameling curiosa die geklasseerd en onderverdeeld kunnen worden in categorieën. Op het zelfde moment neem ik de rol van slachtoffer in. Als laatste confronteer ik de kijker met een reeks beelden van mensen die naakt en kwetsbaar tegen een muur geplaatst zijn. Door deze reeks daag ik de kijker uit bewust te worden van zijn kijken. 

Door te spelen met de drie machten die spelen binnen het fotograferen (foto- graaf, gefotografeerde en kijker) kan je deze reeks ook bekijken als een werk dat handelt over fotografie. Naaktfotografie vandaag bevindt zich eveneens in een een mal, de manier waarop tegenwoordig perfectionistisch en afstandelijk met die lichamen omgegaan wordt zorgt voor een vertekend beeld. Deze reeks gaat anders om met lichamen, waardoor de foto’s des te confronterend worden. Door over de lijn te gaan van het conventionele wil ik niet alleen de absurditeit van het opleggen van een identiteit benadrukken, maar ook de rol van de fotograaf daarin.